De nieuwe kleren van Gouke Moes
Waarom luistert men naar Gouke Moes? De beste man is nationaal bekend om precies twee redenen. Hij bereikte onze collectieve oogbol allereerst toen hij in 2024 een regenboogzebrapad gelijkstelde aan de hakenkruizen die er door extreemrechtse vandalen op waren gekalkt. Daarna was hij van september 2025 tot februari 2026 minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namens de BBB, ongeveer om dezelfde reden dat de Titanic een salonorkest had.
Toch mocht hij op 11 maart aanschuiven bij praatprogramma Pauw en De Wit om uit te leggen waarom hij meedoet aan een rechtszaak tegen immigratie. Een rechtszaak die in gelijke mate racistisch en kansloos is, zoals elke jurist zal beamen (voor zover ze niet door de procederende stichting betaald worden). Wel trekt het veel aandacht en vast ook bezoekers van de website, hetgeen ongetwijfeld een positieve bijdrage levert aan de hoeveelheid kliks op de grote knop “JA, IK WIL DONEREN”.
Dus waarom neemt de redactie van Pauw en De Wit burger Moes (voor de gelegenheid gekleed in een hip t-shirt) zo serieus? Waarom nemen we wie dan ook eigenlijk serieus? Psychologen Richard Petty en John Cacioppo spreken van twee “routes” waarlangs mensen overtuigd kunnen raken van iemands geloofwaardigheid. De eerste is de zogenaamde “central route processing“, waarbij je de inhoud van een betoog op waarde schat. Omdat mensen maar een beperkte expertise hebben, kunnen we in de meeste gevallen geen gebruik maken van die centrale route. In dat al moet je terugvallen op de indirecte route (“peripheral route”), en kijken naar aanpalende bewijzen dat iemand gelijk heeft. Heeft de spreker misschien een academische graad, of wordt de spreker gerespecteerd door de wetenschappelijke gemeenschap? Maar ook meer banale zaken kunnen indirect vertrouwen opwekken. Draagt iemand nette kleding? Is iemand een bekende Nederlander? Ziet iemand er verzorgd uit?
Via die indirecte route is Gouke Moes in de talkshow beland. Voorheen was hij minister, en communicatieafdelingen van ministeries zijn meesters in het manipuleren van peripheral route processing. Dat moet ook wel, want een ministerie is afhankelijk van de geloofwaardigheid van degene die door de politieke loterij in het pluche is beland. Geef een man als Moes een goed pak, wat visagie, media-training en een lijstje met talking points, en je kan letterlijk iedereen over laten komen als een erudiete alleskenner en -kunner. Toen ik in Nieuwspoort een presentatie bijwoonde van de Taskforce antisemitismebestrijding mocht hij ook zijn zegje doen, en daar draaide de peripheral route processing op volle toeren. Het feit dat hij in de spotlight van Nieuwspoort een zaal vol mensen mocht toespreken, en dat er constant een enorme filmcamera op hem was gericht, deed hem interessant lijken. Ook al was wat hij zei de grootst mogelijke onzin.
Hetzelfde geldt voor de rechtszaak van de Stichting Democratische Vernieuwing, zoals ze zichzelf noemen. Iedereen met een paar honderd euro op zak kan een stichting oprichten en een professioneel ogende website laten bouwen, en dat is hier ook gebeurd. Gouke Moes geeft zijn onverdiende ministeriële geloofwaardigheid aan deze club, en voila, een extreem-rechtse campagne mag delen in de zendtijd van BNNVARA. Zo gaat het hele feest verder, want de studio van Pauw en De Wit ziet er heel professioneel uit, er is een compleet publiek, het wordt uitgezonden op de NPO, en Pauw en De Wit zitten aandachtig te knikken als Gouke Moes zijn racistische drek uitstort. Zo krijgen Moes en zijn clubje nóg een opkikker in de peripheral route processing, waardoor hij ongetwijfeld binnenkort weer mag aanschuiven bij allerlei andere praatprogramma’s. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.
Dit probleem is natuurlijk niet beperkt tot Gouke Moes en trawanten. In feite hangt het hele publieke discours aan elkaar van peripheral route processing. Of het nu gaat om talkshows, de krant, de regering of het parlement: we nemen steeds vaker en meer aan op basis van hoe en waar iets gezegd wordt in plaats van wat er gezegd wordt. De presentatie van het rapport van de Taskforce antisemitismebestrijding was daarvan een ander voorbeeld. Niet alleen wat Gouke Moes zei was onzinnig; het hele rapport had weinig interessants te melden. Het was weinig meer dan een opiniestuk, in ieder geval in grote mate geïnspireerd door interviews met bekende pro-Israëlische activisten. Maar het was mooi vormgegeven en gedrukt, en er hadden allemaal hoge piefen aan meegewerkt, en het werd gepresenteerd in Nieuwspoort met ministers en staatssecretarissen op de gastenlijst. Dus zal het rapport wel iets van waarde hebben, zal de gemiddelde persoon onterecht hebben geconcludeerd.
We zijn allemaal slechts mensen, ook die opgehemelde bazen en politici. Het grote verschil is niet inhoud, maar geld. Indirecte geloofwaardigheid kan je in grote mate kopen. Dat je baas of manager een aangemeten pak draagt op een professionele foto op LinkedIn betekent niet dat die daadwerkelijk beter of slimmer is. Het betekent dat je baas een pak en een foto kan betalen, of in ieder geval kan declareren. Dat andere mensen begripvol knikken als iemand vanaf een mooi podium complete drek uitkraamt betekent niet per sé dat jij het fout hebt. Mensen zijn gewoon geneigd om alles te geloven wat er vanuit een spotlight gezegd wordt.
Dit probleem van gekochte geloofwaardigheid is een symptoom van een tanende democratie en de vermarkting van de politiek. Zoals bedrijven hun matige producten aanprijzen met mooie reclames, zo prijzen politici hun matige (of ronduit destructieve) prestaties aan met presentatie. Tv-programma’s als Pauw en De Wit zijn meer bezig met het delen in die geloofwaardigheid en het trekken van kijkcijfers dan met het bevestigen of ontkrachten van de inhoud, waardoor de media die eigenlijk de inhoud van de retoriek zou moeten bevragen te veel baat heeft bij het onkritisch verspreiden van de boodschap. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.
Tot zover het slechte nieuws: we leven in een samenleving die wordt bestuurd door mensen die ook maar wat doen, gefaciliteerd door de mensen die ze tegen zouden moeten houden. Het goede nieuws is dat de vernislaag over die incompetentie flinterdun is. Als genoeg mensen opstaan en onzin benoemen voor wat het is, breekt de illusie. Dit is waar het sprookje over de nieuwe kleren van de keizer over gaat. Iedereen in het rijk is bevangen door de pretentie dat de keizer kleren draagt, puur omdat de rest van het volk zegt de kleren te kunnen zien. Tot één kind de illusie doorbreekt.
Dat is natuurlijk niet eenvoudig. Het is makkelijk om te denken dat als iedereen zijn mond houdt, je het zelf wel fout zal hebben. Soms is dat zo, maar heel veel mensen denken zo. “De baas zal het wel weten”, zo gaat de gedachte. De reactie vanuit het publiek is geen graadmeter voor de waarheid. Het is dan soms genoeg als één iemand de onzin tegenspreekt om al die zwijgende mensen óók op te laten staan, als een lawine die begint met een kiezel. Zoals Sylvana Simons liet zien toen ze de rol op zich nam die Pauw en De Wit verzaakten, en Moes kritisch aan de tand voelde. Toen werd zijn hele theater bedolven.
Onze samenleving kan meer van dat soort lawines gebruiken.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder op Joop.)
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.