Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant29 juni 2026

Sylvana Simons pleit tijdens Keti Koti-herdenking in Hoorn voor verplaatsing van standbeeld van Coen naar Westfries Museum

Author: Doorbraak.eu | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: doorbraak.eu

Afgelopen zaterdag vond in Hoorn voor de derde keer de jaarlijkse herdenking van het Nederlandse slavernijverleden plaats, evenals de viering van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. Die dag staat bekend als Keti Koti, Kadena Kibrá, Dia di Abolishon, Verbroken Ketenen en Emanicipatiedag. De herdenking en viering waren georganiseerd door We Promise, Hotel Maria Kapel en Work Heart Make Art.

Een kleine tweehonderd mensen namen deel aan de herdenking in de Weeshuistuin. Indrukwekkend waren het plengoffer dat Monique de Meza bracht en de twee liederen die zij zong. Ronduit teleurstellend daarentegen was de bijdrage van wethouder Dennis Boutkan, die deel uitmaakt van het nieuwe college van B&W. Schandalig genoeg heeft dat college er volgens het coalitieakkoord voor gekozen om het standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon Coen op het plein Roode Steen te laten staan. Boutkan maakte zich er in zijn toespraak wel erg makkelijk vanaf door niet alleen te zwijgen over deze beleidskeuze en dus ook over het standbeeld, maar ook door de naam van de koloniale misdadiger überhaupt niet te noemen.

Hoe anders dan dit genante verstoppertje spelen van de nieuwe wethouder bleek vervolgens de speech te zijn van de keynote spreker Sylvana Simons, voormalig partijleider van BIJ1 (zie hieronder). Het was een verademing om haar te horen pleiten voor verplaatsing van het standbeeld van Coen naar het Westfries Museum, in lijn met de strijd die We Promise en de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn daarvoor al jarenlang aan het voeren zijn. En het was opvallend dat haar pleidooi voor verplaatsing van het beeld gepaard ging met een beschrijving van haar fijne jeugdherinneringen aan Hoorn. Simons heeft als kind namelijk vijf jaar in die stad gewoond.

Na de herdenking volgde de viering op het Kerkplein, met een boeiend programma vol muziek, dans, spoken word en meer. De organisatoren waren erin geslaagd om tijdens deze Keti Koti-herdenking een fors deel van de openbare ruimte van Hoorn in beslag te nemen voor dekoloniale stemmen, beelden en geluiden. Die openbare ruimte wordt nog steeds overheerst door koloniale nostalgie en propaganda. En daarom moet Coen naar het museum!

Harry Westerink

De speech van Sylvana Simons

Dag Hoorn. Mooi Hoorn. Dag Hornaren. Dag Horinezen. Fijn om jullie te zien. Hier vandaag. Op deze bijzondere dag. In deze bijzondere stad. Een stad waaraan ik veel heb te danken.

Ik sta hier vandaag niet als buitenstaander die Hoorn even komt vertellen hoe het zit. Ik sta hier als iemand die hier, tussen mijn tiende en mijn vijftiende, een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. En iedereen die ooit ergens kind is geweest, weet dit: de plekken waar je opgroeit, blijven in je zitten. Die draag je mee. In je taal. In je herinneringen. In je gevoel voor thuis. Voor mij zijn die plekken in Hoorn nog steeds tastbaar. Al is er ook veel veranderd. Ik was een tijdje geleden in het huis waar ik opgroeide, in de Grote Waal. Het staat er nog. Maar het dakterras waar ik als kind op klom om via het dakraam mijn ouders te bespieden, is nu een ruime slaapkamer met luxe badkamer geworden. Dat past beter bij de huidige bewoner, die me hartelijk ontving toen ik opeens voor de deur stond. Hartelijk: op z’n West-Fries. Ik wandelde ook naar mijn oude basisschool. Die bestaat nog. Maar het kleine bijgebouwtje waarin ik in de vijfde klas les kreeg van meester Aad, is weg. Het schoolplein is aangepast aan deze tijd. En toch doet dat niets af aan mijn fijne herinneringen.

Mijn middelbare schoolgebouw tegenover het gemeentehuis aan de Nieuwe Steen is tegenwoordig een appartementencomplex. Maar ik zie mezelf er nog lopen. Giechelend met mijn beste vriendin Liesbeth. Ik denk aan de zondagmiddagdisco in het Hop. Aan de Deen en de V&D op het Grote Noord. Aan het Surinaamse restaurant van de familie Bergen. Aan het jongerencentrum onder de Boompjes. Veel is weg. Maar de herinnering blijft. Altijd.

Hoorn was voor mij de stad van straten die groter leken dan ze waren. Van havens die de wereld beloofden. Van gevels die verhalen fluisterden, nog voordat ik oud genoeg was om ze te begrijpen. De stad waar je als kind soms dacht dat de wereld ophield bij het IJsselmeer. En tegelijk voelde: achter die horizon is alles mogelijk.

Daarom wil ik beginnen met waardering. Waardering voor Hoorn. Voor de historische binnenstad. Voor de haven. Voor de Roode Steen. De Oosterpoort. De pakhuizen, de kerken, de gevels en de stenen die zoveel eeuwen hebben doorstaan. Hoorn is een stad met karakter. Klein genoeg om herkenbaar te blijven. Groot genoeg om de wereld in zich te dragen.

En juist omdat ik Hoorn waardeer, wil ik vandaag eerlijk spreken. Liefde voor een stad betekent niet dat je alleen kijkt naar wat glanst. Liefde voor een stad betekent ook dat je durft te kijken naar wat schuurt. Naar wat pijn doet. Naar wat te lang is weggemoffeld achter woorden als glorie, handel, ondernemerschap en durf.

Vandaag is een dag van herdenken en vieren. Keti Koti betekent: gebroken ketenen. We staan stil bij de afschaffing van slavernij. Maar ook bij de lange schaduw van slavernij, kolonialisme en racisme. Want ketenen kunnen juridisch worden verbroken, terwijl hun sporen nog generaties lang zichtbaar blijven. In families. In kansen. In beelden. In straten. In wat wij heldendom noemen.

In Hoorn kunnen we daar niet omheen. Deze stad speelde in de zeventiende eeuw een rol in de koloniale economie. De rijkdom, de macht en de wereldwijde verbindingen waar Hoorn lang trots op is geweest, waren niet los verkrijgbaar. Ze waren verbonden met geweld. Met dwang. Met roof. Met slavernij en uitbuiting. Wie de mooie gevels ziet, moet ook durven vragen: wie betaalde de prijs voor die schoonheid?

En dan komen we onvermijdelijk bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Een metershoog beeld op een centrale plek in de openbare ruimte. Niet in een museumzaal. Niet op een plek waar uitleg, tegenspraak en context vanzelfsprekend zijn. Maar op een plein. Op een sokkel. In brons. Met de houding van iemand tegen wie je letterlijk moet opkijken.

Laten we precies zijn. Het gaat hier niet om een willekeurige historische figuur. Jan Pieterszoon Coen was een belangrijke bestuurder binnen de VOC. Maar hij staat ook symbool voor extreem koloniaal geweld. Zijn naam is verbonden aan de gewelddadige verovering van de Banda-eilanden in 1621. Aan moord. Aan verdrijving. Aan dwangarbeid. Aan het opleggen van handelsmonopolies met geweld. Voor sommigen was hij ooit een held van handel en macht. Voor velen is hij, terecht, een symbool van onderdrukking en vernietiging.

Soms wordt gezegd: “Maar hij hoort bij onze geschiedenis”. Ja. Precies daarom moeten we hem niet vergeten. Maar herinneren is iets anders dan eren. Geschiedenis bewaren is iets anders dan iemand op een sokkel laten staan. Een museum is een plek waar geschiedenis onderzocht kan worden. Bevraagd. Uitgelegd. Tegengesproken. Een plein doet dat niet. Een sokkel doet dat niet.

Daarom pleit ik, samen met lokale activisten, voor verplaatsing van het standbeeld naar het Westfries Museum. Niet om de VOC-geschiedenis van Hoorn uit te wissen. Niet om te doen alsof het verleden er niet was. Niet om de stad iets af te pakken. Integendeel. Juist om die geschiedenis vollediger, eerlijker en volwassener onder ogen te zien. De romantiek mag plaatsmaken voor realisme. De mythe voor kennis. De verering voor verantwoordelijkheid.

Ik weet dat dit gevoelig ligt. Sommige mensen denken: als het beeld verhuist, verdwijnt er iets van Hoorn zelf. Maar wat verdwijnt er werkelijk? Niet de geschiedenis. Niet de naam Coen uit de archieven. Niet de VOC uit schoolboeken, tentoonstellingen of stadswandelingen. Wat verdwijnt, is de vanzelfsprekendheid van eerbetoon.

Hoorn is vandaag niet meer de stad van één verhaal. Hoorn is een stad van vele verhalen. Van mensen met wortels in Nederland, Suriname, Indonesië, de Caraïben, Marokko, Turkije, Syrië, Polen, Eritrea, Oekraïne en zoveel meer plekken. Hoorn kent 174 nationaliteiten. Dat is geen detail. Dat is de werkelijkheid van de stad. En al die mensen hebben recht op een openbare ruimte waarin zij zich gezien, veilig en gelijkwaardig kunnen voelen.

Openbare ruimte is nooit neutraal. Pleinen, straatnamen, beelden en monumenten vertellen wie belangrijk wordt gevonden. Ze vertellen kinderen wie bewondering verdient. Ze vertellen inwoners: dit is van ons. Maar wie is “ons”? Alleen het Hoorn van de VOC? Of ook het Hoorn van nazaten, migranten, arbeiders, jongeren, kunstenaars, activisten, families, scholieren, ouderen, en iedereen die hier vandaag leeft?

Aan de lokale politici die hier aanwezig zijn, wil ik dit zeggen. Dit debat vraagt moed. Niet de moed om iedereen tevreden te stellen. Want dat zal niet lukken. Maar de moed om te erkennen dat een centrale plek in de openbare ruimte niet is bedoeld voor schurkenverering. De moed om een besluit te nemen dat recht doet aan de stad van vandaag. En aan de mensen die door deze geschiedenis zijn geraakt.

Ik wil ook iets zeggen tegen de mensen die bang zijn dat hun jeugdherinneringen, hun trots of hun band met Hoorn worden aangevallen. Dat hoeft niet zo te zijn. Mijn eigen herinneringen aan Hoorn worden niet kleiner als Coen verhuist. Mijn liefde voor de haven verdwijnt niet. Mijn herinnering aan de straten van mijn jeugd verdwijnt niet. De schoonheid van de stad verdwijnt niet. Wat verandert, is dat we ruimte maken voor een vollediger waarheid. En een waarheid die vollediger is, maakt een stad niet armer. Zij maakt haar rijker.

We hoeven niet te kiezen tussen liefde en kritiek. Niet tussen geschiedenis bewaren en verering beëindigen. Niet tussen Hoorn als oude stad en Hoorn als diverse stad. We kunnen kiezen voor volwassenheid. Voor context. Voor rechtvaardigheid. Voor een openbare ruimte die uitnodigt tot gesprek, erkenning en ontmoeting.

Daarom is het Westfries Museum zo’n logische plek. Daar kan het beeld blijven bestaan, maar anders spreken. Daar kan het historische uitleg krijgen. Daar kunnen bezoekers leren hoe handel en geweld met elkaar verweven waren. Daar kan de vraag worden gesteld waarom Coen ooit op een sokkel kwam. Wie daardoor werd gekwetst. En waarom we daar nu anders naar kijken.

Ik denk terug aan het kind dat ik hier was. Ik zag de stenen, de huizen, het water, het plein. Ik voelde de ruimte van een stad met geschiedenis. Maar ik kende nog niet alle stemmen die onder die geschiedenis lagen. Vandaag vraag ik mij af: wat willen wij dat kinderen nu leren als zij hier lopen? Dat macht heldendom is? Of dat moed ook betekent dat je durft terug te komen op wat vorige generaties vanzelfsprekend vonden?

Mijn hoop is dat kinderen in Hoorn straks kunnen zeggen: in onze stad stond ooit een beeld op een sokkel. Mensen gingen daarover in gesprek. Er was spanning. Weerstand. Boosheid. Maar uiteindelijk koos de stad ervoor om eerlijker te worden. Niet om het verleden te verbergen, maar om het beter te begrijpen. Niet om iemand monddood te maken, maar om meer stemmen te laten spreken.

Dat zou een prachtig verhaal zijn voor Hoorn. Niet een verhaal van verlies, maar van groei. Niet van schuld alleen, maar van verantwoordelijkheid. Een stad die haar schoonheid niet verliest wanneer zij haar schaduw erkent, maar juist dieper, menselijker en waardiger wordt.

Dus mijn oproep vandaag is helder. Verplaats het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen naar het Westfries Museum. Geef het een plek waar het geen eerbetoon meer is, maar een aanleiding tot leren. Geef de openbare ruimte terug aan alle inwoners van Hoorn. Geef de geschiedenis niet minder plaats, maar een betere plaats.

En laat deze Keti Koti niet alleen een dag zijn van mooie woorden over gebroken ketenen. Laat het ook een dag zijn waarop wij ons afvragen welke symbolische ketenen nog in onze straten liggen. Welke beelden ons nog vastzetten in oude verhoudingen. Welke verhalen nog wachten op bevrijding.

Hoorn, mooi Hoorn. Stad van mijn jeugd. Stad van water en wind. Stad van handel en herinnering. Wees moedig. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het nodig is. Niet omdat iedereen het er meteen mee eens zal zijn, maar omdat rechtvaardigheid zelden begint met unanimiteit. Wees de stad die haar verleden niet wist, maar het eindelijk recht aankijkt.

Dan kunnen we vandaag niet alleen herdenken wat gebroken is. Dan kunnen we ook bouwen aan wat heel kan worden. En dan kunnen we zeggen: ketenen gebroken. Ogen geopend. Ruimte gedeeld. Dank u wel.

Sylvana Simons

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.