Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant7 juni 2026

Gustav Landauer, Erich Mühsam  – Nederzettingen En Coöperaties

Author: Tijdschriftdeas | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: libertaireorde.wordpress.com

Anarchisten die vóór 1900 geboren zijn, worden gerekend tot de ‘klassieke’ anarchisten. Onder hen vindt men Proudhon, Bakoenin en Kropotkin. Tot die anarchisten behoren ook Gustav Landauer en Erich Mühsam. ‘Ouwe hap’ heeft een jonge Nederlandse ‘anarchist’ wel eens tegen mij gezegd. Dat ligt anders in Duitsland en Frankrijk, en, moet ik zeggen, zou ik ‘Nederland’ verruimen door ‘Nederlandstalig’, dan kom ik ook onze Vlaamse vrienden tegen, onder wie de libertaire auteur Johny Lenaerts, voor wie Landauer en Mühsam waarlijk geen ‘oude hap’ zijn. 

Nederland lijkt wel wat dichtgeklapt wat het anarchisme aangaat. Dat valt ook af te meten aan wat er aan nieuwe boeken uitkomt (vrijwel niets). Maar er zijn gelukkig ook lichtpuntjes, zoals bijvoorbeeld Kees met Globalinfo (zie Online) en Rymke met Atalanta (zie Online)… En dan plotseling is daar De Groene (juni 2026; zie Online) met een uitgebreid verhaal over de actualiteit van Kropotkin. Echter je moet wel willen lezen. 

 Recent nog ging het buiten Nederland, eveneens uitgebreid, over Erich Mühsam en wel  op de Duitse anarchistische site espero nr. 12 (2026). Daar vindt men het artikel van Kyrosch Alidusti, getiteld ‘Der Bohemenanarchist – Mühsam und die Subkulturen’ (pp. 251-296). Erich Mühsam was nauw bevriend met Gustav Landauer. Aan de laatstgenoemde is eind vorig jaar een geheel nummer gewijd van het Franse filosofietijdschrift Cahiers philosophiques, 2025/4, nr. 183. Aan beide publicaties besteed ik aandacht. Zie hieronder. [ThH]

Erich Mühsam (1878-1934)

De Duitse anarchist, dichter, auteur, activist geldt als een Bohemien, aldus Kyrosch Alidusti (zie Online). Hij sympathiseert met de vagebondbeweging, was revolutionair zonder partij. Een man van de daad, die vooral herinnerd wordt als schrijver. Hij was een waarschuwende stem en een antifascist, en hij werd een van de eerste slachtoffers van het nationaalsocialisme en werd vermoord in een concentratiekamp.

Mühsam blijft om een aantal uiteen lopende redenen in herinnering (zie De AS 143, najaar 2003, Online). Voor Kyrosch Alidusti betreft dit de volgende: “Ikzelf leerde Mühsam kennen via zijn latere werk, Fanal. Anarchistische Monatsschrift (Fanal Anarchistisch Maandblad), waardoor zijn betekenis voor mij duidelijk werd door zijn journalistieke werk als een onvermoeibare voorvechter van een anarchistisch-communistische samenleving en als tegenstander van de nationaalsocialisten. [..]

Mühsam is vrij om zijn eigen doelgroep te kiezen, die echter wel aan bepaalde criteria moet voldoen. Hij ziet zijn rol als architect en bemiddelaar tussen mensen met verschillende ideologische standpunten. Dit zijn twee centrale politieke criteria die, volgens deze stelling, het resultaat zijn van zijn eerdere politieke/maatschappelijke activiteiten. Daarom zal Kyrosch Alidusti zijn benadering van doelgroepen onderzoeken aan de hand van twee ‘subculturen’: de ‘Bohemiërs’ en de ‘Vagabonden’. Verder zal Mühsams interesse in het stichten van een gemeenschap, de erfenis van twee wortels – de ‘Nieuwe Gemeenschap’ van de Bohemiërs en Landauers nederzettingsconcept – worden verkend door Kyrosch Alidusti. Maar met het noemen van Landauer en diens nederzettingen concept, stap ik naar dat onderwerp over. Wie meer in het Nederlands wil lezen over hem en zijn vrouw, verwijs ik naar een achtergrondartikel over hem op Globalinfo (zie Online).

De koppeling tussen Mühsam en Landauer mag in de twee volgende alinea’s gelezen worden bij Kyrosch Alidusti, die ik vertaalde:  “Op de achtergrond ligt de utopische mogelijkheid van een zelfgeorganiseerde, libertair-socialistische maatschappijvorm waarin een egalitaire, vrijheidslievende en op solidariteit gebaseerde samenleving kan worden gerealiseerd volgens een socialistische ethiek.” [129]

Deze visie is niet alleen typerend voor Mühsam, “ veeleer kan deze strategie van het creëren van vrije ruimte worden beschreven als werkelijk anarchistisch, zoals Erik Olin Wright plausibel aantoont […].” [130] Vanaf januari 1909 werd het tijdschrift Der Sozialist. Organ des Sozialistischen Bundes in Berlijn uitgegeven. Mühsam droeg een gedicht bij aan de eerste uitgave, waarmee hij poëtisch de gewenste nieuwe start uitriep: “Een wereld van vrijheid moet worden gewonnen, – en de eerste stap naar geluk is: Beginnen!” [131].

Gustav Landauer (1870-1919)

Eind vorig jaar verscheen het Franse Cahiers philosophiques (2025/4, nr. 183) geheel gewijd aan de Duitse anarchist Gustav Landauer. Daaraan werkten onder meer mee Jean-Christophe Angaut en Anatole Lucet, mi (thh.)j bekend van het (opgeheven) halfjaarlijkse Franse libertaire tijdschrift Réfractions. Lucet publiceerde enkele jaren geleden nog een lijvig boek over opvattingen van Landauer, een boek dat ik besprak (zie Online).

Het filosofische Cahiers opent met een inleidend redactioneel van Nathalie Chouchan, dat ik (thh.) in het Nederlands vertaalde. Het vat het denken en doen van Landauer samen en geeft een inzicht in wat Landauers ideeën actueel maakt.

Nathalie Chouchan:  “De filosofie mag volgens Landauer niet losgekoppeld worden van een engagement voor ‘revolutionaire’ actie. Hij legt dit concept uit in De Revolutie, een boek dat in 1907 verscheen, ‘dat zich bevindt tussen filosofie en socialisme’ [2]. ‘Revolutie is niet wat revolutionairen denken dat het is,’ schreef hij datzelfde jaar aan de Oostenrijk-Hongaarse taalfilosoof en schrijver Fritz Mauthner. (1849-1923)

De economische en politieke situaties waarmee Landauer tijdens zijn leven te maken kreeg, zijn ons door de geschiedenis nagelaten en spelen zich nu voor onze ogen af: het gevaar van staatsautoritarisme en de dreiging van een coalitie van autoritaire regimes, het gevaar van geglobaliseerde imperialistische oorlogen, de enorme ongelijkheid in de verdeling van eigendom en rijkdom op nationaal en mondiaal niveau – al deze configuraties dwingen, zowel gisteren als vandaag, tot de zoektocht naar politieke alternatieven.

Het lezen van Landauers teksten biedt een uniek perspectief op deze vragen. Het betreft een perspectief van een ‘minderheid’ wiens begrip van politieke en sociale kwesties afweek van de dominante benaderingen van zijn tijd. Daarbij maakt het niet uit of die nu reformistisch of revolutionair waren. Op strikt politiek niveau was hij het niet volledig eens met de anarchisten, wier strijd hij niettemin deelde. Evenmin ging hij mee met degenen die hij beschouwde als sektarische ‘epigonen’ van Marx, zoals Bebel of Liebknecht. Het tijdschrift Der Sozialist, waarvan hij hoofdredacteur was, verklaarde zich revolutionair, anarchistisch en socialistisch. Anarchistisch in zijn kritiek op de staat, socialistisch omdat deze kritiek gepaard ging met een zoektocht naar nieuwe vormen van socialisatie die zich distantieerden van een exclusieve bevordering van het individu en diens fundamentele vrijheid. Werken aan politieke verandering vereist het smeden van verenigingen, gemeenschappen – de term die Landauer gebruikt is niet Gemeinschaft maar Bund – die het ‘uitgemergelde sociale lichaam’, de kunstmatigheid van de staat en diens gebrek aan bezieling vervangen.

Cultuur en de vorming van de geest spelen een doorslaggevende rol in dit proces van politieke vernieuwing. De bijdragen van poëzie, literatuur en filosofie, belichamingen van de geest (Geist), zijn cruciaal voor het transformeren van de massa en het uitroeien van de ‘autoriteitscultus’, zelfs voor het ‘ontbinden’ ervan. Ze geven individuen de kans om hun eigenheid te herontdekken. ‘Jullie, als massa, zijn je eigen ergste vijand!’ [3] roept Landauer uit, zich rechtstreeks tot individuen richtend zonder rekening te houden met hun vermeende klasse. De gecombineerde macht van kapitalisme en staatsautoritarisme verandert niet alleen de materiële leefomstandigheden van mensen, maar ook hun vermogen om te denken, te lezen en zich bewust te worden. Politiek handelen heeft deze verbinding met het denken net zo hard nodig als filosofie, literatuur en poëzie op handelen gericht moeten zijn. ‘We hebben niet voor de school over Spinoza geleerd, maar voor het leven’ [4].

Landauers nadruk op de geest suggereert een verwantschap met Hegel. Een nauwkeurige analyse van de teksten doorstaat die suggestie niet. Landauer ziet Hegel eerder als “een auteur die op de geschiedenis projecteert wat hij maar wil vanuit de diepte van zijn ziel” [5], een ‘type’ denken dat wordt versterkt bij Marx en nog meer bij Engels en andere marxisten. Dat is slechts een “bijgelovige vorm van denken die op de geschiedenis wordt toegepast”. Het is politiek illusoir en gevaarlijk om te vertrouwen op de pseudo-beloftes van de dialectiek en om een onvermijdelijke overwinning van het proletariaat te verwachten na de verdieping van de tegenstellingen van het kapitalisme en de klassenstrijd.

Landauer ziet in feite niets dat wijst op een versterking van de proletarische klasse en een verzwakking van het kapitaal. Integendeel, hij benadrukt de opkomst van een “nieuwe tussenklasse” [6], bestaande uit loonarbeiders wier belangen niet samenvallen met die van het proletariaat. ‘Een laatste overblijfsel van de hegelarij’, een artikel uit 1899, maakt de divergentie met de dialectische ‘marxistische’ lezing van de geschiedenis expliciet: “met de processen die zich in het sociale en economische veld voltrekken en waarvan wij getuige zijn, is het geenszins het ziekelijke proces dat een tot de dood veroordeelde formatie treft, maar de krachtige groei van een levend organisme waarin men niet kan onderscheiden waar het kapitalisme eindigt en het socialisme begint”[7].

Landauers kritiek op de dialectische opvatting van de geschiedenis maakt deel uit van zijn unieke theoretische en politieke benadering. In een tekst die in 1895 in Der Sozialist verscheen, kort na Engels’ dood, stelt Landauer voor om “de maatstaf van de kritiek toe te passen op de ‘materialistische opvatting van de geschiedenis’ waarvan Engels mede-uitvinder is” [8]. De belangrijkste kritiek betreft “pogingen om van een wetenschappelijk dogma een politiek dogma te maken” en de claim op een ‘wetenschappelijk socialisme’ dat, net als de natuurwetenschappen, de toekomstige geschiedenis wil voorspellen, met het verschil dat slechts “enkele verspreide fragmenten” van het verleden en heden bekend zijn.

Deze kennis is zo onvolledig dat “we alle reden hebben om niet te vertrouwen op wat handelt zonder onze deelname, en om onze wil meer te waarderen dan onze kennis” [9]. Tegenover de verdedigers van het ‘wetenschappelijk socialisme’, die wachten tot aan de objectieve voorwaarden voor maatschappelijke verandering is voldaan, stelt Landauer de revolutionaire reikwijdte van filosofie en literatuur. Zo lezen we in de Oproep tot Socialisme: “Wij brengen geen wetenschap en geen partij; wij brengen nog minder een verbond van geesten zoals u dat begrijpt… wat wij mooi willen maken is de praktijk, is het socialisme, is het verbond van werkende mensen”[10].

Het belang dat hij hecht aan de geest en de wil levert Landauer veel kritiek op van degenen die naar een revolutie streven: aristocratie, elitisme, subjectivisme… hoewel hij de tegenstelling tussen een bijgelovige massa en een elite die de geest bezit, verwerpt.[11] De verbanden die tussen Landauers filosofie en het anarchisme worden gelegd, komen echter ook voort uit een kritiek op de taal en de relatie die onze denkvermogens ermee onderhouden. Zijn eerste werk, Scepticisme en mystiek, is nauw verbonden met Bijdragen tot een taalkritiek van zijn vriend en taalkundige Franz Mauthner.

De belangrijkste taak van de filosofie is om “het bijgeloof van het woord te bestrijden”,[12] en de uitvoering van deze strijd transformeert de politiek van boven tot onder: “Taal is ouder dan alle andere vijandelijke machten; en de macht die zij over ons uitoefent is des te dieper geworteld en verderfelijker.”[13] Dogmatische slogans, bombastisch taalgebruik en het gebruik van bepaalde woorden worden door deze kritiek aan de kaak gesteld.: “Al vele jaren streef ik ernaar de leegte van deze holle concepten te bestrijden, deze lege omhulsels te vullen met spirituele, historische en effectieve inhoud. Individu? Autonomie? Bestaat het wel echt?”[14]. De anarchist strijdt in de eerste plaats tegen zichzelf, tegen een afgestompte taal, tegen het streven naar ‘vrijwillige dienstbaarheid’ – Landauer vertaalt verschillende passages uit La Boétie’s Discours – zodat de uitoefening van vrijheid werkelijk mogelijk kan worden binnen een ‘gemeenschap’ die opnieuw uitgevonden moet worden.

Landauers standpunten over oorlog completeren ons begrip van zijn anarchistische positie en bieden een glimp van de evenwichtsoefening die hij probeerde uit te voeren.[15] Enerzijds was er een anti-oorlogszucht die gepaard ging met anti-nationalisme, aangezien oorlog een van de rampzalige gevolgen was van het organiseren van het sociale leven in ‘staten’. Anderzijds was er het besef dat het soms onmogelijk was om geweld te vermijden – de geschiedenis van de Franse Revolutie, in een staat van ‘legitieme zelfverdediging’ tegen haar vijanden, vormde in Landauers ogen een schoolvoorbeeld en een ‘angstaanjagende les’.[16] Voor hem kon politiek niet uitsluitend gebaseerd zijn op het aanwijzen van een vijand. ‘Ik voel de diepe en sublieme achtergrondmuziek die door alle ware volkeren is gecomponeerd onder de dans van staten,'[17] schreef Landauer in november 1914. Na de moord in Sarajevo publiceerde hij Een protest in volksliederen, waarin hij het belang van cultuur op de voorgrond plaatste. “In een tijd waarin geen Serviër gespaard blijft van beledigingen en aanstootgevende opmerkingen, […] is het gepast om onze liefde voor het Servische volk te benadrukken, vooral omdat in dit volk al eeuwenlang zang ‘leeft’ met een schoonheid en rijkdom die bijna ongeëvenaard is”[18].

Louis Janover, een sleutelfiguur in de eerste receptie van Landauers werk in Frankrijk, bevestigt het blijvende belang ervan voor “het bekritiseren van wat er van de gemeenschap en de revolutie is geworden” [19]. Landauer stelt ons in staat de politieke lijn van het ‘bolsjewisme’ en zijn wens om als exclusief model voor arbeidersstrijd te dienen, in twijfel te trekken. De Beierse Radenrepubliek zocht een andere weg, en Landauer betaalde voor dit kortstondige experiment met zijn leven.

Ook de kritiek op een ‘Thermidoriaanse lezing van de geschiedenis’, een hedendaagse Thermidor, speelt een rol. Het stalinisme wordt ‘verbannen naar de gruwelen van de geschiedenis, maar wat intellectuelen ertoe dreef om dit pad te bewandelen en de dissidenten te stigmatiseren, wordt daarmee niet verklaard’[20]. Er bestonden en bestaan ​​nog steeds alternatieven, en hun revolutionaire potentieel impliceert niet noodzakelijkerwijs ‘de bestorming van het Winterpaleis’.

Sociologische studies bevestigen ook de blijvende relevantie van Landauers gedachtegoed “in de huidige ecologische en anarchistische microgemeenschappen, binnen land- en coöperatieve ervaringen…” [21] Deze ervaringen mobiliseren “een nieuwe opvatting van politieke tijd, geworteld in onmiddellijke emancipatie.” Landauer bevestigde al het experimentele en belichaamde karakter van het socialisme, en zijn slogan “Naar gemeenschap door scheiding” schetste een horizon van kleine gemeenschappen die bestemd waren om zich te vermenigvuldigen, niet om te groeien.[22] In zijn tekst Coöperaties en emancipatie uit 1895 [23] verdedigt Landauer de oprichting van coöperaties als een “onmisbare hefboom voor sociale transformatie” en suggereert hij dat “consumentencoöperaties de basis zouden kunnen vormen voor de overgang van kapitalisme naar socialisme.” 

Het gaat er niet om uitsluitend op coöperativisme te vertrouwen als middel voor politieke actie, maar om te overwegen dat “economische zelfhulp” – de samenwerking tussen “consumentencoöperaties en productiegroepen” – het mogelijk maakt om te ontsnappen aan de afhankelijkheid van een industrieel systeem dat degenen die binnen dit kader werken en gedwongen worden te consumeren, uitbuit en onderdrukt. [zie ook de bijdrage van Aurélien Berlan in dit nummer over coöperaties, emancipatie en materiele autonomie (zie Online); thh.].

Een radicale transformatie van de maatschappij, die afhankelijk is van de autoritaire staat en gevangen zit in het web van het kapitalisme, is noodzakelijk. En aangezien het dialectische perspectief een illusie is, is het belangrijk om onmiddellijk te beginnen met het opbouwen van wat mogelijk is en het vernietigen van wat vernietigd kan en moet worden.”

(Redactioneel van Nathalie Chouchan. Vertaling Thom Holterman. Het origineel van het redactioneel is te lezen Online.)

Thom Holterman

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.