Geschiedenis van het gewapend verzet van Gaza (deel 1)
Gaza is vlak, zo vlak dat zelfs de kleinste verhoging van het land al een heuvel wordt genoemd. Je zou denken dat in zo’n omgeving gewapend verzet onmogelijk is, want iedereen die maar op het kleinste bergje staat, kan elke beweging zien. Toch waren de inwoners van Gaza van oudsher wel degelijk in staat om zich te verweren. Hoe kregen zij dat voor elkaar? In dit artikel bekijken wij de gewapende strijd van Gaza van oude verdedigingswerken tot moderne tunneloorlogvoering.
We onderzoeken hoe georganiseerd verzet tientallen jaren heftige onderdrukking heeft weten te overleven, terwijl Israël gebruik kon maken van de modernste wapens die het van de Verenigde Staten en andere westerse landen kreeg. Satellieten houden Gaza van bovenaf in de gaten. Surveillance-drones blijven urenlang in de lucht. Infraroodcamera’s die warmte ook in het donker kunnen waarnemen volgen de bewegingen van de mensen, terwijl elektronische apparaten die geologen gebruiken om lichte aardbevingen waar te nemen ondergrondse activiteit weten te ontdekken. Precisiewapens kunnen bijna overal in de Gazastrook toeslaan. Het verzet van Gaza is daartegenover gebaseerd op een gezamenlijke ervaring van vreselijk onrecht, op een eigen gemeenschappelijke cultuur en een algemeen verlangen naar een onafhankelijke eigen staat.
Duizenden jaren geleden, lang voordat de zionisten Israël in 1948 stichtten, bestond de stad Gaza al. Zij lag aan de Via Maris, de oude handelsroute van Afrika naar Azië. Die liep van Heliopolis in Egypte via Gaza aan de kust van de Middellandse Zee naar Damascus in Syrië. Kooplieden trokken door de stad, en legers vielen die aan. Haar haven was een toegangspoort voor de weg naar Azië, maar dit maakte haar tot een belangrijk knooppunt die buitenlandse heersers graag in handen wilden hebben. Zodoende waren de Gazanen geregeld gedwongen zich tegen vreemde legers te verdedigen.
Gaza-stad en de hele Gazastrook veranderden ingrijpend van karakter door de Nakba, de Catastrofe van 1948, toen zionisten zoveel mogelijk Palestijnen probeerden te verjagen. Oorspronkelijk waren de meeste inwoners van de stad afkomstig van families die er al generaties lang woonden, of uit het omliggende district kwamen. Maar nu vestigden zich er heel veel Palestijnen die op de vlucht waren voor de zionistische gewapende bendes. Zij kwamen uit kuststeden, marktplaatsen en landbouwdorpen van Palestina, zoals Al-Majdal, Simsim, Hamama, Al-Faluja, Bayt Daras en noem maar op. Meer dan tweehonderdduizend ontheemde Palestijnen waren gedwongen een woonplekje te vinden in een smalle kuststrook van slechts veertig kilometer lang en gemiddeld negen kilometer breed.
Dit was een grote verandering voor Gaza. Opeens moest een grote groep boerinnen en boeren zien te overleven in overvolle vluchtelingenkampen zoals het Shati kamp, het Jabilia kamp, het Nuseirat kamp en het Khan Yunis kamp, waar ze gezamenlijk hun grote verlies onder ogen moesten zien en proberen te verwerken. Ondertussen versterkte de belegering door Israël armoede en staatloosheid, maar ook een cultuur van verzet die draaide om het recht op terugkeer en die gebaseerd was op sumud: standvastigheid, met een gezamenlijke godsdienstige overtuiging, kennis van de geschiedenis en politieke visie.
Ik zal in dit artikel niet de godsdienstige en psychologische kant van het verzet bespreken, maar we moeten wel beseffen dat die het fundament vormen van Gaza’s militaire uithoudingsvermogen. Temeer omdat veel journalisten met complotten aankomen die ze meestal uit de Israëlische media opgepikt hebben, om te verklaren waarom de Palestijnen de moed niet opgeven. Wist Netanyahu van tevoren van de 7 oktober aanval van Hamas en liet hij het gebeuren? Waren Palestijnen slechts pionnen in een Israëlisch inlichtingendrama? Was de aanval en de genocide die daarop volgde onderdeel van een geheim Israëlisch plan om de macht over Gaza volledig in handen te krijgen?
Dergelijke theorieën hebben geen oog voor de bereidheid van de Palestijnen zelf om te vechten voor hun eigen toekomst. Gazanen zijn echter geen passievelingen, die maar afwachten wat er allemaal op hen afkomt. Ze zijn vastberaden, vindingrijk en weten vol te houden, ondanks Israëls koloniale optreden. Vanuit deze achtergrond richten we ons op de lange geschiedenis van gewapend verzet van Gaza.
Hoe je te verdedigen in een vlak gebied?
Gaza heeft sinds de oudheid weerstand geboden aan buitenlandse veroveraars. Het gebied ligt aan de belangrijke handelsweg die de Nijldelta verbindt met de Levant (Zuidwest-Azië, het gebied ten oosten van de Middellandse Zee) en Mesopotamië (het huidige Irak), en voor veroveraars – van de farao’s, Assyriërs, Babyloniërs, Perzen, Grieken en Romeinen tot de kruisvaarders en Ottomanen – was de controle over Gaza van vitaal belang.
Omdat er geen bergen of wildernissen waren om hen te beschermen, vertrouwden de Gazanen op vestingwerken die ze zelf hadden gebouwd en op hun eigen vastberadenheid. Toen Alexander de Grote in het jaar 332 vóór onze jaartelling optrok naar de stad om de weg naar Egypte veilig te stellen, organiseerde gouverneur Batis vastberaden de verdediging van de stad met aarden wallen, en loopgraven en liet hij tunnels graven om de belegeringsmachines ondermijnen. Meer dan twee maanden hield Gaza een van de meest formidabele legers van de oude wereld tegen, bracht ze die zware verliezen toe en verwondde Alexander zelf. Toen de muren uiteindelijk bezweken, doodde de keizer de verdedigers van de stad.
De Nakba en de eerste kampen
Het moderne verzet van Gaza begon met de Nakba, de Catastrofe, van 1948. Voor die tijd was de Gazastrook een welvarende kuststreek, met een behoorlijk grote stad omringd door boerendorpen. Het oorlogsgeweld verwoestte die fraaie wereld. Verschillende zionistische strijdgroepen en het pas opgerichte Israëlische leger vernietigden toen tientallen Palestijnse dorpen en joegen hun inwoners op de vlucht. Meer dan tweehonderdduizend vluchtelingen weken uit naar de Gazastrook, die door de wapenstilstandsovereenkomst van 1949 onder Egyptisch bestuur kwam. De bevolking van dit kleine gebied verdrievoudigde bijna van de ene dag op de andere, waardoor het een van de dichtstbevolkte streken ter wereld werd.
Het pas opgerichte United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA, Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten) richtte acht officiële vluchtelingenkampen op in: Jabalia, Shati (Strand Kamp), Nuseirat, Al-Bureij, Maghazi, Deir al-Balah, Khan Yunis en Rafah. Bedoeld als tijdelijke onderkomens, werden ze geleidelijk aan overvolle betonnen wijken met smalle steegjes, dunne muren en gemeenschappelijke waterkranen. De families die er woonden bewaarden de ijzeren sleutels van hun stenen huizen en herinnerden zich de grenzen van hun sinaasappelboomgaarden. In de kampen werden persoonlijk verdriet, armoede en onteigening een gedeelde politieke ervaring. Voor elke nieuwe generatie bleef terugkeer naar hun oorspronkelijke dorpen en velden de belangrijkste eis aan Israël.
Fedayeen – guerrilla-aanvallen
Begin jaren vijftig was de opgekropte woede en wanhoop van de vluchtelingen zo groot geworden dat ze zich niet langer aan de wapenstilstandsgrenzen wilden houden. Aanvankelijk staken heel wat vluchtelingen zo nu en dan heimelijk de grens van de Gazastrook over, en keerden even terug naar hun oorspronkelijke woonplaats om gewassen te oogsten, wat spullen op te halen of familieleden te bezoeken. Israël sprak dan automatisch van “infiltratie”, liet zijn soldaten de Palestijnen die ze in het oog kregen neerschieten en ondernam heftige vergeldingsacties in de Gazastrook, die onder Egyptisch bestuur stond.
De opkomst van fedayeen (guerrillastrijders, letterlijk, “zij die zichzelf opofferen”), was een reactie op het Israëlische geweld tegen Palestijnen die de grens van de Gazastrook overstaken. Aanvankelijk waren het onafhankelijke groepen gewapende jonge vluchtelingen, die wat vernielingen aanrichtten in het gebied dat Israël in beslag genomen had, militaire posten overvielen, en hinderlagen legden om Israëlische soldaten te beschieten. In 1955 begreep de Egyptische president Gamal Abdel Nasser hoe actief bewoners van de vluchtelingenkampen Israëlische soldaten aanvielen. Hij liet daarom de Egyptische militaire inlichtingendienst fedayeen-eenheden organiseren, bewapenen en trainen. Onder Egyptische leiding werd Gaza een basis voor gewapende invallen in Zuid-Palestina, dat nu deel uitmaakte van het pas opgerichte Israël.
Door de fedayeen waren de Palestijnen van na de Nakba niet langer zielige mensen die afhankelijk waren van hulporganisaties, maar een politieke groep waar Israël terdege rekening mee moest houden. Haar angst voor het toenemende aantal invallen was een van de redenen om deel te nemen aan de Sinaï-oorlog van 1956 tussen Engeland/Frankrijk en Egypte over het Suezkanaal. Tijdens deze oorlog, die tien dagen duurde, bezette het Israëlische leger ook even de Gazastrook die onder beheer stond van Egypte. Het vermoordde daar vele vluchtelingen en fedayeen.
PLA en Ain Jalut Brigade
Naast de guerrillagroepen ontstonden ook verschillende Palestijnse legereenheden die gesteund werden door de landen waar Palestijnen als vluchtelingen naar waren uitgeweken. De Arabische Liga (samenwerkingsverband van 22 Arabische landen) hielp in 1964 bij het oprichten van de Palestine Liberation Organization (PLO, Palestijnse Bevrijdingsorganisatie), en kort daarop zette de PLO een militaire tak op: het Palestine Liberation Army (PLA). Het belangrijkste onderdeel van deze organisatie in Gaza was de Ain Jalut-brigade, vernoemd naar de belangrijke slag in Palestina bij de bron met die naam in 1260 waarbij de mammelukken (slaafgemaakte soldaten in dienst van de Egyptische vorst) het Mongoolse leger uit Oost-Azië versloegen.
In tegenstelling tot de zelfstandige fedayeen-cellen functioneerde de Ain Jalut-brigade als een traditionele militaire macht met duidelijke rangen, commandostructuur en zware bewapening. Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 vocht de brigade hardnekkig tegen de Israëlische pantsercolonnes die oprukten langs de kustweg, en leed daarbij zware verliezen.
Nadat Israël de Arabische landen (Egypte, Syrië en Jordanië) had verslagen bezette het de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem), de Golanhoogvlakte en de Sinaï. Haar oppervlakte werd vier keer zo groot. Veel PLA strijders waren omgekomen of naar het buitenland gevlucht. Maar de Ain Jalut Brigade liet een belangrijke erfenis achter. Duizenden jonge Gazanen hadden militaire discipline geleerd, wapenonderhoud en hoe een veldslag te leveren. Velen van hen keerden terug terug naar de vluchtelingenkampen, en zetten daar de geheime guerrillanetwerken van de jaren zeventig en tachtig op.
Deel 2 verschijnt binnenkort.
Ramzy Baroud
Het oorspronkelijke artikel “Outsmarting the Sky: The Secret History of Gaza’s Subterranean Resistance” verscheen in augustus bij Thinking Palestine. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.