Antimilitarisme En Ecologie
Geconfronteerd met enorme staatsinvesteringen in de oorlogsindustrie, roept de Franse socioloog Pierre Douillard-Lefèvre milieuactivisten op om hun antimilitarisme nieuw leven in te blazen. Een ‘vitale’ verbintenis die hen in staat stelt vanuit Frankrijk actie te ondernemen. Dit neemt Nicolas Celnik over van de voornoemde socioloog met wie hij een vraaggesprek had voor de Franse ecologische site Reporterre. Ik vertaal dit interview, want het is geen onderwerp dat zich tot Frankrijk beperkt (het origineel is integraal te lezen op de genoemde site, zie Online).
Hoewel Frankrijk gepresenteerd wordt (zoals door Macron) als ‘machtig en verantwoordelijk’ en ‘strikt defensief’, staat de toenemende militarisering lijnrecht tegenover antimilitaristische, milieubewuste standpunten. Pierre Douillard-Lefèvre is de auteur van het boek Maudite soit la guerre (Vervloek de oorlog; Divergences, 2025). Het boek draagt als ondertitel: Handboek voor antimilitaristisch verzet. Hij pleit voor een hernieuwing van het antimilitarisme, dat fundamenteel is geweest voor de politieke ecologie in Frankrijk. En wel als volgt. [ThH]
Reporterre — Hoe kun je vandaag de dag een antimilitaristische positie innemen, nu er sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog nog nooit zoveel gewapende conflicten in de wereld zijn geweest, zoals de bombardementen op Iran door Israël en de Verenigde Staten op zaterdag 28 februari nog eens pijnlijk duidelijk maakten?
Pierre Douillard-Lefèvre — Er is een eerste valkuil om te vermijden: Emmanuel Macron spreekt over ‘herbewapening’ — alsof er sprake is geweest van ontwapening — en beweert dat we de afgelopen decennia hebben geprofiteerd van het ‘vredesdividend’. Maar hoewel er nu veel conflicten zijn, is er echter nooit een periode van vrede geweest: sinds de onafhankelijkheidsoorlogen eind jaren zestig heeft Frankrijk zo’n zestig militaire operaties in Afrika uitgevoerd, gemiddeld één per jaar. En in de landen van het mondiale Zuiden is de oorlog nooit geëindigd.
Daar komt bij dat de investeringen in het militair-industriële complex de afgelopen jaren enorm zijn toegenomen. De Verenigde Staten onder Donald Trump, met het grootste militaire budget ter wereld, streven ernaar hun investeringen in deze sector met 50% te verhogen, terwijl de Europese Unie via ReArm Europe een plan van 800 miljard euro heeft aangekondigd (zie Online). Wereldwijd zijn de militaire uitgaven nog nooit zo hoog geweest.
De voorbeelden van de Eerste Wereldoorlog en de wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog, die gekenmerkt werd door conflicten via tussenpersonen over de hele wereld, laten ons zien dat staten die hun schatkist leegmaken om zichzelf militair uit te rusten, vroeg of laat de verworven wapens gaan gebruiken.
In die context wordt antimilitarisme van vitaal belang. Maar antimilitarisme moet niet worden verward met pacifisme: pacifisme is een moreel standpunt, volgens welk geweld onder alle omstandigheden moet worden afgewezen. In situaties van onrecht, waar de sterken de zwakken onderdrukken, of een kolonisator de gekoloniseerde onderdrukt, komt pacifisme neer op het handhaven van de status quo.
Of het nu ging om de verdediging van de Spaanse Republiek in 1936 of het leiden van het verzet tegen het nazisme in Frankrijk of het fascisme in Italië, antimilitaristen zoals de filosofe Simone Weil grepen met tegenzin naar de wapens, zonder het als doel op zich te beschouwen. Antimilitarisme is geen abstracte afwijzing van geweld, maar een afwijzing van de militarisering van de bevolking, van nationale eenheid en van blinde gehoorzaamheid aan het leger.
R. –– Maar tegenwoordig trekken we niet meer met geweren in de hand ten strijde, nu oorlog gevoerd wordt met geavanceerde technologieën.
P. D-L — Antimilitarisme is de afwijzing van alle oorlogen tussen staten. Sinds de Industriële Revolutie betreft een oorlog tussen staten twee technologische en industriële systemen die tegenover elkaar staan, met mensenlevens als inzet. Het is ook belangrijk om te onthouden dat 90% van de slachtoffers van moderne oorlogen burgers zijn: het zijn niet langer voornamelijk soldaten die tegenwoordig in oorlogen omkomen.
Maar we moeten het debat enigszins verschuiven: Frankrijk is de op één na grootste wapenexporteur ter wereld en Franse bedrijven leveren materieel aan Oekraïne, Rusland, Israël en andere landen. Daarom hebben wij vanuit Frankrijk een bijzondere rol te spelen in de strijd tegen militarisme, door deze technologieën, geproduceerd door onze nationale giganten zoals Thales, Safran, Dassault, enzovoort, aan de kaak te stellen. [Nederland blijkt een van de grote wapenexporteurs in de wereld te zijn (zie Online). Er wordt heel wat militair materiaal geleverd; denk aan marineschepen, vliegtuigonderdelen, vuurleidingssystemen; thh.].
Dit wil niet zeggen dat we de standpunten van sommigen aan de linkerzijde moeten overnemen, zoals Marine Tonderier [De Groenen], die zegt dat ze niet tegen manieren is om ‘de oorlogsinspanning te financieren’, of anderen die pleiten voor de socialisatie van het apparaat voor de productie van militaire technologie. Met andere woorden, militarisme in een groen of roze jasje. Maar dit negeert het feit dat dit zulke specifieke, geavanceerde technologieën zijn dat ze, net als kernenergie, niet democratisch of sociaal beheerd kunnen worden en onder de verantwoordelijkheid van de nationale veiligheid vallen.
R. –- Welnu, op welke manier beginnen?
P. D-L — De eerste stap is om opnieuw contact te maken met een antimilitaristische cultuur, door erover te leren en er met anderen over te praten. Dit vormde nog niet zo lang geleden de ruggengraat van de linkse en milieubewegingen. Te denken is aan Boris Vian die Le Déserteur (De Dienstweigeraar) zong. [Dit lied is ook in het Nederlands vertaald en gezongen door Peter Blanker; in het Zweeds zingt Cornelis Vreeswijk het; zie erover het mooie artikel van Dries Delrue, getiteld ‘Boris Vian, Le déserteur’ zie Online; thh.].
Ook is te wijzen op de milieukrant La Gueule Ouverte (De open mond), opgericht in 1972, die in wezen antimilitaristisch was, of wel een instrument van een meervormige strijd: antimilitaristisch, anti-kernenergie, anti-milieuverontreiniging. ‘Hoewel de publicatie in 1980 werd stopgezet, blijft het voor degenen die het blad kenden een referentiepunt voor de politieke structurering van de ecologie’, aldus citeer ik (thh.) het artikel over deze milieukrant van Anne-Sophie Novel op de Franse site Vert (zie Online). Weer een kwart eeuw verder en je kan de demonstraties in herinnering roepen tegen de invasie van Irak in 2003, die miljoenen mensen wereldwijd op de been brachten.
Dit is wat de Franse coalitie van collectieven ‘Guerre à la guerre’ probeert nieuw leven in te blazen, en het is de moeite waard om aan hun zijde te strijden. Welke collectieven daaraan allemaal meedoen is te achterhalen op hun site, zie Online. De naamgeving stamt van een eeuw terug, meld ik (thh) nog maar eens. Het betreft een verwijzing naar het fotoboek Oorlog aan de oorlog; in vele talen uitgekomen, oorspronkelijk uitgebracht in 1924 door de Duitse pacifist Ernst Friedrich onder de titel Krieg dem Kriege; zie voor hedendaagse aandacht verder, Online; thh.). Overigens roept dit bij mij (thh.) nog wat andere oudere literatuur op, zoals De wapens neder van Bertha van Suttner. Dat verscheen in 2024 in een nieuw educatief jasje, in verschillende talen, onder de titel Op zoek naar vrede, Jazy & Bertha von Suttner, zie Online.
Vervolgens moeten we bedenken dat oorlog zonder arbeiders onmogelijk is: moderne militaire technologieën zijn afhankelijk van uiterst complexe toeleveringsketens, mobiliseren grote aantallen onderaannemers, en dit is een van hun zwakke punten.
Een goed voorbeeld hiervan was de actie van de CGT-havenarbeiders in Fos-sur-Mer, die in juni 2025 besloten wapentransporten naar Israël te blokkeren. Andere organisaties, zoals Stop Arming Israel (zie Online), grijpen rechtstreeks in bij de circa 200.000 werknemers van de wapenindustrie in Frankrijk, wier materieel wordt gebruikt voor de bombardementen op de Gazastrook.
Ten slotte kunnen coalities worden gevormd door middel van milieumobilisaties. Waarom? We moeten verwachten dat veel grote, onnodige en opgelegde projecten in de komende jaren uitbreidingen zullen zijn. Dat zal bijvoorbeeld wapenfabrieken aangaan of nieuwe steengroeven die worden geopend voor de winning van grondstoffen voor wapenonderdelen of voor de productie van wapens. Dit alles met catastrofale gevolgen voor het milieu. Dit zijn allemaal nieuwe terreinen voor ecologische en antimilitaristische strijd.
Nicolas Celnik (Vertaling en bewerking Thom Holterman. Het vraaggesprek, opgenomen op 2 maart 2025 op de site van Reporterre, is integraal te lezen, Online)
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.