Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant16 april 2026

Verzet in Minneapolis tegen ICE – een terugblik (deel 1)

Author: Doorbraak.eu | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: doorbraak.eu

Veel inwoners van de stad Minneapolis in het noorden van de Verenigde Staten kwamen van december tot half februari in opstand tegen het willekeurig arresteren van bruine en zwarte mensen door ICE (Immigration and Customs Enforcement, Immigratie- en Douanedienst) en dwongen de regering-Trump deze politiedienst terug te trekken en zijn voorman, Greg Bovino, te degraderen. In andere steden zoals Chicago en Los Angeles waren al eerder protesten, maar de massale uitbarsting in Minneapolis was een stuk heftiger en effectiever. In een vijftal interviews met lokale organisatoren bespreken we dit inspirerende en succesvolle verzet. Vandaag de eerste twee .

1. Doran Schrantz: “Mensen leerden hun buren kennen”

Dit was een mobilisatie van de hele samenleving. Ik durf te wedden dat zestig tot zeventig procent van de mensen in de agglomeratie Minneapolis op de een of andere manier betrokken was bij de opstand tegen ICE, of het nu ging om het bezorgen van eten, mensen met de auto ergens naar toe brengen of het patrouilleren in de buurt. De beweging steunde op drie pijlers die gezamenlijk zo sterk waren dat het Trump-regime zich moest terugtrekken.

De eerste pijler was praktische hulp bieden. Voor veel mensen was dit een opstapje om mee te gaan doen. In een situatie van onderdrukking is iemand te eten geven geen liefdadigheid, maar een daad van verzet. Er ontstond zo een heel netwerk voor de overleving en de bescherming van migrantenburen.

De enige strategie van ICE die we konden ontdekken, was arresteren op huidskleur, ontvoeren en in de gevangenis opsluiten. Zonder een bepaald juridisch beleid. De serieuze zakenkrant The Wall Street Journal had aanwijzingen dat de agenten een beloning kregen voor arrestaties. Verder lazen we in een artikel van Minnesota Reformer dat advocaten meer dan duizend rechtszaken hadden aangespannen tegen het gevangen houden van migranten. We kennen de precieze cijfers niet, maar honderden mensen werden opgesloten in een groot overheidsgebouw, de Whipple Federal Building, en later weer vrijgelaten. Meer dan honderd erkende vluchtelingen werden er vastgehouden en later naar Texas gevlogen om daar te proberen hun verblijfsvergunning in te trekken. Als je bruin, zwart of inheems was, was het niet veilig om de straat op te gaan, bijvoorbeeld om boodschappen te doen.

Het netwerk voor praktische hulp heeft het mogelijk gemaakt om duizenden en duizenden mensen te beschermen en te ondersteunen. Het was een uitgebreid en degelijk georganiseerd. Zo was er een groep verloskundigen die hielpen bij thuisbevallingen, en een andere die in het geheim kinderopvang verzorgden.

De tweede pijler was het toezicht op de naleving van de Grondwet. We hebben meer dan dertigduizend mensen getraind toen we de ICE vloedgolf aan zagen komen. Unidos MN, Monarca en het Immigrant Defense Network begonnen een jaar geleden met trainingen: wat te doen als je ICE-agenten in jouw buurt bezig ziet. De deelnemers hoorden wat de grondwettelijke rechten van iedereen zijn of je nu de Amerikaanse nationaliteit bezit of niet. Ook kregen ze achtergrondinformatie over hoe autoritair politieoptreden er in de praktijk uitziet. Verder waren er nog cursussen geweldloze directe actie.

We hebben ook een netwerk van Signal-chatgroepen per straat opgezet. Die stonden los van de verschillende stedelijke organisaties, hoewel veel van de deelnemers daar wel contact mee hadden. Tijdens de opstand hielden de Signal-groepen nauwkeurig bij hoe snel hun leden ter plekke waren. Soms waren ICE-auto’s in anderhalve minuut omsingeld door tientallen mensen met fluitjes.

Er was al ervaring met straatgroepen uit de tijd van de Black Lives Matter-acties na de moord op George Floyd in Minneapolis in 2020. Het netwerk dat in die tijd ontstaan was is de afgelopen jaren drie tot vier keer zo groot geworden. Wat we in de weken na de moord op Floyd leerden, hebben we nooit vergeten. We wisten dat ICE gewelddadig en wetteloos zou optreden. Maar wij zouden dat niet doen, wij zouden niet escaleren.

Niemand van onze groepen was aan het “inmengen” of “belemmeren” van arrestaties, dat is namelijk verboden. Maar we oefenden het grondwettelijke recht uit om te documenteren en te observeren. Kristi Noem (minister van Binnenlandse Veiligheid), Corey Lewandowski (haar secretaris) en Greg Bovino (ICE-commandant) probeerden echter geweld uit te lokken, maar dat lukte hen niet. Daarom moest ICE van tactiek veranderen. Ze hadden te maken met verzet van de hele bevolking, dus begonnen ze ons allemaal te behandelen als vijanden of opstandelingen. Maar we waren zo sterk georganiseerd dat ICE-agenten niet eens konden gaan plassen of in een restaurant iets gaan eten zonder te worden lastiggevallen. Ze konden niet eens rustig tanken.

We hadden hier allemaal zo’n diepe minachting voor hen. Bovendien had iedereen een fluitje bij zich en de instructie om ICE niet aan te raken of hen in de weg te gaan staan. Maar schreeuwen en een video maken kon wel. In januari en februari stonden er overal waar je reed mensen met een geel vest aan op de hoeken van de straten. Op sommige vesten stond: “Vreedzame waarnemer, niet schieten”. Bij elke school, elk kinderdagverblijf en elke moskee stonden mensen op wacht.

Chad DavisBY 4.0

De derde pijler van het verzet was onze hechte organisatie door een tijdelijk samenwerkingsverband van honderdtwintig geloofs-, vakbonds- en maatschappelijke organisaties dat we ICE Out of MN noemden. Het hielp ons bij het vaststellen van een reeks duidelijke eisen en een krachtige strategie. De eerste belangrijke periode van ons verzet begon op 7 januari na de moord op Renée Good en liep tot de Dag van Waarheid en Vrijheid op 23 januari: geen werk, geen school, niet winkelen, waaraan ruim driehonderdduizend mensen hebben deelgenomen.

Er was die dag een hele reeks geweldloze directe acties. De warenhuisketen Target had ICE toestemming gegeven om gebruik te maken van de parkeerterreinen bij haar filialen. Daarom organiseerden we zitacties in of bij haar winkels en hoofdkantoor. Er waren nog meer sit-ins, bijvoorbeeld bij het hoofdkantoor van de U.S. Bank. We organiseerden een grote actie op de luchthaven tegen het meewerken van luchtvaartmaatschappijen aan deportaties. Vanaf de vroege ochtend protesteerden daar ondanks de kou (bijna min dertig graden Celsius!) al zingend ongeveer drieduizend activisten en knielden zo’n honderd geestelijken neer voor de grote hal, baden daar en werden vervolgens gearresteerd. Verder was er ‘s middags een massale demonstratie. Later hielp Mayday Strong ons bij het houden van een enquête waaruit bleek dat drieëntachtig procent van de inwoners van Minneapolis van de actiedag op de hoogte was, en dat meer dan driehondrdduizend mensen niet naar hun werk waren gegaan en ook geen boodschappen hadden gedaan. Duizend kleine bedrijven en een groot aantal vakbonden hadden de actiedag ondersteund, samen met honderdtwintig organisaties.

Er is een discussie gaande onder activisten of nu nieuwe sociale bewegingen of langer bestaande organisaties het beste grootschalige acties op touw kunnen zetten. De kritiek van de ene kant is dat grondige, langdurige organisatie veel tijd kost en niet flexibel kan zijn, terwijl de andere kant aanvoert dat gedecentraliseerde plotseling opkomende sociale bewegingen geen krachtige strategie kunnen ontwikkelen, omdat ze alleen maar meeliften op de golf van het moment.

Ik heb dat tegenover elkaar plaatsen van deze twee manieren van actievoeren altijd dom gevonden. In Minneapolis merkten we dat beide vormen nuttig waren. Je hebt aan de ene kant degelijke, langer bestaande organisaties zoals Unidos nodig, die in staat zijn dertigduizend mensen op te leiden. Terwijl aan de andere kant de werkelijke beweging onder de bevolking veel groter en breder is dan welke organisatie ook kan omvatten en die haar eigen energie heeft, en haar eigen knooppunten, geleid door lokale mensen. Juist die combinatie van deze twee organisatievormen maakten de grootste golf van verdediging en verzet mogelijk die ik ooit heb gezien.

Als er één belangrijk ding is, iets dat elke grote stad zou kunnen doen, dan is het wel het zaadje planten van je buren leren kennen. Het opbouwen van een sociaal weefsel is van onschatbare waarde. Want we hebben de hele bevolking nodig om de opmars van gewelddadig extreem-rechts een halt toe te roepen. Al die mensen waarvan je dacht dat zij het probleem wel zouden aanpakken – de gouverneur, de burgemeester, liefdadigheidsorganisaties, de elite – blijken het niet te kunnen, tenminste niet zonder het leiderschap van gewone mensen die massaal in actie komen. Zij zijn het belangrijkst om het Trump-regime het hoofd te bieden.

Doran Schrantz

(Schrantz is al jarenlang actief als organisator in Minneapolis. Ze is de voormalige directeur van ISAIAH/Faith In Minnesota. Momenteel is Doran de oprichter en projectdirecteur van het Organizing Lab, een centrum voor training, en onderzoek om sterke, multiraciale bewegingen op te bouwen.)

2. Marcia Howard: “Ze haten ons omdat we elkaar níet haten”

De dag zonder werk, zonder school en zonder winkelen op 23 januari was het hoogtepunt van al het werk dat de vakbonden in de periode daarvoor hadden hadden verzet. Niet alleen met onze snelle reactie op ICE, maar ook door onze inzet voor een hechte samenwerking tussen allerlei vakbondsgroepen nog vóór die tijd. Toen ICE in onze stad actief werd, herinnerden we ons de algemene staking in Minneapolis van 1934. Ik ben lid van een lerarenvakbond, en wij kunnen niet zomaar te pas en te onpas een staking uitroepen. De overheid zou ons verwijten dat we in strijd met onze statuten handelen. Maar wat we hebben geleerd op het George Floydplein, de plek in het zuiden van Minneapolis waar Floyd werd vermoord, is dat een protest geen protest is als je niet de dagelijkse gang van zaken verstoort.

Greg Nammacher, de voorzitter van de plaatselijke SEIU vakbondsafdeling voor schoonmakers, beveiligers en conciërges zei iets heel interessants: “We gaan mensen erbij betrekken van allerlei organisaties die echt ter plekke dicht bij de mensen staan. Samen organiseren we dan een grote actie van Niemand gaat naar school en niemand gaat winkelen. Zo verstoren wij de dagelijkse gang van zaken. Dat wordt dan de Dag van Waarheid en Vrijheid, waarin de mensen uit de vuurlinie centraal staan.”

De leden van mijn vakbond hebben zich enorm ingezet om hun leerlingen en de gezinnen waar ze deel vanuit maken te ondersteunen. Het is fantastisch om te zien hoe gezinnen en onderwijzers samenwerkten om ervoor te zorgen dat de omgeving van leerlingen zo veilig mogelijk was. Maar het was moeilijk. We hadden bijvoorbeeld te maken met ICE-agenten die huizen binnenstormden waar een leerling online les kreeg, en de hele klas zag hoe zij het gezin op brute wijze aanvielen. Twee van onze leden werden aangevallen door een ICE-agent die een flitsgranaat, die enorm veel lawaai maakt, naar een busje gooide waar zes kinderen in zaten.

Voor de actiedag hebben we onze leden gezegd dat je in ieder geval iets moest doen, al kon je misschien niet meestaken. Dat we moesten opkomen voor onze buren. Dat we solidair moesten zijn, vooral omdat veel mensen opkijken tegen de leraren van hun kinderen. Dat de actiedag het begin zou kunnen zijn van de verandering die we allemaal wilden. Dat dit hét moment was.

Studentengroepen mengden zich in de strijd. Mensen gingen naar winkels die voedsel doneerden, bedankten hen en vroegen de managers of eigenaren dan: “Gaan jullie open op de actiedag voor waarheid en vrijheid?” Volgens een peiling nam minstens een kwart van de mensen op de een of andere manier deel. Bijvoorbeeld aan de grote demonstratie. En jeetje, 23 januari was een koude dag, zo’n dertig graden onder nul. Ik zat in de eerste vrachtwagen die bij de demonstratie voorop reed, en ik zag enorme groepen de straten vullen. We hadden gedacht dat het uur zou duren voordat iedereen het startpunt had verlaten. Maar het duurde wel twee uur!

Sommige winkels waren gesloten, en andere bleven open. Veel Latino- en Somalische restaurants deelden gratis hapjes uit aan de demonstranten. In sommige koffieshops kon je gratis eten en drinken krijgen. De werkers zeiden: “Ja, we zijn op het werk, maar we werken niet.” Er was in die periode een hele ondergrondse economie gebaseerd op solidariteit.

Omdat ik al zo lang betrokken ben bij het ondersteunen van migranten die vervolgd worden, voelde ik aan dat er een reactie zou komen. En inderdaad, op de dag na 23 januari, toen ik om acht uur ’s ochtends op een bijeenkomst op het plein was, kreeg ik een telefoontje over een schietincident waarbij een ICE-agent betrokken was, een paar kilometer verderop. Dus sprongen we in een auto en reden we zo snel mogelijk naar de genoemde plek, en kregen daar te horen dat ICE opnieuw iemand vermoord had: Alex Pretti.

Ze haten ons omdat wij elkaar níet haten. Ze dachten echt dat ze hier een racismekwestie van konden maken, over Somaliërs, die hier al sinds het begin van de jaren negentig wonen. Ze begrepen niet dat ze op die manier zwarte en witte mensen juist aanmoedigden om met fluitjes en telefoons de straat op te gaan.

Minneapolis is een progressieve stad in een staat die typisch Amerika is, behalve dan dat de winters hier lang en erg koud zijn en dat er tamelijk veel mensen van Duitse afkomst wonen. Als ik vast kom te zitten in de sneeuw, doet ras, politiek of wat dan ook er voor hen niet toe. Deze mensen stoppen voor me, stappen met een schep uit hun auto en helpen me uit de sneeuw zonder ook maar een woord te wisselen. Misschien omdat we weten dat het in die ijzige maanden om leven of dood gaat. We moeten elkaar wel helpen.

Als je ergens woont waar mensen van oudsher zonder meer voor elkaar zorgen, dan wordt het gezag boos en strooit met beschuldigingen van fraude. Ze zeggen dat wij in Minnesota zwak van hart en geest zijn en dat we ons laten uitbuiten door hordes migranten. Hoe we het in ons hoofd halen negentien miljard dollar voor hulp aan onze medemensen te besteden? Dat moet wel fraude zijn, dat kan niet anders…

Ze haten ons omdat wij niet zoals zij zelf zijn. Wij gebruiken het belastingoverschot om studenten vier jaar lang gratis te laten studeren, als hun ouders minder dan tachtigduizend dollar per jaar verdienen. We geven aan werkers in het onderwijs, die per uur worden betaald, in de zomer een werkloosheidsuitkering. Bij ons krijgen alle kinderen op openbare scholen elke dag een gratis lunch. We besteden ons belastingoverschot aan mensen die dat goed kunnen gebruiken, en dat is een gruwel voor het kapitalisme.

Marcia Howard

(Howard is lerares Engels en voorzitter van de plaatselijke afdeling van de onderwijsvakbond. Sinds 2020 is ze een belangrijke medewerker van de verzetsruimte op het George Floydplein in Zuid-Minneapolis.)

Deel 2 met de andere drie interviews verschijnt binnenkort.

De oorspronkelijke tekst van “Why Was Minnesota’s Resistance to ICE the Strongest Yet?” verscheen voorjaar 2026 bij Hammer&Hope. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.