Patriarchaal geweld is een vast onderdeel van militarisering en oorlog
Deze tekst is de tweede stelling uit de Duitstalige brochure “Er steekt een storm op – stellingen over oorlog, imperialisme en verzet”.
Let op: seksueel oorlogsgeweld!
Patriarchaal, misogyn en geseksualiseerd geweld zijn onlosmakelijk verbonden met oorlog en militarisme. Zolang er door staten gevoerde oorlogen bestaan, is de systematische ontvoering, slavernij, verkrachting, gedwongen sekswerk en moord op gefeminiseerde lichamen een handeling die in oorlogstijd wordt uitgevoerd volgens een verscherpte patriarchale logica.
De link tussen oorlog en geseksualiseerd geweld is daarbij niet toevallig, maar structureel. In de bezetting van land en de aanranding van een menselijk lichaam voltrekt zich dezelfde handeling volgens dezelfde logica. Zowel bij de kolonisatie van land als bij de kolonisatie van lichamen vindt een gewelddadige toeëigening plaats door het actief en zonder toestemming overschrijden van grenzen, met als doel inbezitneming en uitbuiting. Landroof door statelijke structuren en geweld tegen vrouwen gaan zo vaak hand in hand omdat ze voortkomen uit een en dezelfde patriarchale logica van waaruit de veroveraars en bezetters handelen: een mannelijk, statelijk subject onderwerpt door dominantie en geweld een tot vrouwelijk, gekoloniseerd object gemaakte tegenpartij, met als doel hiërarchische machts- en eigendomsverhoudingen in eigen voordeel te creëren.
“In bijna alle gewapende conflicten is geseksualiseerd oorlogsgeweld alomtegenwoordig. In deze context wordt vaak vooral over verkrachting gesproken. De term omvat echter ook andere vormen van geseksualiseerd geweld die in verband met de oorlogshandelingen plaatsvinden. Daartoe behoren bijvoorbeeld ongewenst aanraken van lichaamsdelen, gedwongen uitkleden, gedwongen sekswerk en seksuele slavernij. Meestal zijn vrouwen en meisjes het slachtoffer – maar ook queer personen, non-binaire en trans personen, evenals mannen en jongens kunnen hieraan worden blootgesteld. De daders zijn meestal mannelijk: soldaten, politieagenten en paramilitairen, maar ook burgers of medewerkers van hulporganisaties”, schrijft zelfs de Bundeszentrale für politische Bildung (het Duitse federale agentschap voor burgerschapsvorming).
Rwanda, Bosnië-Herzegovina, Irak, Congo, Soedan, Koerdistan, Syrië, Oekraïne, Palestina – bij veel oorlogen en genocides van de afgelopen decennia kwam geseksualiseerd geweld als systematische daad aan de orde in de media. Zulk geweld vond ook daarvoor al plaats, alleen wordt het sinds de jaren negentig specifieker in de openbaarheid benoemd en door de VN als oorlogswapen erkend, wat vooral een resultaat is van de strijd van vrouwenrechtenactivisten. Gendergerelateerd geweld wordt echter meestal niet als fundamenteel probleem gezien en ter discussie gesteld binnen de oorlog en de maatschappij, maar in het heersende publieke opinie slechts gebruikt om de tegenstander te delegitimeren.
Een belangrijke reden voor het hoge aantal gevallen van geseksualiseerd geweld in oorlogstijd is de straffeloosheid van de daders. In een oorlog gelden andere wetten, of zelfs helemaal geen. Bovendien zijn onderzoek en gerechtigheid vaak niet in het belang van het leger of de staat, aangezien de daad aansluit bij de doelstelling om de tegenstander te onderwerpen. Soms wordt geseksualiseerd geweld als oorlogswapen zelfs expliciet bevolen. De verharding en wreedheid tussen de strijdende partijen, en de verlaging van de drempel voor geweld, werken dit verder in de hand.
Militarisering van de samenleving
Patriarchale conditionering en geweld vinden echter niet alleen plaats aan het front of in het leger. De militarisering treft de hele samenleving en heeft daar haar weerslag op.
Patriarchaat en militarisme delen dezelfde waarden: hiërarchie, dwang, geweld, gehoorzaamheid, onderwerping, controle, autoritarisme, individualisme, concurrentie, minachting voor het leven, de mens en het ecologische systeem, onderdrukking van emoties en “zwakte”, een cultus van “kracht”, haat tegen het “vrouwelijke”, verheerlijking van het “mannelijke” (*), eigendom van en uitbuiting en africhting van lichamen ten behoeve van mannelijke, private en statelijke winst. Meer vrouwen in het leger verandert weinig aan het fundamentele karakter ervan, aangezien de functie en kenmerken hetzelfde blijven; het wordt nu alleen ook voor vrouwen mogelijk om zich hieraan aan te passen en mee te doen, mits zij patriarchaal-militaristische waarden vertegenwoordigen en de bijbehorende handelingen kunnen uitvoeren. Het doel van militarisme is om individuen te vormen volgens de zojuist genoemde kenmerken voor de behoeften van de oorlogvoerende staat, en dat doet het met precies die psychisch, emotioneel en fysiek gewelddadige methoden die het bij de te vormen mensen wil oproepen.
Militarisme vindt daarbij niet alleen plaats binnen het leger, maar doordringt de hele samenleving. Het drukt zijn stempel op sociale relaties, werk, onderwijs, gezinnen, cultuur, het publieke debat, de gezondheidszorg en het sociale stelsel, en bepaalt maatschappelijke prioriteiten en waarden. Klimaatbescherming, zorg- en verpleegtaken, inclusie – zieken, gehandicapten, ouderen, “overbodigen” en “zwakkeren” worden in de patriarchaal-militaire logica van het “recht van de sterkste” weggerationaliseerd, onzichtbaar gemaakt en achtergelaten, omdat materiële middelen doorgaans worden herverdeeld ten gunste van de oorlogscapaciteit. Tegelijkertijd wordt dit gerechtvaardigd door een autoritair en neo-liberaal verhaal over noodzaak en het nut daarvan. Dat we deze verhalen de afgelopen decennia ook al kenden, toont aan dat het karakter van een patriarchale samenleving in zekere zin altijd militaristisch is; het wordt in oorlogstijd alleen extreem aangescherpt en een openlijk doel. In principe heerst er in een patriarchale natiestaat-samenleving ook in vredestijd militarisme, omdat de methode ervan simpelweg de patriarchale methode is waarop de gehele gendergerelateerde arbeidsverdeling en structurering van de maatschappij is gebaseerd. De gendergerelateerde hiërarchie van productie en reproductie in het kapitalisme en de daarmee gepaard gaande rolverdeling, machts- en eigendomsverhoudingen ten gunste van mannelijke subjecten worden in tijden van oorlog en militarisme verder versterkt en op de spits gedreven.
Verharding en toename van patriarchaal geweld
De militarisering in eigen land en soldaten die terugkeren uit de oorlog leiden tot een toename van patriarchaal geweld in de samenleving. Oorlogsgetraumatiseerde en afgestompte soldaten die terugkeren in de maatschappij, verharden die. Geweld tegen vrouwen en kinderen thuis, tot aan moorden door mannen toe, neemt toe door oorlogservaringen. Daartoe behoort ook geweld tegen, en de patriarchaal-militaristische africhting van kinderen. Wie spreekt met ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland en de generatie die daarna opgroeide, zal ongetwijfeld de omvang van de mishandeling, het alcoholisme en de zelfmoorden merken waarmee deze generatie opgroeide. Wanneer tienduizenden of honderdduizenden mensen getraumatiseerd en verhard van het front terugkeren naar de samenleving en hun families, heeft dat navenante gevolgen.
Zelfmoorden van ex-soldaten die met trauma’s worstelen en geen plaats meer vinden in de “civiele” maatschappij, zijn eveneens een fenomeen van oorlogs- en naoorlogse tijden. Trieste bekendheid verwierf bijvoorbeeld het aantal zelfmoorden onder veteranen in de VS na de Vietnamoorlog en deels ook na de oorlogen in Afghanistan en Irak.
Militarisering betekent dus ook een verharding van de samenleving en de toename van patriarchaal geweld daarin. Wie op oorlog aanstuurt en de samenleving militariseert, zorgt actief voor dergelijke toestanden en neemt alle gevolgen daarvan op de koop toe.
Redactie van Lower Class Magazine
Noot
(*) “Vrouwelijk” en “mannelijk” staan tussen aanhalingstekens om te verduidelijken dat het gaat om maatschappelijk-historisch ontstane, geconstrueerde en toegeschreven categorieën en niet om “natuurlijke”, biologische. ↩︎
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.