Met haar Wet weerbare waarden wil Mona Keijzer onze vrijheden ‘beschermen’ (door fundamentele vrijheden af te schaffen)
De fascistische wetten vliegen je om de oren. Op 17 september is het initiatiefwetsvoorstel “weerbare waarden” van Mona Keijzer en de PVV ingediend. Het heeft een kleine kans van slagen, maar zegt veel over hun fascistische ideologie.
Normaliter begin ik met de wettekst en leg ik die langs de Memorie van Toelichting (de officiële uitleg van de wet), maar voor de verandering moeten we deze keer beginnen bij de Memorie. Uit alleen al de inhoudsopgave kan je opmaken wat voor racistisch pamflet het is.
De inleiding bevat al de eerste stelling: dat collectieve religieuze manifestaties (zoals openbare gebeden) de “neutraliteit” van de publieke ruimte aan zouden tasten. Dat de publieke ruimte “neutraal” zou moeten zijn, wordt als een feit geponeerd, juist omdat het zo’n belachelijke stelling is.
De publieke ruimte hoeft niet neutraal te zijn. Sterker nog: de publieke ruimte kán niet neutraal zijn. De publieke ruimte is van iedereen, en iedereen plaatst er een stempel op. De publieke ruimte is “neutraal” in de zin dat iedereen dat mag doen, ook met ideologische doeleinden.
Keijzer en Schilder (PVV) zien die “neutraliteit” anders. De willekeurige voorbijganger mag niet geconfronteerd worden met íets dat aan politiek of ideologie doet denken, en dat moet bij wet gehandhaafd worden. Of nou ja: de wet richt zich tegen één specifieke religie, zullen we zien.
Keijzer en Schilder zien een straatgebed als een “claim op de openbare ruimte” die afbreuk doet aan de “neutraliteit” van die ruimte. Met andere woorden: Keijzer en Schilder zetten straatgebeden neer als een “aanval” op de publieke ruimte, in plaats als een normaal gebruik daarvan.
Wat Keijzer en Schilder neerzetten is pure framing. Het schrijft aan straatgebeden een kwaadaardig karakter toe als onderdeel van een “ideologisch-religieuze agenda” bij een “onvrijwillig publiek”, dat zou kunnen leiden tot sociale druk, uitsluiting of een gevoel van onveiligheid.
Ten eerste is dit juist waar de neutrale publieke ruimte voor bedoeld is. Mensen mogen die gebruiken zoals ze willen, en mogen best geconfronteerd worden met zaken die ze ongemakkelijk, onaangenaam of aanstootgevend vinden. Dat hoort bij het leven in een vrije samenleving.
Maar Keijzer en Schilder schrijven aan straatgebeden veel meer toe dan alleen vrij gebruik van de publieke ruimte. Zij zien een geniepig misbruik van recht, bedoeld om vrijheden te vernietigen. Ze maken gebruik van sugrofobie, een bekende PVV-tactiek.
Daarom heeft wat Keijzer en Schilder zeggen het karakter van een samenzweringstheorie. Door een veroveringsdrang toe te schrijven aan moslims kan alles wat moslims doen als kwaadwillend worden weggezet, en kan alles op alles worden gezet om moslims tegen te werken.
Daarbij maken ze gebruik van een zeer bekende islamofoob hondenfluitje: onderscheid maken tussen religie en ideologie. Religie is iets dat je voor jezelf moet houden, ideologie is hoe je politiek ziet. De PVV-haat richting moslims is volgens hen niet religieus, maar politiek.
Naast dat dit een klaarblijkelijke leugen is: het is ook iets dat ze alléén bij moslims hanteren. De PVV van Schilder zelf heeft het constant over de verankering van “joods-christelijke waarden” in cultuur en politiek. Het is puur een hamer om moslims mee te slaan.
En dan komt de crux van het voorstel: voor Keijzer en de PVV is de islam per definitie ondemocratisch, straatgebeden ondergraven de democratie, en moeten daarmee verboden worden. Er zijn bepaalde dingen die je volgens Keijzer en Schilder nooit mag uiten.
Dat is natuurlijk óók hypocriet: Keijzer zelf vond (toen ze nog bij de BBB zat) dat de vrije meningsuiting zo goed als onbegrensd was toen ze het gebruikte om alle moslims weg te zetten als antisemieten. Nogmaals: dit wetsvoorstel is puur anti-islamitisch.
Het pamflet neemt volwaardig nazistische kenmerken aan zodra het gaat over “demografie”. Hierin komt naar voren dat Keijzer en Schilder vinden dat moslims, op zichzelf genomen, een gevaar zijn voor de democratische rechtsstaat, en dat de wet disciminatoir moet worden om de democratie te beschermen.
Pas met deze context kan je het wetsvoorstel van Keijzer en Schilder op waarde schatten. De eerste bepaling maakt het een en ander duidelijk: het bijkans heilige artikel 5 lid 3 van de Wet openbare manifestaties bepaalt dat de burgemeester niet gaan over de inhoud van een manifestatie. Dat wordt volgens het wetsvoorstel geschrapt.
Vervolgens creëert de wet een waslijst aan inperkingen van het demonstratierecht (en dus ook op de inhoud van straatgebeden) op basis van de inhoud van het demonstratierecht. Deze acties worden op zichzelf genomen niet illegaal, maar wél als ze in het kader van een demonstratie worden gepleegd.
Het is natuurlijk al bizar dat er bepaalde uitingen zijn die op zichzelf genomen als “staatsgevaarlijk” worden beschouwd. Het betekent simpelweg dat Keijzer en Schilder vinden dat er bepaalde meningen zijn (voor hen onwelgevallige meningen) die zo gevaarlijk zijn dat ze niet eens geuit mogen worden.
De belangrijkste bepaling uit de waslijst staat onderaan: een demonstratie mag verboden worden als deze een te groot beslag legt op de openbare ruimte. Zoals gezegd gaat het hier om zaken waarvan Keijzer en Schilder vinden dat ze niet thuishoren in Nederland.
Dat verbod is natuurlijk extreem breed. Elke demonstratie legt een groot beslag op de publieke ruimte, dat is het doel van een demonstratie. Hiermee krijgen burgemeesters dus een brede bevoegdheid om demonstraties te verbieden, die ze naar eigen inzicht mogen invullen.
Ook kunnen demonstraties verboden worden als één deelnemer oproept tot geweld tegen personen of groepen, of als door één persoon wordt opgeroepen om de regeringsvorm op “onwettige wijze” te veranderen.
Naast dat het iedereen vrij moet staan om op te roepen tot revolutie, zeker in een demonstratie: het is duidelijk dat ook dit willekeur in de hand werkt. In een manifestatie van een bepaalde omvang is er altijd wel iemand die zoiets roept. Zo nodig huurt de burgemeester iemand in om dat te doen.
Ook verboden worden manifestaties ten behoeve van organisaties die verboden zijn. Juist in een democratische staat moet je kunnen demonstreren tegen de besluiten van het gezag. Dit maakt dat compleet onmogelijk. Bedenk ook: Hamas is een verboden organisatie, Israël niet.
Bijzonder is ook de bepaling van lid 1 onder d: een demonstratie mag verboden worden als deze zou kunnen leiden tot “gecoördineerde intimidatie van personen”, onder meer vanwege het uitoefenen van hun vrije meningsuiting. Dus een tegendemonstratie kan op voorhand verboden worden.
Onderaan het artikel staat nog een bepaling dat een beperking niet mag worden gegeven omdat een opvatting “controversieel, aanstootgevend of verontrustend” is. Dat is de zinsnede uit het Handyside-arrest van het Europees hof voor de rechten van de mens.
Het is ongelofelijk dat Keijzer en Schilder juist Handyside aanhalen, want die uitspraak betekent dat dit hele wetsvoorstel onrechtmatig is. Ook uitspraken die tegen het huidige rechtsbestel zijn, zijn beschermde meningsuiting.
Nogmaals: de uitspraken worden op zichzelf niet verboden in de nieuwe wet. Ze kunnen alleen gebruikt worden om een demonstratie te verbieden. Dit gaat in tegen het idee dat juist uitspraken bij een demonstratie of manifestatie beschermd zijn, als hoogste vorm van vrije meningsuiting.
En zoals wel vaker zit het venijn van deze wet in de staart: het nieuwe artikel 13 verklaart dat bepaalde daden buiten de bescherming van de wet vallen: die als doel hebben “de democratische rechtsorde te ondermijnen” of “met onwettige middelen rechten en vrijheden van anderen teniet te doen”.
Daarmee doelen Keijzer en Schilder expliciet op de burgerlijke ongehoorzaamheid van Extinction Rebellion. Hoe de wet nu werkt is dat bepaalde handelingen die normaliter illegaal zouden zijn, beschermd worden door de Wom en dus niet illegaal zijn bij een demonstratie.
Artikel 13 draait dit om. Het zorgt ervoor dat het strafrecht op elk moment boven het demonstratierecht staat. Daarmee worden de beschermingen van de Wom feitelijk afgeschaft.
Hier gebruiken Keijzer en Schilder hetzelfde trucje dat ze met moslims gebruiken: ze schilderen wetsovertredingen van XR af als “antidemocratisch”. Het doorrijden op de snelweg wordt tot een mensenrecht verheven, met als doel om demonstranten neer te knuppelen.
Dit is de kern van het “liberaal fascisme” dat Keijzer en Schilder aanhangen. Het is het uitkleden van fundamentele rechten om zogenaamd “de democratie” te beschermen. Maar waar ze “democratie” zeggen, bedoelen ze de autoriteit van het centrale gezag.
En dat is waar dit wetsvoorstel over gaat. Onder het mom van de bescherming van vrijheden worden fundamentele vrijheden afgeschaft. Eerst van moslims, en dan van de rest.
Ik denk niet dat deze wet het in deze vorm gaat halen. Ik denk wel dat het een voorbode is van het soort islamofobe wetgeving dat we in de toekomst kunnen verwachten. Daarnaast is het een teken dat rechts heel graag bereid is om samen met de regering het demonstratierecht volledig uit te kleden.
Aanvulling: om over voorbodes te spreken: “SGP, BBB en NSC praten op radicaal congres over massamigratie, islam en woke. Mona Keijzer krijgt meeste applaus“
Of dit vanuit de regering: “Politie stopt met organiseren van bijeenkomsten voor Kerstmis of ramadan“.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.