Laat feminicide niet aan liberalen over
Feminicide, beter bekend als femicide, bleef in Nederland lang een weinig besproken onderwerp. Tot een aantal jaar geleden werd de term maar heel weinig gebruikt in de Nederlandse media, en als hij al voorkwam ging het over buitenlands nieuws(1): “Geweld tegen vrouwen leidt tot woede in ‘femicidestaat’ Mexico” (nos.nl, 15 februari 2020), “Elke twee dagen doodt een man zijn vrouw in Frankrijk” (nu.nl, 15 maart 2019), of “Strijd voor vrouwenrechten krijgt gezicht in Italië” (nos.nl, 8 maart 2017). Het “gezicht” in dit laatste artikel verwijst naar een Italiaanse vrouw die een bijna-feminicide overleefde en daarna een campagne tegen gendergeweld begon; het artikel laat niet na om te vermelden dat Italië, “dat bekend staat om zijn machocultuur” niet voorop loopt als het gaat om vrouwenrechten.
I. Het racisme van het ‘stille’ Nederlandse patriarchaat
Hiermee komen we meteen dicht bij de kern van het probleem: Nederlanders lijken makkelijk te vergeten dat het patriarchaat niet alleen in het buitenland bestaat. Het aantal moorden op vrouwen in Nederland is heel vergelijkbaar met dat in Zuid-Europese “macholanden” als Spanje of Italië – maar geen van de bovengenoemde nieuwsberichten vond het nodig om dit te benoemen; blijkbaar wordt het als vanzelfsprekend gezien dat structureel gendergeweld in andere landen volledig losstaat van onze eigen samenleving. Hiermee komt ook meteen de intersectie met racisme in beeld: het is namelijk niet zo dat het bestaan van het patriarchaat (of in ieder geval seksistisch gemotiveerd geweld) helemaal wordt ontkend: het wordt juist benoemd als een belangrijk probleem maar dan wel als een probleem van anderen, in dit geval Zuid-Europeanen.
Dit gebeurt niet alleen richting andere landen, maar ook binnen Nederland zelf. Renée Römkens, voormalig Atria-directeur en bijzonder hoogleraar gendergeweld aan de UvA, schreef in 2016 (2) over “selectieve culturalisering”: “een beeld waarin Nederlandse vrouwen dienen te worden beschermd tegen de niet-westerse vreemdeling, niet tegen hun eigen man of vriend” en waarin dus binnen Nederland gendergeweld, of “huiselijk geweld” alleen een structureel probleem is als het wordt gepleegd door mannen uit migrantengemeenschappen. Dit beeld is echter niet alleen racistisch maar ook gewoon onwaar: meer dan twee derde van de plegers van huiselijk geweld is geboren in Nederland.
De ideologie van een selectief geloof in het patriarchaat gaat dieper dan alleen de liberale media: ook bijvoorbeeld mensen die – direct of indirect namens de staat – hulp zouden moeten bieden aan overlevers van gendergeweld, hebben dit geloof geïnternaliseerd, terwijl ze vermoedelijk dagelijks geconfronteerd worden met patriarchaal geweld gepleegd door witte Nederlandse mannen. Dit is niet zomaar mijn mening, maar blijkt uit onderzoek in opdracht van de overheid zelf: de “Genderscan aanpak huiselijk geweld”, uitgevoerd door een privé-onderzoeksbureau in opdracht van het ministerie van OCW in 2013 analyseerde interviews met maatschappelijk werkersen andere uitvoerders van overheidsbeleid en constateerde dat stereotypes zoals dat van “wederzijds geweld, van de vrouw die zeurt en ‘zuigt’ en van de man die uit frustratie gaat slaan” veel voorkomen en dat “beleidsuitvoerders zelf dit beeld kritisch laten beschouwen (…) niet altijd mogelijk bleek”. (blz. 47)
In de laatste jaren, ongeveer sinds de covid-pandemie, is het bewustzijn over feminicide bij het grote publiek in Nederland snel toegenomen. Voor zover ik kon terugvinden kwam dit in eerste instantie uit centrum-linkse hoek, bijvoorbeeld in een OneWorld-artikel in 2020 en een column van Claudia de Breij in de VARA-gids in 2021. Demonstraties waren er echter nog niet of nauwelijks; in 2021 was er wel een demonstratie op de Dam tegen feminicide maar dan specifiek in Turkije, maar – afgezien van de algemene demonstraties op Internationale Vrouwendag – waren er geen grootschalige demonstraties tegen gendergeweld in Nederland zelf. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Italië waar jaarlijks op 25 november (de in Nederland relatief onbekende Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen) in de grote steden makkelijk honderdduizenden mensen op de been komen.
II. Van liberaal anti-feminisme naar liberaal ‘feminisme’?
Dat veranderde dit jaar drastisch met de heroprichting van Dolle Mina en de door hen georganiseerde demonstraties die deze maand begonnen, met meer dan duizend deelnemers aan de eerste demonstratie in Rotterdam begin deze maand. De directe aanleiding hiervoor was dat er vorige maand kort na elkaar twee verschillende mannen respectievelijk hun ex-vrouw en hun vriendin vermoordden, maar het is niet helemaal duidelijk waarom dit juist nu gezien werd als reden genoeg om (relatief) massaal de straat op te gaan, terwijl dit bij eerdere feminicides niet zo was. Hoe dan ook is het natuurlijk heel goed en belangrijk dat er nu eindelijk een begin van een manier is om onze woede over patriarchaal geweld om te zetten in actie.
Maar ik denk dat het voor ons, en met ‘ons’ bedoel ik vooral iedereen binnen de radicaal-linkse en intersectioneel-feministische beweging, extreem belangrijk is om niet te vergeten dat dit echt pas het begin is, en dat we de verdere mobilisatie tegen feminicide niet over moeten laten aan een door liberalen gedomineerde beweging als Dolle Mina. Dat dit laatste het geval is blijkt bijvoorbeeld uit een interview met Omroep Zwart voorafgaand aan de demonstratie in Rotterdam (NPO Radio 1, 27 juli 2025) waarin een van de organisatoren zegt het nationaal “plan van aanpak Stop Femicide” te steunen maar meer urgentie te willen. Dit plan werd in juni vorig jaar, net vóór de installatie van het extreem-rechtse Kabinet-Schoof, en dus nog net onder het relatief liberale (en op dat moment demissionaire) Rutte IV, gepresenteerd en is tenminste op papier een grote breuk met het kabinetsbeleid van de jaren negentig en nul dat “huiselijk” geweld expliciet zag als een probleem dat iedereen in gelijke mate kon overkomen. Ondanks een heleboel mooie taal over de systematische aard van geweld tegen vrouwen (en zelfs een – hoewel nogal klungelige – trans-inclusieve definitie van gendergeweld in de inleiding) is en blijft dit een document van een neo-liberale staat die veiligheidsproblemen direct of indirect wil oplossen met politiegeweld. Niet erg verrassend dus dat er veel wordt gesproken over het verbeteren van de samenwerking tussen politie en hulporganisaties zoals Veilig Thuis – deze laatste organisatie is trouwens zelf ook één van de grote schuldigen aan het in de praktijk brengen van neo-liberaal staatsgeweld tegen slachtoffers en overlevers van patriarchaal geweld, bijvoorbeeld het medeschuldig maken (op straffe van uithuisplaatsing van hun kinderen) van moeders aan het geweld dat hun mannelijke partner tegen hen pleegt of het weigeren van toegang tot noodopvang vanwege schulden bij woningcorporaties; dit blijkt bijvoorbeeld uit een Radboud-proefschrift uit 2022 dat antropologisch veldwerk deed bij deze overheidsdienst. Meer specifiek wordt er in het plan van aanpak hoopvol gesproken over een proef in Rotterdam met een elektronische enkelband voor daders van gendergeweld die hun (ex-)partners automatisch waarschuwt als ze te dicht in de buurt komt.
Het lijkt dus op zijn minst nogal naïef om zulk beleid als feministische organisatie zonder duidelijke kritiek te steunen; sterker nog, uit de officiële eisen van Dolle Mina zelf blijkt ook expliciete steun voor het ‘oplossen’ van feminicide via de (politie)staat: niet alleen pleit de groep voor het benoemen van femicide als misdrijf in de wet – wat op zich niets zou oplossen maar wellicht symbolisch wel waardevol zou zijn – maar ook voor het invoeren van de zogenaamde “Clare’s Law”, een in 2014 in Engeland en Wales ingevoerde wet die vrouwen de mogelijkheid geeft om bij de politie gegevens op te vragen over het eventuele geweldsdossier van hun partner. Hoewel dit op het eerste gezicht misschien een goed idee lijkt, valt het nogal snel uiteen als je er ook maar een beetje over nadenkt vanuit intersectioneel perspectief: de wet heeft alleen nut als de partner bij de politie bekend is – laten we maar hopen dat de politie na het aannemen van deze wet plechtig belooft om nooit meer etnisch te profileren, zodat het nieuwe beleid niet bijdraagt aan het onterecht groen licht geven aan mannen uit de witte middenklasse en het verder criminaliseren van mannen van kleur, en dat politiebureaus vanaf nu voor altijd een veilige plek zullen zijn voor alle vrouwen, inclusief vrouwen die volgens het systeem helemaal niet bestaan – denk aan (‘illegale’) migranten en/of trans vrouwen.
Zelfs afgezien daarvan: dit soort beleid heeft als uitgangspunt dat vrouwen bij hun gewelddadige partner blijven omdat ze niet zouden weten dat hij gewelddadig is – in werkelijkheid pleegt een man nooit zomaar feminicide maar is het de laatste stap in een langdurig patroon van geweld waaruit het slachtoffer niet zomaar kan ontsnappen. Niet omdat ze te dom zou zijn om door te hebben wat er gebeurt maar omdat ze bijvoorbeeld financieel of anderszins afhankelijk van hem is en omdat daders juist vaak het verbreken van de relatie als excuus gebruiken om tot (dodelijk) fysiek geweld over te gaan. Clare’s Law wordt op deze manier heel makkelijk nóg een excuus om vrouwen medeverantwoordelijk te maken aan het geweld dat mannen tegen hen plegen: niet alleen maakte je hem te jaloers door een nieuwe partner te vinden, niet alleen nam je zijn kinderen van hem af tijdens de scheiding, maar je was ook nog zelf te dom om eraan te denken om zijn strafblad op te vragen, of, als je wel wist van zijn strafblad, om bij hem weg te gaan.
Vanuit dit perspectief is zulk nieuw beleid, als het er al komt, helemaal géén breuk met bestaand beleid. Volgens Renée Römkens (3) volgde het bestaande beleid op de jaren tachtig waarin er juist wel erkenning vanuit de overheid was van misogynie als bron van geweld van mannen tegen hun vrouwelijke partners. Een belangrijke breuk hiermee was een invloedrijk beleidsdocument uit 2002 dat “huiselijk geweld” koos als nieuwe term voor partnergeweld, met het achterliggende idee dat dit geweld niet voortkomt uit structureel maatschappelijk geweld en genderongelijkheid, maar een individueel probleem van specifieke stellen dat voorkomt uit wederzijdse conflicten en gebrekkige communicatie en waarvan in principe iedereen het slachtoffer zou kunnen worden. Deze zienswijze past perfect in de tijdsgeest van toen: de geschiedenis was voorbij, feminisme niet meer nodig, en we leefden zo ongeveer in een neo-liberale heilstaat waarin je geluk alleen maar afhing van je individuele keuzes.
Intussen is de politieke situatie heel anders, maar zeker niet beter dan toen: met de groeiende macht en acceptatie van fascistische ideologieën is het niet onwaarschijnlijk dat gender- en kleurenblind liberaal beleid steeds meer over zal gaan in expliciet racisme en femonationalisme: het misbruiken van feministische taal en onderwerpen voor nationalistisch beleid. Het mag daarom ook geen verrassing zijn dat Clare’s Law in het VK indertijd werd geïmplementeerd onder toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Theresa May, of dat in Italië, waar feministische organisaties al ongeveer tien jaar eerder dan bij ons feminicide hoog op de maatschappelijke agenda wisten te zetten, de neo-fascistische premier Georgia Meloni ook maar al te graag (en niet op een fijne manier) zich dit onderwerp toeëigent.
III. Feminicide als radicaal-links begrip
Wie er in Nederland binnenkort in de regering komt moeten we nog zien, maar het zou extreem dom zijn om te denken dat de recente aandacht voor gendergeweld hier níét (nog meer) gebruikt zal gaan worden als excuus voor meer nationalisme – we zien nu al dat rechtse stemmen steeds luider worden naar aanleiding van de recente feminicide uit Abcoude waarvan de verdachte in een azc woonde.
Dit neemt niet weg dat de acties van Dolle Mina een enorme vooruitgang zijn en oneindig veel beter dan helemaal niet praten over feminicide. Tijdens de demonstraties zelf hoorde je bovendien ook vooral slogans en zag je spandoeken die woede over patriarchaal geweld uitdrukten, en hoorde je heel weinig (in ieder geval in mijn anekdotische ervaring) over beleidsvoorstellen – dus dat is alleen maar goed. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de groeiende maatschappelijke woede over feminicide wordt gebruikt voor verzet tegen het patriarchaat zelf en niet wordt misbruikt als schaamlap voor nog meer staatsgeweld. Hiervoor is het nodig dat de radicaal-linkse beweging, die voor zover ik heb gezien tot nu toe doodstil is geweest over feminicide, luider van zich gaat laten horen.
De eerste tekenen zijn er gelukkig al: in de afgelopen weken begonnen de Spaanstalige radicale collectieven “Feministas en Holanda” en “Feministas en Rotterdam” samen met het Groningen Feminist Network een campagne op Instagram (13) om het begrip “feminicide” (dat ik in dit artikel ook steeds heb gebruikt) te promoten als alternatief voor “femicide”. “Femicide” komt oorspronkelijk uit de anglosaksische traditie en werd als politiek begrip geïntroduceerd door de van oorsprong (witte) Zuid-Afrikaanse Diana Russell in de jaren zeventig in de betekenis van seksistisch haatmisdrijf. Hoewel dit begrip duidelijk maakt dat moorden op vrouwen geen incidenten zijn maar voorkomen uit een patroon van structureel seksistisch geweld, is het minder radicaal dan het begrip “feminicide” dat in de decennia daarop in Latijns-Amerika door Marcela Lagarde werd geïntroduceerd. “Feminicide” was in eerste instantie een Spaanse vertaling van “femicide” maar al snel werd het verbreed om niet alleen direct dodelijk fysiek geweld tegen vrouwen te beschrijven, maar ook het hele patriarchale systeem dat er aan ten grondslag ligt, waaraan (ook) de staat schuldig is.
Taal is natuurlijk maar een begin, maar wel belangrijk: nieuwe politieke begrippen maken het mogelijk om over een strijd te praten die tot nu onzichtbaar was. “Femicide” was en is een waardevol begrip om geweld tegen vrouwen zichtbaar te maken en op te roepen tot verzet ertegen; maar wat mij betreft is het nu meer dan ooit nodig dat we als (trans)feministische anarchisten en andere radicaal-linkse activisten óók de strijd aangaan tegen “feminicide” en druk te zetten op de liberale beweging zodat onze woede gekanaliseerd wordt tégen de staat, tégen de politie en tegen neo-nazi’s, en niet juist nog meer brandstof geeft aan deze reactionaire krachten.
Een eerste concrete kans hiervoor is al heel snel: morgen, op zondag 31 augustus, wordt er bij de geplande femicidedemonstratie in Utrecht verwacht dat fascistische groepen het protest zullen proberen te kapen, en roept het anarchafem-antifa blok op tot een tegenactie. Voor meer info zie instagram-pagina @feministasenholanda.Posts zijn zonder account/inloggen hier en hier te lezen. En verder: wees niet stil, sluit je aan bij lokale acties en groepen – ook minder radicale – maar laat óók daarbinnen je stem horen en radicaliseer tegen de staat, tegen racisme, tegen het patriarchaat – tegen feminicide dus!
Links Tegen Feminicide
Noten
- Mijn niet super-wetenschappelijke bron hiervoor is een simpele Google-zoekopdracht.
- Artikel “Bestemd voor binnenlands gebruik: de invloed van de vrouwen- en mensenrechtenbeweging op het debat en de aanpak van gendergerelateerd geweld”, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Sociologie, nummer 12(3).
- Renée Römkens, 2010: “Omstreden gelijkheid; over de constructie van (on)gelijkheid van vrouwen en mannen in partnergeweld”. In: Justitiële Verkenningen 36(8).
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.