Iraanse demonstranten zijn ons geen uitleg verschuldigd
Zonder anti-autoritarisme is “anti-imperialisme’ slechts conservatisme met een linkse esthetiek.
1.
In de documentaire “Celluloid Underground” uit 2024 zien we een jonge Ehsan Khoshbakht, de regisseur, die films vertoont op zijn lokale universiteit in Teheran. Zijn passie voor film is voelbaar, ontroerend en vaak hartverscheurend. Cinefilie kan in het Iran van na 1979 gevaarlijk zijn, en hoewel hij slechts een student was, werd hij voortdurend gevolgd door de geheime politie, die, zo vertelt hij ons, “als eerste bij mijn vertoningen was, het meest aandachtige en stilste deel van mijn publiek”.
Na een vertoning van “De Koe”, de film uit 1969 van Dariush Mehrjui (geschreven door Gholam-Hossein Saedi) die de relatie tussen een Iraanse boer en zijn koe (zijn enige bezit) verkent, schreeuwde een toeschouwer naar Khoshbakht dat “we geen martelaren hebben gegeven zodat jij marxistische films kunt vertonen.” De martelaren hier verwijzen naar de officieel goedgekeurde martelaren, degenen die de absolute hegemonie van de ayatollah na 1979 niet aanvochten. Zij zijn de “wij”. De marxisten, linksen, nationalisten en anderen die ook de ultieme prijs betaalden om van de dictatuur van de sjah af te komen, haalden de selectie niet; hun martelaarschap miste de soort zuiverheid die de ayatollah noodzakelijk had verklaard. Wat deze islamist, die klaagde over een marxistische filmvertoning in het post-1979 Iran, waarschijnlijk niet wist, is dat hij één ding gemeen had met het regime van de sjah – dat “De Koe” immers ook had verboden.
De zaal was sprakeloos door de opmerking, en Khoshbakht gaf aan dat hij verbijsterd was. Hij huilde. “Iedereen bleef stil, en ik vertrok in stilte.” De opmerking kwam, zo lijkt het, als een plens koud water. Het verwoestte iets hoopvols dat we in Khoshbakhts ogen konden zien wanneer hij over zijn liefde voor films praatte. Het bezielde hem, verbond hem met een wereld daarbuiten, de wereld waarvan de mannen van de ayatollah het land nu druk aan het isoleren waren. De volgende dag sloot de zedenpolitie van de islamitische republiek de filmclub.
Voor degenen die iets weten over de islamitische republiek, is dit een bekend verhaal. Zoals Khoshbakht het zelf verwoordde: “de helden van maandag, gevallen op dinsdag, geëxecuteerd op woensdag”. De revolutie at haar eigen kinderen op, de mannen van de ayatollah waren druk bezig om de macht tegen elke prijs te consolideren en hun visie op de revolutie te verdedigen, een visie die geen ruimte liet voor anderen om adem te halen. De sjah is dood, leve de ayatollah.
Een indruk die ik vaak krijg bij het kijken naar Iraanse films zoals “Celluloid Underground” is hoe feitelijk en vanzelfsprekend de onderdrukking door het regime wordt beschreven. Daarmee bedoel ik dat het absurd, onzinnig zou zijn om te ontkennen dat het regime diep corrupt en wreed is. Het zou nergens op slaan om de films van Jafar Panahi te bekijken en iets anders te concluderen. Waarom zou “This Is Not a Film”, mede-geregisseerd door Mojtaba Mirtahmasb, anders op een usb-stick uit Iran gesmokkeld moeten worden terwijl Panahi onder huisarrest stond? Waarom zou Panahi Iran niet mogen verlaten, zoals we zien in “No Bears”? Waarom zou de mensenrechtenadvocaat Nasrin Soutoudeh, die we in “Taxi” zien, herhaaldelijk worden gearresteerd samen met haar man, en waarom zou hun zoon door regeringstroepen in elkaar worden geslagen als hij zijn vader in de gevangenis probeert te bezoeken?
2.
Niets van dit alles zou nieuws zijn voor wie directe of indirecte ervaring heeft met het regime van de ayatollah, maar dit lijkt niet doorgedrongen te zijn tot degenen buiten Iran die vasthouden aan het belachelijke idee dat het Iraanse regime voorop loopt in een wereldwijd verzet tegen Israël. Dat het regime een ultra-conservatief regime is dat meer gemeen heeft met christelijk extreem-rechts, vooral als het gaat om genderapartheid, dan met zelfs de meest oppervlakkige interpretaties van ‘links’, lijkt geen enkel verschil te maken voor degenen die zichzelf anti-imperialisten noemen – en die zichzelf er op de een of andere manier van hebben overtuigd dat anti-imperialisme iets anders dan ant-iautoritair zou kunnen zijn als het niet de machtsdynamiek wil reproduceren waar het zich zogenaamd tegen verzet.
Wat is de prijs van “de goede zaak”? Wanneer is de prijs te hoog? En wie bepaalt wie die prijs betaalt? Het Iraanse regime kan tienduizenden mensen vermoorden, slechts enkele maanden nadat het zoveel gevangenen executeerde dat VN-experts de islamitische republiek beschreven als een land dat “executies op industriële schaal uitvoert”, en toch slaagt het er op de een of andere manier in om zogenaamde anti-imperialisten ervan te overtuigen dat, ongeacht de omvang van de repressie, de islamitische republiek aan de goede kant van de geschiedenis staat.
Telkens wanneer Iraniërs de straat op gaan om te protesteren tegen het totalitarisme van de Ayatollah, wordt mijn online feed, die kennelijk ‘linkse’ berichten voor mij selecteert, overspoeld met populaire accounts die even pauzeren met hun steunbetuigingen aan Palestina om onzin te verzinnen ter verdediging van het Iraanse regime. Eén video toont mensen die op zoek zijn naar geliefden in een mortuarium in Teheran vol lijken met duidelijke sporen van marteling, terwijl een andere video een of andere influencer laat zien die het op zich heeft genomen om mij te vertellen dat er een wereldwijde propagandacampagne gaande is, geleid door de VS en Israël, om het Iraanse regime te demoniseren.
Dat beide waar zouden kunnen zijn, komt niet bij hen op. Er is duidelijk een propagandacampagne gaande die het Iraanse regime afschildert als een massamoordende criminele onderneming. Dat is waar. Wat ook waar is, is dat het Iraanse regime een massamoordende criminele onderneming is. De ayatollah had ervoor kunnen kiezen om het werk van de propagandisten niet makkelijker te maken door geen massamoordende idioot te zijn. Geloof het of niet, maar je hoeft geen tienduizenden mensen een vroege dood in te jagen om buitenlandse propaganda te bestrijden. Dat is een politieke beslissing van een staat die weet dat hij geen legitimiteit heeft onder de bevolking. Als de Amerikanen of Israëli’s op een gegeven moment een regimeverandering tegen de Iraanse staat proberen door te voeren, zal niemand hun werk gemakkelijker hebben gemaakt dan de Iraanse staat zelf.
Ondanks alle verklaringen van de ayatollah over het naderende einde van het Israëlische regime, zijn twee dingen waar: ten eerste blijft de islamitische republiek de grootste moordenaar van Iraniërs sinds Saddam Hoessein en ten tweede is Palestina nog lang niet vrij. Wanneer de islamitische republiek eindelijk instort – en dat zal absoluut gebeuren – zal de vraag resteren: was dit model echt het beste dat beschikbaar was? Maakte de stelselmatige executie of verbanning van dissidenten, inclusief marxisten, Iran een betere of juist een slechtere strijder voor de Palestijnse rechten? Wordt het beter om je laars op de keel van de Iraniërs te houden als je er tegelijkertijd “Vrijheid voor Palestina” doorheen duwt?
Mijn excuses aan degenen die deze woorden lezen en denken: “uiteraard heeft het regime zich nooit om Palestijnse levens bekommerd”. Ik hoor en begrijp jullie – maar hoe obsceen het ook is, deze vraag wordt vaak geïmpliceerd in de reflexmatige, zij het harteloze, verdedigingen van het regime. Sommigen ontkennen ronduit dat het regime effectiever mensen executeert en afslacht dan de meeste andere activiteiten die het onderneemt, en anderen – waarschijnlijk een meerderheid van zulke mensen, hoewel ik dat niet met zekerheid kan zeggen – menen dat hoewel de Islamitische republiek, op zijn zachtst gezegd, gebrekkig is, die toch om bepaalde redenen verdedigd moet worden. Gaza wordt nog steeds vernietigd en Hezbollah is op de knieën gedwongen, en er zijn nog steeds mensen die geloven dat de ayatollah ook maar een vinger zal uitsteken voor iets anders dan het redden van zijn eigen regime, ongeacht hoeveel duizenden Iraniërs daarbij worden gedood?
Dit is een reëel probleem. Anti-autoritarisme kan niet optioneel zijn. Internationalisme kan niet worden gereduceerd tot situaties waarin de slechteriken gemakkelijk te identificeren zijn binnen een traditionele anti-imperialistische denkwijze die zich beperkt tot westerse vormen van imperialisme.
3.
“Anti-imperialisme” is vandaag de dag zelden meer dan een excuus voor autoritairen met een linkse esthetiek om hun eis te herhalen dat Iraniërs hun bek moeten houden over hun eigen dromen en aspiraties. “Wij” geven niet om wat “zij” willen, want onze geprojecteerde fantasieën moeten blijkbaar bepalen hoe miljoenen anderen hun leven leiden.
Iraniërs hoeven niet uit te leggen waarom het leven onder klerikaal fascisme ondragelijk is. Ze hoeven niet te accepteren dat ze onder de laars van de ayatollah moeten leven, alleen maar omdat anderen een fantasie van “het verzet” hebben gecreëerd die volledig losstaat van de werkelijkheid. Iraanse linkse activisten die gevangengezet, gemarteld en verbannen zijn door dat massamoordende regime van ultra-conservatieve, vrouwonvriendelijke geestelijken, zouden ook niet constant hoeven uit te leggen dat het regime dat de oorlog aan links verklaarde, geen vriend van links is.
Het zou geen uitleg nodig moeten hebben dat het opleggen van een patriarchale en regressieve kledingcode regressieve onzin is, of dat het überhaupt hebben van een zedenpolitie een orwelliaanse perversie is. Het zou niet ingewikkeld moeten zijn om te begrijpen dat etno-suprematie niet alleen slecht is als de zionisten het de Palestijnen aandoen, maar ook als de handlangers van de ayatollah het de Koerden of Ahvazi’s aandoen. Het zou ook vanzelfsprekend moeten zijn dat het ronduit crimineel is dat het regime miljarden uitgeeft aan zijn mislukte wilayat al-faqih-experiment, terwijl Iraniërs moeite hebben om in hun basisbehoeften te voorzien.
Niemand zou moeten hoeven uitleggen waarom mensen die ondanks de brute repressie keer op keer de straat op gaan, niet ook nog eens een zuiverheidstest hoeven te doorstaan om de steun van zogenaamde anti-imperialisten te krijgen. Het feit dat zowat elke post op sociale media van een linkse activist die de protesten steunt, wordt beantwoord met de gebruikelijke hersendode opmerkingen die absoluut alles afschilderen als onderdeel van een wereldwijde samenzwering, is op zichzelf al een diepgaand falen van het internationalisme.
Elia Ayoub
(Dit artikel verscheen op 6 februari onder de titel “Iranian protesters don’t owe us an explanation” op de website “Hauntologies by Elia Ayoub”.)
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.