Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant4 februari 2026

De geitenpaden van Saar Boerlage

Author: Globalinfo.nl | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: globalinfo.nl

(Foto: By Rob Croes for Anefo – CC0, wikimedia: Saar Boerlage deelt noo-oympics pamfletten uit aan terugkerende delegatie in 1987)

Zelf vindt ze zichzelf helemaal niet radicaal zegt ze dat ze vooral actief is geweest met mensen die problemen hadden met papieren. Die kwamen bij haar op haar werk aan de universiteit en er ontbrak dan altijd een of ander formulier waarmee ze ‘normaal’ konden worden.

Maar je hebt baanbrekende politieke dingen gedaan, zoals de oprichting van de PSP (de Pacifistische Socialistische partij, die uiteindelijk is gefuseerd tot Groen Links)?

Ja dat was wel belangrijk. Als je een partij opricht dan wil je daarmee iets bereiken. We zijn er aan begonnen met een paar mensen, want pacifisme was nergens te bekennen en links socialisme ook niet echt. Het is lang geleden en de partij bestaat niet meer, maar ik heb de linkse partijpolitiek wel altijd blijven volgen… Die vent die nu Groen Links samen met de PvdA aanvoert, Klaver, is geloof ik wel een prima vent. Ik ben trouwens wel lid van de Partij van de Dieren en daar ben ik ook nog een beetje actief in. Ik ben tegen vlees eten en veeteelt, daar is de Partij van de Dieren nog niet helemaal absoluut tegen, maar natuurlijk gaat die wel een heel eind.

Als kind in Friesland was je gewend om dieren te eten ‘met een naam’. Je kreeg dan een konijn of een bokje en die verzorgde je en daar speelde je mee en op een gegeven moment werd die toch geslacht en opgegeten. Dat was toen normaal.

Ik ken je vooral als de woordvoerder van de campagne tegen de Olympische spelen in Amsterdam, NOOlympics.

Ja, met de uitslag die we gingen vieren in Lausanne, toen Amsterdam laatste werd. Dat was voor ons een grote overwinning. Ik heb twee keer in mijn leven een Grote Overwinning mee mogen maken. De eerste was de bevrijding van de nazi-bezetting in 1945. Dat was natuurlijk veel groter dan de NOOlympics campagne. Maar toch. Dat Burgemeester Ed van Thijn en die andere gezagsdragers met de staart tussen de benen moesten teruggaan naar Amsterdam. We waren met de bus van Theaterstraat naar Lausanne gegaan en voerden ook daar nog acties voordat er gestemd ging worden. Ik had vrij genomen van mijn werk aan de universiteit, maar het duurde allemaal langer dan we hadden gedacht en toen kreeg ik wel een beetje mot met de universiteit als werkgever. Het is uiteindelijk weer goed gekomen. Een van de redenen dat we later dan gepland terugkwamen, was dat we met de bus niet konden vertrekken omdat er nog twee jongens gearresteerd werden. Ze hadden geloof ik niet naar behoren afgerekend bij het inkopen doen voor de terugweg. Het was nogal een laten we zeggen bont gezelschap waarmee we op weg waren. We kregen onderdak in het Martin Luther King House in Lausanne en daar moest ik ook nog opruimen voor we weer terug konden. Dat was alle dagen daar een gedoe geweest en ik heb nogal eens activisten moeten wijzen op zaken als dat ze niet zomaar in de moestuin moesten staan plassen. Ik ben dus naar het politiebureau gegaan waar de twee arrestanten zaten, en ze met wat onderhandelen vrij gekregen zodat we konden vertrekken. Wat scheelde was dat de politie ook wel het nut van ons vertrek inzag. Ik had ook de ouders van een aantal van die demonstranten beloofd dat ik op ze zou letten, dus daar hoorde dit ook bij. Aangekomen in Amsterdam was er geen tijd om eerst even thuis op te frissen, ik moest meteen door naar mijn werk. (zie ook *1)

Waar zat je daar aan de UvA?

Ik had in het begin een kamertje als docente in de sociale geografie. Die deelde ik met Hedy D’ Ancona, de later bekend werd als feministe en PvdA-politica. We waren samen veel bezig om mensen met idiote problemen te helpen die langskwamen. Vaak ging het om het missen van een bepaald bureaucratisch document en we verdeelden de gevallen dan met elkaar, of ze door de PvdA geholpen konden worden, of dat het een minder regulier geval was dat naar Saar ging. Hedy was natuurlijk ook van de vrouwenemancipatie, die was meer georganiseerd dan ik. Maar we kregen allerlei probleemgevallen langs, ook vrouwen die te maken hadden met mishandelingen, slechte betalingen…. Hedy zei altijd dat zij van de officiële politiek was, en ik van het geitenpaadje. Als het via de officiële politiek niet kon, vond ik vaak wel een gaatje.

Ben je door de radicalere acties ook in de problemen gekomen?

Nee eigenlijk niet. Op de Universiteit werden ze wat mopperig als ik eens te laat terug was. Aan de andere kant had je dat studenten scripties over de thematiek waar je mee bezig was schreven. Op het laatst ging ik steeds moeilijke lezen. Ik kon nog maar 15 minuten achter elkaar lezen en dan gingen de letters rondspringen. Op den duur ben ik toen afgekeurd, maar (lachend) dat was eigenlijk wel terecht.

Maar het was allerminst vanzelfsprekend dat je op de universiteit terecht zou komen?

Ik ben in 1932 geboren op de Leidsekade in Amsterdam. In 1940 is ons gezin naar het dorp Rauwerd, tussen Sneek en Leeuwarden, verhuisd. Ik sprak aanvankelijk nauwelijks Nederlands. Toen we de Tweede Wereldoorlog overleefd hadden – wat bepaald geen vanzelfsprekendheid was, daarover later – kwam ik op de ULO terecht. Maar in de oorlog hadden we veel lessen gemist. Het was vaak gevaarlijk om het huis uit te gaan om naar school te fietsen, vanwege beschietingen en dat soort zaken. Mijn vader was ondertussen opgepakt en mijn moeder hield ons thuis. Maar ik had thuis wel les gekregen van mijn oudere broer, in wiskunde. Dus daar was ik best goed in en ik haalde ULO-B, en er werd op school opgemerkt dat ik ‘merkwaardig originele oplossingen’ vond voor wiskundige problemen. Toen we na de oorlog naar Uitgeest verhuisden, kon ik door naar de HBS. Er waren nauwelijks meisjes die HBS-B deden. Veel meisjes lagen ook met TBC in het sanatorium. Ik had zelf ook ‘ een vlekje’ in mijn longen, dat had iedereen, maar ze konden niet iedereen opvangen, ze deden de meest ernstige gevallen. Daarna ging ik Sociale Geografie studeren in Amsterdam.

Je vader was predikant?

Wij woonden in de Pastorie in Rauwerd en er speelde van alles met illegaliteit. Bij veel kerken daar trouwens. Je kunt wel zeggen dat toen de bezetting begon de kerken en andere verenigingen het gezag hadden overgenomen van de officiële burgemeesters, die niet meer te vertrouwen waren of vervangen werden door Duitsgezinde mannen. Niet altijd hoor. Wij hadden een burgemeester die als er weer een bevel binnenkwam naar de pastorie ging om te overleggen wat te doen. Maar alle kerken hadden contact met elkaar, en speelden een rol in het verzet, zoals het onderbrengen van onderduikers en hun materiële verzorging.

Mijn vader was nogal uitgesproken tegen het fascisme. Zo was bekend dat bij een begrafenis, waarvoor de plechtigheid in de dorpskroeg werd gehouden, alleen door hem de dienst werd gedaan als het bordje ‘verboden voor joden’ dat verplicht voor het raam hing, werd omgedraaid. Anders kwam hij niet.

Er waren allerlei nachtelijke bijeenkomsten om dingen te regelen, waar mijn vader dan op de fiets heenging. Hij had een speciale vergunning om zijn fiets te behouden. Op een gegeven moment kwam hij terug met een geweer aan zijn fiets, dat waarschijnlijk bij een dropping naar beneden was gegooid en weggebracht moest worden naar een verzetsgroep. Maar mijn moeder was een echte pacifiste, en was tegen wapens en wees hem terecht. We hadden zelf onderduikers en ik bracht als kind valse of gestolen bonnen en stamkaarten rond, in een gordel om mijn middel moest ik de boerderijen af. Kinderen controleerden ze minder. Ik heb meegemaakt dat ze de hooiberg van een boerderij in brand staken, omdat ze dachten dat er onderduikers in zaten. Dat was ook zo, en die kwamen naar buiten…

Op een gegeven moment hebben ze mijn vader opgepakt. We zaten aan de ontbijttafel en zagen de Sicherheitsdienst op de woning afkomen. Mijn oudste broer Jan kon nog net in een kast duiken die we daarvoor klaar hadden gemaakt als verstopplek. We dachten dat ze voor hem kwamen, want hij was net oud genoeg om opgeroepen te worden voor de Arbeitseinzatz in Duitsland, maar was natuurlijk niet gegaan. Maar ze namen dus onze vader mee. eerst naar Grouw, waar ik hem de volgende dag op de fiets zag toen hij naar Leeuwarden werd gebracht. Daar heeft hij verder gevangen gezeten. We gingen iedere week een pak schone kleren brengen, waar we dan eten in probeerden te stoppen. Van wat je in de gevangenis te eten kreeg, kon je niet overleven. Hij kwam in januari 1945 vrij, was mishandeld, en had schurft.

Daarna zijn we naar Uitgeest verhuisd. Daar werd mijn vader door de Hervormde Synode uit het ambt gezet. We moesten ook de pastorie verlaten en raakten dus het inkomen kwijt. De reden was dat mijn vader het doopregister had vervalst (om mensen te helpen ontsnappen aan vervolging onder de Duitsers). We hebben toen in Amsterdam naar nieuwe behuizing gezocht. Mijn vader werd gematst door een ambtenaar die zijn naam herkende en wist dat hij in het verzet zijn leven had gered. Zo kwamen we in de Leonardostraat te wonen en kreeg hij weer een baantje als algemeen secretaris van de Nederlandse Protestanten Bond. Hij had tegen die tijd steeds meer moeite met lezen, was half blind en had assistentie nodig om te lezen. Ik heb heel wat moeten voorlezen. Hij werkte ook als invalpredikant en daarvoor haalden we oude preken van hem boven tafel, die ik dan aan hem voorlas en waarbij hij met grote hanenpoten wat notities maakte als basis voor zijn preek.

Ouders in Amsterdam

En ik ging dus Sociale Geografie studeren, en ging op kamers, want ik kreeg ook mijn eerste vriendje en thuis ging dat niet zo goed… Maar ik moest mijn studie een tijd op de lange baan schuiven om voor mijn moeder te zorgen, die een lange pijnlijke strijd met botkanker moest aangaan. Ze had de ziekte van Kahler, een vorm van bloedkanker, en allerlei complicaties met zweren die het allemaal nog pijnlijker maakten. Ik heb letterlijk naast haar bed op een matras op de grond geslapen om haar pijnstillers toe te dienen. Ze wilde er graag een eind aan maken, maar euthanasie was in die tijd niet bestaand. En mocht ook niet van mijn vader en broers, hoewel die de verzorging helemaal aan mij overlieten. Op een gegeven moment is ze naar het Prinsengracht Ziekenhuis gebracht voor bloedtransfusies, en is daar overleden. Ik heb altijd sterk het gevoel gehad dat de verpleegsters daar wel naar haar wensen geluisterd hebben, want toen was er snel een einde aan gekomen.

Mijn vader heeft daarna nog jaren geleefd. Ook voor hem heb ik steeds meer gezorgd. Hij was op het laatst wat verward en zwierf door de stad, dan moest ik hem gaan zoeken. Ik was toen al politiek actief en ze wisten hem dan in het telefoonboek te vinden en belden hem op om mij te bedreigen. Dan zijden ze dat ze me in het fietsenhok van de faculteit zouden opwachten en wat aan zouden doen en hij geloofde het dan en ging naar de universiteit om de portiers te waarschuwen. Ik werd kennelijk gehaat omdat ik toentertijd betrokken was bij de antimilitaristische studenten (in de Werkgroep Antimilitaristische Studenten (WAS) die zich onder andere tegen de zogenaamde Politionele acties in Indonesië verzetten.

Maar jaren daarvoor had hij me naar Israël gestuurd om te vragen om een brief te gaan afleveren in de Knesset. Ik heb dat toen met een vriendin, Fia Polak, gedaan. Hij had namelijk een onderscheiding in Israël gekregen en in de beschrijving stond dat hij zijn leven gewaagd had om Joodse onderduikers te redden. In de brief, die hij schreef in het oud Hebreeuws dat hij van zijn opleiding geleerd had, wilde hij duidelijk maken dat hij niet alleen joodse onderduikers had geholpen, maar iedereen die vervolgd werd, communisten jehova’ s, homoseksuelen, maakt niet uit. Ik heb die brief uiteindelijk ook afgeleverd in de Knesset, en ze waren ‘not amused’.

Fia was een vriendin die ik op de mensa van de UVA had leren kennen. Daar was een plek waar mensen uit de illegaliteit elkaar troffen. Fia had Auschwitz overleefd. Ze was met haar moeder vooruit gereisd naar Israël en kwam me afhalen in de haven van Haifa. Ik was met de trein gereisd, via Istanbul en dan de boot naar Haifa. Het was voor het eerst dat ik in het buitenland was. Met Fia ging ik naar Jerusalem en we trokken van kibboets naar kibboets. Ik vond die tijd in Israël wel heel mooi, het leek veel vrijer dan ik van Nederland kende. Je kon daar bijvoorbeeld gewoon als vrouw met andere vrouwen dansen. Ik ben na een tijdje inderhaast teruggegaan omdat het steeds slechter ging met mijn moeder. Toen ben ik terug gaan liften, zonder geld. Via via is het gelukt, dat moet in 1958 zijn geweest.

En hoe ben je de actiegroepen ingerold?

Hoe kon ik er niet inrollen?! Toen de oorlog voorbij was begon de koloniale oorlog in Indonesië. Er waren veel dienstweigeraars, die doken onder en die hielpen we, net als eerder in de Tweede Wereldoorlog.

Ik was als vrijwilliger actief geworden in Service Civile International (*2) en had gezorgd voor de Nederlandse aansluiting bij het internationale netwerk. In de Zaanstreek waren veel jongens die niet naar Indië wilden, en die moesten dan onderduiken en mijn vader hielp daar aan mee. Veel van hen kwamen in Zweden terecht, we hadden een manier om ze daar naartoe te brengen. In Velsen was een papierfabriek van Van Gelder, en daar kwam elke week een schip met hout uit Zweden. De eigenaren van de fabriek waren Doopsgezinden waar mijn vader contact mee had. Het houtschip ging elke week leeg terug naar Zweden, maar nam dan de ondergedoken dienstweigeraars die wilden vertrekken mee. Dat schip werd nooit gecontroleerd…

Saar vindt desgevraagd niet dat ze is geradicaliseerd/ Ze “was gewoon politiek actief” en was wat dat betreft van alle markten thuis: inspreken bij raadsvergaderingen, vergaderen over van alles en nog wat, verkiezingscampagnes, meelopen met demonstraties “en soms met z’ n allen op straat gaan zitten”.

Het antimilitarisme en pacifisme is altijd een rode draad geweest, mede ingegeven door haar moeder die op dat gebied “heel principieel” was. “Ik werd op de universiteit actief bij de Werkgroep Antimilitaristische Studenten (WAS). Je leerde elkaar vaak kennen bij de mensa, waar studenten goedkoop konden eten en de opscheppers van de mensa “ook mensen hielpen als ze eens geen geld hadden”. “Of als je een bord had, dan mocht je altijd bij laten scheppen. Dat bord gaven we ook wel eens door aan mensen die nog niet hadden gegeten”.

Dit alles was dus voordat actievoeren ‘normaal’ werd met de jaren 1960. Met de provo’ s en zo en Mei ’68 ontplofte de stad ineens om je heen. Hoe was dat?

“Dat was natuurlijk geweldig. Er was ineens zoveel mogelijk en iedereen kwam de straat op. Maar het waren ook spannende tijden, met politiepaarden die op demonstranten afreden die op straat zaten. Ik wist toen, met mijn kennis uit Friesland, dat je kon blijven zitten omdat die paarden er alles aan zouden doen om niet op mensen te trappen.”

Ze heeft ook af en toe in de gemeenteraad gezeten, eerst voor de PSP, later voor GroenLinks, maar dat heeft geen diepe indruk nagelaten. Ze heeft zich bemoeid met allerlei zaken die haar ter harte gingen, van het behoud van het Markermeer tot proberen alternatieven te bieden voor stedenbouwkundige rampen als de Sluisbuurt, tegenover het ook al mede door haar opgezette wooncomplex Akropolis op Zeeburgereiland (waar ze ervoor zorgde dat er op loopafstand een bushalte kwam, die nu haar naam draagt). Saar vindt het belangrijk om te benadrukken dat ze ook “heel wat gelachen heeft in mijn leven. Ook gehuild, maar vooral veel gelachen, dat was ook belangrijk”.

=======

“Over ons gezin en de pastorie is na de oorlog een boek verschenen “Een Friese Pastorie in Oorlogstijd”. Dat is gemaakt op basis van dagboekaantekeningen van mijn vader Ger Boerlage in het pastorieboek dat in de kluis teruggevonden werd, en werd aangevuld met brieven van en aan hem. (Friese Pers Boekerij Leeuwarden, 2012)

=========

*1) NOOlympics was een omvangrijke campagne met deels militante acties, die begon in 1984 en hielp voorkomen dat de spelen van 2000 naar Amsterdam gingen. Zie oa. deze website.

En hier een hilarisch Engelstalig artikel.

*2) SCI bestaat nog steeds en organiseert nog steeds werkkampen.

*) Zie ook interview in tijdschrift Ravage in 2001

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.