Geweld tegen kleine boerinnen en landarbeiders en de voortdurende strijd om hier een einde aan te maken
Machthebbers gebruiken moorden, bloedbaden en genocide om kritische stemmen het zwijgen op te leggen. Hun brute geweld is nauw verbonden met het kapitalisme, een wereldwijd systeem van meedogenloos najagen van winst door uitbuiting en onderdrukking, gebruikmakend van verschillen in klasse, sekse, ras, afkomst, kaste, leeftijd, nationaliteit en godsdienst. Het is bedoeld om angst aan te jagen, zodat mensen het kapitalisme dan maar accepteren. Herdenken is dan ook een daad van verzet, waarbij mensen weigeren uitbuiting, onderdrukking en plundering van de natuur vanzelfsprekend te vinden. Herdenken van de gevallen kameraden betekent dat we de strijd niet vergeten waarvoor zij zich ingezet hebben en die hen het leven heeft gekost.
Op 17 april 1996, nu dertig jaar geleden, richtte het Braziliaanse leger in Eldorado de Carajas (Noord-Brazilië) een bloedbad aan, waarbij negentien leden van de Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra (MST, Beweging van Landloze Landarbeidsters) omkwamen en 69 gewond. Zij maakten deel uit van 3.500 MST-leden die een landgoed bezet hadden om landhervorming af te dwingen, omdat de overheid volgens de wet ongebruikte landbouwgrond moest toewijzen aan landloze kleine boerinnen en boeren, maar daar in de praktijk erg terughoudend in was.
Op 24 april 2006, nu twintig jaar geleden, werd Eric Cabanit, de secretaris-generaal van de nationale boerenbeweging in de Filipijnen, UNORKA, in Davao del Norte (Zuid-Filipijnen) openlijk op wrede wijze vermoord, ongetwijfeld met de bedoeling boeren en landarbeidsters in dit gebied met veel grootschalige plantages bang te maken. In die periode was UNORKA de krachtigste linkse nationale boerenbeweging die kleine boerinnen aanspoorde om aanspraak te maken op een stuk grond in het kader van het landhervormingsprogramma van de regering. Cabanit was landarbeider op een van de grootste bananenplantages in het zuiden van de Filipijnen, waarvan de eigenaar in die periode een van de machtigste grootgrondbezitters van het land was.
Op 3 maart 2016, nu tien jaar geleden, doodde een huurmoordenaar de Hondurese inheemse leider en milieuactiviste Berta Cáceres. In 2013 had zij samen met anderen COPINH opgericht, een organisatie voor de inheemse bevolking van Honduras die zich onder meer verzet tegen stuwdammen. In 2015 had zij nog de belangrijke Goldman Environmental Prize voor milieuactivisme ontvangen. 2016 was ook het jaar dat de genocide tegen de Rohingya’s in Myanmar begon, waarbij het leger ongeveer 24.000 mensen vermoordde en een miljoen verdreef. Velen van hen wonen nu in vluchtelingenkampen in Bangladesh, of werken als praktisch rechteloze migranten landarbeiders op plantages in Zuidoost-Azië.
We herdenken in 2026 het verschrikkelijke geweld dat dertig, twintig en tien jaar geleden plaatsvond tegen kleine boerinnen en landarbeiders, want we willen het niet vergeten, we willen ons de slachtoffers blijven herinneren, we willen blijven meeleven met de nabestaanden en we willen niet dat de moordenaars hun welverdiende straf nog langer blijven ontlopen. Maar helaas zijn de vier genoemde gruwelen geen uitzonderingen. De afgelopen tientallen jaren zijn bezaaid met moorden, bloedbaden, en genocides van mannen en vrouwen die het land bewerken. Erger nog: grootschalig geweld is onlosmakelijk verbonden met kapitalisme, en is de erfenis van kolonialisme en imperialisme.
Openlijk geweld
Sinds mensenheugenis streeft het wereldwijde kapitalisme naar eindeloze en grenzeloze economische groei door een eendrachtige samenwerking met de overheid. Vaak heeft de staat de bevoegdheid om de winning van grondstoffen gratis of tegen weinig geld toe te staan aan bepaalde bedrijven, en om te bepalen hoe die met hun arbeiders omgaan. De overheid beschikt over een uitgebreid dwangsysteem – leger, politie, rechtbanken en gevangenissen – om verzet van kleine boerinnen en arbeiders te onderdrukken, zodat de kapitalisten zo gemakkelijk mogelijk zoveel mogelijk winst kunnen maken. Staten proberen voortdurend hun macht over andere landen uit te breiden om hun economie verder te laten groeien en schrikken er niet voor terug het leger in te zetten om andere landen te veroveren, om zo over meer grondstoffen en landbouwgebieden te kunnen beschikken. Het verzet van de inheemse bevolking drukken zij dan met geweld de kop in.
Toen de Spanjaarden aan het einde van de zestiende eeuw de Filipijnen in handen kregen, stelden zij het land open voor kolonisten. De oorlog tussen de Verenigde Staten en Spanje leidde in 1898 tot het Verdrag van Parijs, waarbij Spanje zijn koloniën Cuba, Puerto Rico en Guam, officieel aan de VS afstond. Voor twintig miljoen dollar gingen de Filipijnen over in de handen van Amerika. Het nam de binnenlandse landeigenaren en andere kapitalisten in zijn gelederen op. Bedrijven kregen praktisch gratis een lap grond van ruim duizend hectare, waar zij bananen-, ananas-, suikerriet- en rubberplantages aanlegden.
Toen een grote opstand in 1986 de militaire dictatuur van Ferdinand Marcos ten val bracht, eisten de mensen ingrijpende sociale hervormingen. Dit leidde op 22 januari 1987 tot een enorme protestmars van boerinnen en landarbeiders onder de vlag van de Kilusang Magbubukid ng Pilipinas (KMP, Filipijnse Boerenbeweging) naar de Mendiola-brug, op slechts een paar honderd meter afstand van de hoofdingang van het presidentiële paleis in Manilla. Zij eisten landhervorming. Maar politieagenten en militairen hadden de Mendiola-brug gebarricadeerd en openden het vuur op de twintigduizend demonstranten, waarbij dertien mensen omkwamen en ongeveer honderd anderen gewond raakten. Mede door het Mendiola-bloedbad begonnen steeds meer Filipijnen te snappen dat kleine boeren behoefte hadden aan een ingrijpende landhervorming. De nieuwe grondwet van 1987 wijdde hier enkele passages aan, en een jaar later nam het Filipijnse congres een tamelijk progressieve nieuwe wet op de landhervorming aan. Maar grootgrondbezitters kregen tien jaar uitstel voor de verdeling van hun bananen- en ananasplantages.
screenshotStil geweld
Halverwege de jaren negentig werden de landarbeidsters die zaten te wachten op een stukje eigen grond weer opnieuw onrustig. Maar ook de grote internationale bedrijven zaten niet stil. Zo zette Stanfilco, de Filipijnse dochteronderneming van het internationale landbouwconcern Dole, zich in voor verdeling van de landerijen van grote traditionele eigenaren. De kleine boeren die een stukje grond hadden gekregen moesten zich dan wel organiseren in coöperaties die een dertigjarig contract met Stanfilco afsloten om bananen tegen extreem lage prijzen aan het bedrijf te leveren. Stanfilco slaagde er bijna in deze wurgcontracten af te dwingen door onder één hoedje te spelen met de leiders van de landarbeidersvakbond. Maar een groep opstandige landarbeidsters van een bepaald landgoed bracht dit aan het licht en eiste eerlijkere voorwaarden. Ze bouwden barricades en bezetten het land. Het bedrijf schakelde de politie en het leger in, maar de arbeiders hielden stand. Uiteindelijk leidde deze zaak tot de succesvolle herverdeling van de plantage. Het was “unang putok”, de “eerste vonk”, voor soortgelijke revolutionaire acties in de jaren erna.
Hoewel landarbeidsters soms een goed resultaat wisten te bereiken, slaagden enkele plantage-eigenaren erin landhervorming te omzeilen door stukken grond aan landarbeiders te ‘schenken’ op voorwaarde dat die de grond voor een periode van dertig jaar tegen een belachelijk lage prijs terug verhuurden aan de grootgrondbezitter. Cabanit was landarbeider op een van de bananenplantages van de familie Floirendo. Hij begon zijn collega-landarbeidsters op zijn plantage en in heel Mindanao (zuidelijk deel van de Filipijnen) te organiseren tegen de pogingen van de grootgrondbezitters om de landhervormingswet te saboteren. Later werd hij de nationale leider van UNORKA, de Filipijnse bond van kleine boerinnen en landarbeiders. Vanwege zijn militante optreden werd hij 24 april 2006 vermoord, op de markt van Panabo (Zuid-Filipijnen) in het bijzijn van zijn dochter en vele anderen. De schutters zijn nooit gepakt, evenmin als de opdrachtgevers. De zaak is zelfs nooit serieus onderzocht door de politie. Zo erg is de straffeloosheid dat landeigenaren en lokale politici kunnen doen wat ze willen. Regelmatig beantwoorden machtige landeigenaren in allerlei landen campagnes van kleine boeren, landarbeidsters en inheemse bevolkingen voor landhervorming met veel geweld. Zij zetten daarvoor hun privélegers in, of maken gebruik ven het dwangapparaat van de staat. Dit geweld blijft vaak ongestraft. Over de Rohingya-genocide in Myanmar heeft het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag na ruim zes jaar nog steeds geen uitspraak gedaan.
Hoewel openlijk geweld het meest in het oog springt, is het dagelijkse, structurele, stille geweld van het kapitalisme tegen kleine boerinnen en de natuur nog veel omvangrijker. Denk aan armoede, honger, uitbuiting, baanloosheid, landroof, onderdrukking, discriminatie van geïmmigreerde landarbeiders en aantasting van het milieu. En dat terwijl een handvol kapitalisten steeds meer grond in handen krijgt, en landbouw-multinationals steeds rijker worden. In de afgelopen vijftig jaar hebben kleine boerinnen in Brazilië, Colombia, Zuid-Afrika, Zimbabwe, West-Bengalen en de Filipijnen gedeeltelijke landhervorming weten af te dwingen. Toch zien we ook hier nog steeds veel stil geweld, en hebben de grootgrondbezitters nog altijd veel macht.
Geweld tegen de natuur
Rond 2016 werden de bananenplantages in het zuiden van de Filipijnen getroffen door de Panamaziekte, een schimmelaandoening waardoor de bananenbomen verdorren. Veel deskundigen zijn van mening dat de grootschalige, kapitalistische monocultuur de belangrijkste oorzaak is dat deze allesvernietigende ziekte zich zo makkelijk heeft kunnen verspreiden. Kleine boerinnen die eind jaren negentig en begin jaren 2000 een stuk grond toegewezen hadden gekregen en zo een beter bestaan hadden kunnen opbouwen, werden zwaar getroffen. In tegenstelling tot de grootgrondbezitters die over genoeg kapitaal beschikken om de besmette plantages te voorzien van nieuwe bananenbomen of om over te stappen op maïs en cacao, hebben kleine boeren daar over het algemeen niet genoeg geld voor. Hun bestaan was verwoest. Velen verhuurden hun land toen maar aan de rijke boeren. Een aantal kleine boerinnen zoeken nu naar nieuwe wegen. Sommigen hebben inheemse bananenbomen geplant die niet gevoelig zijn voor de Panamaziekte. Anderen zijn afgestapt van de monocultuur en verbouwen nu een mix van verschillende gewassen, waardoor zij het enorme gebruik van bestrijdingsmiddelen hebben kunnen beperken. Dit is een beperkte, maar hoopvolle nieuwe ontwikkeling.
Niets is onmogelijk wanneer de arbeidersklasse georganiseerd, opstandig en revolutionair volhardt in hun strijd voor systeemverandering. Toen in Eldorado de Carajas het bloedbad plaatsvond, verzamelden zich toevallig op hetzelfde moment honderden leiders van sociale bewegingen van kleine boeren in Tlaxcala, Mexico voor de tweede wereldvergadering van La Via Campesina de koepel van boerenbewegingen. Zij besloten 17 april uit te roepen tot de Internationale Dag van Boerenstrijd, om de massamoord ieder jaar opnieuw te herdenken. Ondertussen zijn we dertig jaar verder: La Via Campesina is volwassen geworden en heeft duidelijke politieke opvattingen. Het is een beweging geworden waar vrouwen minstens een even grote rol spelen als mannen, en die het idee van voedselsoevereiniteit heeft ontwikkeld om de macht van landbouw- en voedsel-multinationals af te breken en de productie van voedsel volledig in handen te leggen van lokale kleine boerinnen en consumenten.
Door onze gevallen kameraden te herdenken herinneren we onszelf er telkens weer aan dat het wereldwijde kapitalisme een systeem is dat gebaseerd is op geweld tegen mensen en de natuur om zoveel mogelijk winst te kunnen maken. In die zin is herdenken een vorm van daadwerkelijk verzet.
Jun Borras en Maria Malaya de la Tierra (schuilnaam)
Het oorspronkelijke artikel “Colonial legacies of agrarian violence, and persistent struggles to end it” stond in april op de website van TNI. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.
Meer informatie
- Video over de inheemse activiste Berta Cáceres.
- “The vital force of the women of La Via Campesina”.
- “The Eldorado do Carajás Massacre: 28 years of impunity”.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.