Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant28 augustus 2025

Case closed: Onderzoek in maatschappelijk belang van de politieorganisatie

Author: Buro Jansen | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: burojansen.nl

Case closed: Onderzoek in maatschappelijk belang van de politieorganisatie

August 28, 2025

Een onderzoek naar vier uur op 27 februari 2020, de dag dat Willeke Weeda door politieagent René Spans werd vermoord. Geen strafrechtelijk onderzoek, maar een non-onderzoek om de agent niet te veroordelen als moordenaar en de politie vrij te pleiten van elke blaam.

Als 112 wordt gebeld liggen er draaiboeken klaar voor verschillende incidenten. Het draaiboek tekent uit wat er moet gebeuren bij een roofoverval, een groot verkeersincident, een schietpartij, een moord. Wie, wanneer, hoe moet worden gewaarschuwd en in actie moet komen staat in een draaiboek. Zo startte de politieoperatie op 27 februari 2020 ook toen de meldkamer van de politie Midden Nederland om een minuut over twaalf uur ’s middags werd gebeld.

Ik heb zojuist mijn vrouw doodgeschoten

De functionaris die om een minuut over twaalf (12.01 uur) op de meldkamer de telefoon opneemt is volgens Guus V., in 2020 plaatsvervangend hoofd van de Dienst Infra van de Landelijke Eenheid van de Nationale politie, een uitzendkracht. Waarom dat later aan de familie van het slachtoffer wordt gemeld is niet duidelijk. Het klinkt bijna alsof de politie er ook niets aan kan doen dat er niets wordt onderzocht, iedereen is uitzendkracht, maar gelukkig is er een draaiboek.

De uitzendkracht reageert wel scherp genoeg om de juiste vragen te stellen onder nogal penibele omstandigheden. Je maakt namelijk ook niet dagelijks mee dat je iemand aan de lijn hebt die meteen een moord bekend.

De persoon aan de lijn identificeert zich als René Spans. Hij zegt dat hij een collega is, ook een politieagent wel in vaste dienst en werkzaam voor de landelijke eenheid, en geeft zijn stamnummer, het identificatienummer van een politiefunctionaris. Spans zegt: “Ik heb zojuist mijn vrouw doodgeschoten.” Hij zegt nog niet met hoeveel patronen. Later spreekt hij over acht patronen en ziet zes hulzen. De persoon van de meldkamer vraagt niet of zijn vrouw echt dood is en verzoekt hem ook niet te verifiëren dat zij niet meer leeft. Later zegt hij tegen de onderhandelaars dat hij drie keer haar hals heeft gevoeld. Of dat klopt is niet te verifiëren. Het is onduidelijk wanneer hij dat heeft gedaan.

Ondertussen is de politie machinerie in beweging gekomen. Verschillende eenheden gaan zich gereed maken om naar Everdingen af te reizen. De persoon in de meldkamer zal misschien nog gevraagd hebben naar de BRP-gegevens (Basisregistratie Personen gegevens) om het gesprek gaande te houden, maar met het stamnummer zijn die gegevens bekend. Er wordt misschien ook nog gevraagd of er andere mensen zich in de woning bevinden. Spans zal hier ontkennend op hebben geantwoord.

Het gesprek is kort en zakelijk alsof het gaat over het maken van een afspraak bij de dokter. Spans vraagt de meldkamer om hem door te verbinden met zijn directe leidinggevende James op. Deze heeft een thuiswerk dag en zit in zijn werkkamer. Hij moet even schakelen. Gisteren had hij René nog gesproken en de volgende dag heeft René dienst. Hij denkt eerst dat René een grap maakt als hij zegt dat hij zijn vrouw heeft vermoord. James belt met zijn andere mobiel de meldkamer en herhaald steeds wat René zegt. Het is een Rogeriaanse manier om met iemand te spreken in de hoop de persoon te bewegen tot wat zelfreflectie en hierdoor kan de meldkamer het gesprek goed volgen en opnemen.

Plaats delict in Everdingen

Als René met James wordt doorverbonden door de meldkamer wordt ondertussen de dienstdoende officier van justitie Xandra T. geïnformeerd. Zij zit in Utrecht in overleg en wordt het hoofd van het onderzoek. De Rijksrecherche doet onderzoek bij schietincidenten van politieagenten. Zij zegt dat er onmiddellijk een tap op de mobiel van René is geplaatst. Deze tap is niet alleen bedoeld om de communicatie af te luisteren, maar ook voor de plaatsbepaling. Is René, die zegt dat hij thuis is, ook echt thuis? Of er een tap op de vaste lijn (een draadloze Dect-telefoon) is gezet, is onduidelijk.

Onafhankelijk van het aanvragen van een of meerdere taps, komen andere afdelingen in beweging. Het arrestatieteam (AT) rukt uit, in dit geval gaat het om de DSI (Dienst Speciale Interventies). Dit is een speciaal arrestatieteam van militair en politiepersoneel. Waarom in dit geval de DSI uitrukt is niet toegelicht door de leiding van het onderzoek. De verklaring kan simpel zijn. De DSI was beschikbaar en op korte afstand van de moord, maar de inzet van de DSI is wel opmerkelijk.

Naast het arrestatieteam met alle toeters en bellen zoals verkenners en scherpschutters bewegen zich ook onderhandelaars, het forensische en het tactische team richting de plaats delict. Ook gaat er een commandowagen richting Everdingen, dit is de container voor de onderhandelaars, de chef van het arrestatieteam en de officier van justitie. Daarnaast zijn er natuurlijk de normale politie-eenheden van de politie-eenheid Midden Nederland die als eerste ter plaatse komen om het gebied af te zetten, omstanders op afstand te houden en eventueel buren in veiligheid te brengen.

De officier van Justitie Xandra T. zal met de leiding van de landelijke eenheid (LE) Jannine van den Berg en de chef van de Dienst Infra Sjoerd Top hebben gesproken over de situatie. Daarnaast benadert zij de dienstdoende rechtercommissaris. Die is nodig als er na het afronden van het incident een huiszoeking wordt gedaan. De rechtercommissaris zal een griffier meenemen die fungeert als gerechtelijke notulist voor het vastleggen van de handelingen bij het strafrechtelijk onderzoek.

Al met al vergt het enige tijd voordat het circus in beweging komt. Sommige eenheden zijn snel ter plaatse om de situatie te bevriezen, anderen zullen snel ter plaatse willen zijn zoals het arrestatieteam om de situatie te verkennen en te beoordelen welke risico’s er kleven aan het bestormen van de woning. Buren worden benaderd door het AT voor toegang tot hun huis om goed zicht op de woning van de dader te krijgen. Daken van huizen en schuren worden beklommen. Andere diensten hebben minder haast. De forensische en tactische rechercheurs kunnen nog niets doen als er geen toegang is tot het plaats delict.

Vanaf kwart over twaalf loopt langzaam de straat in Everdingen vol met politie. Rond een uur, kwart over een staan de meeste mensen op hun post. Grofweg rond die tijd vertrekt de officier van justitie vanuit Utrecht richting Everdingen een autorit van nog geen half uur. Alles is in gereedheid gebracht voor een strafrechtelijk onderzoek dat zal volgen als de dader is aangehouden en er onderzoek kan plaatsvinden.

Onderhandelaars zijn niet succesvol

Xandra T. de leidinggevende officier volgt in haar auto de ontwikkelingen op de voet. Het gesprek van René met zijn chef James wordt afgerond en de onderhandelaars van de politie nemen het gesprek over. De overgang lijkt niet vloeiend te verlopen. Eerst wordt het gesprek met James beëindigd en vervolgens bellen de onderhandelaars René opnieuw. Waarom hiertoe is besloten is niet duidelijk.

James is misschien geen professionele onderhandelaar, maar houdt Spans wel ruim een uur aan de praat. Over het gesprek van de onderhandelaars met René is niets bekend. Informatie daarover wordt niet vrijgegeven omdat het politie tactieken en het opsporingsbelang zou schaden.

Toch is het vreemd dat de regionale chef Berry M. zegt dat de onderhandelaars ervan overtuigd waren dat René zich zou overgeven. Waarom zij dit dachten wordt niet duidelijk en is eigenlijk vreemd omdat zij slechts kort (tussen de tien en vijftien minuten) met René hebben gesproken. René schiet zich namelijk rond halftwee door het hoofd. De klap, waarschijnlijk hoorbaar voor de onderhandelaars, is het signaal voor de leiding van het arrestatieteam om het signaal te geven de voordeur te forceren en binnen te treden. Het team treft de moordenaar René beneden aan liggend op een niet vergrendeld wapen dat door een van de leden van het team op de tafel wordt gelegd.

Het lichaam van de vermoordde Willeke ligt boven, zij heeft geen pols. René wel die meteen in een aanwezige ambulance wordt gelegd en naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt vervoerd. De ziekenauto die met loeiende sirene over de weg sjeest haalt het ziekhuis wel, maar onderweg is René overleden. Officier Xandra T. hoort het nieuws van de dood van de moordenaar in de auto op het moment dat zij Everdingen binnenrijdt. Terwijl zij uitstapt en naar de commando container loopt, concludeert zij dat de moordenaar is overleden en daarmee het strafrechtelijk onderzoek is afgerond.

Case closed

Later zegt de onderzoekleidster dat het Wetboek van Strafvordering slechts beperkte middelen biedt om een moord verder te onderzoeken als de moordenaar is overleden. Toch is dat vreemd, want op het moment dat de moordenaar René Spans in de ziekenauto overlijdt is de woning nog niet doorzocht en is het tijdstip van de moord van Willeke nog niet vastgesteld. Ook is er niet vastgesteld of er een derde persoon betrokken was bij de moord en de zelfmoord.

Eigenlijk is er nog niets objectiefs vastgesteld, behalve dat een agent die door collega’s en chefs wordt omschreven als een clown met grootse verhalen heeft gezegd dat hij zijn vrouw heeft doodgeschoten en uiteindelijk waarschijnlijk zichzelf om het leven heeft gebracht.

In deze situatie ontmoet de officier de rechtercommissaris en de griffier in de container, de mobiele commandokamer. Een strafrechtelijk onderzoek is volgens haar niet meer nodig, maar omdat de rechtercommissaris er is wordt besloten om de huiszoeking die wettelijk gezien volgens haar dus niet meer noodzakelijk is wel door te laten gaan. Vervolgens lopen de officier, de rechtercommissaris en de griffier door het huis. Ze verhaalt verschillende keren over een omgevallen lamp en kussens op de grond, onduidelijk waarom. Ze wilde daarmee mogelijk aangeven dat er geen vechtpartij was geweest, althans daar lijkt het op. Na een kwartier staan de drie weer buiten.

Vervolgens is het de beurt aan de forensische recherche en de tactische recherche. Het forensisch onderzoek wordt gedaan door een persoon evenals het tactische onderzoek. Voor het tactische onderzoek wordt een 360 graden scan gemaakt van de bovenverdieping waar Willeke nog steeds ligt. Of een dergelijke scan ook van de benedenverdieping is gemaakt is niet duidelijk. Meestal volgt het tactische onderzoek op het forensische, nadat er foto’s van het plaats delict zijn gemaakt. Je wilt eerst de sporen vastleggen voordat je met apparatuur gaat sjouwen, maar in dit geval zal het allemaal tegelijkertijd zijn voltrokken. Er was namelijk geen strafrechtelijk onderzoek.

Geen opsporing wel achtergebleven patronen

Het sporenonderzoek is dan ook snel afgerond, er is niet gezocht naar vingerafdrukken, oorafdrukken tegen de ramen of schoenafdrukken in de tuin. DNA-sporen zijn niet verzameld. Braaksporen of sporen aan de cilinder van de buitendeuren evenmin. De familie van het slachtoffer wordt niet gevraagd of zij beschikten over een reservesleutel of dat die bij de buren of vrienden lag.

Apparatuur wordt naar binnengedragen en kasten worden opengetrokken. Het enige serieuze forensische onderzoek is het veiligstellen van het wapen dat op tafel ligt, het verzamelen van enkele gegevensdragers en het opentrekken van willekeurige laden in het huis. Dat er slechts een vage huiszoeking is gedaan blijkt uit de vondst van twee patronen (Dag Action 3 politieveiligheidspatroon, ook gebruikt door de KMAR) een paar dagen later. Deze lagen in een la van een kast naast de kluis waar de moordenaar normaliter zijn wapen bewaarde.

Al met al is het ‘groot onderzoek’ zoals het in de media wordt genoemd voor het avondeten afgerond. Vanaf het moment dat de officier, de rechtercommissaris en de griffier rond twee uur een kwartier in huis rondlopen is er daarna misschien wel veel menselijke beweging van het opsporingsapparaat geweest, maar wordt er weinig aan opsporing gedaan. Het belangrijkste is misschien wel het inpakken van de uniformen van de moordende agent René. Al de tekenen van het agentzijn worden verwijderd en ook zijn papierwerk. De lijst met in beslaggenomen voorwerpen zowel papieren als kledingstukken, is niet openbaar.

Als de avond valt en de laatste onderzoekers het pand verlaten, rest slechts het eenzame lichaam van het slachtoffer, Willeke Weeda. Zij ligt nog steeds op de bovenverdieping op de drempel van de badkamer alsof zij is vergeten door een overheid, politie en justitie, die snel alle blauwe sporen wil wegpoetsen. Haar lichaam wordt aan het eind van de avond door de lijkschouwers opgehaald en naar het Meander Medisch Centrum in Amersfoort overgebracht. De familie van Willeke wil op de dag van de moord en de dag erna weten wat er met haar gebeurd. Lang blijft dit onduidelijk alsof zij kwijt is.

Onderzoek in het maatschappelijk belang

Met de dood van moordenaar René is volgens officier van justitie Xandra T. het strafrechtelijke onderzoek afgerond. De zaak is zo klaar als een klontje. Later stelt zij dat zij als officier van justitie wel het onderzoek iets kan verlengen als zij aangeeft dat dat in het maatschappelijk belang is. Xandra T. stelt dat in het geval van de moord op Willeke het strafrechtelijke onderzoek is overgegaan in een onderzoek in het maatschappelijk belang. Wat daaronder wordt verstaan wordt niet duidelijk ook niet om welk belang of om wiens belang het gaat.

Maatschappelijk belang klinkt gewichtig, de gedachte is waarschijnlijk in het belang van samenleving, maar alle handelingen van het team dat de moord op Willeke onderzoekt zijn zeker niet gericht op enig maatschappelijk belang, ook niet op enige closure voor de nabestaanden van Willeke. De volgende dag, vrijdag 28 februari 2020, begint namelijk met het opbergen van het wapen in een doos in de bewijsstukken kast. Of daarin ook de hulzen (en overgebleven patronen?) worden opgeborgen en de uniformen is niet bekend.

Het vuurwapen gaat in ieder geval niet naar het NFI, Nederlands Forensisch Instituut, voor ballistisch onderzoek. De hulzen (en overgebleven patronen?) worden evenmin onderzocht. Of die zijn afgeschoten door het dienstwapen van René Spans lijkt een vaststaand feit. Waarschijnlijk is wel onderzocht of het wapen, het dienstwapen van de moordende agent is, maar Xandra T. zegt dit niet. Vingerafdrukken of kruitsporen op het wapen, de kleding van de moordenaar of het slachtoffer worden ook niet onderzocht. Niemand is om eliminatie vingerafdrukken of andere biometrische gegevens gevraagd.

De wasmachine op het politiebureau is ook al aangezet, zeker de kleding van het slachtoffer is gewassen door de politie. Waarom wordt ook opnieuw niet door onderzoekers uitgelegd. De Rijksrecherche weet zelfs niets van een vest dat de nabestaande terugkrijgen waar een groot gat in zit.

Het is duidelijk geen schietgat, het gat is namelijk veel groter. De familie van Willeke denkt dat de moordenaar het vest heeft gebruikt om voor het wapen te houden. Als geluidsdemper of om te voorkomen dat Willeke het wapen ziet? Het vest is netjes gewassen met Robijn en opgevouwen geretourneerd, zonder enig onderzoek.

Zoveel onderzoek dat de hoofden worden verwisseld

Het enige dat iets weg heeft van een beetje onderzoek is een schouw van het lichaam van de moordenaar en die van het slachtoffer, Willeke. Bij een schouw wordt oppervlakkig gekeken wat er met het lichaam aan de hand is.

Van beide lichamen wordt ook een scan gemaakt, een MRI-scan, waarvan de resultaten worden doorgestuurd naar de afdeling Forensische en Postmortale Radiologie van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (Maastricht UMC). De moordenaar heeft een schotwond aan zijn hoofd. Bij het gesprek met de nabestaanden van Willeke leest officier van justitie Xandra T. uit de rapportage over de scan van René voor. Zo goed hadden de onderzoekers het gesprek met de familie van het slachtoffer voorbereid.

De schouw stelt niet veel vast, de scan meer, maar ook niet de volgorde van de kogels waarmee Willeke door politieagent Spans is vermoord. Die volgorde is moeilijk vast te stellen, maar kan wel bij benadering worden bepaald als bloedsporen (bloedspetter) patronen gedetailleerd zijn vastgelegd en er een autopsie op het lichaam van Willeke was gedaan. Bloedsporen geven indicaties van de bloeddruk in het lichaam van het slachtoffer en de autopsie kan dat gebruiken om te kijken hoe ernstig het weefsel is beschadigd. Die volgorde is van belang om vast te stellen of iemand ook daadwerkelijk claimt gehandeld te hebben bij zelfverdediging. In het geval van Willeke wil de familie natuurlijk weten of zij geleden heeft en hoe lang. De volgorde van kogels kan daar uitsluitsel bij geven.

De volgorde van de schoten, was zij meteen dood of duurde het tot de laatste kogel, of misschien daarna nog, zijn wel essentiële gegevens voor de verwerking van een groot verlies. Leefde Willeke Weeda namelijk nog toen de politie arriveerde? Die vraag stelt de familie maanden later nog. De overheid, politie, justitie en Rijksrecherche, vinden het niet interessant. Zelfs het moment van overlijden interesseert de onderzoekers niet. Als de nabestaanden op 3 maart 2020 aangifte willen doen van het overlijden van Willeke wordt dit door de behandelende ambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden geweigerd, er is geen tijdstip dus kan er geen akte worden opgemaakt. Overleg met de politie-eenheid Midden Nederland en een apart door de politie ondertekend document dat per koerier drie uur later wordt gebracht moet de gemeente over de streep trekken. Willeke wordt wel doodverklaard, met een datum 27 februari 2020, maar zonder tijdstip.

Beneveld onderzoeksteam

Het doet denken aan een slapstick van een moordonderzoek door een beneveld team als de consequenties van nabestaanden niet zo vreselijk groot zijn, want dat is natuurlijk het geval. Of het team onder invloed was is niet vast te stellen, wel zijn de moordenaar en Willeke ook toxicologisch onderzocht. Opnieuw geeft de leider van het team officier van justitie Xandra T. geen uitsluitsel waarop het bloed van beide is onderzocht.

Bij forensisch toxicologisch onderzoek van het NFI wordt gekeken naar stoffen zoals drugs, alcohol of medicijnen om een beeld te vormen van de toestand van het slachtoffer en de dader. Dit onderzoek wordt meestal ook uitgevoerd door het NFI, maar bij de moord op Willeke is dit ook niet duidelijk. Volgens Xandra T. zat er geen cocaïne in het bloed van de moordenaar René Spans. Althans ze checkt het nog even bij een gespreek bij Suze S. met de woorden “toch niet?” De lijst waarop is getest is echter niet vrijgegeven waardoor onduidelijk is of daar ook op is getest. Volgens de officier zijn er ook geen drugs gevonden bij de halfzachte huiszoeking.

Verder onderzoek naar eventueel alcohol en drugsgebruik door de moordenaar is niet uitgevoerd. Op zich is dit opvallend omdat een getuige aan de familie heeft verklaard dat hij samen met René op een bankje zat in de buurt van de kapsalon van de vermoorde Willeke en dat René toen een lijn coke opsnoof. Volgens deze persoon zag het er niet uit alsof de moordenaar dit voor het eerst deed. Eventuele drugstests die de politie zou hebben afgenomen bij de moordenaar zijn niet onderzocht. Naar alle waarschijnlijkheid is hij echter nooit getest op drugs tijdens zijn werk bij de Landelijke Eenheid.

Volgens politie en justitie was René Spans dus niet onder invloed toen hij Willeke vermoordde, maar in het anderhalf uur durende laatste gesprek met zijn leidinggevende James kwam hij volgens de opsporingsambtenaren wel warrig, verdrietig, onrustig, om kort te gaan niet coherent over. Hij had zijn vrouw vermoord dat lijkt dan logisch. Als de familie van het slachtoffer Willeke echter drie jaar later de opname hoort, horen ze iets anders. Plotseling is het stil op de tape. James vraagt: “Wat ben je aan het doen.” René antwoordt doodleuk, “ik ben een crackertje aan het smeren.” Reclame voor Waza als het even tegenzit is er altijd nog een lekker knapperig tussendoortje? Hij smeert zijn cracker en peuzelt die vervolgens op en die man is ‘warrig, verdrietig, onrust, niet coherent? Hij drinkt nog een colaatje en rookt zelfs nog in alle rust een sigaar. Proost!

Niemand gehoord wel conclusie, Willeke is schuldig

Zijn drugsgebruik of zijn mentale staat had ook kunnen blijken uit het onderzoek naar de gegevensdragers. Natuurlijk niet onomstotelijk, maar net als het laatste gesprek een aanwijzing. Suze S., operationeel specialist bij het openbaar ministerie heeft een heel pakket papier van allerlei apps van de gegevensdragers van de moordenaar en Willeke uitgedraaid om door te worstelen, maar vindt niets over drugsgebruik en de geestelijke gesteldheid van politieagent Spans. Welke gegevens door politie en openbaar ministerie uit de mobiele telefoons en een laptop zijn getrokken is niet duidelijk. Xandra T. geeft daarover opnieuw geen toelichting.

Het lijkt er echter op dat er misschien wel een pakpapier uit de printer is gerold, maar dat al dat app-, mail-, web- en ander digitaal verkeer niet veel om handen had. Suze S. merkt op dat er allerlei berichten over de buurtapp gingen waarvan René tijdens het gesprek met James waarschuwingen kreeg. Het heeft namelijk te maken met de scoop van het onderzoek in het maatschappelijke belang zoals Xandra T. het verwoord.

Er is onderzoek gedaan naar de dag van de moord, eigenlijk naar een deel van die donderdag 27 februari 2020, namelijk van grofweg halftwaalf tot laten we het ruim houden, halfvier. Onderzoek in het maatschappelijk belang naar vier uur in een woning in Everdingen. Zo groot was blijkbaar het maatschappelijk belang bij de moord op Willeke.

Een groot deel van die vier uur besloeg natuurlijk het gesprek van anderhalf uur tussen René en zijn chef James. Daar is ook een transcriptie van gemaakt en uiteindelijk is James gehoord over het gesprek. Opvallend is dat officier van justitie zegt dat gesprek met James ging over zijn laatste conversatie met René, niet over het functioneren van de moordenaar in de jaren ervoor. James had een trauma overgehouden aan dat gesprek, zat ziek thuis volgens chef Berry M. en moest worden ontzien. Naast James hoort het Rijksrecherche team ook nog een collega die werkte met James, maar onduidelijk waarover, waarschijnlijk over de klachten van René over Willeke. Naast deze twee politiefunctionarissen is de tante van René Spans gehoord. Die tante was aangedragen door de familierechercheur van de Rijksrecherche Heleen die op de familie Spans was gezet.

De nabestaanden van Willeke waren nogal verbolgen over het feit dat wel iemand van de familie Spans was gesproken voor het onderzoek en niet iemand van de familie Weeda. Die verbijstering lijkt logisch omdat René al zeer lange tijd geen contact met zijn familie had. Berry M. erkent dat in een gesprek met de nabestaanden al stelt hij wel dat het contact met zijn gewelddadige vader was hersteld. Waarop hij dat baseerde is niet duidelijk omdat dit niet het geval was. Met zijn broer had René een beetje contact. Met de rest van de familie Spans inclusief zijn tante niet. De tante was echter gehoord door de Rijksrecherche omdat zij de dag voor de moord door Willeke zou zijn geknipt en volgens de tante hadden de twee vrouwen gesproken over de wens van Willeke om René te verlaten. Het telefonische gesprek van officier Xandra T. met de tante was bedoeld om dit te bevestigen. Volgens de leider van het onderzoek was dit gesprek achtergrondinformatie voor het onderzoek naar die vier uur op 27 februari 2020.

Misschien begrijpelijk om ook de tante van de moordenaar te horen, maar waarom niet ook zijn schoonbroer Henk die door René zelfs in een aanmeldingsbrief voor een psycholoog als zijn vertrouwenspersoon wordt genoemd. Of een collega van Willeke die bedreigd is door René en haar huis heeft beveiligd met cameratoezicht. Met het horen van de tante zoekt de Rijksrecherche echter bevestiging van de woorden van de moordenaar in zijn gesprek met zijn chef. In dat volgens de onderzoekers warrige gesprek gaf René de schuld aan Willeke. Ze zou opnieuw vreemdgaan en nu zou ze hem verlaten. De tante lijkt dit tijdens het gesprek met Xandra T. te bevestigen. Kat in het bakkie voor de onderzoekers, een strik eromheen en het onderzoek in het maatschappelijk belang kan gearchiveerd worden.

Conclusie onderzoek: Moordenaar is psychisch sound!

Hoewel Xandra T. wel het MD-gesprek (Management Development), psychologen en in mindere mate bedrijfsmaatschappelijk werk noemt zijn hierover geen gegevens opgevraagd en ingezien. Ook is er geen onderzoek gedaan naar een app van Spans waarin hij zegt dat hij ziek thuis zit en niet mag werken: “😂 😂 😂 fuck we kunnen gedachten lezen ben al twee weken bezig om te mogen werken morgen maar lukt gvd niet (december 2017).” Het personeelsdossier, de performance reviews van het werk van de moordenaar, verslagen van hulpverleners met De Clown Spans, het was allemaal niet interessant voor de Rijksrecherche. Xandra T. dropt nog de term IBT-gegevens (waarschijnlijk Integrale Beroepsvaardigheids-training), gegevens met betrekking tot het oefenen met geweldmiddelen en gevaarbeheersing, maar het kan ook informatie van de onderhandelaars zijn, nadat zij het gesprek van de chef hadden overgenomen schoot René zich door het hoofd, wat valt daaruit af te leiden?

De moordenaar had eerst zijn vrouw met zes kogels doodgeschoten, in de rug wel te verstaan en het was niet interessant om te onderzoeken wat het motief nu was? Of geloofde de Rijksrecherche het motief dat de moordenaar uitvent tijdens een warrig gesprek? Daar lijkt het sterk op. De politie doet veel aan zelfreflectie stelt de leider van het onderzoek Xandra T. en als dat nodig is wordt dat ook gedaan. In dit geval is dat niet nodig is de conclusie van het onderzoek van de Rijksrecherche naar de moord op Willeke Weeda. Er zou een VIK (afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van de politie) onderzoek en een ARQ (ARQ Centrum ’45 het Nationaal Psychotrauma Centrum) onderzoek naar de suïcide van Spans zijn gedaan, maar daarover is niets bekend.

Een ding is echter zeker, met waarheidsvinding heeft het onderzoek naar de moord op Willeke niets te maken. Het lijkt er bijna op dat er fake nieuws wordt geproduceerd door politie en justitie. Het tijdstip van de dood van Willeke is niet vastgesteld, een gevolg daarvan is natuurlijk de vraag of zij lang heeft geleden en of de chef en het arrestatieteam te lang aan het lijntje zijn gehouden door de moordenaar zodat zij niet meer gered kon worden. Is de overheid daarmee medeschuldig aan haar dood? Een andere consequentie kan zijn dat zij eerder is gestorven en dat dat hele andere implicaties kan hebben. Complottheorieën zijn niet eens nodig. Een onvolledig, slecht en vooringenomen onderzoek creëert van zichzelf namelijk al mist.

Een doorgesnoven corrupte clown?

Die mist wordt nog groter als gekeken wordt naar alles wat er niet is onderzocht. Eigenlijk was de moordenaar René Spans de onderzoeker. De clown zoals hij werd genoemd, de Joker om het wat beeldender te maken, vertelt de story of his live. Hij heeft zijn vrouw vermoord en schiet uiteindelijk zichzelf door het hoofd. De politie en de Rijksrecherche liggen aan zijn lippen en slikken het verhaal for all times’ sake. Het laatste grote verhaal en dan kan het boek dicht, ook het onderzoek. Maar is het wel waar, heeft hij geschoten en was er niemand anders in de woning die ochtend, er vanuit gaande dat de politie heeft opgelet dat er geen derden de woning in en uit zijn gegaan nadat zij arriveerden.

En was hij niet onder invloed, zonder de lijst van stoffen waarop het forensische onderzoek zich richtte kan daar niets eenduidigs over worden gezegd. Onder invloed hoeft echter niet te gaan over de invloed van legale dan wel illegale middelen. Het kan ook gaan over de invloed van mensen. Wat was bijvoorbeeld de invloed van Johan Bullee die stelt dat hij met de moordenaar aan het appen/bellen was in de ochtend, begin van de middag van die noodlottige dag voor Willeke.

Die communicatie viel in de vier uur van het onderzoek van de Rijksrecherche. Xandra T. meldt daar niets over. Bullee was geen directe collega wel waarschijnlijk een oud-collega? Is hij de persoon die is gehoord als de Rijksrecherche zegt dat er met een collega is gesproken? Waarom dan spreken over collega en niet oud-collega, en waarom dan ook niet de transcriptie van dat gesprek tonen? Of gaat het niet om de beïnvloeding door personen, maar omstandigheden.

Hadden die omstandigheden dan te maken met corruptie. Enkele maanden na de moord op Willeke wordt Orm Kranenburg gearresteerd op verdenking van het leveren van inlichtingen aan criminelen. Orm was een goede vriend van René, ze kenden elkaar van de basisschool en zijn nog steeds bevriend en zien elkaar nog steeds. Verschillende keren zijn ze gespot bij de kapsalon van Willeke. Ze zitten dan buiten op een bankje. Wist René van de corruptie van Orm? René heeft zelf tegen mensen gezegd dat hij ze kon natrekken in de politieregisters. Verschillende mensen geloofden ook dat hij dat deed.

Guus V., de chef van de spreadsheets, zegt in een gesprek met de nabestaanden dat het pas opvalt als iemand zoveel opvraagt dat het buiten de statistische parameters valt. Dat is ook logisch. Hij noemt als voorbeeld 500 bevragingen van het systeem in tegenstelling tot 100 van normale agenten. Zat De Clown Spans echter op 200 of 300 en Orm K. ook? Want Kranenburg is niet gepakt omdat hij het systeem van de politie te veel bevroeg.

Werd het Spans te heet onder de voeten, had hij het gevoel dat het net om zich sloot? Leverde hij informatie of was hij informant? Geen enkele vraag wordt beantwoord, maar het feit dat Kranenburg na ontdekking nog enkele maanden kon doorgaan met het leveren van informatie aan criminelen roept de vraag op of uit de gegevensdragers van De Clown informatie op dook die twijfels opriepen over zijn professionele standaard. Na een paar maanden werd Kranenburg opgepakt, de politie lijkt eerst te hebben geslapen en toen snel te hebben willen optreden om verdere lekkage te voorkomen.

Het verdoezelen van een moord

Al de vragen die zich in de loop der tijd hebben opgestapeld bij de nabestaanden blijven onbeantwoord en dan verschijnt een jaar na de moord op Willeke plots iemand op de stoep die zegt dat zij Geertje S. heet en al heel lang werkzaam is voor de politie. Ze zegt dat ze zelf met de Weeda’s wil praten, zonder toestemming van de leiding. Ze heeft die leidinggevenden wel ingelicht, en tevens afspraken met die leiding gemaakt.

Het handelen van Geertje S, is opvallend omdat zij zegt dat de nabestaanden zich beginnen te roeren, de familie Weeda in allerlei politielagen blijft wroeten, terwijl de nabestaanden alleen de leidinggevende James en enkele naaste collega’s van De Clown willen spreken om te horen of zij echt niets hebben gemerkt. De leiding wil het niet, collega’s willen allemaal niet, ze zouden te getraumatiseerd zijn, maar waarvan? Dat ze niet aan de bel hebben getrokken omdat ze ‘een volle emmer’ op een motor door het land hebben laten gaan met alle mogelijke consequenties van dien?

En daar openbaart zich het belang van het onderzoek. Maatschappelijk belang van de politie niet het belang van slachtoffer of nabestaanden. Maatschappelijk belang als slecht excuus voor een slecht onderzoek om de zaak te verdoezelen zoals Berry M. het zegt over de moordenaar, maar nu het verdoezelen door de organisatie waar de clown als een topgozer naar behoren zou functioneren. Je houdt je hart vast bij mensen die voor die organisatie werken. Tegen zoveel fake zelfreflectie is niet op te boksen.

Artikel als pdf

Case closed: Onderzoek in maatschappelijk belang van de politieorganisatie (samenvatting)

De moord op Willeke Weeda; vermoord door een topgozer van de politie

Onderzoeksvragen bij de moord op Willeke Weeda

De gevallen engel

Een hechte en prachtige familie, de gevallen engel 2

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.