Van het Duitse keizerrijk tot de NAVO: de wortels van de Grijze Wolven
Nationalistische en conservatieve bewegingen in Turkije zijn niet pas tijdens de Koude Oorlog ontstaan. Hun wortels lopen van de geopolitiek van het Duitse Keizerrijk en nazi-allianties tot aan anti-communistische NAVO-strategieën en de huidige diasporapolitiek.
Aan het eind van de negentiende eeuw bezat Duitsland geen uitgestrekte koloniaal rijk zoals Groot-Brittannië en Frankrijk dat wel hadden. Als een macht die pas laat deelnam aan de verdeling van de wereld, moest Duitsland proberen invloedssferen te creëren in gebieden die door haar rivalen werden gedomineerd. Daarom begon Berlijn moslimgemeenschappen onder koloniaal bestuur van onder meer Frankrijk en Groot-Brittannië niet alleen als religieuze gemeenschappen te beschouwen, maar ook als een geopolitiek instrument. De propaganda-activiteiten tijdens de Eerste Wereldoorlog, in het kader van de Ottomaans-Duitse samenwerking, vormden een van de meest zichtbare voorbeelden van deze benadering. Na die oorlog veranderde Berlijn in een belangrijke Europese ontmoetingsplaats voor islamitische politieke vluchtelingen en anti-koloniale bewegingen.
Deze belangstelling nam tijdens het nazi-tijdperk een andere vorm aan. Nazi-Duitsland beschouwde de Turkse en islamitische gemeenschappen die in de Sovjet-Unie leefden als potentiële anti-Sovjet bondgenoten. Via de Krim-Tataren, Azerbeidzjanen, Noord-Kaukasiërs en groepen van Turkestaanse afkomst werden verschillende militaire eenheden en propagandanetwerken opgezet. In dezelfde periode kregen Duitse diplomatieke en inlichtingendiensten ook meer interesse in pan-Turkistische en turanistische kringen, die alle Turkstalige bevolkingen in één staat bijeen wilde brengen.
In 1944 verbrak Turkije de diplomatieke banden met Duitsland, en tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam het land dichter bij de geallieerden te staan. In die periode vond de rechtszaak tegen het turanisme plaats. Veel mensen werden gearresteerd, onder wie de latere Grijze Wolven-oprichter Alparslan Türkeş en de antisemiet Nihal Atsız. Na de oorlog kregen deze groepen echter weer invloed in de politiek.
Met de nederlaag van nazi-Duitsland verdwenen de nazi-netwerken in Europa niet volledig. De structuur die was opgezet door Reinhard Gehlen, het hoofd van de inlichtingendienst aan het oostfront, zette haar activiteiten voort met Amerikaanse steun en vormde later de basis van de Bundesnachrichtendienst (BND), de buitenlandse inlichtingendienst van West-Duitsland. Zo kregen de mensen uit de anti-Sovjet netwerken, met hun opgebouwde kennis, nieuwe functies onder de omstandigheden van de Koude Oorlog.
Navo, Türkeş en de anti-communistische omwenteling
Turkije ging een belangrijke rol spelen in dit systeem. Door de Trumandoctrine, de Marshallhulp en het lidmaatschap van de NAVO veranderde het Turkse leger. De opleidingen en de manier van kijken naar veiligheid werden grotendeels afgestemd op de eisen van het Atlantisch bondgenootschap. Naast buitenlandse militaire dreigingen, richtte het anti-communisme zich vooral op de binnenlandse veiligheid. Het werd een systeem om de invloed van arbeidersbewegingen, vakbonden en socialisten te verkleinen.
De carrière van Alparslan Türkeş is een van de symbolische voorbeelden van dit proces. Türkeş, die in 1948 werd opgeleid aan het Fort Leavenworth Command and General Staff College in de Amerikaanse staat Missouri, nam later deel aan programma’s in Fort Benning in Georgia die verband hielden met speciale oorlogsvoering en contra-guerrilla doctrines. In de jaren vijftig diende hij in de Turkse NAVO-delegatie in Washington, en kreeg hij een opleiding aan de NAVO-school in Oberammergau in West-Duitsland. Centraal in de opleiding aan deze instellingen stond de opvatting dat het communisme niet alleen een externe dreiging was, maar ook een politiek element dat zich binnen de interne maatschappelijke structuur kon organiseren. De historische betekenis van Türkeş ligt in het feit dat hij het Turkse nationalisme wist te integreren met het anti-communistische veiligheidsparadigma van de Koude Oorlog.
In het Turkije van de jaren zestig en zeventig vonden de Verenigingen voor de Strijd tegen het Communisme, turanistische kringen, conservatief-religieuze groepen en de veiligheidsdiensten van de staat elkaar steeds vaker op een gemeenschappelijke anti-communistische basis. In deze periode waren nationalisme en conservatisme niet alleen ideologische voorkeuren. Ze dienden ook als politieke instrumenten die de organisatie van de maatschappelijke oppositie rondom klasseneisen beperkten.
Tijdens de Koude Oorlog ontwikkelden nationalistische kringen in Turkije zich niet alleen op nationaal niveau, maar ook in relatie tot internationale anti-communistische netwerken. Een van de namen die in deze context het vaakst wordt genoemd is Ruzi Nazar, de CIA-officier van Oezbeekse afkomst. In verschillende bronnen wordt vermeld dat Nazar, die betrokken was bij activiteiten tegen de Sovjet-Unie, contact legde met nationalistische kringen in Turkije en in het bijzonder met Türkeş. Een andere opvallende naam is Enver Altaylı, die een verleden heeft bij de Turkse geheime dienst MİT. Altaylı, die bekend stond om zijn nabijheid tot Türkeş, werd vaak genoemd in discussies over de Koude Oorlog, zowel vanwege zijn positie binnen de nationalistische beweging, als zijn activiteiten die in verband werden gebracht met westerse inlichtingenkringen.
Een van de prominente namen aan de Europese kant is Murat Bayrak. Bayrak, van Joegoslavische afkomst, vocht tijdens de Tweede Wereldoorlog op de bezette Balkan in de nazi-gelederen mee tegen communistische partizanen, en legde na de oorlog contacten met anti-communistische kringen in Turkije en West-Duitsland. Volgens verschillende onderzoeken speelde bij een grote rol bij de financiering en coördinatie van de Europese organisaties van de Ülkücü-beweging, de zogenaamde Haarden van Idealisme, en dat hij ook contacten ontwikkelde met Duitse veiligheids- en inlichtingenkringen.
Wat opvalt wanneer deze biografieën in samenhang worden bekeken, is dat de politieke oriëntaties van de betreffende actoren niet in de eerste plaats werden gevormd rond nationalistische bewegingen, maar binnen de wereldwijde anti-communistische blokvorming van de Koude Oorlog.
De Turks-islamitische synthese en de diaspora
De economische en politieke crisis, die eind jaren zeventig verergerde, belandde in een nieuwe fase met de staatsgreep van 12 september 1980. Die coup onderdrukte niet alleen linkse bewegingen en vakbondsorganisaties; hij maakte tegelijkertijd de weg vrij voor het ideologische kader dat bekend staat als de Turks-islamitische synthese, om staatsbeleid te worden.
Binnen de diaspora, die ontstond door de arbeidsmigratie naar Duitsland vanaf de jaren zestig, verwierven de ülkücü-beweging, Milli Görüş-kringen, religieuze gemeenschappen en diverse conservatieve organisaties een brede maatschappelijke basis. Na verloop van tijd hielden die structuren op louter organisaties te zijn die in de culturele behoeften van migranten voorzagen, en transformeerden ze tot actoren met politieke en maatschappelijke invloed. De relaties die Alparslan Türkeş opbouwde met conservatieve politici in West-Duitsland, zoals Franz Josef Strauß, zijn in deze context ook opmerkelijk.
Hoewel de opstelling van de Duitse staat richting deze structuren in verschillende perioden steeds andere doeleinden diende, bleven de moslimgemeenschappen en politieke netwerken van Turkse afkomst steeds onderwerp van Duitse geopolitieke berekeningen.
Moslimgemeenschappen, die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gezien als actoren die konden worden ingezet tegen de Franse en Britse koloniale rijken, bleven in verschillende vormen het middelpunt van strategische belangstelling: als anti-Sovjet elementen tijdens het nazi-tijdperk, als anti-communistische netwerken tijdens de Koude Oorlog, en tegenwoordig als invloedrijke organisaties binnen de diasporapolitiek.
In dit opzicht is het verhaal van Alparslan Türkeş niet slechts de biografie van een politicus. Hij maakt deel uit van een bredere historische transformatie die reikt van de interesse van de Duitse geopolitiek in de moslimwereld tot de anti-communistische strategieën van de NAVO, en van de Turks-islamitische synthese tot de hedendaagse diaspora-organisaties.
Dit historische proces kan echter niet uitsluitend worden verklaard door de interventies van buitenlandse machten. In veel landen met een moslimmeerderheid, in de eerste plaats Turkije, hebben politieke elites en machtsblokken in verschillende historische perioden eerder als actieve subjecten van deze internationale machtsverhoudingen gehandeld dan als passieve objecten. Vormen van politieke mobilisatie op basis van nationalisme, anti-communisme en religie hebben niet alleen gefungeerd als van buitenaf aangestuurde ideologische instrumenten, maar ook als politieke strategieën die lokale machtsstructuren versterkten en de oppositie onder controle te houden.
Daarom moeten de politieke tendensen vandaag de dag in verschillende landen in Azië en het Midden-Oosten niet alleen worden beschouwd als het resultaat van actuele politieke ontwikkelingen, maar ook van een lange historische continuïteit. Een belangrijk deel van de rollen die nationalistische en religieuze bewegingen tijdens de jaren van de Koude Oorlog op zich namen, zijn in verschillende vormen overgeheveld naar het staatsbeleid en de machtspraktijken. Vanuit dat perspectief gaat het niet slechts om de geschiedenis van specifieke bewegingen of organisaties, maar om de geschiedenis van het netwerk van relaties dat is opgebouwd tussen mondiale machtscentra en lokale politieke elites, en dat in de loop der tijd is gereproduceerd.
Zafer Taşkin
Dit artikel verscheen op 23 juni 2026 onder de titel “Alman jeopolitiğinden NATO’ya: Türkeş, Türk Sağı ve antikomünizm” op de website BirGün. De links zijn door ons toegevoegd.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.