Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant25 augustus 2025

ORWELL, DE ONVERBIDDELIJKE STYLIET

Author: Globalinfo.nl | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: globalinfo.nl

Nogal wat professoren horen daarbij. Zij achten groei, economische winst, meritokratie, elitair denken en individualisme hoger dan solidariteit en verdeling van de lasten. Van de weeromstuit beschouwen zij elke kritiek op vrijhandel en ekonomisch dogmatisme als hagepreek, als onwetend fanatisme, als roepen in de woestijn.

Dat de reacties op Orwell zo fel zijn, wijst erop dat een gevoelige snaar is geraakt. In George Orwell: Vie et Écriture  (Nancy, 1994) geeft Bernard Gensane kernachtig de reden aan: “Presque toutes les oeuvres importantes d’Orwell traitent de l’oppression en tant que norme” (101).  Geïnstitutionaliseerde ongelijkheid dus, daar keert hij zich tegen.

De argumenten tegen die aanpak zijn vaak simplistisch:

  • negativisme (“1984 is a document of dark disillusionment not only with Stalinism but with every form and shade of socialism. It is a cry from the abyss of despair”, schrijft Isaac Deutscher, “1984: The Mysticism of Cruelty”, in Heretics and Renegades, Londen 1955);
  • verknipte persoonlijkheid” (In een voetnoot bij zijn essay verwijt Deutscher Orwell achtervolgingswaanzin, toen ze samen korrespondenten waren in Duitsland; “I was taken aback by the stubbornness with which Orwell dwelt on ‘conspiracies’, and that his reasoning struck me as a Freudian sublimation of persecution mania”);
  • frustraties (Anthony West schrijft Orwells pessimisme toe aan “the mood of a man who feels inadequate and despised because he is not rich”, een gevoel van miskenning en sjagrijn, in Principles and Persuasions, New York 1957);
  • tegenstrijdigheid die toelaat dat ook uiterst rechts hem kan opeisen (Jordan Peterson, een klinisch psycholoog, beweert dat links nooit om de armen heeft gegeven, “ze hadden gewoon een hekel aan de rijken (…) Aan de zogenaamde sociale rechtvaardigheid is tot op de dag van vandaag weinig veranderd”– zie Thomas Heij, “Make Orwell Left Again”, De Standaard, 15 maart 2025).

Alsof Orwell zich niet bewust was van zijn eigen dubbelzinnigheid en tekortkomingen. “Every line of serious work I have written since 1936 has been written against totalitarianism”. Maar ook, in een verwijzing naar zijn oorlogswerk voor het Ministerie van Informatie bij de BBC in Indië (1941-1943), en allicht ook naar zijn vrouw die op de censuurafdeling aan de slag was: “Don’t think I don’t see they are using me. But while there, I consider I have kept our propaganda slightly less disgusting than it might otherwise have been”.

Met dat al is het toch verbazingwekkend dat zijn testament, 1984, en het aanhangsel over de gevaren van ontaal, “Nieuwspraak”, nepnieuws en bewuste taalverloedering, zo weinig is verfilmd.

Gewoonlijk wordt verwezen naar de verfilming uit 1956 door Michael Anderson, en het meesterwerk van Michael Radford uit 1984 zelf, met John Hurt als Winston Smith, Suzanne Hamilton als Julia, en (een zieltogende) Richard Burton als O’Brien. Het valt ook op dat een bezielende dokumentaire van Raoul Peck in Cannes, Orwell: 2 + 2 = 5, dit jaar niet verder kwam dan een nominatie voor L’Œil d’Or in de categorie ‘Premières’.

Misschien nog erger is de totale verwaarlozing van de eerste Russische verfilming van 1984. De Fins-Russische regisseuse Diana Ringo pakte in 2023 uit met een volstrekt nieuwe interpretatie van Orwells dystopie. Zijzelf nam de rol op van Julia, maar niet in de bedeesde, angstige vorm uit de andere films: wel als verleidster “who wears a black lace bodysuit, fishnets, heels and engages in a seductive dance against psychedelic projections, while plying Winston/D503 with cognac”. Salome tegenover de argeloze Doper. Ergernis bij de ernstige besprekers, maar niettemin een nuttige wekkerfunktie, want “it is an absurd miscalculation of the character, although it does come somewhat closer to the I-330 [Julia] of We, who was much more sexually open”, aldus het genreblad Moria. ‘Wij’ was de voorloper van Orwell en ook zijn model en inspiratiebron.

De ontgoochelde ex-bolsjevist Jevgeni Zamjatin schreef My [Wij] in 1920-1921, maar vond geen uitgever, ook niet nadat hij het manuscript naar het buitenland had kunnen smokkelen. Sterker nog, zijn anti-utopie was het allereerste werk dat na de Revolutie volledige censuur kreeg. Hij stierf als straatarme balling in Parijs in 1937. Het boek werd uiteindelijk eerst in het Engels gepubliceerd (1953), en verscheen pas in 1988 in het Russisch in volle perestrojka-tijd.

En veel heeft het niet gescheeld of de allereerste teleplay in Groot-Brittannië zelf, vijf jaar na Orwells dood, had hetzelfde politiek verbod kunnen krijgen. Het is doodjammer dat deze bewerking – niet de allereerste, in 1953 was er al een Amerikaanse versie (met Pa Cartwright uit Bonanza als de sinistere O’Brien); ook verschillende radiohoorspelen, onder meer met David Niven, waren al uitgebracht – verweesd is achtergebleven in de kritiek. Ik heb de TV-film drie keer opnieuw bekeken (hij duurt 1 uur 47 minuten en 31 sekonden), en steeds opnieuw raak ik in de ban van Peter Cushing. Winston was zijn eerste grote rol. Het scenario werd gemaakt door Nigel Kneale, die een jaar eerder met de Oostenrijker Rudolph Cartier al de aanzet had gegeven met de angstwekkende SF-reeks The Quatermass Experience, die ook in zijn tweede jaar (Quatermass II, 1955) steeds meer kijkers lokte, en met Cliffhangers een vast publiek zou veroveren. (De legendarische Hammerstudio’s wachtten niet om de franchise meteen op het grote scherm te brengen).

Kneale was een kei in het opwekken van emoties en spanning. In een tijd dat er geen andere media of kanalen waren om te vergelijken, werd de BBC met 1984 echter kop van jut. Er  ontstond bij de liefst 7,1 miljoen kijkers een heisa en afkeer die alleen door Orson Welles op 30 oktober 1938 was voorgedaan met zijn beklijvend “live”-hoorspel The War of the Worlds van H.G. Wells, dat zo realistisch was op radio dat er paniek uitbrak bij de luisteraars. Nu overheerste geen angst, wel woede en schande.

“Newspapers reported that the BBC was inundated with ‘thousands’ of calls, letters and telegrams. It was called ‘sheer, stark, unadulterated horror’, “absolute putrid’, and “shocking bad taste on a Sundaynight’” (Tom Fordy in The Telegraph, 4 mei 2022). Want de opstoot van het nieuwe fatsoen had alles te maken met de tijd van uitzending: op de kristelijke rustdag, met zijn mis en zijn familiaal samenzijn. En dan nog op 12 december, zo kort voor de kerstdagen. De mensen waren diep geraakt in hun gewoonten, hun (vaak schijnheilige) zeden, hun conservatisme ook.

De gemoederen liepen zo hoog op dat twee dagen na de uitzending vijf Tories een motie indienden in het Lagerhuis om een debat te houden over de seksuele en sadistische beelden die de BBC bracht. Het lokte een tegenreaktie in het parlement uit. Vier Labour- en één Tory-verkozenen legden een amendement op tafel ter verdediging van de vrije meningsuiting, aangetoond door “the courage and enterprise of the BBC in presenting plays and programs capable of appreciation by adult minds”. De BBC hield het been stijf – ongewoon in vergelijking met de huidige gang van zaken en beïnvloeding. Mogelijk voelde de leiding zich ook gesteund door niet de minste fans van de 1984-verfilming: de koningin en haar gemaal zelve.

Niettemin had de regisseur een tweede live-uitzending voorzien, en die kwam er ook. Hoewel de waardering veel hoger lag, was Cushing niet tevreden: de spontaneïteit was weg net als de inspiratie, betoogde hij. Overigens zakte het aantal kijkers naar 2,6 miljoen kijkers. Al wie zich door de meute had laten hersenspoelen, had afgehaakt – zeker wie gehoor gaf aan sensationele geruchten, als zou een “beauty queen” uit 1936 bij het bekijken van 1984 een fatale hartaanval hebben gekregen. Haar echtgenoot had schoon ontkennen, de gemoederen bedaarden niet.

Veel had te maken met de intensiteit van de spelers. Cushing, André Morell, Yvonne Mitchell en Donald Pleasence waren zodanig opgegaan in hun rol en de drukkende atmosfeer, dat ze er zelf ziek van werden. Tom Fordy citeert uit de Daily Herald“Yvonne Mitchell has been having nightmares. Peter Cushing has not slept for a while”.

Kneale bevestigde dat de acteurs bijzonder depressief werden, en de ontwerper had zelfs gevraagd de uitzending af te gelasten omdat hij er kotsmisselijk van werd. Veel van de verbijstering had natuurlijk te maken met de folterscenes in Room 101. De kracht van de zwart-wit beelden, de aanslepende verhoren, de afranselingen, ze culmineerden in de ultieme angst van Winston: ratten. Het TV-spel gebruikte levende ratten, wat de verbeelding alle kanten deed opgaan, en de gruwel vrijwel ondraaglijk maakte. “The moment when Cushing is confronted with his biggest fears and he screams …”, schreef Dick Fiddy (raadsman van het British Film Institute) in Into The Unknown. “That’s a real scream. That’s possibly the first time anyone had a real blood-curdling scream on television”.

Eerlijkheidsdhalve dient gezegd dat de impact van deze verfilming niet geheel verloren is gegaan. In 1965 heeft BBC 2 een nieuwe verfilming uitgebracht met Christopher Morahan aan het roer. Hij kreeg alle middelen ter beschikking. Dat gebeurde in het kader van het Orwell Season. Het skript werd aangepast, de dekors uitgebreid, de effekten meer beklemtoond. Protest was er niet te horen. “Perhaps because the production lacks both the novelty and some of the raw emotional impact of the 1954 broadcast”, denkt Oliver Wade. Maar echt buitenmaats was hij ook niet, de film raakte verloren in de archieven, en is pas in 2010 teruggevonden. Niet ongeschonden, een zevental minuten in het middenstuk zijn onherroepelijk beschadigd of verloren gegaan. Door bredere setting, aanpassingen van Orwells oorspronkelijke tekst, en bijgewerkte aftoetsingen heeft deze kleurfilm een stuk van zijn ijselijke scherpte prijsgegeven. Het koppel Winston-Julia (David Buck en Jane Merrow) is verjongd, wat de inleving doet afbrokkelen. Ook het feit dat deze tv-vertoning eigenlijk het derde deel van een trilogie vormde (na bewerkingen van Keep The Aspidistra Flying en het bedachtzamere Coming Up For Air), mildert het snijdende karakter van 1984. Het geheel, The World Of George Orwell, ontneemt in hoge mate de  subversieve waarschuwingen van 1984.

Anderson was in hetzelfde bedje ziek in 1956. Hoewel hij duidelijk begon met de tekenen des tijds – de angst voor de atoombom, die al een rijke schat aan B-films had opgeleverd, en in zijn 1984 een verklaring bood voor de “eeuwige oorlog” (vereeuwigd door Joe Haldeman in The Forever War, 1974; sinds 1988 lopen er talloze initiatieven om ook daar een film van te maken) waarop Orwell hamerde – liep het toch fout, omdat de weduwe van de schrijver, Sonia Brownell, niet opgezet was met het gewijzigde einde van het verhaal.  Zij ontnam Anderson de rechten op het ogenblik dat het oorspronkelijke copyright verviel.

De reden was simpel: regisseur Cartier van de tv-benadering zag dat “Anderson could not capture the impact of the TV-transmission (…). The subject could only frighten spectators who were ‘conditioned’ to experience fear by sitting alone in the darkness, and unable to find help or comfort by looking around the mass audience in a modern cinema – where they would feel safe from ‘Big Brother’. It was decidedly different in the TV viewer’s own home, where cold eyes stared from the small screen straight at him, casting into the viewer’s heart the same chill that the characters in the play experienced whenever they heard his voice coming from their watching TV screens”.

En dus kon de endemische angst niet overslaan op de kijker, aangezien de beslotenheid van het kijken in een aardedonkere omgeving doorbroken was.

Anderson stelt de omgeving op hetzelfde niveau als de acteurs. Maar het kamerspel (want dat was het, waarin duistere dialogen alle aandacht opzogen) steunde juist op het monsterlijk gedrag van O’Brien tegenover zijn ‘patiënten’. Niet de dood, maar de bekering is essentieel. “He loved Big Brother”. Gevolg is dat de kernverhouding overklast wordt door het romantisch klisjee van verboden liefde. “Romance becomes excessive”, besluit Nigel Morris. “The score is over-emphatic (and during love scenes hardly surpasses the telescreens’ muzak); and Goldstein’s book is reduced to a brief opening voiceover and The Principles of Newspeak to a curt dialogue exchange” (in “Keeping It All in the Family”, Frames Cinema Journal, 11 mei 2019).

Misschien nog dodelijker is dat Anderson aan de ene kant overdramatiseert, aan de andere blind blijft voor de ideologische ontsporing. De slotbeelden zijn aandoenlijk ongeloofwaardig. Edmond O’Brien, wiens omvang niet beantwoordt aan die van uitgehongerde proleten, doet na zijn vrijlating een aha-ontdekking. Niet één keer, maar in een eindeloze mantra brult hij, als het ware als aanvoerder van de afgestompte massa die net de zoveelste overwinning van Oceania op Eurazië en Oost-Azië wordt ingeblazen door het genie van Big Brother, “I love Big Brother’. Het is moeilijk in te denken dat de ijzige O’Connor (doordat deze Winston Smith in werkelijkheid O’Brien heette, moest het originele personage van de roman van naam veranderen) – een vlekkeloze rol van Michael Redgrave – uit efficiency zo’n nitwit voor de ratten gooit. Anderzijds heeft Anderson geen gevoel voor de strijd tussen realisme en anarchisme, het recht op zelfbeslissing is

Het draait om wat Deutscher voorhoudt: Orwell liep zich vast in zijn hardnekkige logica, hij begreep wel waarom een systeem van “wetenschappelijke werktuiglijkheid” (zoals Zamjatin schreef) de samenleving kon en moest schragen, maar niet hoe een nuchter, beredeneerd, controleerbaar maatschappijmodel (in casu de marxistische heilstaat) kon verglijden naar een onderdrukkende, amorele en naamloze dictatuur.

The religion of today, Zamyatin says, ‘is exact science’. Zamyatin’s view of the scientific element (…) is Cartesian, where the Western writer is perhaps more Baconian in outlook”, parafraseert John Griffiths Karl Mannheim (Three Tomorrows. Londen 1980). Zeg maar deduktieve metodische twijfel tegenover induktieve kennisverwerving.

Anderson houdt evenmin  rekening met de zware invloed die Jevgeni Zamjatin heeft nagelaten in 1984. Het pessimisme van Orwell komt voort, aldus Deutscher, uit zijn “convulsive reaction from his defeated rationalism”. Het best valt dat af te meten aan zijn (en Winstons) ijdele hoop dat Trotski’s The Revolution Betrayed. What is the Soviet Union and Where is it Going ? uit 1936 (in 1984 het boek van Goldstein – Trotski heette eigenlijk Lev Bronstein) een oplossing meent aan te dragen. Maar de lektuur van dit al dan niet door Big Brother zelf samengestelde werk stopt in Orwells verhaal bij hoe het tot zijn huidige vorm is gekomen, maar nooit waarom.

 “Orwell was impressed by Trotsky’s moral grandeur”, schrijft Deutscher. “At the same time he partly distrusted it and partly doubted its authenticity”. Het is die twijfel die tot zijn onoplosbaar dilemma leidde. Want totalitarisme legt elke geschiedenis lam. De partij (Ingsoc) heeft geen (sociale, morele, wetenschappelijke) overtuiging, “it is the metaphysical, mad and triumphant”. Onder het mom van Zamjatins “lang leve de Vereende Staat, lang leve de nummers, lang leve de Weldoener” wordt uitsluitend wreedheid als leidraad gehanteerd. Fysiek toezicht – bij Zamjatin in het pre-tv tijdperk wonen de geüniformde nummers onder glazen daken zodat helikoptercontrole mogelijk is – dringt ook de eigenheid binnen: niet alleen daden, ook gedachten worden opgespoord. Want de dissidentie heeft een oorzaak: de verbeelding. Die de taal verrijkt. En die in 1984 steeds meer aan banden en uitzifting wordt onderworpen, tot geen enkel woord nog betekenis heeft.

Daarom heeft Orwell alleen nog een noodkreet over, geen inzicht meer. Hij legt O’Brien dit dogma in de mond: “If you want a picture of the future, imagine a boot stamping on a human face – for ever”. Hij neemt hier letterlijk titel en inhoud van Jack Londons The Iron Heel over,  met dien verstande dat London nadrukkelijk het kapitalisme beoogt.

De regerende Oligarchie bestaat uit de grootste trusts die een monopolie uitoefenen, op die manier de middenklasse aan de bedelstaf brengt, de vakbonden overneemt, de boeren weer tot lijfeigenen maakt, privémilities inhuurt en de proletariërs uitbuit in hun luxestad Asgard (genoemd naar het verblijf der goden in de Noorse mythologie). Orwells nachtmerrie ligt erin besloten. De kapitalist Mr. Wickson (zou de naam Winston een zure parodie zijn ?) veegt elke twijfel van de tafel: “There is the word. It is the king of words – Power. Not God, not Mammon, but Power. Pour it over your tongue till it tingles with it. Power”. Klinkt vertrouwd ?

1984 (1984)

De film 1984 uit 1984 van Michael Radford opent met bedrieglijk bukolische beelden. Tot de oproepen komen over de wereldoorlog, waarin Oceania (Airstrip One) de ene keer Eurazië, de andere keer Oost-Azië bevecht en te zijner tijd verplettert. Gewoon een scherm om de noden te verergeren, want niet gelijke kansen maar gelijke armoede vormt de hoeksteen van de macht. Vrijwel de hele rest van de film baadt in grauwe, mistroostige, donkere kleuren. De keuze van Radford en DoP Roger Deakins zag gelukkig af van hun eerste idee, een film in zwart-wit. Ze bleven ook de tekst van Orwell getrouw. De zwaarmoedigheid van John Hurt (na Peter Cushing veruit de beste Winston Smith) laat weinig ruimte voor opluchting. Maar ook de eenvormigheid, de massascenes, de naakte achtergrond dragen bij tot de danteske, cynische wanhoop van het “Lasciate ogne speranza, voi ch’intrate” (Divina Commedia, Rome 2014, Canto III) die de bespiedingsmaatschappij uitademt.

Want niet alleen de ijzeren onderdrukking of de indoktrinatie maken de wereld grijs, ook “die Gefühlswelt der Bürger von Ozeanien ist auf die populistische Sentimentalität reduziert. Das Rattern der Maschinen und die durchs Radio so typisch entfremdeten Stimmen sind eine kongeniale Geräuschkulisse für das trostlose Szenario” (Tzveta Bozdjieva in Filmreporter, 30 januari 2015).

Geen sprankel hoop laten de onderkoelde ondervragingen door O’Brien (Richard Burton) en de blote angst van Winston Smith (John Hurt) overeind. Dat is des te merkwaardiger omdat Burton, wiens drankzucht al snel tot vervroegde aftakeling leidde, zelfs tot 41 hernemingen moest gaan om zich de juiste tekst te herinneren. “The scene in O’Brien’s apartment where he is talking to Winston about Goldstein’s book took a record of forty-one takes for Burton to say his speech without fumbling his lines” (IMDb). Maar juist die beheerste, geestelijke zwakheid dreef hem tot een schitterende afronding van zijn carrière – zelf heeft hij het eindresultaat nooit gezien: de film kwam maar uit twee maanden na zijn dodelijke hersenbloeding in 1984. Burton was amper 58 geworden.

Diana Ringo’s vrouwelijke 1984

Hoe moeilijk het thema ook blijft, het bleef wachten op een versie uit een andere dan Britse hoek. Die kwam er eindelijk  uit geheel onverwachte hoek: uit Finland. Regisseuse Diana Ringo leek in weinig voorbestemd om de Oost-Europese fakkel op te nemen. Ze is erg jong, vandaag 33 jaar, en leek eerder voorbestemd voor de klassieke maar ook elektronische muziek als pianiste. Zo schreef ze de skore voor Million Loves In Me (Sampson Yuen, 2018) en de kortfilm Hinge (Lisa Mayo, 2020). Maar haar stamboom zit vol wetenschappers: haar overgrootvaders waren uitvinder en wiskundige. Haar vader  is in die voetsporen getreden. En Ringo is voor geen gat te vangen: ze is ook schilderes, ze is scenariste en filmmaakster, ja zelfs (zedig) Playboy-model in de Spaanse uitgave van dat mannenblad.

Deze zomer nog zou haar nieuwe film, The Curse Of Modigliani, in première gaan. Een dramatische film waarin Max, een Amerikaanse kunstenaar op zoek naar nieuwe impulsen, in Helsinki een dagboek ontdekt van de Italiaanse schilder. Hij raakt zo geobsedeerd dat hij zijn zelfvernietiging niet kan tegenhouden. Bedrog door zijn manager en een hete verliefdheid met danseres Julia (!) brengen hem op (of over) de rand van krankzinnigheid.

KARAntin (2021) was Ringo’s eerste grote film. Het dagboek van Felix (Anatoli Beli) over een post-apokalyptische wereld, terwijl hij al meer dan 20 jaar in een bunker verblijft en, uit schaamte en schuldgevoel dat hij de ramp niet voorkomen heeft, aarzelt om zijn demonen (en de schaarse overlevenden) te konfronteren in de buitenlucht. In datzelfde jaar maakte ze Сила непостижимого (Sina Nepostizjimogo, De Kracht van het Onbegrijpelijke), over een violist die een hypnotiseur onder de armen neemt om zich de melodie te herinneren die zijn nachten verstoort. Het thema komt van de Russische schrijver Aleksandr Grin (1880-1932). Hij werkte het fantasyverhaal in 1918 af.

Ringo’s 1984uit 2023is geen getrouwe weergave van Orwells dystopie. In Afisja na Vichodnie (23 november 2022) maakt Ringo haar bedoeling duidelijk. Ze koppelt Orwell aan Zamjatin, maar “vanuit het perspektief van vandaag. De vervreemding van het individu, isolement, eenzaamheid en de slavernij van de mens zijn belangrijke thema’s in mijn film”.

En natuurlijk is er een soundtrack die ze zelf komponeerde. Zelf neemt ze ook de rol op zich van een meisje uit de kunstafdeling. Als hoofdrolspeler koos ze Aleksandr Obmanov uit Volgograd, die ook al KARAntin droeg. Ze filmde zonder regeringstoestemming in Moskou, en dan nog in het Russisch, “which could well be a provocative symbolic move given how Putin is doing his best to become a real-life dystopia. Ringo also names her production company Aelita Productions, namedropping another classic of Soviet utopian propaganda, the early space travel film Aelita (1924)” (Moria, 2023).

Dagelijks twee minuten spontane haatopwelling

Maar een belangrijke koerswijziging is dat in uitbeelding en techniek van 1984 Ringo nauw aansluit bij de Duitse ekspressionistische filmvormgeving uit de jaren twintig van vorige eeuw. Dat is met name het geval voor de stadsgezichten, de huizenbouw, en de bouwtechnieken. Zelfs de arbeidersopslokkende poort van Metropolis ontsnapt niet aan Ringo’s verwijzingen. En daar is een goeie reden voor: “Fritz Lang much later said that he realized the danger of enslaving man when computers appeared” (David Ryan, “Interview with Diana Ringo”, Indie Cinema, 27 november 2023).

Die buitenissige architektuur wordt aangevuld met beeldhouwwerken en glasversieringen die aan François Schuiten, en vooral aan Raoul Servais doen denken: nu eens in de vorm van sfinksen, dan weer als reusachtige ogen (god ziet u !) of de bekende videoscreening, maar nu metershoog. “There are also some bizarre set design choices throughout – the secret liaison between D503 and I-330 takes place at a house that looks like it should be inhabited bij the Addams Family with a wildly overornamented interior and psychedelic wall projections (in Orwell’s book it is a shabby back flat), while for some reason the interrogation of the protagonist takes place with a giant illuminated pentacle on the wall above” (Moria, 2023).

De belangrijkste afwijking is niettemin de rol van de vrouw. Ringo beklemtoont dat ze Orwells 1984 ook ziet als een volwaardige satire, Radford was maar een droogstoppel en bloedserieus. Ze tovert zichzelf als I-330 om tot verleidster, de Maria Magdalena van het bijbelse handvest dat de staatsleer weerspreekt. Seks is vanzelfsprekend en kan niet tegengehouden worden, de slang, de Lilith, de overspeligheid gaat altijd uit van de vrouw (ook bij Orwell komt het initiatief met een briefje van Julia). Waarom dan ook niet de revolutie, lijkt Ringo te zeggen. Of het doorbreken van de Britse stiff upper lip? Een anti-utopie met uitdagende humor, het is het snerende ekwivalent van de Russische avantgardisten uit 1917-1920 met Malevitsj, Kandinski, Popova en anderen, én van de agitprop.

Ook in haar muziek beweert Ringo de lichtere kant van 1984 te belichten. Een “idiosynkratische” muziekaanpak “of chilly cathedral synths, complementing the soundscape of windy blasts and rushing sounds. She also performs a couple of Chopin piano pieces on screen, which is probably a bit of out-and-out exhibitionism” (MovieSteve, 28 mei 2025). Dat laatste is onmiskenbaar. In al haar films komen luchtig (geklede of ontklede) dansen voor die ze zelf opvoert. Ontpolitisering van zware traktaten.

Raoul Peck: ‘Orwell: 2 + 2 = 5’

Van ‘ontpolitisering’ geen sprake in de nieuwste bijdrage tot de herrezen invloed (en verkoop) van Orwell,  nu zowat de hele onbeschaafde wereld als vulkanen uitbarst in onverdedigbare, immorele, rechteloze konflikten. Raoul Peck, de Haitiaanse dokumentalist van onder meer Lumumba (2000), Meurtre à Pacot (2014), I Am Not Your Negro (2016), Le Jeune Karl Marx (2017), Ernest Cole: Lost And Found (2024), pakte dit jaar in Cannes uit met zijn George Orwell (Orwell: 2 + 2 = 5). En laten we wel wezen: Peck is niet bekommerd om nuance of werving, hij is een onversneden politieke filmmaker, met een onmiskenbaar aktivistische overtuiging. Aldo Spinelli laat er in zijn bespreking (Sentieri Selvaggi, 18 maart 2025) niet de minste twijfel over bestaan: zijn film is een handleiding om zijn overtuiging door te drukken. “Come sempre, la prospettiva di Peck è netta, di ‘battaglia’. A punto di poter risultare, per alcuni, altrettanto retorica e propagandistica della manipolazione politica che vuoie combattere” (“Pecks invalshoek is altijd duidelijk: het gaat om ‘strijd’. Tot het punt dat het voor sommigen zo  retorisch en propagandistisch zou kunnen zijn als de politieke manipulatie die het wil bestrijden”). En dus zijn doel grandioos voorbijschiet.

Daar is Jason Gorber het helemaal mee eens: “Things simply don’t always add up” (POV Magazine, 22 mei 2025). Daar staat tegenover dat duidelijkheid het haalt op manipulatie. “Screening in the Cannes Prémière Stand, it [Orwell: 2 + 2 = 5] is the most explicit critique of Donald Trump and America’s dive in to the far-right at the festival this year” (Deborah Young in The Filmverdict, 23 mei 2025).

Je weet waar je aan toe bent. Aan herkenbare vormen van toenemende vrijheidsberoving: de bespiedingsmaatschappij, de taalverkrachting, het groeiend “sterke” bewind en de uitholling van de waarheid.

In dat opzicht voldoet Orwell als thema aan alle voorwaarden. Want voor Peck geldt maar één norm. De vervlechting van de media en de politieke wereld, en de nefaste gevolgen daarvan. Ik zou er nog de gerechtelijke wereld aan toevoegen, omdat hij onderschrijft wat niet goedkeurenswaardig is en indruist tegen de grondrechten van elke burger: het recht op privacy, het recht op vrije meningsuiting, het recht op een eerlijk proces, het recht van wederwoord. Ik denk aan Turkije, Hongarije, China, Rusland, Israël, maar ook aan de Europese Kommissie en de eigen regering. En ik vergeet de onterecht toegekende status van het economisch emplooi niet, met zijn groeiobsessie en inhaligheid van banken en de trusts en de multinationals voorop.

Daarin speelt Nieuwspraak een niet te onderschatten rol. Mijn vroegere hoofdredacteur Chris Borms heeft het me altijd op het hart gedrukt: “Zeg nooit dat arbeiders moeten ‘afvloeien’ als ze op straat worden gezet, ontslagen, doorgeschoven naar de openbare onderstand”. Er bestaat al een heel woordenboek van omzwachtelende vergoelijkingen en van onbegrijpelijke afkortingen (een euvel dat Zamjatin al op de korrel nam). Wat Orwell zelf “prefabricated terms” noemde. Alleen hoef je die tendens niet door te drijven tot onhoudbare verbanden, zoals Sheri Linden vaststelt: de filmmaker heeft alle rechten om despoten en fascisten aan de muur te nagelen, maar niet als “the preaching shifts into hyperventilating in a questionable segue of public hanging of Nazi’s in 1946 Ukraine to the chaos of January 6, 2021, in the U.S. Capitol” (The Hollywood Reporter, 17 mei 2025).

Sympatie voor de historische rol en het doorzettingsvermogen van Orwell mogen geen verblinding veroorzaken voor het eigen feil, of voor complottheorieën. Natuurlijk staat Peck aan de kant van Orwell, hij erkent zelf hoe hij zo ingenomen werd door Orwell door “the feeling” bij het lezen van zijn boeken “that he seemed like someone from the Third World, like me”. En dat stak, want als zwarte Haitiaan doorzag Peck moeiteloos de schijnheiligheid van de zogenaamde verdedigers van de democratie (net zoals de vakbonden in Wij en 1984 verkocht zijn aan de macht) en het openlijk racisme dat hem niet eens bestaansrecht toekende. Peck gaat dan nog verder dan Orwell: “As Orwell said: hope, if it exists, has to be built. It does not appear on its own. In the history of humanity, that has never worked. You resist, you organize, you make it happen” (Alex Vicente in Cannes, 26 mei 2025).

Maar dat proselitisme schept ook nare neveneffekten. Er is de verleiding om het verband tussen geschiedenis en het heden te verabsoluteren tot louter simplistische ‘gelijke oorzaken, gelijke gevolgen’. Er is de ontmoedigende weerslag: “Het probleem is juist dat, hoewel Peck het met bijna chirurgische helderheid uitlegt, men de bioskoop verlaat met het bittere gevoel van een nederlaag. Het lijkt duidelijk dat we de strijd verliezen tegen de geleidelijke en bijna onmerkbare uitholling van vrijheden, de corruptie van de taal en de gelaten aanvaarding van een steeds kneedbaarder wordende waarheid” (“El problema es precisamente que, aunque Peck lo explica con claridad casi quirúrgica, uno sale del cine con la sensación amarga de derrota. Parece evidente que estamos perdiendo la batalla contra la erosión gradual y casi imperceptible de libertades, la corrupción del lenguaje y la aceptación resignada de una verdad cada vez más moldeable” – Ricardo Fernández, “Estamos Perdiendo le Batalla”. El Contraplano, 18 mei 2025).

En net dat dient vermeden in een geëngageerde dokumentaire. Precies om dat laatste wat Fernández opwerpt, is alertheid meer dan ooit nodig om de echte gevaren te onderkennen en te bezweren. Peck is heel sterk in het onderdeel waar hij de opmars van ‘Artificial Intelligence’ (AI) aanpakt. Met name de mogelijkheid om voorspellingen te doen over mogelijke misdaden die iemand beraamt of zou kunnen plegen leunt bij Big Brother aan. Net als het eenzijdig verzoek bij het gerecht (om de media te knechten) of de klassejustitie, wordt de wezenlijke richtlijn, onschuldig tot schuld kan bewezen worden, met voeten getreden. Peck gebruikt er zelfs een fragment van Spielbergs Minority Report (2002) voor om zijn stelling te staven. Die film speelt zich wel af in 2054 (naar een boek van Philip K. Dick), maar sommige technieken zijn al schering en inslag. Ik heb het niet over de leugens dat ANPR-kamera’s nooit zouden gebruikt worden voor overtredingen, alleen voor nummerplaatherkenning om na te gaan of taksen betaald zijn. Wel over de schimmige verschuiving van uitgebreide mogelijkheden zoals het gebruik van gsm of gordeldracht. Zoals altijd is het makkelijk een wet in te voeren, niet om hem weer af te schaffen, vooral als hij geld opbrengt (liefst onder het mom van veiligheid). Peck koppelt AI terecht aan arbeidsrechten, en gebruikt “AI art to poke fun at Trump and to show the danger it presents to create false narratives” (Robert Daniels in Roger Ebert, 21 mei 2025).

Dat Orwell: 2 + 2 =5 riekt naar de schok der herkenning is even vanzelfsprekend als verontrustend: de toekomst bestaat al onder ons en we zijn er ons amper van bewust. Aanpassing is het nooit gekozen doembeeld. Soms lijkt de verfilming van John Osbornes Look Back In Anger (Tony Richardson, 1959) bij Richard Burton zoveel wrok, kwaadheid en machteloosheid op te roepen dat geweld vanzelfsprekend wordt. Maar of het helpt tegen veel subtielere vormen van overheersing, kontrole, vernedering en leugens staat nog te bezien. Orwell zag de uitzichtloosheid van zijn koleire in, en zag met weemoed dat zijn wereld onbegrijpelijk en despotisch was geworden, zonder kans op verzet. Want “War is Peace”, zegt de NAVO vandaag. “Freedom is Slavery”, vrijheid noopt immers tot irrationeel gedrag. En “Ignorance is Strength”, wat niet weet niet deert. Of zoals mijn schoonmoeder zei: “Gelijk is de neus af”. Verstandige vrouw.

(Lukas De Vos: Senior Journalist (VRT, Knack), doceerde aan universiteiten in binnen- en buitenland, auteur van een 70-tal boeken (recent: Sachsenhausen:: Mijn Triomf van de Wil, 2000; Een Geboeide Waarheid Erkennen Wij Niet, 2021; Robbe de Hert: de Robin Hood van de Vlaamse Film, 2021 – shortlist Louis Hartlooperprijs; Peter Verhelst, Brokstukken van Menschendämmerung, 2022), erevoorzitter Arkprijs en hoofdredakteur, voorzitter VVF en hoofdredakteur filmblad Snapshots, Jurylid Hercule Poirotprijs, kenner van Europa, Zuid-Oost-Azië, SF, strips en Lucebert.)

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.