Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant24 maart 2026

Mooie avond, lastig verhaal: over oorlog, imperialisme en zo meer

Author: Egel | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: peterstormt.nl

dinsdag 24 maart 2026

1.

Vorige week woensdag, 18 maart 2026, bezocht ik een avond van Breda en Tilburg voor Vrede. Dat is – zo werd ons aan het begin van op de avond verteld – een plaatselijke vredesorganisatie in opbouw, voor wie vrede onbereikbaar was zonder stellingname tegen het kapitalisme en het imperialisme. Vrede kan, volgens degene die Breda en Tilburg voor Vrede introduceerde, dus niet bereikt kon worden door alleen maar vredelievend genoeg te zijn als individu. Een realistische stellingname, wat mij betreft. De groep bleek verbonden aan, in ieder geval geestverwant van, de Nieuwe Vredesbeweging.(1)

De avond werd goeddeels gevuld met een lezing, met kort gelegenheid tot vragen en discussie. Daarna – en trouwens ook vooral – informele gesprekken en koffie en dergelijke. Het was een mooie avond. Maar bij de lezing had ik ernstige bedenkingen. Die heb ik bij de lezing zelf niet naar voren gebracht, omdat mij dit niet zo passend leek op een avond als deze: het zou een soort discussie in de hand hebben gewerkt die kostbare tijd opslokt en weinig bijdraagt aan het hier en nu opbouwen van vredesactivisme. Tegelijk denk ik dat het zinnig is om mijn bedenkingen wel te delen. Dat doe ik dus verderop in dit artikel. Eerst de avond als zodanig.

Het mooie van de avond zat in de opkomst. Pakweg veertig mensen waren bijeengekomen in Raakveld, waar de organisatie gastvrijheid had gevonden. Dat is een flink aantal, in aanmerking genomen dat de linkse, radicale en alternatieve scene in Tilburg en Breda niet zo heel omvangrijk is. Ik zag veel mensen die ik niet kende of slechts heel af en toe zie, uit heel verschillende richtingen, het was niet louter het vaste kringetje dat aanwezig was. Het was voelbaar aan de mensen – in hoe ze zich uitten, hoe ze naar de lezing luisterden en hoe sommigen opvallend lang nableven – dat er aanzienlijk enthousiasme is voor initiatieven richting vredesbeweging en bijbehorende bewustwording. Dat alleen al maakt de avond tot een succes waar organisatoren trots op mogen zijn. Er is ook lekker genetwerkt om mensen voor volgende activiteiten op zijn minst te kunnen bereiken. Waardevol allemaal.

2.

Maar dan de lezing zelf. Die werd gegeven door Jacques Pauwels, geschiedkundige uit België die intussen al een hele tijd in Canada woont. De man is auteur van een reeks boeken, en weet onmiskenbaar veel van de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Titel van de lezing was: ‘De Mythe van de Goede Oorlog’. Onderwerp: de drijfveren van de VS-politiek in vooral de Tweede Wereldoorlog, de aanloop en de jaren erna. Volgens Pauwels dienen we die drijfveren boven alles te zoeken in het kapitalistische systeem, meer precies in de directe financiële belangen van degenen die in de VS aan de touwtjes trekken: de grote kapitalisten, topondernemers, grote aandeelhouders en dergelijke. ‘De elite’, noemde hij ze. Hij hanteerde zelfs het woord ‘deep state’ er voor. Ik zou dat zelf niet doen, laat die woorden maar lekker bij extreem-rechts dat er zo graag mee goochelt. Maar dat hier terzijde.

Pauwels vertelde dat kapitalisten in de VS hadden in de jaren 1930 nogal wat sympathie voor Mussolini en Hitler hadden. Waarom? Die dictators deden wat iemand als auto-ondernemer Henry Ford ook wel wilde. Ze verlosten de Italiaanse en Duitse maatschappij van linkse bedreigingen, van communisten, socialisten en vakbonden, zodat het winst maken ongestoord opgevoerd kon worden, Bovendien leverden met name de nazi’s een business-vriendelijke oplossing voor de grote depressie. Waar die crisis ertoe leidden dat mensen bijvoorbeeld geen auto’s meer konden kopen – minder afzet, minder winst – dichtte de wapenproductie het gat. Daardoor was de afzet niet meer afhankelijk van individuele consumenten maar van de staat als afnemer. Die staat – onder fascistische leiding – leverde de klandizie waardoor grote ondernemingen hun winsten kunnen boeken. Uit zakelijk eigenbelang was het grote zakenleven dan ook helemaal niet tegen Hitler en tegen Mussolini. Er was juist grote sympathie en bereidheid tot samenwerking. Pauwels noemde Henry Ford, auto-industrieel en fanatiek antisemiet – en Prescott Bush, bankier die zaken deed in het Derde Rijk. Jazeker, Bush, de vader en grootvader van. Pauwels wees heel terecht en heel ter zake op de sympathie die binnen de kapitalistenklasse bestond voor fascistische ‘oplossingen’.

Pauwels vertelde dat er een serieus staatsgreepplan heeft bestaan, in 1934, om zoiets ook in de VS door te zetten. Daar zou de zakendynastie Dupont bij betrokken zijn geweest. Ik geloof het meteen, en ik ga eens op zoek of ik er meer over kan vinden. Maar daar zien we meteen een probleem opduiken, een zwakke plek in de lezing. Het staatsgreepplan ging niet door. Verijdeld? Afgeblazen wegens te weinig support? Waarom? Als de zakenelite zo pro-fascistisch was als Pauwels zegt, waarom lieten ze de kans om dat in de VS door te zetten dan lopen? Waarom geen latere pogingen, met meer succes? Was de business class in de VS wel zo nadrukkelijk pro-Nazi als in de lezing werd gesuggereerd? Of was die klasse hier verregaand verdeeld over?

Aan de orde kwam ook het uitbreken van de oorlog tussen de VS en Duitsland, kort na de aanval van Japan op Pearl Harbor in december 1941. Die oorlog brak uit, niet omdat de VS Duitsland de oorlog verklaarde, maar andersom. Hitler koos ervoor om de VS een oorlogsverklaring te sturen. Pauwels deed het hier voorkomen alsof dit een grote tegenslag voor de grote zakenwereld van de VS was. Ongetwijfeld zal het voor Prescott Bush en andere opgevoerde kruideniers hinderlijk zijn geweest. Maar Bush was een enkele kapitalist – een forse, maar vergeleken bij de echt grote zakenfamilies geeneens een hele grote. Er waren grotere kapitalisten, en ze opereerden lang niet allemaal hetzelfde. Er was ook nog de aristocratische familie Roosevelt, en uitgerekend iemand uit die familie zat in in het Witte Huis. President Roosevelt was al jaren voor Pearl Harbor er van overtuigd dat de VS een rol diende te spelen in Europa, tegenover Nazi-Duitsland. Reden was niet primair humanitair, maar strategisch. Europa in handen van één grote mogendheid, met duidelijk expansionistische strevingen, zoiets zou vroeg of laat de VS bedreigen. Dat Nazi-Duitsland zich enkel tot koloniale oorlogen oostwaarts en een kruistocht tegen ‘het communisme’ en de Sovjet-Unie zou beperken, stond geenszins vast. En met één tot de tanden bewapend Europa met als hoofdstad Berlijn, was de Atlantische Oceaan helemaal niet meer zo’n ondoordringbare grens meer.

Roosevelt – en een deel van de heersende klasse met hem – was zich bewust van dit gevaar. Hun conclusie, zeker nadat Frankrijk door Duitse tanks onder de voet was gereden: Groot Brittannië moet standhouden tegen Nazi-Duitsland, hoe dan ook. Verder liggende conclusie: vroeg of laat moet de VS het zelf opnemen tegen Nazi-Duitsland. De VS kan maar beter aan het bewapenen gaan, en de bevolking – maar ook kortzichtiger delen van de kapitalistenklasse – beginnen voor te bereiden op oorlogsdeelname. Sterker: de VS kan maar beter de strijd zelf niet niet de weg gaan. Al maanden voor de aanval op Pearl Harbor vochten U.S. Navy op de noordelijke Atlantische Oceaan tegen de Duitse Kriegsmarine. Het was al oorlog, en de oorlogsverklaring van Hitler bespaarde Roosevelt een boel moeite om Congres en bevolking mee te krijgen in die oorlog.

Allerlei zakenlieden zullen niet op deze manier hebben nagedacht. Die waren te druk met winst binnenharken op de korte termijn. Maar heersende klassen doen niet alleen aan commercie. Ze doen ook aan strategie. Voor die strategie hebben ze politici in de uitvoerende macht – in de VS met name de president en zijn staf, en een ministerie van buitenlandse zaken, maar ook denktanks waar vooruit wordt gedacht. Deze strategische dimensie miste ik in het verhaal van Pauwens. Maar zonder die dimensie is de politiek van de VS helemaal niet goed te begrijpen. Kapitalistenklassen zijn wel degelijk in staat om korte-termijn winsten ondergeschikt te maken aan staatsbelangen – zolang het kapitalistische staatsbelangen zijn, op de lange termijn in het belang van de heersende klasse, niet als afzonderlijke ondernemers maar als groep met enig idee over een gezamenlijk belang. En het kapitalistische staatsbelang op lange termijn, zoals Roosevelt het zag, vereiste dat Hitler de wereld niet mocht veroveren, dat de macht van Duitsland als imperialistische oppermacht diende te worden tegengehouden en uiteindelijk gebroken. Als er al een mogendheid de wereldwijde suprematie verdiende, dan heette die wereldmacht wat topfunctionarissen en adviseurs van de Amerikaanse heersers betreft de VS. Niet Duitsland.

Ook dit streven bleek trouwens commercieel helemaal niet ongunstig. Hiervoor waren immers ook weer heel veel wapens nodig. Allerlei bedrijven werden zo ongeveer letterlijk van overheidswege verwittigd van wat ze dienden te maken, uiteraard om het Vaderland te Dienen. ‘Hallo, spreek ik met General Motors? Hoi, met het ministerie van oorlog hier. Jullie maken auto’s hè? Van nu af aan maken jullie vrachtwagens voor het leger, we willen er 20.000 per maand. Stuur de kostprijs maar op, wij doen daar 10 procent winst bovenop. Succes!’ Dat idee. Met marktwerking had dit natuurlijk niets te maken, met lucratief produceren wel degelijk. In zeer korte tijd schakelde de VS over naar een zeer winstgevende oorlogseconomie. Maar het deed die omschakeling niet primair om zakenlieden aan winst te helpen Het deed die omschakeling om Groot-Brittannië overeind te houden, de Sovjet-Unie van wapens te helpen voorzien en uiteindelijk zelf op het slagveld te kunnen verschijnen, tot de tanden bewapend, om tegen Japan maar vooral tegen Duitsland de strijd aan te gaan. Want toen de VS eenmaal openlijk deelnam aan de oorlog, kreeg de strijd tegen Nazi-Duitsland prioriteit boven die tegen Japan. De heersende klasse van de VS was tot de conclusie gekomen dat in Berlijn, niet in Tokio, de grootste en gevaarlijkste rivalen van het Amerikaanse imperium zetelden.

Dat imperium begonnen strategen van de heersende klasse in denktanks zoals bijvoorbeeld de Council on Foreign Relations intussen in beleidsnota’s uit te tekenen.(2) Het kwam neer op 1. een informeel imperium van formeel onafhankelijke staten dat een zo groot mogelijk deel van de wereld omvat, een invloedssfeer waarin transnationale ondernemingen – met hoofdkwartier in de VS – vrij konden bewegen en hun ding konden doen; 2. op het weren van politieke krachten die hun economie voor zulke ondernemingen konden afschermen – krachten die dat deden waren per definitie communistisch of pro-communistisch – en 3. op rechtstreekse toegang tot de steeds belangrijker olievoorraden in het Midden-Oosten, die voor de VS beschikbaar dienden te zijn. Maar om dit Free Market Empire te laten functioneren, moesten rivaliserende imperia worden verslagen waar het vijanden betrof, vernuftig ingekapseld en aan de VS ondergeschikt gemaakt waar het de Britse, Franse, Nederlandse en Belgische koloniale rijken betrof. De VS kon prima leven met dekolonisatie, zolang die leidde tot staten waarin de VS militaire basis geregeld kon krijgen en VS-ondernemingen er naar believen winstgevend actief konden zijn.

Al dit soort zaken bleven bij Pauwels onder- of helemaal onbelicht. Bij hem werd het Amerikaanse imperialisme gereduceerd tot de puur economische dimensie: als het geld maar binnen rolt, en snel een beetje. Die dimensie is absoluut onmisbaar voor ons inzicht. Maar de strategische dimensie, waar het gaat om de lange-termijn belangen zoals de heersers die zien, is dat evenzeer. Wil je het imperialisme begrijpen, dan heb je dus een analyse nodig waarin zowel het winstbejag op korte termijn als dat strategisch belang op langere termijn – waaronder het scheppen en garanderen van gunstige voorwaarden voor al dat winst maken – zijn verweven. Veel van wat Pauwels vertelde was wel degelijk waardevol, relevant en een goed tegenwicht tegen de mythische versie alsof de VS uit een soort humanitair democratisch altruïsme de Tweede Wereldoorlog is ingestapt. Die versie is onzin, daar ligt vooral het gelijk van Pauwels. Maar het bleef een beperkt, wel heel eendimensionaal neergezet gelijk.

3.

Waar het ook mis ging is zijn eenzijdige nadruk op de VS als dé imperialistische macht. Hij besprak kort ook de NAVO. De Europese lidstaten van die NAVO noemde hij nadrukkelijk geen bondgenoten, maar vazallen van de VS. De NAVO was in zijn schets puur een instrument van Amerikaanse hegemonie. Volgens mij is dit minstens zeer eenzijdig en feitelijk niet juist. De NAVO is een coproductie van de heersende klassen van de VS en een aantal West-Europese staten, op basis van een gezamenlijk, of minstens parallel lopend, belang. Voor de VS was het belang: een zo groot mogelijk deel van Europa deel doen uitmaken van het informele Free Market Empire wat ik hierboven hem geschetst. Zo veel mogelijk Europese landen dienden toegankelijk te blijven voor multinationale ondernemingen met hoofdkwartier en eigenaars in de VS. In het gevestigde jargon van die dagen: het moesten vrije economieën zijn. De VS mocht niet worden buitengesloten doordat ze achter een ijzeren gordijn zouden belanden. De Sovjet-Unie moest buiten de deur worden gehouden en met wapens worden afgedreigd. Ze mochten niet veranderd worden in staatsgeleide economieën met gegarandeerde bestaanszekerheid, zorg en onderwijs voor iedereen en daarmee een einde aan de onbeperkte winstgevende ondernemersvrijheid, ook niet via verkiezingen, zoals buiten Europa Guatemalanen ontdekten in 1953 en Chilenen in 1973. In beide landen steunden de VS een staatsgreep en maakte daarmee een einde aan regeringen die sociale projecten ten bate van de armen op poten hielpen zetten. Ook in Europa stond de VS klaar om al te linkse strevingen tegen te werken.

De Europese heersers deelden dit anti-linkse belang. Ook zij wilden een ‘vrije economie’, ook zij wilden geen omvorming naar een staatsgeleide economie waarin niet alleen Amerikaanse, maar vooral ook hun eigen kapitalisten hun ondernemingsvrijheid kwijt zouden zijn. Europese heersers realiseerden zich dat zij voor dit alles de steun van de steenrijke en machtige VS nodig hadden. Maar de VS realiseerde zich dat zij die Europese staten nodig had, al was het maar om er een netwerk van militaire bases tegenover de Sovjet-Unie te kunnen neerzetten. En de VS wilde in Europa ook een economie zien groeien die Amerikaanse bedrijven van klanten en afzetmarkten kon helpen voorzien. Ja, de VS was de baas van de militaire NAVO-infrastructuur. Europa had over de politieke vormgeving van de NAVO echter wel degelijk invloed. De aandrang om na de Tweede Wereldoorlog de VS in Europa te houden – om zich die enge Russen van het lijf te houden, maar ook om te voorkomen dat Duitsland op eigen houtje weer wereldmachtje ging spelen – kwam uit West-Europa zelf. In woorden die toegeschreven zijn aan Lord Ismay, kort voordat hij de eerste secretaris-generaal van de NAVO werd: het idee was ‘to keep the Russians out, the Americans in, and the Germans down’(3) Het werd een redelijk gangbare omschrijving van het idee achter de NAVO in haar eerste jaren. Dit is geen vazallentaal. Dit is berekenende Europese imperialistische politiek. De ‘we’ hier wonen in Rome, Londen, Bonn en Parijs. Niet in Washington.

Het is waar dat vooral aanvankelijk de VS de alliantie domineerde. Het is ook waar dat belangen al snel uiteenliepen – en dat de VS lang niet altijd haar zin wist door te zetten. Frankrijk ging haar eigen gang en onttrokken zich op een gegeven moment zelfs uit de militaire structuren van de NAVO. Dat is geen vazallengedrag. De Britse premier Wilson vertikte het nadrukkelijk om de Amerikaanse president Johnson tegemoet te komen toen die Britse hulp vroeg in de Vietnam-oorlog waar Johnson de VS steeds dieper in stortte. Dat is geen vazallengedrag. En al die NAVO-landen die in maart 2026 helemaal geen zin hebben om Trump te helpen om de Straat van Hormuz weer open te krijgen, die vertonen ook geen vazallengedrag. Het is waar dat NAVO-chef Rutte de hielen likt van Trump, en dát mag je vazallengedrag noemen. Het is ook waar dat de beslissingen van Europese staten niet genomen worden door vazal Rutte, maar door Europese regeringen, ingebed in Europese heersende klassen, met eigen belangen en eigen afwegingen. Dit zijn in NAVO-verband junior partners van de VS, voorwaardelijke partners zoals steeds duidelijker word. Het zijn geen vazallen, en voor de grotere Europese staten geldt dat zij dit nooit helemaal geweest zijn ook.

Dit is politiek van belang als je bondgenoten zoekt in anti-imperialistische strijd. Noem Europese regeringen vazallen van de VS, en je komt gemakkelijk in de verleiding om ze als slachtoffer van Amerikaanse overheersing neer te zetten. Dan is het maar een kleine stap om er een bondgenootschap mee aan te gaan, om samen dat Amerikaanse juk af te werpen. Europese landen als een soort kolonie van de VS, die samen met Europese bevolkingen de strijd tegen het Amerikaanse rijk dienen aan te gaan, zoiets krijg je dan. Maar daarmee schuiven we de realiteit opzij dat de heersers van Europa vooral en in de eerste plaats de eigen bevolkingen, jou en mij ook, overheersen en waar nodig snoeihard onderdrukken. We belanden dan in een soort anti-Amerikaans nationalisme, vermomd als anti-imperialisme – in samenspraak met heersers die zelf imperialistisch opereren, zelf koloniale belangen er op na houden, vaak onder Amerikaanse bescherming schuil gaan maar wel degelijk een eigen agenda hebben – een agenda die niet de onze is. Ja, inzet voor vrede vergt strijd tegen kapitalisme en imperialisme – maar dan wel allereerst ook het kapitalisme en imperialisme van ‘onze eigen’ heersers. Die heersers neerzetten als louter vazallen van de VS behelst een onderschatting van hun zelfstandige en kwalijke macht. Jetten is geen slachtoffer van Trump. Jetten is een actieve medeplichtige. Nederland is geen halfkolonie van de VS. Nederland is een wat kleinere gangstermacht die samenwerkt met de Opperste Gangster in Washington. De B.V. Nederland is daartoe niet gedwongen De B.V. Nederland kiest voor die rol.

In de vraag-en-antwoord sessie die op de lezing volgde, kwam de vraag aan de orde of de Sovjet-Unie niet ook een imperialistische mogendheid was. Volgens de spreker was dat nadrukkelijk niet het geval. Pauwels wees op het feit dat Sovjet-Rusland al snel antikoloniale revoluties ondersteunde een aanmoedigde. Ook liet de Sovjet-Unie veel ruimte voor relatief autonome republieken van de diverse nationaliteiten. Ik denk echter dat dit geen doorslaggevende argumenten zijn om te ontkennen dat ook de Sovjet-Unie een vorm van imperialisme belichaamde. Allereerst: de antikoloniale strijd. Ja, in de eerste jaren na de revolutie, maar ook later onder Stalin, Chroestjov en Breznjev, steunde de leiding van Sovjet-Rusland en later de Sovjet-Unie allerlei opstanden en guerrillabewegingen tegen het Franse, Britse en Portugese kolonialisme, en later ook tegen bondgenoten en beschermelingen van het Amerikaanse imperialisme. De Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd, eerst tegen Frankrijk en later tegen de VS, is een voorbeeld. De diplomatieke, economische en militaire steun aan Cuba na de revolutie van 1959 is een voorbeeld. Soortgelijke steun aan verzetsbewegingen tegen Portugese overheersing in Mozambique, Angola en Guinee-Bissau is een voorbeeld. Dit soort steun breidde zich vaak nog uit nadat die verzetsbewegingen de staatsmacht hadden veroverd in de voormalige koloniën, nu dus onafhankelijke staten.

Maar maakte dit alles de Sovjet-Unie anti-imperialistisch? Alleen als je negeert hoe en met welke overwegingen de Sovjet-Unie antikoloniale bewegingen en daaruit voortgekomen staten ondersteunde. Het betrof hier geen pure onbaatzuchtigheid. Het betrof hier steun in ruil voor invloed, voor strategische machtsposities waarmee de Sovjet-Unie het imperialisme van de VS en andere Westerse machten dwarsboomde. Feitelijk deed de Sovjet-Unie hetzelfde als wat de VS andersom in de jaren vanaf 2000 ging doen via het steunen van volksopstanden om die via een Kleurenrevolutie in pro-Westerse richting aan te sturen. In beide gevallen wordt verzet tegen het ene imperium benut ter versterking van de invloed van een rivaliserende mogendheid. In beide gevallen is er sprake van een imperialistische dynamiek, hoe authentiek de antikoloniale opstanden maar ook de volksopstanden die het etiket Kleurenrevolutie kregen ook mochten zijn. En in beide gevallen zijn de mogendheden die langs deze lijnen hun invloed versterken, imperialistische mogendheden. Jazeker, de Sovjet-Unie was een imperialistische staat, en haar opvolger Rusland is dat eveneens.

Dat binnen de Sovjet-Unie allerlei niet-Russische volkeren een zeer ruime autonomie hadden, dat niet-Russische taal en cultuur actief werden aangemoedigd, is hier niet mee in strijd. Aan de oppermacht van het imperiale centrum kon ook door die niet-Russische republieken maar beter niet worden getornd, en dat gold al in de tijd van Lenin. Heel veel van de autonomie en culturele ruimte voor niet-Russische bevolkingsgroepen werd trouwens vanaf de late jaren 1920 alweer ingeperkt, de Russische oppermacht binnen de Sovjet-Unie steeds nadrukkelijker doorgezet, vaak uiterst hardhandig. Ik zie geen goede reden om zowel Rusland als de Sovjet-Unie niet als imperialistische macht te typeren.

Dan kwam ook China nog even langs in de vraag-en-antwoord sessie. Dat land kreeg van de spreker grote lof toegezwaaid. Honderden miljoenen mensen uit de armoede gehaald, snelle modernisering, allemaal heel verdienstelijk toch? Dat die modernisering, die groei, en ja, ook die lotsverbetering van gigantische aantallen mensen, er zijn: ik betwist het niet. Maar het hele proces waarin dat gebeurde is vrijwel openlijk kapitalistisch, en gaat met immense ongelijkheid, corruptie en sociale spanningen gepaard. Wat Pauwels aanprees is een kapitalistisch China, met kapitalistische successen die hij benoemde en kapitalistische problemen die hij verzweeg, en dat alles zonder dat kapitalistische karakter van China zelfs maar helder te benoemen.

O ja, en de Oeigoeren, vaak genoemd als zwaar onderdrukte bevolkingsgroep in China. Nou, de spreker was in twee steden geweest in het gebied waar die bevolkingsgroep woonde, en daar zag het er prima uit. Alsof je uit het feit dat je in Houston, Texas rondloopt, niets ziet van concentratiekamp Dilley in dezelfde staat, en daaruit concludeert dat het allemaal misschien best meevalt met de terreur van ICE. Pauwels ontkende niet met zoveel woorden dat Oeigoeren als bevolkingsgroep met intense onderdrukking door de Chinese staat te maken hebben. Maar het kwam er griezelig veel te dichtbij.

4.

Al met al kon ik me dus maar zeer gedeeltelijk vinden in het betoog van Jacques Pauwels. Met een van zijn conclusies was ik het echter roerend eens: de noodzaak om kritisch na te denken. Maar daar hoort wat mij betreft ook bij dat dit kritische nadenken zich niet enkel richt op de VS, dat dit nadenken meerdere dimensies in machtsverhoudingen onderkent, niet enkel het snelle rollen van het grote geld, en dat ook mogendheden die tegenover de VS staan niet uit de wind van kritisch inzicht worden gehouden. Als inzet voor vrede een antikapitalistische en anti-imperialistische opstelling vergt – en dat doet die inzet! – laten we dan wel het hele kapitalisme en het hele imperialisme van kritiek, oppositie en verzet voorzien. Niet alleen Amerikaanse versie, hoe oppermachtig die versie ook was en deels nog altijd is.

Ten slotte. Dit soort avonden zijn waardevol. Nieuwe initiatieven rond het thema oorlog en vrede zijn hoognodig. Ik hoop nog vaker aan bijeenkomsten en activiteiten van Breda en Tilburg voor Vrede mee te kunnen doen, met kritische zin en al.

Noten:

(1) Nieuwe Vredesbeweging: https://nieuwevredesbeweging.nl/

(2) Zie over dit soort zaken het zeer verhelderende boek van Noam Chomsky, ´Turning the Tide – US Intervention in Central America and the Struggle for Peace’(Boston, 1985), hoofdstuk 2, The Fifth Freedom, pag. 43-84. Chomsky, ik weet het, ook niet vrij van reputatieschade omdat ook hij kans zag in het Epstein-vriendjesnetwerk te belanden. Niet zo mooi. Maar daarmee is dat boek niet nutteloos geworden. Het blijft een aanrader, vooral als je er aan kunt komen zonder dat zijn bankrekening er voller van wordt…

(2) ‘Hastings Ismay’, Wikiquote, https://en.wikiquote.org/wiki/Hastings_Ismay (geraadpleegd 24 maart 2026)

Peter Storm

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.