Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant24 mei 2026

Kees Boeke (1884-1966) En Sociocratie: Basis Voor  Coöperatie En Commons

Author: Tijdschriftdeas | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: libertaireorde.wordpress.com

Het Duitstalige internet tijdschrift espero nr. 12 (januari 2026) publiceerde een uitvoerig artikel over de Nederlandse libertaire pedagoog Kees Boeke (1884-1966). In het Nederlands vertaald luidt de titel ervan ‘Heerschappij? Nee, bedankt! – Kees Boeke en het libertaire organisatiemodel van sociocratie’. Het artikel, van de hand van Jochen Schmück, is integraal te lezen op de site van espero, pp. 160-216 (zie Online).

Het artikel omvat drie hoofdstukken; het opent met een Voorwoord en eindigt met een Nawoord. Het eerste hoofdstuk beschrijft hoe een christelijke pacifist het anarchisme ontdekt. Het tweede hoofdstuk gaat in op de pedagogie en de manier dit te organiseren: Werkplaats Kindergemeenschap – werk van zelforganisatie. Het derde hoofdstuk besteedt aandacht aan het organisatiemodel van de sociocratie in het spanningsveld van theorie en praktijk. In het Nawoord gaat het over de verwerking, door anderen dan Kees Boeke, van het concept sociocratie tot in het heden.

Jochen Schmück, die een aantal jaren in Nederland gewerkt heeft, stelde mij zijn vertaling in het Nederlands van het artikel ter hand. Het is te lang om hier op te nemen. Het Nawoord past echter perfect, niet alleen omdat nog eens kort uit de doeken gedaan wordt welke betekenis sociocratie heeft en hoe daar actueel gebruik van is gemaakt, maar ook omdat het aansluit bij wat onlangs op ‘Libertaire orde’ verscheen over coöperatie en commons. Hieronder dus de weergave van het Nawoord in de vertaling van de auteur zelf. (De nummering van de noten correspondeert met die van het oorspronkelijke artikel).  [ThH]

Sociocratie als libertair concept in zijn ontwikkeling na Kees Boeke

Jochen Schmück:  Met zijn concept van sociocratie had Kees Boeke een pragmatisch-anarchistisch organisatiemodel gecreëerd, waarvan de drie basisregels als volgt luidden:

1. Besluitvorming door overeenstemming (consensus);

2. Zelforganisatie en autonomie;

3. Structurele opbouw: van onderaf.

Het sociocratische organisatiemodel van Boeke bevat onmiskenbaar anarchistische trekken. Toch heeft het vrijwel geen aandacht gekregen in de discussies over het mondiale nieuwe anarchisme, dat op zijn beurt ook niet bijzonder innovatief geweest is wat betreft de ontwikkeling van moderne anarchistische organisatiemethoden voor het dagelijks leven in het hier en nu. [67] [De noten zijn onder dit artikel opgenomen; thh.]

De situatie in Nederland was daarentegen iets anders. [68] Daar werd in publicaties van de nieuwere anarchistische beweging af en toe herinnerd aan Kees Boeke en zijn concept van sociocratie. Zo wijdde het anarchistische tijdschrift De AS in 1986, ter gelegenheid van de twintigste sterfdag van Kees Boeke, zelfs een speciaal nummer aan hem en zijn concept van sociocratie [69] . 

Thom Holterman benadrukt in zijn daarin gepubliceerde essay Redelijk ordenen bij Kees Boeke de gelijkenis tussen Boekes concept van sociocratie en de principes van het klassieke anarchisme als volgt:

“In zijn visie is een anarchistische toon te herkennen. Eerder werd al opgemerkt dat Boekes visie op de orde van de rede in de gemeenschap van mensen in grote lijnen overeenkomt met een reeks ideeën van de klassieke anarchisten. [Zo] . . . komt men bij Boeke, net als bij Bakoenin, steeds weer tegen dat de sociocratische orde van onderaf moet beginnen. Het sociocratische principe moet zich van onderaf door het geheel heen trekken. De sociocratische orde organiseert zich volgens geografisch bepaalde organen, te beginnen bij de buurten, en volgens functionele organen, namelijk die van bedrijven en beroepen. In deze structuur is de dubbele intercommunale verbinding te herkennen waar Martin Buber over spreekt wanneer hij de federalistische ideeën van Proudhon en Kropotkin bespreekt. Ook in de sociocratische samenleving worden bepaalde problemen volgens naar boven gedelegeerd. Wat onderscheidt dit van de federalisering waarover in het anarchisme wordt gesproken? [70]

Holterman, een van de weinige vertegenwoordigers van het nieuwe anarchisme die verklaard hebben het concept van sociocratie van Kees Boeke te hebben ‘overgenomen’ [71], wijst niet alleen op de verwantschap tussen het concept van Boeke en het klassieke anarchisme, maar verwijst ook naar de interne logica van het model van Boeke, dat in overeenstemming kan worden gebracht met de bevindingen van de cybernetica:

“De beschrijving die Boeke geeft van de redelijke orde zou, net als wat men daarover bij de anarchisten aantreft, in cybernetische (regelleer) taal kunnen worden uitgedrukt. De orde die hij opstelt, heeft als doel de zelfregulering van de verschillende groepen. Deze groepen moeten dus autonoom zijn; ze hebben een bepaalde “eigenheid“. Pas wanneer de eigen infrastructuur niet meer volstaat om een bepaald probleem op te lossen, wordt een grotere groep gevormd of aangesproken voor coördinatie (“delegeren naar boven”, het federatieve moment). De groepen moeten worden beschouwd als evenveel subsystemen als gemeenten, provincies en vakbonden binnen een groter politiek systeem. De eigenheid en autonomie van de subsystemen creëren een voorwaarde om zo goed mogelijk voor het eigen voortbestaan te zorgen. Wie deze autonomie opheft, vernietigt de (mogelijkheid tot) zelfregulering.”

Een soortgelijk op cybernetische principes gebaseerd organisatiemodel werd in het begin van de jaren zestig in Engeland besproken in het tijdschrift Anarchy van Colin Ward, de grondlegger van het pragmatisch anarchisme, waaruit later de anarchistische cybernetica [72] zou voortkomen, die mechanismen biedt voor zelforganisatie, niet-hiërarchisch bestuur en federatieve structuren in vrijwillige gemeenschappen. Ook wat Kees Boeke met zijn concept van sociocratie voorstond, had ongetwijfeld pragmatisch-anarchistische trekken. Maar ondanks deze nauwe verwantschap tussen sociocratie en anarchisme heeft de verdere ontwikkeling van het organisatiemodel van sociocratie zich na de dood van Kees Boeke voornamelijk buiten de anarchistische beweging voltrokken.

Het was de voormalige Werkplaats-leerling Gerard Endenburg (1933-2025), een elektrotechnisch ingenieur en ondernemer, die ook een specialist was in cybernetica, die Boekes concept van sociocratie toepasbaar maakte als libertair “besturingssysteem” voor de moderne bedrijfseconomische context en daarbuiten voor elke andere vorm van georganiseerde samenwerking. De beslissende verdere ontwikkeling die hij aan Boekes concept van sociocratie aanbracht, leidde hij af uit de cybernetica en systeemtheorie v [73].

Net als de anarchistische cybernetica paste Gerard Endenburg het cybernetische principe van zelfregulering toe op sociale systemen. Hij noemde zijn model de

sociocratische cirkelorganisatiemethode (SKM) [74] . Het is een holistisch organisatiemodel dat samenwerking, medeverantwoordelijkheid en het vermogen van een gemeenschap om zichzelf voortdurend te verbeteren en flexibel op veranderingen te reageren, bevordert.

In 1968 nam Endenburg de leiding van het familiebedrijf Endenburg Elektrotechniek [75] over van zijn ouders. Voor hem was het bedrijf meer dan alleen een onderneming – het werd een ‘laboratorium’ voor de verdere ontwikkeling van het sociocratische gedachtegoed dat hij van Kees Boeke had overgenomen. Maar de uitgangspositie was allesbehalve eenvoudig: het bedrijf dat zijn ouders na de Tweede Wereldoorlog hadden opgericht, was traditioneel georganiseerd volgens het top-downprincipe: bovenaan de directie, onderaan de medewerkers in productie, verkoop en ondersteuning, en daartussen het middenkader. Precies hier rees voor Endenburg de hamvraag: hoe transformeer je een starre top-downstructuur in een levendige organisatie die van onderaf wordt gedragen – volgens het bottom-upprincipe?

De cirkel, die al in Boekes concept van sociocratie was opgenomen, vormt de kern van Endenburgs sociocratische organisatiemethode. Het is een autonome eenheid waarin de leden op basis van gelijkwaardigheid in consensus beslissen over fundamentele kwesties. Elke cirkel neemt de verantwoordelijkheid op zich voor een bepaald takengebied, organiseert zichzelf en legt zijn eigen rollen en regels vast. Door de dubbelkoppeling is elke cirkel bovendien verbonden met zowel de bovenliggende als de onderliggende cirkels – van de topcirkel via de algemene cirkel tot de divisie- en afdelingscirkels. Op deze manier ontstaat een gelaagde, maar tegelijkertijd terugkoppelende structuur die zelforganisatie op alle niveaus mogelijk maakt. In het organisatiemodel van Endenburg wordt niet van bovenaf geregeerd, maar worden beslissingen gezamenlijk genomen in samenwerking met alle kringen.

De vier basisprincipes van de door Endenburg ontwikkelde sociocratische organisatiemethode vormen geen statisch regelwerk, maar functioneren als een onderling verweven en werkend systeem:

1. Het consentprincipe vervangt het consensusprincipe uit het sociocratiemodel van Boekewaarin gestreefd werd naar een fundamentele overeenstemming vanmeningen. Het door Endenburg geïntroduceerde consentprincipe vereist alleen dat er geen ernstige bezwaren tegen een besluit zijn. Het besluit moest binnen het persoonlijke tolerantiebereik liggen, dat de ruimte van het aanvaardbare omlijnt waarbinnen een lid een besluit kan accepteren en ondersteunen, ook al is dit niet noodzakelijkerwijs de persoonlijke favoriete oplossing of optimale voorkeur. Beslissingen in consensus worden in de regel voorzien van een controledatum en meetcriteria om na te gaan in hoeverre het gezamenlijke besluit daadwerkelijk in de praktijk wordt uitgevoerd.

2. Elke kring werkt volgens het principe van het zogenaamde kringproces, dat Endenburg uit de cybernetica heeft overgenomen. Het omvat drie terugkerende stappen: leiden – gezamenlijke doelen en randvoorwaarden vaststellen, uitvoeren – de besloten maatregelen implementeren, en meten – de resultaten controleren en gebruiken als feedback voor de volgende cyclus. Door deze wisselwerking ontstaat een continue leer- en optimalisatielus die op alle niveaus van de organisatie effectief is.

3. Elke cirkel is met de volgende hogere (overkoepelende) cirkel verbonden door een dubbele koppeling van ten minste twee personen (cirkelleider en cirkelgedelegeerde). Op deze manier worden informatie en invloed in beide richtingen doorgegeven, wat transparantie, evenwicht en aanpassingsvermogen bevordert. De feedback van de afgevaardigden moet in de hogere cirkel worden beluisterd, waardoor een open en continue feedbackcyclus ontstaat.

4. De open verkiezing maakt gebruik van de collectieve intelligentie van de betreffende kringgroep om de functies te vervullen met de personen die daarvoor het meest geschikt zijn – zichtbaar en begrijpelijk voor iedereen.

Dit model stelt de organisatie in staat om als geheel wendbaar te blijven, omdat beslissingen niet centraal en van bovenaf (top-down) worden genomen, maar decentraal en dicht bij de praktijk (bottom-up). In klassieke bedrijfsstructuren ligt de beslissingsbevoegdheid daarentegen meestal bij het management. De baas of een kleine kring van leidinggevenden heeft het laatste woord, ook al zijn vooraf de meningen van het personeel gevraagd. Beslissingen worden vaak genomen door middel van meerderheidsstemming, waarbij de stemmen van de minderheid nauwelijks gewicht in de schaal leggen. Een bedrijf dat volgens sociocratische principes is georganiseerd, werkt heel anders: daar kan elke medewerker, ongeacht zijn of haar functie, een bezwaar indienen om een voorstel te verbeteren, dat als waardevolle feedback wordt behandeld.

Dit zorgt ervoor dat beslissingen altijd worden genomen op basis van een brede kennisbasis, die de collectieve intelligentie van het bedrijf benut en waarbij alle betrokkenen medeverantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan.

De veerkracht van de sociocratische cirkelorganisatiemethode kwam in 1976 aan het licht tijdens de scheepsbouwcrisis in Nederland, die – veroorzaakt door een wereldwijde daling van de vraag en de groeiende concurrentie uit Azië – ook het bedrijf Endenburg Elektrotechniek met volle kracht trof. Een ontslag van 60 werknemers, voornamelijk uit de scheepsbouwafdeling, leek onvermijdelijk. Maar het sociocratische ‘besturingssysteem’ bracht een verrassende oplossing voort toen Jan de Groot, een monteur in de productieafdeling, met een ongebruikelijk idee kwam: “Ik stel voor dat we de scheepsbouwers in pakken en stropdassen steken, ze wat training in marketing geven en ze dan op pad sturen om nieuwe opdrachten binnen te halen.” [76] De ‘scheepsbouwers’ waren het hiermee eens, en zo doorliep het voorstel van de monteur met succes de verschillende kringen en niveaus van het bedrijf en voorkwam uiteindelijk het massale ontslag dat oorspronkelijk al was besloten door de bedrijfsleiding en dat meer dan de helft van alle werknemers hun baan zou hebben gekost. En met succes, want binnen slechts zeven maanden genereerden de kersverse “marketingmedewerkers” uit de scheepsbouwafdeling door het aanboren van nieuwe markten (bijv. noodstroomvoorzieningen) zoveel nieuwe opdrachten dat niet alleen niemand van hen hoefde te worden ontslagen, maar er zelfs nieuwe banen in het bedrijf konden worden vervuld.

In 1984 begon Gerard Endenburg het eigendom van zijn bedrijf geleidelijk over te dragen aan een stichting, die in 1995 de enige eigenaar werd, waardoor Endenburg Elektrotechniek een “vrije onderneming” werd. Sindsdien waarborgt de stichting juridisch de sociocratische structuur door haar topkring identiek te maken aan die van EndenburgElektrotechniek, waardoor het kapitaal permanent wordt beschermd tegen externe toegang.

Om zijn sociocratische methode te verspreiden, richtte Endenburg in 1978 het nog steeds bestaande Sociocratisch Centrum in Rotterdam (ze Online)) op, publiceerde hij verschillende boeken over dit onderwerp [77] en promoveerde hij in 1992 aan de Universiteit Twente op sociocratie als sociaal ontwerp. Daarnaast was hij honorair hoogleraar Organisational Learning aan de Universiteit Maastricht. Hoewel Endenbur blijkbaar niet in politiek libertaire, laat staan anarchistische kringen is opgetreden, is de door hem ontwikkelde sociocratische cirkelorganisatiemethode een organisatieconcept dat zijn anarchistische wortels niet kan ontkennen.

De door Endenburg ontwikkelde sociocratische cirkelorganisatiemethode wordtegenwoordig wereldwijd toegepast in organisaties zoals bedrijven, scholen, ngo’s en andere gemeenschappen (zoals bijvoorbeeld een boeddhistisch klooster). Ze vormde ook de theoretische basis voor de verdere ontwikkeling van moderne sociocratische benaderingen van zelforganisatie, zoals holacratie en sociocratie 3.0 – kortweg: S3.

Holacratie is een commercieel op de markt gebracht en merkrechtelijk beschermd organisatiemodel, waarvoor een vast regelwerk bestaat waarin de rollen, processen en een duidelijke verdeling van bevoegdheden zijn vastgelegd. Een organisatieconcept dus dat zeker niet meer als libertair kan worden omschreven. Daarentegen beschouwt Sociocratie 3.0, dat vrij beschikbaar is onder een Creative Commons-licentie, zichzelf als een bewust decentraal opgezet en flexibel gestructureerd organisatiemodel, dat veel meer is gebaseerd op de oorspronkelijke pragmatisch-anarchistische idealen die nog steeds terug te vinden zijn in de concepten van de sociocratie van Kees Boeke en Gerald Endenburg.

De geschiedenis van het organisatiemodel van sociocratie kan sinds de ontwikkeling ervan door Gerald Endenburg worden beschouwd als een voorbeeld van het fenomeen dat de Spaanse libertaire sociaalpsycholoog Tomás Ibáñez omschrijft als extramuraal anarchisme [78] , waarmee hij verwijst naar de ontplooiing van anarchistische principes buiten de muren van het klassieke anarchisme, midden in het dagelijkse maatschappelijke leven en in minder ideologisch gebonden contexten, zoals men die bijvoorbeeld kan ontdekken in de open science-beweging [79] of in het kritische AI-onderzoek [80]. Ook al besteden de huidige georganiseerde anarchistische bewegingen in hun debatten tot nu toe nog maar weinig aandacht aan dit extramurale anarchisme, toch opent het waardevolle perspectieven voor een eigentijdse anarchistische praktijk. Juist in hun streven naar openheid, samenwerking en zelforganisatie komen in deze bewegingen essentiële principes van het klassieke anarchisme tot leven en worden ze tegelijkertijd omgezet in eigentijdse nieuwe vormen. Zo ontstaan nieuwe libertaire organisatiemethoden, die bijzonder dicht bij het ideaal van een in het hier en nu geleefde, prefiguratieve anarchie komen.

De historische ontwikkeling van het organisatieprincipe van sociocratie heeft ons laten zien hoe een oorspronkelijk van bovenaf bedacht autoritair organisatiemodel zich, naarmate het steeds meer aansloot bij de maatschappelijke realiteit, heeft ontwikkeld tot een van onderaf opgebouwd liberaal-egalitair organisatiemodel: Heerschappij wordt vervangen door consensus, concurrentie door samenwerking en elk individueel lid wordt in zijn waardigheid gerespecteerd – als men de sociocratische cultuur in grote lijnen zou willen beschrijven. De geschiedenis van de sociocratie bewijst dat een pragmatisch begrepen anarchisme niet faalt in de realiteit, maar in het beste geval daarin opgaat, deze cultureel verandert en nieuwe organisatiemethoden voortbrengt die niet alleen anarchistisch zijn, maar ook geschikt voor dagelijks gebruik en effectief.

Jochen Schmück (Vertaling door de auteur)

Noten:

[67] Anarchistische bewegingen organiseren zich tegenwoordig grotendeels zoals de anarchistische bewegingen van het klassieke georganiseerde anarchisme dat deden, namelijk in horizontale, gedecentraliseerde structuren waarin autonome groepen, algemene vergaderingen en sprekersraden samenwerken, waarbij afgevaardigden alleen sprekende mandatarissen zijn zonder eigen bevoegdheden. Beslissingen worden meestal genomen door middel van consensusprocedures, die gebaseerd zijn op gelijke participatie en integratie van verschillende perspectieven. In grote groepen dienen vaak gemodificeerde vormen van consensus met hoge quorums als terugvaloptie voor het geval er geen algemene overeenstemming kan worden bereikt. Centraal in het anarchisme als geheel staat het principe van vrijwilligheid, dat individuen en minderheden beschermt tegen dwang tegen hun wil, ook al kan dit in extreme gevallen tot verdeeldheid leiden. Zie hiervoor ook Peter Seyferth: Konsens oder Mehrheitsprinzip? Über demokratische Entscheidungsverfahren als politischer Modus der Anarchie, in: Widerspruch, nr. 57 (2013), blz. 87-98. In dit verband mag een ander anarchistisch organisatiemodel niet onvermeld blijven: de demarchie, het nemen van beslissingen door middel van loting. Zie hiervoor Siegbert Wolf: John Burnheims „Demarchie” – Ein libertäres Gegenmodell zu staatszentrierter Herrschaftsordnung, in espero (N.F.), nr. 11 (juni 2025), p. 239-255 (online |PDF).

[68] Zo onderscheidde de Nederlandse provo-beweging van de jaren zestig zich van de andere bewegingen van het mondiale neo-anarchisme vooral door haar pragmatisch-speelse aanpak, die minder gericht was op revolutionaire omwenteling dan op concrete pragmatisch-anarchistische acties in het dagelijks leven. Met happenings, satirische provocaties en ‘witte plannen’ – bijvoorbeeld voor gratis witte fietsen – probeerden de provo’s de stedelijke levenskwaliteit onmiddellijk te verbeteren en tegelijkertijd autoriteiten op humoristische wijze te ontmaskeren. Zo ontstond een experimenteel anarchistisch experiment om anarchie in het hier en nu tastbaar te maken.

[69] Zie De AS – De Sociokratie van Kees Boeke, vol. 14 (1986), nr. 76 (okt.-dec.). (online \ PDF)

[70] Thom Holterman: Redelijk ordenen bij Kees Boeke, in: De AS – De Sociokratie van Kees Boeke, vol. 14 (1986), nr. 76 (oktober/december), p. 6 (online | PDF).

[71] Zo schreef Thom Holterman op 25 augustus 2025 in een e-mail, waarin hij de auteur meedeelde: “Ik heb het concept van sociocratie (in zijn algemene organisatievorm plus het consensusidee) ‘overgenomen’. . . (zo heb ik het ook verwerkt in mijn proefschrift uit 1986, als een element van libertaire aard in het kader van mijn convergentie-idee met betrekking tot ‘recht’ en ‘politieke organisatie’.”). Zie ook Thom Holterman: Recht en politieke organisatie,

Een onderzoek naar convergentie in opvattingen omtrent recht en politieke organisatie bij sommige anarchisten en sommige rechtsgeleerden, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1986.

[72] Zie Jochen Schmück: Wanneer anarchie algoritmen ontmoet – Libertarische reflecties over natuurlijke en kunstmatige intelligentie, met name de excursie: Hoe William Grey Walter met zijn robotschildpadden het anarcho-cybernetische concept van collectieve intelligentie zonder heerschappij ontdekte, in: espero (N.F.), nr. 11 (juli 2025), p. 43-53 (online | PDF) en Thomas Swann: De anarchistische cybernetica van wederzijdse hulp. Zelforganisatie in en na de coronacrisis, in: espero (N.F.), nr. 2 (januari 2021), p. 149-163 (online | PDF) en idem: Anarchist Cybernetics, Bristol. University Press, 2020 [in het Engels, zie Online; thh.].

[73] De systeemtheorie is een theorie die de samenleving beschouwt als een complex netwerk van van elkaar gescheiden, zelfregulerende (autopoietische) systemen, zoals het sociale, economische of onderwijssysteem. Vanuit libertair oogpunt benadrukt de systeemtheorie de onafhankelijkheid en vrijheid van deze sociale subsystemen ten opzichte van staatsinmenging en normatieve voorschriften. Maatschappelijke verandering wordt dan ook geïnterpreteerd als het resultaat van dynamieken binnen deze systemen en niet als het gevolg van centrale sturing.

[74] Een gedetailleerde beschrijving van de verschillen tussen de klassieke bedrijfsstructuur volgens het top-downprincipe en de sociocratische cirkelorganisatiemethode met haar bottom-upprincipe is te vinden in: John A. Buck en Gerard Endenburg: The Creative Forces of Self-Organization, origineel: 2003, herziene versie, Rotterdam: Sociocratic Center, 2012 (online | PDF).

[75] Anna en Gerardus Endenburg waren twee linkse activisten met egalitaire en socialistische principes, die na de Tweede Wereldoorlog zeer geïnteresseerd waren in hervormingen in de industrie en het management. Daartoe richtten ze in 1945 hun elektrotechnisch bedrijf op in Rotterdam, dat vanaf het begin dienst deed als een bedrijfseconomisch ‘laboratorium’ om egalitaire en socialistische principes in de praktijk te testen en, voor zover ze economisch haalbaar waren, ook toe te passen. Zie John Buck en Sharon Villines: We the People: Consenting to a Deeper Democracy. A Guide to Sociocratic Principles and Methods, Wahington D.C.: Sociocracy. Info, 2007, pp. 38-39.

[76] Geciteerd naar: Christian Rüther: Soziokratie – Ein Organisationsmodell. Grundlagen, Methoden und Praxis, (masterproef 2010), Norderstedt: BoD, 2017 p. 163 (online | PDF). Zie ook de (geanonimiseerde) beschrijving van de gebeurtenissen in John A. Buck en Gerard Endenburg: Die Kreativen Kräfte der Selbstorganisation, Rotterdam: Sociocratisch Centrum, 2005, p. 12-14 (online | PDF).

[77] Tot de belangrijkste werken van Gerard Endenburg behoren Sociocratie, een redelijk ideaal (1974/75); Sociocratie, de organisatie van de besluitvorming (1981); Sociocratisch Manifest (1984), Sociocracy as Social Design (Sociocratie als Sociaal Ontwerp in Theorie en Praktijk, 1992/1997/1998); en Kennis, Macht en Overmacht: De lerende organisatie, in het bijzonder de sociocratische kringorganisatie (1998). De volgende titel is in het Duits vertaald: John A. Buck en Gerard Endenburg: Die Kreativen Kräfte der Selbstorganisation, op. cit. (zie noot [76]).

[78] Deze door Ibáñez geïntroduceerde term beschrijft een vorm van anarchisme die buiten de institutionele en ideologische grenzen van het traditionele anarchisme werkt – met name in het dagelijks gebruik van anarchistische principes en methoden. Zie Tomás Ibáñez: Het wonder van eenheid in diversiteit. Een kort overzicht van het anarchisme voor, tijdens en na Venetië ’84, in: espero (N.F.), nr. 11 (juli 2025), p. 11-20 [hier met name p. 18 e.v.], (online | PDF). Een vergelijkbaar concept is te vinden bij de libertaire Franse filosofe Catherine Malabou, die hiervoor de term de facto-anarchisme gebruikt. Zie: espero (N.F.), nr. 11 (juli 2025), p. 89-103 [hier met name p. 91 e.v.], (online | PDF). Beide begrippen zijn bedoeld om nieuwe vormen van anarchistisch handelen te beschrijven die zich buiten de gevestigde anarchistische bewegingen in het maatschappelijk handelen manifesteren. Terwijl het extramurale anarchisme volgens Ibáñez echter ook in zijn sociale oriëntatie trouw blijft aan de idealen van het klassieke anarchisme, neigt het de facto-anarchisme – althans in de door Malabou aangehaalde voorbeelden – naar een libertair denken dat duidelijk verwant is aan het anarchokapitalistische gedachtegoed. Vanuit welk perspectief men dit fenomeen ook bekijkt, het maakt duidelijk dat het idee van geleefde anarchie zijn intrede heeft gedaan in het dagelijks leven van mensen.

[79] Zie Jochen Schmück: Science goes Anarchy! De ‘geleefde anarchie’ van de openwetenschapsbeweging en haar verborgen ideologische wortels in het traditionele anarchisme, in: espero (N.F.), nr. 8 (januari 2024), blz. 99-182 (online | PDF).

[80] Zie Schmück: Wenn Anarchie auf Algorithmen trifft, op. cit. (zie noot XY).

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.