De Wanhoop Van Stefan Zweig – In Een Wereldschemering
In ‘De wereld van gisteren’ schetst de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig (1881-1942) op onnavolgbare wijze zijn herinneringen aan de eerste decennia van de twintigste eeuw. Nu is er een aangrijpende roman over hem van de Franse auteur Sébastien Lapaque. Die roman wordt besproken door Carlos Pardo* en Johny Lenaerts vertaalde die bespreking van wege de historische waarde die eruit spreekt. Zie hieronder. [ThH]
Schaakmat
In het begin van het jaar 1942 ontmoeten twee grote figuren van de Europese cultuur, Stefan Zweig en Georges Bernanos (1888-1948), elkaar voor de eerste keer in de Braziliaanse deelstaat Minas Gerais. Dat zou ook de laatste keer zijn. Enkele dagen later zal Zweig zelfmoord plegen. Het gesprek, waar men weinig over weet, staat centraal in het laatste werk van Sébastien Lapaque, ‘Echec et mat au paradis’, 2024, (Schaakmat in het paradijs). Het is de vrucht van een onderzoek dat meer dan twintig jaar geduurd heeft en dat zowel erudiet als fantasievol is, steeds gepassioneerd en persoonlijk. De ontmoeting tussen de ‘humanistische Jood en de dolende katholiek’ die zich van zijn antisemitische vooroordelen uit zijn jeugdjaren bevrijd heeft, tussen ‘de getuige van de verwarring der gevoelens en die van het moderne kwaad’ blijft nog steeds een van de meest mysterieuze. Hun gesprek neemt onder de pen van Lapaque de vorm aan van een toneelstuk in een tropisch kader, dat van de Croix-des-Âmes, de boerderij waar het gezin Bernanos onderdak gevonden heeft.
De Franse schrijver wijst de wanhoop af en bewaart het geloof in de overwinning. Hij had de steun van de meerderheid van de Spaanse Kerk aan de rebellie van Franco aan de kaak gesteld (‘Les Grands Cimetières sous la lune’, 1938), vervolgens de democratische landen die het verdrag van München aanvaard hadden (‘Scandale de la vérité’, 1939). Deze ‘pelgrim van het absolute’ aarzelt niet om de ‘zoo** van de nationale revolutie’ van het Vichy-bewind aan de kaak te stellen (‘Où allons-nous?’, clandestiene publicatie, 1943).
De Oostenrijkse schrijver had internationale roem verworven en had, wat hem betreft, nooit echt interesse voor de politiek betoond. Het Hitler-regime, dat in Berlijn zijn boeken verbrand had, brengt hem ertoe in 1934 uit te wijken naar Londen, alvorens hij twee jaar later van zijn nationaliteit beroofd wordt. In datzelfde jaar bezoekt hij voor de eerste keer Brazilië, waar hij met veel luister ontvangen wordt. De vermenging van culturen, die in zijn ogen bijzonder harmonisch is, doet hem in dat land de belofte van een nieuw Mitteleuropa ontwaren, het verloren paradijs dat hij verplicht was ‘als een misdadiger’ te verlaten.
De illusie is van korte duur: de ‘Estado Novo’, geïnspireerd naar het gelijknamige Portugees model, ziet het licht in 1937. en kiest natuurlijk de kant van de As-mogendheden. Terwijl hij opnieuw alle politieke bedenkingen aan de kant schuift, reist Zweig in 1940 op staatskosten doorheen het land. Het boek dat van deze reis verslag uitbrengt, ‘Brazilië, land van de toekomst’, zou geen succes worden.
Diep getroffen door de val van Parijs, beroofd van zijn Duitse lezers, is het een andere Zweig die er zich in de zomer van 1941 bij neerlegt Europa te verlaten. Ten prooi aan een ‘rampzalige melancholie’ zal hij zich uiteindelijk vestigen in Petropolis, ver van de mondaine wereld van Rio. Ondanks de steun van Lotte Altman, zijn tweede echtgenote, heeft hij moeite om de noodzakelijke morele kracht te vinden om, op 60-jarige leeftijd, een nieuw leven te beginnen. Maar zou dat wel mogelijk zijn in een stad met zo’n belangrijke Duitse gemeenschap die openlijk sympathiseert met het Derde Rijk en waar hij nauwlettend in het oog gehouden wordt? Op zoek naar een weg die hem terug bij zichzelf doet aanknopen, wendt Zweig zich tot het Jodendom, waar hij tot dan toe afstand van gehouden had. Hij zet zijn werk als schrijver voort: hij schrijft ‘Schaaknovelle’, ongetwijfeld zijn meesterwerk, en zet een definief punt achter zijn ‘Herinneringen’ op de vooravond van zijn zelfmoord met Lotte. De gedachtenuitwisseling met Bernanos, die in de versie van Lapaque uiterst spiritueel verloopt, komt te laat.
De auteur van ‘De amokloper’ is ook een van de hoofdpersonages van het korte verhaal van Clémence Boulouque, ‘Le Sentiment des crépuscules’, 2024. Op aansporing van Salvador Dali organiseert Zweig in juli 1938 de ontmoeting van Dali met Sigmund Freud in een Londen dat zich voorbereidt op de oorlog. De kwetsbare aanwezigheid van Freud, die enkele weken later zou overlijden, en de ergernis over het opportunisme van de Catalaanse schilder, die ingehaald wordt door zijn personage van charlatan, symboliseren het verlies van die wereld waar Zweig van hield en waar hij de verteller van was.
Carlos Pardo (Vertaling Johny Lenaerts)
*Carlos Pardo, ‘Au crépuscule d’un monde’, in: Le Monde Diplomatique, februari 2025. Vertaling: Johny Lenaerts.
**Zoo is het Engelse ‘diergaarde’, hier door Bernanos gebruikt als hekelende term voor het exotische wereldje of wel vreemde wezens van het Vichy-bewind.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.