Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant23 juli 2026

Wat is kapitalisme?

Author: Doorbraak.eu | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: doorbraak.eu

Je hebt het veel over het kapitalisme, maar wat is dat nou eigenlijk?” Sommige woorden worden misschien te vaak, te snel en te onzorgvuldig gebruikt. Neo-liberalisme. Fascisme misschien ook. Kapitalisme. Ik zal me er zelf vast ook schuldig aan maken: dat je een ingewikkelde situatie doodslaat met een te groot, onduidelijk gedefinieerd woord.

Toch bestaat het gevaar – zo zie ik om me heen – dat mensen de woorden helemaal gaan vermijden. Terwijl ze natuurlijk wel degelijk belangrijk zijn. Daarom ben ik blij dat ik hier, nu we de (komkommer)tijd hebben, de kans krijg om het nog eens voor mezelf op een rijtje te zetten. Wat is dat nou eigenlijk, kapitalisme?

Wat is het niet?

De reflex is natuurlijk om het kapitalisme te vergelijken met socialisme of communisme. Dat zijn immers de alternatieve systemen die de afgelopen decennia het meest zijn bevochten (en gedeeltelijk) geprobeerd.

Maar laten die reflex weerstaan en verder terug in de tijd gaan: naar de wereld vóór het kapitalisme. Die wereld heeft immers eeuwenlang bestaan (in tegenstelling tot het socialisme of communisme), en vormde de basis waaruit het kapitalisme heeft kunnen ontstaan. Laten we beginnen met die wereld, om vervolgens na te gaan hoe het kapitalisme daaruit voortkwam.

Feodalisme

De feodale deal

Om ons een voorstelling te maken bij een feodale wereld, kunnen we denken aan “Game of Thrones”, maar dan zonder draken. Enkele families hebben de macht over een stuk land, waarbinnen ze in staat om iedereen die hen uitdaagt, desnoods met geweld, het zwijgen op te leggen.

Dit is vervelend als je het niet met je landheer eens bent, maar brengt wel een zekere veiligheid met zich mee. In de trant van “als ik doe wat deze mensen zeggen word ik in ieder geval minder snel vermoord”.

Die veiligheid komt wel met een prijs: mensen die op het land van de landheer wonen en voedsel verbouwen (ook wel “horigen” genoemd) moeten moeten een deel van de oogst afdragen en ze moeten een deel van het jaar in militaire dienst.

Dit is de essentie van de feodale deal: de landheer beschermt de horigen op zijn land, en in ruil daarvoor ‘geven’ de horigen de landheer wat hij daarvoor nodig heeft: soldaten en voedsel voor de soldaten.

‘Geven’ staat hier tussen aanhalingstekens, omdat horigen die zich niet aan de deal hielden ook niet konden rekenen op de veiligheid: een beetje zoals de maffia in Italië “veiligheid verkoopt” aan de lokale middenstand: “mooie winkel heb je… zou zonde zijn als er vanavond brand uitbreekt…”.

Je zit vast

Je kan je afvragen: waarom peerden die horigen hem niet gewoon als ze zo werden afgeperst? De wereld was toch nog groot en leeg? Of waarom vertrokken ze niet naar een andere landheer die zijn horigen beter behandelde? Het antwoord is dat 1. de wereld buiten de bescherming van de landheren vaak onveilig was, en 2. dat het leven bij een andere landheer niet per se beter was.

Dit laatste had onder andere te maken met de onderlinge concurrentie tussen landheren. Verschillende (groepen) elites waren vaak met elkaar in oorlog; een landheer die zijn horigen minder afperste (minder soldaten ronselde en minder voedsel aftroggelde), verloor op den duur zijn land aan een landheer die wel gewoon aan de ‘gangbare’ afpersing meedeed. Als gevolg werd er weinig door horigen ‘geshopt’ tussen landheren: ééns een feodale deal, altijd een feodale deal.

Hoe meer land en horigen hoe beter

Sommige mensen zeggen dat het kapitalisme gekenmerkt wordt door hebzucht. En ja, het is opmerkelijk hoe het kapitalisme hebzucht verheft tot iets goeds, maar hebzucht bestaat natuurlijk al veel langer dan het kapitalisme: elites vechten al duizenden jaren om macht en status.

In een feodale wereld neemt dat wel een bepaalde vorm aan: dé manier om als feodale landheer meer macht te verkrijgen, is om meer land te controleren, zodat je ook meer horigen aan je kan binden. Die nieuwe horigen kunnen dan weer het voedsel verbouwen waarmee je een groter leger kan voeden, of je kan ze direct in je leger opnemen.

Om zo’n groter stuk land te controleren heb je natuurlijk ook een groter leger nodig, maar als je het spel slim speelt, heb je op de lange termijn steeds meer land en steeds meer mensen om af te persen. Dat is waar het in een feodale wereld om draaide.

Concurrentie met geweld

Sommige mensen zeggen dat het kapitalisme gekenmerkt wordt door concurrentie. En ja, het is opmerkelijk hoe het kapitalisme concurrentie viert als iets moois, maar concurrentie is natuurlijk al veel ouder dan het kapitalisme.

In een feodale wereld nam die concurrentie, net als hebzucht, wel een bepaalde vorm aan, en dat had grote gevolgen voor de ontwikkelingen en verspreiding van technologie.

In een notendop: feodale elites beconcurreerden elkaar voornamelijk met geweld. Als landheer was je het grootste deel van je leven bezig met oorlog. Dit was niet alleen de voornaamste manier om macht te verkrijgen, het was (daarmee) ook de voornaamste manier om status te verwerven.

Innovatie in oorlogsvoering

Deze oneindige militaire concurrentie tussen elites leidde op termijn natuurlijk wel tot enige militaire innovatie: van nieuwe wapens en vechttechnieken tot nieuwe manieren om legers op te bouwen en aan te sturen. Landheren die hier minder in mee gingen voelden op den duur de druk om zich aan te passen, of ze werden verslagen op het slagveld.

Waar deze feodale concurrentiestrijd echter relatief weinig toe leidde, was innovatie in de productie van alledaagse normale dingen – dingen die niet direct iets met oorlog en geweld te maken hebben zoals het verbouwen van voedsel of het maken van landbouwgereedschap.

Een familie van horigen kon prima decennialang, zo niet eeuwenlang, dezelfde landbouwtechnieken gebruiken zonder op enig moment de druk te voelen om het anders en/of slimmer te doen.

Om te begrijpen waarom dit zo is, is het belangrijk om te begrijpen waar zulke druk (om dingen anders, slimmer te doen) vandaan komt, en waar het van afhangt. Dit gaat deels over de mate waarin mensen baat hebben bij het ontwikkelen van “slimmere technologieën” en deels over de mate waarin “het systeem” mensen dwingt slimmere technologieën te ontwikkelen/ op te pikken.

Innovatie in alledaagse dingen

Om te beginnen met het eerste: stel je ontdekt als horige een manier om twee keer zoveel uien te produceren in dezelfde tijd, heb je daar dan wat aan?

Het antwoord was waarschijnlijk vaak “nee”: landheren zagen zich – in de concurrentiestrijd met andere elites – vaak genoodzaakt om “hun” horigen zoveel mogelijk af te persen. Als je horigen meer uien produceerden, dan dwong je hen ook om meer uien af te staan. Horigen bleven vervolgens met dezelfde (kleine) hoeveelheid uien achter.

Met andere woorden: de horigen – de enigen met productie-ervaring – hadden weinig redenen om hun best te doen slimmere, handigere technologie te ontwikkelen. Landheren zouden natuurlijk wel profiteren van een grotere productie, maar zij waren veel te druk bezig met oorlog voeren om zelf na te denken over slimmer manieren om uien te verbouwen. Sterker nog, het was letterlijk beneden hun stand om zich met zulke alledaagse dingen bezig te houden.

Een feodale wereld zonder markt

Wat hierbij een belangrijke rol speelde, was dat zowel de landheer als de horigen weinig druk vanuit de markt voelden om de productieprocessen te verbeteren. Dit had twee redenen:

Allereerst waren de horigen grotendeels zelfvoorzienend: ze leefden van wat ze zelf verbouwden (althans wat ze ervan mochten houden). Er werd weinig gekocht en verkocht op de markt. Als een horige bij een andere landheer betere uien verbouwde dan jij, dan was dat leuk voor die horige, maar daar had je zelf verder niet zoveel mee te maken. Je werd niet uit de markt gedrukt omdat jouw uien van mindere kwaliteit waren.

Ten tweede betaalden horigen en de landheer elkaar voornamelijk in natura, in tegenstelling tot geld: de horige betaalde met een deel van de oogst en militaire dienst, en ze kregen daar relatieve veiligheid voor terug. Er was daardoor ook niet bijzonder veel geld in omloop.

Het was voornamelijk deze relatieve afwezigheid van markten en van geld die er toe leidde dat de feodale wereld, afgezien van het voortdurende landjepik, eeuwenlang min of meer hetzelfde bleef. Dat zou in het kapitalisme wel anders zijn.

Eeuwenlang leefden mensen met deze “feodale deal”, in een ogenschijnlijk oneindige reeks seizoenen van “Game of Thrones”, maar zo ergens tussen de vijftiende en achttiende eeuw begon de wereld te veranderen.

Rond deze tijd, in eerste instantie voornamelijk in wat we nu het Verenigd Koninkrijk noemen, maar later ook elders in Europa, zien steeds meer elites zich genoodzaakt om de feodale deal te vervangen met iets nieuws: wat we nu kapitalisme noemen.

Scheiding van arbeid en kapitaal

Eén van de belangrijkste ontwikkelingen had te maken met het land en wie er onder welke voorwaarden op mocht werken.

In een feodale wereld liet de landheer de horigen leven en werken op zijn land, zolang ze maar een deel van hun oogst en tijd afstonden. In de transitie naar het kapitalisme, besloten steeds meer landheren (elites) de horigen van hun land te sturen. Veel meer dan eerst, werd het land gezien als “privébezit”, waar je niet zomaar een “stelletje armoedzaaiers” op moest laten wonen.

De kapitalistische deal

Van alleen “privébezit” kan je niet leven natuurlijk: uien produceren zichzelf niet. Maar in plaats van mensen op hun land te laten leven en werken in ruil voor een deel van de oogst, begonnen de elites mensen in te huren om tegen betaling op hun land te komen werken.

Dit is, in een notendop de kapitalistische deal: “ik heb al dit land, maar niet genoeg tijd om er wat mee te doen. Jullie voormalige horigen, hebben daarentegen alle tijd van de wereld, maar geen land. Waarom maken we geen deal: jullie kunnen hier (opnieuw) komen werken, maar vanaf nu is alles wat jullie produceren van mij. Ik ga de oogst vervolgens verkopen op de markt, en van een deel van de opbrengst betaal ik jullie loon.”

Same shit, different day?

Het lijkt nu misschien alsof er niet zoveel veranderd is. In een feodale wereld werkten de horigen een deel van het jaar voor de landheer, en een deel voor zichzelf. In een kapitalistische wereld is dat in feite ook zo: een deel van de (marktopbrengst van de) productie is voor de arbeiders zelf, de rest is voor de eigenaren (laten we hen kapitalisten noemen).

Wat is hier zo anders?

Geld en de markt

Het antwoord ligt in de opkomst van geld en de markt. In tegenstelling tot de feodale deal, wordt de kapitalistische deal met geld afgehandeld, en niet in natura. Arbeiders worden betaald met het geld, dat de kapitalisten verdienen door de opbrengst van de productie (van de arbeiders) op de markt te verkopen voor geld.

Je kan ook zeggen dat de arbeiders – die in tegenstelling tot de horigen niet meer zelfvoorzienend kunnen zijn – genoodzaakt zijn om met hun loon, op de markt, de producten van de kapitalisten te kopen.

Deze twee geldstromen vormen een cirkel: 1. de arbeiders kopen met hun loon een deel van wat ze zelf produceren, en 2. de kapitalisten verkopen de productie van de arbeiders en keren een deel van de opbrengst als loon uit (de rest houden ze zelf, surplus).

Hier ontstaat echter een cruciaal verschil met het feodalisme: waar horigen hun hele leven vast zaten bij hun landheer, zijn arbeiders niet genoodzaakt om hun loon bij hun eigen baas uit te geven. Het kan natuurlijk wel, maar ze kunnen hun loon net zo goed bij de concurrent uitgeven. En aangezien arbeiders weinig te besteden hebben doen ze hun best doen om de beste prijs-kwaliteit verhouding te vinden.

Concurrentie in de markt

Hiermee staat de elite voor een nieuwe uitdaging: om de boel (landgoeden, fabrieken) draaiende te houden, of om meer macht en invloed te verwerven, zijn ze genoodzaakt om een zo groot mogelijk marktaandeel op te bouwen. En om je marktaandeel te vergroten moeten je producten goed en goedkoop zijn.

Nou zijn er verschillende manieren om als kapitalist je kosten te drukken. Je kan vakbonden kapot maken zodat je de lonen kan verlagen, je kan bij het verkrijgen van de grondstoffen minder zorg dragen voor de natuur, of je kan ‘gewoon’ een wereldwijd imperium van slavernij, genocide en milieuvernietiging optuigen. Dat alles is ook gebeurd.

Maar wat daarbij ook ontegenzeggelijk de kosten drukt is technologische innovatie: het kapitalisme dwingt kapitalisten om een deel van de opbrengst te investeren in de verbetering van het productieproces.

We zagen eerder dat horigen weinig reden hebben om hun productieprocessen te verbeteren: ze kunnen de verhoogde opbrengst toch niet zelf houden, en ze ondervinden – zelfvoorzienend als ze zijn – geen druk vanuit de markt. Kapitalisten hebben daarentegen niet alleen direct belang bij de verbetering van de productie (de verhoogde opbrengst is in eerste plaats voor hen) ze worden daar ook door de markt (met andere woorden de koopjesjagers van de werkende klasse) toe gedwongen.

De uitkomst

Er zullen weinig mensen zijn die dit van te voren hebben voorzien, toen de eerste horigen van het land werden gekickt, het geld begon te rollen, en de markten begonnen te groeien, maar met de transitie van het feodalisme naar het kapitalisme zijn we in een fundamenteel ander systeem gestruikeld.

Net als vroeger vechten de elites om de macht, en net als vroeger werkt de rest van ons een groot deel van de tijd om deze machtsstrijd mogelijk te maken. Hebzucht en concurrentie zijn van alle tijden.

Maar waar de feodale machtsstrijd uiteindelijk voornamelijk een zero-sum gevecht over land en poppetjes was, wordt de elite in het kapitalisme gedwongen om (ook) te vechten over marktaandeel, en daarmee om productiviteit en innovatie.

Het gevolg is een ongekende explosie van technologische verandering: wie daar niet aan meedoet wordt simpelweg buitengesloten. De kapitalistische trein is – enigszins per ongeluk – in gang gezet, en dendert nu de helling af, met alle gevolgen van dien.

Wat nu?

Als iemand dus vraagt “iedereen heeft het over kapitalisme, maar wat is dat nou eigenlijk”? Dan helpt dit verhaal hopelijk een beetje. “Een systeem waarin arbeiders genoodzaakt zijn om hun arbeid voor een loon te verkopen, waarmee ze vervolgens – in hun zoektocht naar het meeste waar voor hun geld – hun bazen dwingen kosten te besparen”, zou je kunnen zeggen.

Leven we nu nog steeds in zo’n wereld? Tot op zekere hoogte wel, denk ik. Veel kapitalisten zijn nog steeds gedwongen om goede en goedkope producten op de markt te brengen. En als ze daar moeite mee hebben zoeken ze hun heil in de andere welbekende kostenbesparingen van het kapitalisme, zoals het ondermijnen van solidariteit onder arbeiders en het ontlopen van verantwoordelijkheid voor milieuvernietiging. Als het nodig is zijn ze ook niet vies van een beetje oorlog om de onderhandelingsposities van buitenlandse partners (kapitalistische concurrenten en arbeiders) af te breken.

Toch zijn er auteurs die zich beginnen af te vragen: als het kapitalisme wordt gekenmerkt door arbeiders die in hun zoektocht naar “de meeste waar voor hun geld” hun bazen dwingen kosten te besparen, leven we dan nog wel in een kapitalistische wereld?

Staan bedrijven als Amazon, Google, Meta (en velen anderen) nog wel onder voldoende druk om van kapitalisme te spreken? Zitten we niet eigenlijk net zo vast bij onze (veelal digitale) landheren, als de horigen ten tijde van het feodalisme? Food for thought. Misschien is daar nog wel meer komkommertijd voor.

Misha Velthuis

(Velthuis heeft een eigen weblog #Mishathings en is te vinden op Mastodon.)

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.