Trumps oneerlijke handelsverdragen verwoesten de Aziatische landbouw
April 2025 verhoogde de regering van de Verenigde Staten de invoerheffingen fors. Aziatische landen werden hierdoor bijzonder hard getroffen. De belasting op importen uit deze landen varieerden van 24 procent voor Japan tot bijna vijftig procent voor Cambodja. De VS verdedigden deze tariefverhogingen door te wijzen op grote en aanhoudende jaarlijkse handelstekorten (de VS kopen veel meer in het buitenland, dan het buitenland in de VS). Dat komt, volgens Trump omdat andere landen hogere invoerbelastingen heffen en allerlei extra regels bedacht hebben die de invoer beperken. Deze verhoging van de invoerheffingen heeft de VS heel wat extra geld in het laatje gebracht. Zo brachten de invoerbelastingen in januari 2025 zeven miljard dollar op en in september maar liefst dertig miljard.
Boeren in het zuiden van de wereld zijn de dupe
Na zijn aankondiging van de “invoerbelasting oorlogen” april 2025 haastte Trump zich om onderhandelingen over allerlei handelsovereenkomsten met Aziatische landen af te ronden, waarbij het hem ging om de uitvoer van Amerikaanse landbouwproducten te vergemakkelijken. “Onderhandelingen” is echter niet het juiste woord, want in feite Trump dwong Aziatische landen te stoppen met invoerbelasting op de meeste Amerikaanse producten te heffen, en geen voorwaarden meer te verbinden aan hun kwaliteit. Zo konden die landen bijvoorbeeld geen genetisch gemanipuleerde granen, soja of katoen meer weigeren. Als een echte neo-koloniale macht gebruikte Trump het dreigen met hoge invoerheffingen om economische, politieke en handelsregels naar zijn hand te zetten.
In de periode juli tot oktober 2025 sloten de VS nieuwe handelsovereenkomsten met Vietnam, Indonesië, Japan, Zuid-Korea, Pakistan, de Filipijnen, Thailand, Maleisië, Cambodja en China. In april 2026 wist Trump een voorlopig handelsakkoord met India af te sluiten, dat voor dat land heel ongunstig was en veel kritiek en verzet opriep. Tijdens de meeste onderhandelingen waren de Aziatische landen zo bang voor verhogingen van de Amerikaanse invoerbelasting, dat ze zich nauwelijks verweerden en Trump bijna overal zijn zin in gaven. Op het gebied van landbouw en voedsel voelden zij zich gedwongen om:
- bijna alle invoerheffingen op Amerikaanse producten af te schaffen,
- veel Amerikaanse sojabonen, sojameel, maïs, tarwe, rijst en katoen te importeren, hoewel bijna alle soja, maïs en katoen in strijd met hun eigen regels genetisch gemanipuleerd is,
- Amerikaanse zuivel aan te kopen,
- vlees, melk eieren enzovoort niet meer zelf te inspecteren, maar zonder meer af te gaan op de Amerikaanse rapporten, hoewel de Amerikaanse inspecties op producten uit de landen van het zuiden van de wereld gewoon blijven bestaan,
- Amerikaanse patenten op zaden te accepteren.
In ruil daarvoor beloofde Trump de invoerbelasting weer terug te brengen op het oude niveau.
Gevolgen van handelsakkoorden voor voedsel en landbouw
Verder wist Trump Aziatische landen te verplichten om bepaalde hoeveelheden Amerikaanse landbouwproducten aan te zullen kopen. Zo dwong hij Japan, dat tot nu toe altijd een eigen beleid had gevoerd op het gebied van rijstimport, zijn invoer van Amerikaanse rijst met 75 procent te verhogen. Daarnaast moest het ook beloven grote hoeveelheden maïs, sojabonen, kunstmest, bio-ethanol en agrobrandstof, voor de luchtvaart, in Amerika aan te schaffen. Bangladesh, dat geen handelsakkoord met Washington heeft, zag zich gedwongen ermee in te stemmen om jaarlijks 700.000 ton tarwe en voor één miljard dollar aan sojabonen te kopen. Sommige landen, zoals Thailand, Maleisië en Cambodja, moesten beloven geen handelsakkoorden af te sluiten met landen die Amerikaanse belangen in gevaar zouden kunnen brengen.
China was het enige Aziatische land dat wraak nam op het invoerbeleid van de VS. Toen Trump het een importbelasting oplegde van 145 procent, sloeg het terug met een invoerheffing van 125 procent op Amerikaanse producten die China binnenkwamen en door te stoppen nog langer soja en maïs in de Verenigde Staten aan te kopen. Daarvoor week het uit naar Latijns-Amerika. In november 2025 sloten beide landen een nieuw handelsverdrag, waarbij China toezegde om in november-december 2025 ten minste twaalf miljoen ton Amerikaanse sojabonen te kopen en in de periode 2026-2028 jaarlijks 25 miljoen ton.
Weerstand bieden aan Amerikaanse handelsdwang
Sommige landen zoals bijvoorbeeld Indonesië hebben inmiddels spijt dat ze de eenzijdige voorwaarden van de VS hebben aanvaard. Het land verzet zich nu tegen de dwingende bepalingen in de handelsovereenkomst, met het argument dat deze inbreuk maken op zijn politieke en economische onafhankelijkheid door samenwerking met concurrenten van de VS, zoals China, te beperken. Toen Trump van Zuid-Korea eiste dat het 350 miljard dollar zou investeren in de Verenigde Staten, wist het land via onderhandelingen een vermindering te bedingen. Ook Japan is bezig met heronderhandeling. Oorspronkelijk had het beloofd 550 miljard dollar te investeren in de VS, waarbij negentig procent van de winst naar Amerika zou gaan. Maar Japan wil nu dat zijn gedeelte van de winst overeenkomt met zijn aandeel in de investeringen.
In Maleisië heeft de handelsovereenkomst met de VS tot veel ophef geleid, waarbij critici aanvoerden dat die de nationale soevereiniteit en de al lang bestaande neutraliteit van het land op het gebied van buitenlands beleid ondermijnt. Groeperingen zoals Sahabat Alam Malaysia en de Consumentenbond van Penang hebben de overeenkomst scherp veroordeeld. Zij beschuldigden de regering ervan de bevolking niet goed geïnformeerd te hebben, Amerikaanse bedrijven belastingvrijstellingen te verlenen, regels voor Amerikaanse investeerders te versoepelen, en hen toe te staan het Maleisische buitenlandse beleid te beïnvloeden.
Begin februari dit jaar sloot Trump een voorlopig nieuw handelsverdrag af met India. Boerenorganisaties waren laaiend. Zij vonden het een “totale overgave” van de Indiase landbouw aan de belangen van Amerikaanse multinationals. Zij verwachtten dat goedkope, zwaar gesubsidieerde importen van Amerikaanse maïs, tarwe, en soja het toch al belabberde inkomen van de Indiase boeren fors zal verlagen. Zij riepen boeren op om massaal deel te nemen aan de al eerder geplande nationale demonstraties op 12 februari tegen nieuwe arbeidswetten, om daar hun afkeer van het verdrag duidelijk te laten doorklinken. Volgens de organisatoren demonstreerden driehonderd miljoen Indiërs die dag tegen de arbeidswetten en het handelsverdrag.
Overigens betekent inschikkelijkheid niet dat Trump je zal ontzien. Dat ervoer Zuid-Korea dat bijna geen belasting heft op importen uit de Verenigde Staten. De onberekenbare Amerikaanse president stelde voor dit land een invoerheffing vast van 25 procent. De verhoging van de invoerbelasting op landbouwproducten was oorspronkelijk bedoeld om Amerikaanse boeren te helpen die het moeilijk hebben, maar heeft over het algemeen averechts gewerkt. China trof vergeldingsmaatregelen, zoals het verminderen van soja aankopen in de VS, en de verhoogde invoerbelastingen in Amerika maakte landbouwmachines en kunstmest die uit het buitenland komen duurder voor hen.
Grain
Het oorspronkelijke artikel “US tariff policy bulldozing Asia’s agriculture” verscheen eind januari bij Grain. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.
Verder lezen
- “Malaysia-US pact surrenders Malaysia’s sovereignty”
- Website over verzet tegen handelsverdragen: bilaterals.org
- Het alternatief: ondersteuning van lokale landbouw: Nyéléni newsletter april 2026.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.