Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant17 maart 2026

Paul Celan – De Hoop Redden

Author: Globalinfo.nl | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: globalinfo.nl

Dat was, zo lezen we in het essay, onder meer het geval in de lente van 1968, toen Paul Celan in Parijs verbleef en er de bevoorrechte getuige was van de opstand tegen het establishment. Johny Lenaerts vertaalde hieruit een kort fragment. [ThH]

Marie-Hélène Prouteau  In tegenstelling tot Kafka**, die ervan overtuigd was dat de hoop bestond maar niet voor hem weggelegd was, is Celan van mening dat het toegestaan is de hoop te koesteren. Het is toegestaan de hoop te redden, en dàt ondanks alles wat dit lijkt tegen te spreken. […] 

Kafka begeleidde Paul Celan bij alles wat hij deed en dacht. Zo verwijst hij naar hem in een brief aan Ilana Shmueli. Zij was zijn laatste geliefde en was sedert hun kindertijd met hem bevriend. Totaal onverwacht ontmoette ze hem opnieuw in 1965 in Parijs. Ze zal trachten Celan te begeleiden bij zijn inwendige strijd. In die tijd woonde ze als overlevende van de Shoah in Israël en schreef ze gedichten. Vandaar de immense schoonheid van hun briefwisseling, van 1965 tot 1970, van Parijs tot Tel-Aviv. In zijn brief van 12 april 1970, acht dagen voor zijn dood, vertrouwt Celan haar zijn hoop toe in deze vrijheidlievende wens die geïnspireerd is door Kafka: ‘Sta me toe de volgende woorden van Kafka aan te halen: “De wereld tot opstand brengen om hem te laten binnentreden in het reine, in het onveranderlijke, in het ware”.‘ De hoop als levensdrang zou tot het laatste moment in hem aanwezig blijven.

Het is er duidelijk aanwezig, de opstijgende beweging van het leven en het denken. Dat de ‘Ongedurigheid’ van het gedicht bezielt. De ongedurigheid van Mei 68? Celan neemt deel aan de grote betogingen. Hij ontwaart de poëtische slogans op de Parijse muren. Een bloemlezing van graffiti die hij aan zijn vriend uit Praag als volgt beschrijft: ‘De maatschappij is een vleesetende bloem’, waar in de rue du Pot-de-Fer, ofwel, dicht bij de rue d’Ulm, ‘de verveling huilt’.

In de optochten zingt hij de Spaanse anarchistische liederen en andere revolutionaire gezangen in het Russisch, Frans, Jiddisj, terwijl hij wantrouwig blijft tegenover bepaalde aspecten van Mei 68. Zoals het lied ‘Les Anarchistes’ van Léo Ferré, dat Celan graag in de cabarets ging beluisteren, en dat voor het eerst gezongen werd in de Mutualité: ‘ça descend dans la rue, les anarchistes’ [‘dat komt op straat, de anarchisten’]. 

Het ongeduld dat zowel zijn leven als zijn poëzie kenmerkt confronteert hem  onverwacht met zichzelf. In zijn agenda noteert hij ‘Die Barrikaden’, in het heetst van de strijd, 10 mei, de beruchte Nacht van de Barricaden in het Quartier Latin. Hij noteert dat hij het diner van Pilar Supervielle, de weduwe van Jules Supervielle, afzegt: ‘Gelieve me te verontschuldigen voor deze avond: ik ben erg betrokken bij wat er gebeurt en kan niet bij u komen eten.’ En daarna de volgende diepbedroefde woorden, na de breuk met zijn echtgenote Gisèle: ‘Zoals wij waarachtig van een mens houden / lijden wij diep en nostalgisch over alles wat dat niet is / terwijl ik de helicopers hoor overvliegen.’ Zo draait de wereld rondom hem, met de klankband van de Geschiedenis.

Celan, die nooit van tekens verzadigd was, had enkel oog voor de barricade die vlak onder zijn appartement in de rue Tournefort opgericht werd – ‘een barricade die voor een groot gedeelte door anarchisten verdedigd wordt’, zo schrijft hij aan Franz Wurm. Het onverwachte, het ongewone zet aan het denken. Welke stemmen klinken er op van onder de plaveien? Die van twee denkers van het anarchisme, die hem tijdens zijn jeugdjaren geïnspireerd hadden en de leeshonger van de vijftienjarige, die maar weinig enthousiast was over de lectuur van Marx en Engels, aangescherpt hadden. Drieëndertig jaar later zou Celan bij de zeer respectabele assemblee van de Büchnerprijs, niet zonder enige lust om te provoceren, zich voorstellen als ‘iemand die opgegroeid is met de geschriften van Piotr Kropotkin en Gustav Landauer’. 

Met Gustav Landauer, vooraanstaand figuur van het libertaire Jodendom in Duitsland, actief in de Radenrepubliek van Beieren, wreedaardig vermoord door het Freikorps in 1919, lanceerde Celan een pijl naar de neus van de intellectuelen van Darmstadt, die vergeten waren hoezeer de Weimarrepubliek in bloed gedrenkt was. 

Met Kropotkin, filosoof, aardrijkskundige, zoölogist met een kollossaal vakmanschap, die van zijn titels en grond die hij als prins bezat afstand nam en zich hartstochtelijk aan een immens oeuvre wijdde, de theorie van het anarchisme en van de ‘Wederzijdse hulp’, begroette Celan de droom van een meer broederlijke wereld. Zo bracht het toeval van een barricade van 68 onder zijn raam de hartelijke persoonlijkheid van de ‘anarchistische prins’ weer tot leven. Maar voor de observator van de Siberische gemeenschappen, de theoreticus van de antiautoritaire ideeën en van de solidariteit, ging dit ten koste van verschillende periodes van ballingschap en, bij zijn terugkomst in Rusland in 1917, van de uiteindelijke ontgoocheling over de autoritaire aard van het bolsjevistisch bewind.

Zou Celan zich de bezoeken aan het Carnavaletmuseum herinnerd hebben, met name een bezoek samen met [Noberprijswinnares Literatuur 1966] Nelly Sachs? Zou hij zich een gravure van Jack Abeillé herinnerd hebben, ‘Anarchie in Parijs. De burelen van het blad La Révolte, 140 rue Mouffetard’? Het is niet zeker. Hij kon de link gelegd hebben met die plek in de rue Mouffetard, dicht bij de rue d’Ulm, waar Kropotkin zijn blad dat hij samen met zijn vriend Elisée Reclus in Zwitserland opgericht had, gevestigd had. Ik ben in elk geval ervan overtuigd dat de aangeboren nieuwsgierigheid van Celan hem moest terugbrengen naar de boeken van de Russische denker, waarvan hij onder meer ‘Woorden van een opstandige’ en ‘In Russische en Franse gevangenissen’ kende. Het werk van Kropotkin, die in de Peter- en Paulsvesting van Sint-Petersburg gevangenzat, maakt een vergelijking met de gevangenis van Clairvaux – waaruit hij enkel ontslagen werd dankzij de tussenkomst van Victor Hugo, van Clemenceau en door een internationale campagne die op touw gezet was door Elisée Reclus.

De figuur van Kropotkin was in die meidagen eveneens actueel omwille van zijn ‘Oproep tot de jongeren’, dat Celan in die tijd zijn zoon liet lezen: ‘Dichters, beeldhouwers, musici, indien u uw roeping en de belangen van de kunst begrepen hebt, stelt dan uw pen, uw beitel ten dienste van de revolutie…’ De opzienbarende aanmaning ‘Kropotkin niet vergeten!’ van Kafka, die eveneens openstond voor anarchistische ideeën, had Celan, verwoed lezer van Kafka’s ‘Dagboek’, ongetwijfeld goed onthouden. 

Marie-Hélène Prouteau (Vertaling Johny Lenaerts)

*Marie-Hélène Prouteau, ‘Paul  Celan. Sauver la clarté’, Éditions Unicité, Saint-Chéron, 2024.

**Costas Despiniadis, ‘Kafka en het anarchisme’, Kelderuitgeverij, Utrecht, 2023.

Todesfuge

Als toegift hier een van de beroemdste gedichten uit het werk van Paul Celan, zoals het wel genoemd wordt, Todesfuge. Een gedicht om niet te vergeten, leest men ook. Het Duitse woord Todesfuge is meerduidig, maar dat het naar de dood verwijst is duidelijk – de dood ontvluchten, naar de dood toe? Het blijft een Holocaust gedicht. ‘Fuge’ is fuga, een muziekvorm in het Nederlands. De manier waarop het gedicht voorgedragen wordt. zit indringend op toonaarden (meer uitleg over het gedicht, zie Online ). Beluister het (met Nederlandstalig onderschift) op YouTube: Online .

[ThH]

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.