De enige weg naar vrede is een sterkere arbeidersbeweging – reactie op Peter Storm en Wouter Pieterse
Peter Storm vraagt hoe wij als anarchisten moeten omgaan met Ruslands criminele oorlog in Oekraïne. Die vraag heeft de anarchistische beweging in Europa diep verdeeld. Aan alle kanten van het debat leidde dat tot onkameraadschappelijk gedrag: vijandigheid en beschuldigingen van verraad over en weer. De discussie werd er weinig constructief van. Des te waardevoller is het dat het gesprek hierover in Nederland nu wél constructief verloopt.
Wouter Pieterse heeft een groot deel van de vraag al beantwoord in zijn reactie aan Storm. Militaire steun aan Oekraïne versterkt onze vijand, betoogt hij, en de uitweg ligt in het opbouwen van de kracht van onze eigen beweging. Daar ben ik het mee eens, maar ik wil het argument doortrekken, ook tegen Pieterse zelf in. Storm weigert zich te verzetten tegen de Nederlandse wapenleveranties, en Pieterse sluit af met het voorstel om anti-autoritairen in het Oekraïense leger te helpen uitrusten. Beiden willen een rechtmatig einde aan deze misdadige oorlog, en dat verlangen deel ik. Maar hun posities gaan ten koste van precies dat waarop de enige echte uitweg rust, de opbouw van volksmacht.
Het wringt
Storm noemt zijn standpunt het minst slechte dat er is, en geeft toe dat het wringt. Ik denk dat hij onderschat hoezeer.
Hij is tegen het stopzetten van de militaire steun aan Oekraïne, uit angst dat dit Rusland helpt en Oekraïne zijn soevereiniteit kost. Maar wiens soevereiniteit? In elk geval niet die van de Oekraïense arbeidersklasse. Zoals elke staat is ook de Oekraïense een structuur van klassenheerschappij. Wapens voor Oekraïne komen niet terecht bij “de Oekraïners”, de gewone mensen, maar bij het Oekraïense staatsleger.
Sinds 2022 regeert Kyiv onder de krijgswet. Stakingen zijn verboden en elf oppositiepartijen zijn buiten de wet gesteld, onder wie de grootste. Anti-militaristen worden vervolgd en onderdrukt. Het leger vult zijn gelederen door mannen van straat te plukken en in busjes te duwen. Storm wil de Oekraïners niet “voor de bus gooien”. De Oekraïense staat gooit hen er letterlijk in.
Ook in oorlogstijd verrijkt de Oekraïense heersende klasse zich ongestoord verder. In november 2025 bracht het anti-corruptie bureau NABU een netwerk aan het licht rond staatsbedrijf Energoatom, de exploitant van de Oekraïense kerncentrales. Het zou zo’n 100 miljoen dollar aan smeergeld hebben opgestreken: tien tot vijftien procent van elk contract. En dat terwijl Rusland het stroomnet bestookte. Het vermeende brein, Timur Mindich, is een voormalig zakenpartner van Zelensky. Minister van Justitie (en voormalig minister van Energie) Haloesjtsjenko werd geschorst, en Zelensky’s stafchef Andrij Jermak trad af na een huiszoeking door NABU. Al in 2023 moest Zelensky alle regionale hoofden van de rekruteringscentra ontslaan na een omkopingsschandaal, omdat ze steekpenningen aannamen van mannen die de dienstplicht wilden ontlopen. Wie geld heeft, koopt zich vrij; wie het niet heeft, wordt de loopgraven ingestuurd.
Westerse staten leveren geen militaire steun aan Oekraïne uit goedheid van hun hart; ook die steun dient de belangen van hun eigen heersende klassen. Wie de wapens levert, bepaalt de voorwaarden, naar eigen belang en niet naar dat van Oekraïense arbeiders. Wapenleveranties zijn niet los te koppelen van militarisering. Pieterse wees er terecht op dat militaire steun aan Oekraïne onvermijdelijk een versterking van het westerse militair-industriële complex betekent. In heel Europa wordt de oorlog zelf als hefboom ingezet. Hij moet meer staatsmacht rechtvaardigen en meer winst en controle opleveren voor de heersende klassen, ten dienste van hun imperialistische ambities. De arbeiders betalen de rekening.
Storm erkent het klassenkarakter van de Nederlandse staat en noemt het illusiepolitiek om van de staat vrede te eisen. Daar heeft hij grotendeels gelijk in. Maar wie verwacht dat diezelfde staat het verzet van Oekraïne bewapent zonder daarbij de belangen van zijn eigen heersende klasse te dienen, bedrijft evengoed illusiepolitiek.
Europa’s heersende klassen raken achterop in de internationale concurrentie en zoeken hun redding steeds vaker in de wapenindustrie. Voor die industrie is de oorlog een dubbele zegen: een afzetmarkt zolang er gevochten wordt, en een rechtvaardiging voor herbewapening lang nadat de wapens zwijgen.
Zo heeft Duitsland defensie-uitgaven vrijgesteld van de schuldenrem en leunt ze op herbewapening om een haperende economie overeind te houden. Falend Volkswagen onderhandelt over de ombouw van zijn autofabriek in Osnabrück tot een productielocatie voor onderdelen voor raketsystemen.
Hetzelfde gebeurt in Nederland. In Born, waar de sluiting van VDL Nedcar ruim vierduizend banen kostte, huurt Defensie nu fabriekshallen voor militaire productie. In Hengelo bouwt Destinus kruisraketten. Zelfs de TU Delft heeft sinds juli een militair innovatiecentrum op de campus.
Beleggers behandelen inmiddels elk teken van vrede als een bedreiging, de “vredesangst” waar Jos D’Haese, fractieleider van de Belgische PVDA, over sprak op de demonstratie “Stop de oorlogskoorts” van 27 september. Toen in april dit jaar een vredesakkoord even dichterbij leek, zakte de koers van Rheinmetall op één dag met bijna zes procentterwijl de aandelen van cement- en bouwbedrijven stegen in afwachting van de wederopbouw van Oekraïne. Ook een verwoest land is een markt. Over wederopbouwcontracten en mijnbouwrechten wordt al gesteggeld terwijl Oekraïners nog in de loopgraven sterven. Het kapitaal verdient aan de oorlog, aan de herbewapening die hij rechtvaardigt, en aan de verwoesting die hij achterlaat.
Westerse staten en hun heersende klassen zullen nooit de hoeveelheden wapens leveren die nodig zijn voor een complete Oekraïense overwinning, omdat dat structureel niet in hun belang is. Eisen dat ze meer leveren is dus ook illusiepolitiek. Wie de leveranties verdedigt, aanvaardt dat de omvang en doel ervan worden bepaald door wie verdient aan de plundering. De rekening betalen Oekraïners zelf, vaak met hun leven.
Storm haalt bovendien instemmend Hidde Bouwmeester aan, die volgens Storm “terecht” wijst op de werking van afschrikking. Dat is precies het argument waarmee onze regering de militarisering verkoopt die Storm zegt te bestrijden: een agressieve staat is alleen tegen te houden met geloofwaardige tegenkracht en dus moeten we een staatsleger versterken. Als dat in Oekraïne geldt, waarom dan niet aan de Baltische grens, of hier? Binnen die logica is er altijd wel een reden om verder te bewapenen, en dat eindigt in een wapenwedloop die niemand wint. Wat betekent anti-militarisme dan nog? Een meningsverschil over hoe groot het leger moet zijn? Dat kan niet de bedoeling zijn.
Wat komt erna, en wat staat ons te doen?
Hoe deze oorlog ook eindigt, voor de Oekraïense arbeiders wordt het geen overwinning. Ze zitten klem tussen aasgieren aan beide kanten die hen tot op het bot afkluiven, terwijl hun legitieme wens om hun leven, dierbaren en thuis te verdedigen gruwelijk wordt misbruikt.
Rusland houdt ongeveer een vijfde van het land bezet en wil wat erop en eronder ligt: steenkool en ijzererts, lithium en titanium, gasvelden, de grootste kerncentrale van Europa en een deel van de beste landbouwgrond van het continent. Daarnaast wil het belangrijke strategische posities aan de Zwarte Zee veiligstellen, posities waaruit het westerse imperialistische blok Rusland maar al te graag verdreven zou zien.
Aan de andere kant maken het westen en de Oekraïense elite de rekening al op. De grondstoffendeal met de Verenigde Staten van april 2025 legt vast dat de helft van de staatsinkomsten uit nieuwe vergunningen voor mineralen, olie en gas in een gezamenlijk fonds met de VS vloeit. De Oekraïense staatsschuld is als percentage van het bbp sinds 2021 ruwweg verdubbeld, en de wederopbouw zal worden betaald met nog meer westerse schuld, op de voorwaarden van de schuldeisers. Sinds 2022 mogen bedrijven met maximaal 250 ‘werknemers’ nu al arbeidsvoorwaarden in individuele contracten vast te leggen, buiten de cao om. Het westerse kapitaal staat klaar om ook na de oorlog zijn zakken te blijven vullen, via deregulering en bezuinigingen waarvoor de Oekraïense arbeiders zullen moeten opdraaien.
Als anarchisten moeten we ons blijven richten op wat er na de oorlog moet gebeuren. Wat deze staten ook ondertekenen, het wordt nooit meer dan een pauze tot de volgende oorlog. Europa bewapent zich nu al voor de volgende ronde, of die nu tegen Rusland, China of een andere rivaal gaat. Via de kapitalistische staat loopt geen weg naar vrede of rechtvaardigheid.
Pieterse heeft gelijk: de enige uitweg is een sterkere beweging. Dat betekent volksmacht opbouwen, in de vorm van strijdorganisaties van de arbeidersklasse die voor hun eigen belangen kunnen opkomen. Die weg is revolutionair, en we moeten er nu mee beginnen.
In deze oorlog begint die lokaal bij dienstweigering. Pieterse noemde zo’n 200.000 Oekraïense deserteurs, en schattingen spreken van tot wel twee miljoen dienstplichtontduikers. Aan Russische kant zijn er vergelijkbaar mannen die voor de mobilisatie zijn gevlucht, de netwerken die deserteurs het land uit helpen, en de anarchisten die militaire logistiek hebben gesaboteerd. Storm noemt de gedwongen rekrutering door de Oekraïense staat onverdedigbaar. Toch helpt volgens zijn eigen redenering elke man die eraan ontsnapt de agressor, en zouden de ronselploegen logischerwijs gerechtvaardigd zijn. Die conclusie trekt Storm niet, omdat het anarchistische principe voor hem blijkbaar toch zwaarder weegt dan de consequentie. Waarom geldt dat dan niet voor wapenleveringen? Weiger steun aan beide vijandelijke staten en begin aan de opbouw van onafhankelijke organisaties die, hoe de oorlog ook afloopt, werkelijk het verschil kunnen maken. Zo ziet een echte weg naar vrede eruit.
We moeten ook niet in de valkuil trappen het anarchistische project door een nationalistische bril te bekijken, alsof het bij de grens ophoudt, of dat nationaliteit überhaupt meer dan een toxisch verzinsel is. Onze strijd is internationaal, of hij mislukt. Waar in Oekraïne of Rusland zelf geen volksmacht van betekenis op te bouwen valt, moet de internationale beweging dat opvangen door elders haar eigen kracht te ontwikkelen. Was de arbeidersbeweging internationaal sterk genoeg, dan kon de Russische oorlogsmachine worden gewurgd.
Hoe dan ook, één ding staat vast: in de huidige staat van onze beweging is oorlog voor ons een ramp die de meest reactionaire maatschappelijke krachten in de kaart speelt. De oude leuze “geen oorlog behalve de klassenoorlog” is geen hol principe om blindelings te volgen, maar een zwaarbevochten strategische les uit onze eigen geschiedenis. Onder kapitalisme en staat komt er geen vrede, en de bevrijding van de arbeidersklasse kan alleen het werk zijn van de arbeidersklasse zelf.
Steun aan de kameraden die wel willen vechten?
Hier begint het te wringen bij Pieterse zelf. Hij citeert een Oekraïense deserteur die zegt dat niet de natie naar het front gaat, maar de verliezers. Hij beschrijft het conflict als een strijd tussen heersers en verliezers. Toch stelt Pieterse voor om geld in te zamelen waarmee anti-autoritairen in het Oekraïense leger zich kunnen uitrusten, en om eventueel daar drones te bouwen, iets wat hij naar eigen zeggen kan respecteren.
Inzamelen voor militaire doeleinden presenteert Pieterse als een optie, zonder oog voor de structuren waarbinnen zulke steun functioneert. Anarchisten die aan het front vechten, hebben in Oekraïne geen autonomie. Er bestaat geen anarchistische formatie binnen de Oekraïense krijgsmacht. Het anti-autoritaire peloton dat in 2022 binnen de territoriale verdediging ontstond, werd al snel administratief gesaboteerd door de staat. Inmiddels zitten naar schatting honderd à honderdvijftig anti-autoritairen verspreid over reguliere eenheden van het staatsleger.
Militair materiaal dat je hen geeft, wordt ingezet waar de staat dat besluit. Het vult een gat in de bevoorrading van een staatsleger dat dit anders zelf had moeten dichten. Daarmee is het een kleine subsidie aan dezelfde oorlogsmachine die we volgens Pieterse terecht niet moeten voeden. Wie in Oekraïne drones gaat bouwen, bouwt bovendien mee aan precies de wapenindustrie die Pieterse eerder in zijn stuk bekritiseerde, een industrie die in het buitenland adverteert met haar staat van dienst aan het front.
De gewapende anarchistische eenheden op wie we ons graag beroepen, de machnovisten en de CNT-milities, vochten onder structuren die ze zelf opbouwden en aanvoerden. Dat gaf de beweging iets eigens om te steunen. In Oekraïne is dat op dit moment niet mogelijk. Een anarchist in het staatsleger is een soldaat in een commandostructuur die de Oekraïense heersende klasse en haar westerse partners dient. Waar iemand in gelooft, verandert niets aan de manier waarop diegene wordt ingezet. Om dezelfde reden verwerpen we electoralisme: vanuit de structuren van de staat bouw je geen anarchistisch project op.
Bouwen anarchisten in het Oekraïense leger aan onze beweging? Bouwen ze aan volksmacht? Nauwelijks. Honderd à honderdvijftig anti-autoritairen zullen deze oorlog ook niet beslissen. Wat wel op het spel staat, is of een deel van de bekwaamste organisatoren van een toch al kleine beweging het einde van de oorlog nog meemaakt. Juist zij zijn nodig voor wat er na het schieten komt. Ze zouden nu al aan die beweging kunnen bouwen, aan georganiseerde volksmacht, in plaats van zichzelf op te offeren aan een uitzichtloze vleesmolen.
Respect voor de keuzes die mensen onder erbarmelijke omstandigheden maken, staat hierbij niet ter discussie. Wat iemand onder vuur en onder dwang besluit, is aan diegene, al mogen we zeker kritiek leveren wanneer die keuze tot anarchistisch principe of strategie wordt verheven. Maar wat wij hier besluiten, met een collectebus in de hand, is aan ons. De vraag is waar wij als beweging ons geld en onze energie in steken om het anarchistisch project te bevorderen.
Zoals gezegd heeft Pieterse het antwoord grotendeels zelf al gegeven: help mensen de oorlog te ontvluchten. Eis verblijfsrecht voor dienstplichtigen en deserteurs van beide kanten, te beginnen hier, waar Oekraïense mannen van dienstplichtige leeftijd hun bescherming verliezen. Een Nederlandse rechter oordeelde al dat de celstraf van tot vijf jaar die een teruggestuurde weigeraar boven het hoofd hangt, niet onevenredig is. Steun de anti-militaristen in Rusland en de gevangenen die Pieterse noemt. Voeg daaraan toe: lokale evacuatie, humanitaire hulp, onderdak, mutual aid en solidariteit met Oekraïense arbeiders tegen de arbeidswetten die onder dekking van de oorlog zijn ingevoerd. Elke euro die nu naar het front gaat, is hier beter besteed, en maakt hier wél verschil.
Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen deze oorlog levend doorkomen, en dat onze kameraden elders de grootst mogelijke kans krijgen om de strijdorganisaties op te bouwen die hoe dan ook nodig zijn. Hier in Nederland voeren we de strijd tegen onze eigen heersers en hun militarisme, tegen de oorlogsbegroting en de bezuinigingen waarmee die betaald wordt. Onze taak is hier een strijdbare beweging op te bouwen die ware volksmacht kan ontwikkelen, zodat we daadwerkelijk terug kunnen vechten en iets kunnen betekenen voor onze kameraden wereldwijd.
Lyam
(Deze meningen zijn uitsluitend van mijzelf.)
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.