Centralisatie tegen democratie, of: waarom Nederland (godzijdank) onbestuurbaar is
“Minder rem, meer gaspedaal”, kopte De Groene Amsterdammer vorige week. “In een land dat leunt op regels en inspraak, verliest de overheid aan daadkracht. Maar democratie is ook: urgente projecten tot uitvoering brengen. Waar is de staat die nog groots durft te denken, zoals destijds met de droogleggingen?”, zo begon het stuk. Niet alleen klopt er historisch weinig van: zowel de wens als de argumentatie van Boersma en Kreiken zijn niet nieuw. De roep om “daadkracht” en “bestuurbaarheid” is al heel lang de strijdkreet van anti-democraten.
Ik raad aan het stuk te lezen, maar om het kort samen te vatten: Boersma en Kreiken stellen voor om weer meer grote projecten op touw te zetten, op het niveau van de Zuiderzeewerken van honderd jaar geleden. De overheid is nu te weinig daadkrachtig, en dat komt door te veel regulatie en te veel inspraak.
Om te beginnen: wat Boersma en Kreiken voorstellen is niet nieuw. De ideologie die zij verkondigen is het zogenaamde “hoog modernisme” (high modernism): het idee dat de wereld met behulp van technologie en organisatie duurzaam hervormd kan worden.
Hoog modernisme is de ideologie van gigantische projecten: geplande steden, enorme dammen, geïndustrialiseerde landbouw, droogmakingen… Allemaal om “orde” aan te brengen en bepaalde doelen te halen die een overheid voor zichzelf stelt.
Dat soort gigantische projecten vereisen een evenzeer gigantische centralisatie, niet alleen van macht, maar ook van informatie. Deels over het project zelf (hoeveel liter water gaat er door een rivier? Hoeveel kilowattuur aan stroom levert dat op?) maar ook voor de bouw (wie zijn der arbeiders?)
En hier gaat het bij hoog modernisme vaak mis. Omdat macht in hoog modernisme zo gecentraliseerd is, moet informatie enorm gefilterd en samengevat zijn. Een centraal planner (of het nu een persoon of een comité is) kan niet alle informatie van al hun ondergeschikten in hun hoofd hebben.
In dat proces van filtering van informatie gaat informatie verloren, maar dat proces van teloorgang is niet apolitiek. De belangen van de centraal planner spelen hier een belangrijke rol: wat de centraal planner belangrijk vindt wordt natuurlijk meegenomen, en andere belangen moeten daarvoor wijken.
Zelf halen de schrijvers de Hooverdam aan, en dat is een perfect voorbeeld van dit fenomeen. Door de bouw van de dam (en gelijksoortige dammen) zijn de originele bewoners van hun land verdreven. Ook leidde het tot enorme milieuschade.
De schrijvers beargumenteren dat deze schade verantwoord kan zijn als het project leidt tot grotere winsten, maar daarmee geven ze de planners een gigantische macht om te bepalen wiens belangen wel en niet worden meegewogen. Dat zet de deur open voor machtsmisbruik, maar ook voor corruptie.
Daarbij komt dat dit soort projecten (zoals de schrijvers ook voorstellen) los moeten staan van democratische controle, omdat het vaak meerjarige projecten zijn. Het genie van de centraal planner moet vrij baan krijgen, wat natuurlijk heel veel macht in handen van die planners plaatst.
Die machtscentralisatie is ook nodig, want alleen dan heeft de centraal planner toegang tot genoeg middelen en bovenal arbeid om hun plan uit te voeren. Hoog modernisme vereist een strikte hiërarchische structuur waarin één persoon (of een comité) hun wil kan opleggen aan het collectief.
Dan is het volgens mij ook compleet naïef om te denken dat die machtige centrale planners, los van democratische controle en juridische bezwaarprocedures, uit zichzelf het publieke belang zullen nastreven. In plaats wat mensen historisch doen met ongecontroleerde macht, namelijk zelfverrijking.
Die wens om gefilterde informatie te verzamelen, betekent ook dat hoog modernistische centrale planners de samenleving zo in willen richten, dat die informatie beschikbaar is. James C. Scott noemt dit “leesbaar maken”: de samenleving zo inrichten dat je informatie in hapklare brokjes kan verzamelen.
Het voorbeeld dat Scott geeft is bosbouw, waarbij bossen worden aangelegd voor houtkap. Door een bos met één boomsoort te planten, hebben ze gelijke groeitijden en weet je ook precies hoeveel hout je per boom kan winnen.
Het probleem: dit soort boomplantages missen de vele onbeheersbare natuurlijke processen die een bos gezond en levend houden. De microbiologie van de grond, het samenspel van verschillende soorten, dieren die parasieten op afstand houden… Dit soort bosbouw verliest alle natuurlijke resistentie.
Zo’n bos is een metafoor voor een samenleving als geheel. De samenleving bestaat uit individuen die een onmeetbare complexiteit aan banden met andere individuen opbouwen. Ieder individu heeft unieke kennis over de wereld, en die kennis laat zich niet makkelijk destilleren.
Een ander voorbeeld van Scott is stedenbouw. Veel mensen hebben geprobeerd steden te ontwerpen, en dat heeft eigenlijk altijd geleid tot falen. Het menselijke brein is simpelweg niet in staat om alle functionaliteiten van een organisch gegroeide stad te ontwerpen.
Het menselijke brein kan niet opboksen tegen de gedecentraliseerde kracht van de menselijke samenleving, waarvan de deelnemers allemaal individuele en collectieve keuzes maken, zonder dat er een centraal planner aan te pas komt. Zo zijn de meest robuuste steden en gemeenschappen gebouwd.
Een samenleving, een stad, een bos… het zijn allemaal complexe machines waarin elk persoon een sensor en een actor is. Al die sensoren en actoren werken decentraal samen om het geheel te laten werken. Het is de puurste arrogantie om te denken dat een centrale planner dat goed kan reguleren.
Stel je voor dat je als mens actief na zou moeten denken over het pompen van bloed, of de verspreiding van zuurstof door je spieren, of het verteren van voedsel, of het aanmaken van witte bloedcellen… Zelfs ademen doen we vaak onbewust (en nu je dit leest weer even niet).
De schrijvers scheppen het beeld dat die individuele inspraak, die bezwaarmakers, tegenstanders zijn van de centrale planners en hun ambitie. Maar het zijn in feite sensoren die vrijwillig informatie delen. Als de planners daar niet naar luisteren, dan moeten ze wellicht gestopt worden.
Je kan dit het beste vergelijken met de slaapreflex. Je kan als mens klagen dat je op een gegeven moment moe wordt en wil slapen, want je wil nog zoveel doen! Maar die slaapreflex voorkomt juist grotere schade.
Dit is wat ik bedoel als ik zeg dat Nederland onbestuurbaar is. In feite is elke groep mensen onbestuurbaar: geen enkele bestuurder kan op de hoogte zijn van alle feiten en omstandigheden die nodig zijn om besluiten te nemen, en elke poging om dat te doen verstoort het natuurlijke ecosysteem.
Dan kan je je afvragen: als Nederland zo onbestuurbaar zou zijn, waarom wordt Nederland nu dan bestuurd? Niet alleen door de overheid, maar door managers, werkgevers en huisbazen? Ik denk dat Nederland niet functioneert vanwege het bestuur, maar ondanks de pogingen tot bestuur.
Wie ooit onderin een hiërarchie heeft gewerkt (dat zullen de meesten zijn) weet hoe dit gaat. Er komt een nieuwe manager, die heeft allemaal grootste en onwerkbare plannen, en de kunst van het werken is om zo veel mogelijk te blijven doen wat wél werkt. Een goede ‘werknemer’ verzet zich tegen bestuur.
Helaas bestaat er in onze samenleving een neiging om succes toe te wijzen aan figuren in leiderschapsposities, waardoor het foutieve idee bestaat dat onze samenleving wordt bestuurd door wijze zielen, zonder welke we reddeloos verloren zouden zijn.
De schrijvers stellen dat centralisatie de grote oplossing is, maar volgens mij is dat juist het grote probleem: de centralisatie van macht in de handen van managers, bedrijven en de overheid betekent dat die grote decentrale machine van individuen en collectieven steeds minder werkt.
Steeds vaker heb je de toestemming nodig van een of andere bestuurder (overheid of privaat) om ook maar iets teweeg te brengen, zelfs in hun eigen leven. En als we naar Boersma en Kreiken luisteren, wordt dat probleem alleen maar erger.
Toch zijn er allemaal mensen die zich tegen dit soort bestuur en hiërarchie verzetten, maar die decentrale projecten lopen dus juist aan tegen de manier waarop kapitalistische verhoudingen zijn verankerd in wet- en regelgeving. Ze worden “overbestuurd”.
Democratie is hier niet het probleem, zoals de schrijvers voorstellen, het is huist het middel waarmee allerlei problemen opgelost kunnen worden. Daarom moeten bestuurders bereid zijn om juist macht los te laten en besluitvorming te laten gebeuren op het niveau van de mensen die de praktijk kennen.
Maar omdat dit gaat om machtsspelletjes, zal dat niet vrijwillig gaan. Bestuurders zullen nooit hun (gepretendeerde en daadwerkelijke) macht vrijwillig afstaan, dus moet het worden afgepakt. En zo’n democratische omwenteling zonder medewerking van de zittende macht noemt men een revolutie.
Nog een laatste noot: ik wil de lezer vragen na te gaan welke delen van hun leven bestuurd en onbestuurd zijn, en in welk deel men gelukkiger is. Als bestuur écht mogelijk was, zouden die onbestuurde delen van het leven nog bestaan?
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.