Over geopolitiek, kampisme en een doel dat middelen niet heiligt
29 januari 2026
Dit stuk is geschreven voor Konfrontatie, en daar al te lezen ook.
Over geopolitiek, kampisme en een doel dat middelen niet heiligt
Een beetje een longread
Geopolitiek is hip. Geopolitiek is in. Met geopolitieke inzichten maak je het helemaal – in gevestigde denktanks, maar ook in kringen die zich links noemen en dat vaak nog zijn ook. En ja, zonder inzicht in wat tegenwoordig geopolitiek genoemd wordt – en ik las ook al over geo-economie (1) – zijn grote politieke en maatschappelijke gebeurtenissen niet goed te begrijpen. Geopolitiek is een dimensie van analyse, en kan dat maar beter ook van radicale analyse zijn, van analyses die beogen licht te werpen op de gang van zaken om die grondig in egalitaire en vrijheidslievende richting te veranderen. Een dimensie dus, die geopolitiek. Liever echter geen dogma, geen keurslijf en geen fuik waardoor andere dimensies buiten de analytische netten vallen. Dat laatste gebeurt echter maar al te vaak wel. Vandaar mede dit verhaal.
1.
Wat is dat eigenlijk, die geopolitiek? Je ziet er het woordje ‘geo-’ in, en het woordje ‘politiek’. Dat laatste woord duidt op besluitvormingen, machtsverhoudingen in en tussen staten. Politiek is datgene wat politici, beleidsadviseurs, overheidsbestuurders mee bezig zijn. ‘Geo-’verwijst naar de aarde, je herkent het in de woorden ‘geologie’ en ‘geografie’ oftewel good old aardrijkskunde. Het gaat dan over landen en grondgebieden, aldaar aanwezige grondstoffen, landbouwproductie, infrastructuur en bevolkingen. Geopolitiek analyseert gebeurtenissen en conflicten als een strijd van landen om greep op deze zaken te krijgen en te behouden, en rivalen die greep te betwisten of ontzeggen. Geopolitiek gaat dus over staten en hun materiële, aardse belangen. Vroeger hadden veel linkse mensen het dan vooral over imperialisme, maar dat is een stuk minder hip.
Het mag duidelijk zijn dat de dimensie die tegenwoordig dus geopolitiek wordt genoemd, waardevol is als bestanddeel van radicale analyse. Ook een anarchist als ik kan en wil niet zonder deze dimensie. Als je bijvoorbeeld Trumps roofoverval op Venezuela wilt begrijpen, dan is het niet genoeg om je tot de impulsieve karaktertrekken van de mafiabaas zelf te beperken. Ook is het ontoereikend om er louter een ideologisch conflict in te zien, alsof Maduro van Trump weg moest omdat die zo links was of zoiets.
Het is nodig om het over olie te hebben, de grondstof waar grote hoeveelheden zich in het grondgebied van Venezuela bevindt. De VS wil greep op die olie. Niet zozeer omdat oliebedrijven in de VS er iets mee willen: de olie is dik en niet zo makkelijk te winnen, oliemaatschappijen hebben geen enorme trek in de benodigde investeringen. Voor raffinaderijen in Texas is het wel winstgevend: die zijn nu net ingericht op dit type olie, en zien kansen.(2) Maar het gaat toch vooral ergens anders om: olie als strategisch machtsmiddel. De Trump-gang – ja, ik zie je, Mario Rubio – wil de baas zijn over die olie om zo Cuba en China die olie te ontzeggen. Cuba, de staat die de VS graag van regime zou doen verwisselen. En China, de grote wereldwijde rivaal. Zo krijgen we de ontvoering van Maduro en het onder curatele zetten van de Venezolaanse staat door de VS te zien voor wat het is: een greep naar de macht over de olie in Venezuela, te zien als deel van het conflict met vooral China over de beschikking over grondstoffen. Een geopolitiek conflict.
Op andere conflicten kun je het zelfde soort analyse loslaten. Groenland: dat bulkt van de grondstoffen, zeldzame metalen en weet ik wat al niet meer. Natuurlijk wil de grote bendeleider van het Witte Huis daar een greep naar doen. We wantsss it, prrrecioussss! En dan is er de ligging: aan een steeds minder ijzige Noordelijk IIszee, pal tegenover Rusland. Zicht en zeggenschap over zee en vaarroutes wil de VS graag, maar Rusland vast ook. Ambitie ingegeven door grondstoffen, rivaliteit rond routes: de geopolitieke dimensies zijn wederom onmiskenbaar.(3) Tegelijk zie je dat deze dimensies als verklaring toch ook te kort schieten. Die metalen bijvoorbeeld: ja, de VS wil die wel winnen – maar dat kan de VS allang. Daar moeten bedrijven dan wel voor investeren, en dat is prijzig want het ijskappige land is geen makkie (een geopolitiek aspect). Maar die obstakels worden geheel niet uit de weg geruimd door Groenland te gaan veroveren, precies omdat de obstakels niet liggen in kwesties van zeggenschap en politieke toegang. Die laatste hebben ondernemingen allang.(4)
Waarom dan toch Trumps verlangen om zich Groenland toe te eigenen? Een geopolitieke analyse op zich zelf verklaart dat niet afdoende. Zaken als nationaal en persoonlijk prestige, het ideologisch gedreven America First idee – waarbij Amerika niet de huidige VS is maar heel Noord-Amerika zou moeten omvatten – zijn in zo’n analyse nodig. Die analyse omvat dan wel weer een geopolitieke dimensie – want dat grote Amerika is dan toch ook wel weer een kwestie van grondgebied, grondstoffen en andere aardrijkskundigheden. Maar dat heersers van het Witte Huis die op déze – en niet op een andere – manier nastreven is uit de loutere geografische aspecten niet te verklaren. Daar heb je inzicht in de politieke en ideologische drijfveren van de MAGA-mafia voor nodig.
Er zijn eerdere voorbeelden. Ooit streefde Hitler naar Lebensraum, en wilde daartoe grondgebied in Oost-Europa veroveren. Die Lebensraum, dat is een geopolitiek concept. Maar hoe Hitler dat dacht te doen en vervolgens deed, wat hij met die veroverde ruimte dacht te gaan doen – mensen uitroeien om ruimte te maken voor kolonisten – daarvoor is inzicht in de ideologische drijfveren van de nazi’s nodig. Je komt er dus niet met alleen maar geopolitiek.
2.
Als onderdeel van analyse heeft de geopolitieke benadering dus best nut. Het gaat echter faliekant mis als alles enkel en alleen als geopolitiek wordt geduid. En juist ter linkerzijde is die neiging best aanwezig. Dat is op zichzelf niet zo vreemd: inde soort belangen en belangenstrijd die we in de geopolitieke analyse tegenkomen, herkennen we aspecten van de aloude imperialisme-analyses die in Marxistische kringen gangbaar waren en deels nog zijn. Anti-imperialisten zien een oorlog, kijken waar de olie en de pijpleidingen liggen, en hebben de oorlog aldus verklaard als imperialistisch conflict. Daar hebben ze – we! – dan nog gelijk in ook. Het gelijk is echter wel incompleet, maar kloppen doet het op zich wel.
Maar al te vaak komt het in dit soort analyses echter dan tot een rampzalig vervolg: de mogendheden waarmee de grote imperialisten ruzie mee zoeken omdat die mogendheden de olie hebben waar de imperialisten begerig naar zijn, worden daarmee tot anti-imperialistisch omgetoverd. De wereld wordt ingedeeld in imperialistische machten en machtsblokken enerzijds, doelwitten en slachtoffers anderzijds. En het zijn allemaal staten, staatsleidingen dan wel organisaties die de leiding van staten nastreven. De bevolkingen verschijnen in dit verhaal louter als slachtoffers, of als supporters van staten en staatsgerichte bewegingen. Nooit als zelfstandige actoren. En daar gaat het grondig mis.
We hebben hier te doen met wat in het Engels als ‘campism’ wordt aangeduid: kampisme. Er is het ene kamp, dat van het imperialisme onder leiding van de Verenigde Staten. Dat belichaamt het kwaad in de wereld, en dient r te vuur en te zwaar te worden bestreden. Daartegenover staat dan het anti-imperialistische kamp: al die staten die tegenover het imperialistische kamp staan en dat de wereldmacht ontzeggen en actief betwisten. In tijden van Koude Oorlog was dit nadrukkelijk ideologisch ingekleurd: een blok van ‘democratische, progressieve en vredelievende landen”stond tegenover de roofzuchtige kapitalistische imperialisten van Washington en Wall Street, hun handlangers en huurlingen. Dat imperialistische kamp zelf noemde zich dan de Vrije Wereld dat zich het tirannieke communisme van het lijf aan het houden was. Kampistisch links had geen enkele moeite om de hypocrisie en kwaadaardigheid van dat ‘Vrije Westen’ te hekelen. Eenzelfde kritische zin jegens al die ‘democratische, progressieve en vredelievende landen’ en hun heersers ontbrak, of was met een nachtkaarsje te zoeken. Het was partij kiezen – tegen het ene machtsblok, voor het andere machtsblok dat nogal wat onaangename aspecten met het ene machtsblok gemeen had.
Communistische partijen kenmerkten zich door deze kampistische benadering, en de overlevende partijen in die traditie doen dat nog steeds. Veel trotskisten gingen een eind hierin mee, door de communistische staten weliswaar te bekritiseren als bureaucratisch en repressief, maar ze toch in verdediging te nemen tegenover het zo veel kwaadaardiger geachte Westerse imperialisme. Je komt het helaas bij anarchisten ook tegen – bij anarchisten die daarmee hun eigen anarchisme ondergraven. In de strijd voor Palestijnse bevrijding bijvoorbeeld, waar sommige mensen geneigd zijn of waren Hezbollah en Iran als een soort bondgenoot te verwelkomen. Kampisme op reguionale schaal.
Dat het in de Koude Oorlog om rivaliserende machtsblokken, elk met hun eigen vormen van imperialisme en kapitalisme, dat ging er bij de kampistische benadering niet in. En daarmee ondergroeven deze tradities hun eigen linksheid, want links gaat toch vooral om het soort gelijkwaardigheid, solidariteit en in vrijheid uitgeoefende collectieve zeggenschap die in de kampen van Siberië net zo min te vinden waren als in de binnensteden van de VS. Kampisme ter linkerzijde ondermijnt dus precies de linksheid die het meent te belichamen.
Nu is de Koude Oorlog weg. Maar het kampisme is een hardnekkige overlever. Je komt het immers nog steeds tegen: een neiging ter linkerzijde om bij elk conflict te kijken naar de ambities van vooral de VS, maar ook wel het Westen in bredere zin, en dan te zeggen: wij kiezen de tegenovergestelde partij. De VS valt Maduro aan? Leve Maduro! De VS valt het schrikbewind van Khamenei in Iran aan? Handen af, niet alleen van Iran maar ook van dat bewind! De VS gebruikt Oekraïne in haar rivaliteit met Rusland, als potentiële uitvalsbasis? Dan is Poetin gerechtvaardigd als hij Oekraïne binnenvalt en probeert te onderwerpen. Zo verschijnen Iran, Venezuela en Rusland in dit verhaal als machten wiens kant linkse mensen dienen te kiezen tegenover de imperialistische machten. Dat het hier zelf om nare autoritaire machten gaat die soms nog zelf imperialistisch zijn (Rusland) of trachten te zijn (Iran) of onderdeel van een imperialistisch machtsblok (Venezuela), dat wordt buiten beeld gewerkt.
3.
Maar al te makkelijk vloeit dit blokdenken samen met een analyse waarin geopolitiek als spil functioneert. Wat die vreselijke imperialisten doen is immers olie stelen en strategische machtsposities verstevigen. Dat de vermeende anti-imperialisten hetzelfde doen en beogen, en dat zoiets verklaarbaar is maar daarmee niet automatisch verkieslijk, tsja. Dat imperialisten en vermeende anti-imperialisten, is niets wezenlijks, hooguit kwantiteit. Want het is waar dat de VS het militair nog steeds kan winnen van welke andere mogendheid ook, zolang het puur om militaire machtsmiddelen, om wapens en technologie en dergelijke gaat. Maar de kleinere imperialist steunen tegen de grotere maakt de kleinere groter, maar daarmee niet minder imperialistisch. Uiteindelijk gaat het bij dit alles om strijd tussen staten, staatsleidingen, heersers.
En daar zien we de grote tekortkoming in zowel het geopolitieke denken als in de kampistische benadering. Het lijkt radicaal: achter liberale en democratische pretenties worden zakelijke, materiële belangen waargenomen, en terecht, alhoewel bij kampisten zeer eenzijdig. Maar er ontbreekt een fundamenteel aspect, dat de betere anti-imperialistische analyses van weleer, met al de onvolkomendheden en beperkingen die de marxistische traditie helaas kenmerken, in elk geval niet ontbrak: klasse! Klassenverhoudingen! Klassentegenstellingen! De geopolitieke benadering leest maar al te vaak als een soort geamputeerde imperialisme-analyse, zonder oog voor precies de klassenverhoudingen, -tegenstellingen en -strijd. Dat maakt de benadering ook zo bruikbaar voor kampistische politiek langs partijcommunistische – stalinistische of daar nauw aan verwante – lijn, met de bijbehorende identificatie van ‘socialistische staten’ en hun ‘leidende partijen’ als drijvende kracht van de strijd voor ‘socialisme’, en met de arbeidersklasse enkel nog als icoon, niet meer als levend subject, actief in haar eigen collectieve bevrijding zoals bij de betere marxisten tenminste nog het geval was en is.
Het is vaak wel echt links bedoeld: aan het eind van de horizon werd wel degelijk een wereld van solidariteit, gemeenschappelijk en vrijheid gedacht, en lang niet alle mensen die zo denken, zijn onoprecht. Maar op de weg erheen rechtvaardigde deze benadering concentratiekampen en dwangarbeid, enorme privileges voor machthebbers, schrijnende armoede en onderwerping van boeren, arbeiders en anderen, censuur en nog veel meer ontkenningen van precies de gelijkheid en de solidariteit die tot kern van een serieus links streven horen. En nee, dat doel heiligt niet de middelen – middelen die dat doel immers niet enkel ontkennen, maar ook onuitvoerbaar dreigen te maken. Die repressief opgebouwde arbeidersstaat sterft nu eenmaal niet af volgens de recepten van Marx en Engels; daarvoor zijn de belangen van de machthebbers in die staat veel te groot en veel te corrumperend ook. Staten sterven niet af. Staten sloop en ontmantel je, anders blijven ze jou slopen en de menselijke waardigheid en vrijheid ontmantelen.
Linkse mensen kunnen maar beter finaal breken met de kampistische benadering als ze de gelijkwaardigheid, de solidariteit, de gemeenschappelijkheid en de vrijheid serieus nemen. Gangmakers van een werkelijk linkse bevrijdingsstrijd zijn niet de staten, niet de machthebbers, niet de mensen en organisaties met machthebbersambities. Gangmakers in die bevrijdingsstrijd zijn precies de mensen aan de onderkant van de maatschappij, de mensen die het werk doen waarvan anderen zich de opbrengst toe-eigenen, de onderworpenen en de buitenstaanders, de uitgebuiten en gemarginaliseerden. Wij hier en overal onderaan. Niet zij daar overal boven ons.
Hebben wij iets aan geopolitiek? Jazeker, als een gedeeltelijk inzicht in hoe macht, machthebbers en het bijbehorende systeem werken. Maar elke identificatie van het ene machtsblok met haar geopolitieke belangen tegenover het andere machtsblok met haar geopolitieke belangen, elke vereenzelviging met staten en machthebbers alsof dat en – niet wijzelf samen – de drijvende kracht achter onze gezamenlijke bevrijding kan zijn, is funest.
Noten:
(1) Sophie Smeets, Dinmitri Tokmetzis, ‘Juist nu moet je weten wat geo-economie is. Daarom maakten we deze strip’, Fololow The Money, 22 januari 2026, https://www.ftm.nl/artikelen/waarom-we-het-over-geoeconomie-moeten-hebben Helaas achter paywall.
(2) John Power, ‘Why access to Venezuela’s “heavy oil” is “tremendous news”for US refiners´, Aljazeera, 16 januari 2026, https://www.aljazeera.com/news/2026/1/16/why-access-to-venezuelas-heavy-oil-is-tremendous-news-for-us-refiners
(3) Tural Ahmedadze, Oliver Holmes, Ashley Kirk, Lucy Swan,, Harvey Symons, ‘Greenland: new shipping routes, hidden minerals: and a frontline between the US and Russia?’. The Guardian, 15 januari 2026, https://www.theguardian.com/world/2026/jan/15/greenland-new-shipping-routes-hidden-minerals-and-a-frontline-between-the-us-and-russia
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.