Anarcho-Indianisme – ‘Staatloze Naties’ En Antikoloniale Praktijk Tegen De Staat
In het Duitstalige internet tijdschrift espero (nr. 12, januari 2026) schrijven Gaya Makaran en Cassio Brancaleone over ‘Anarchisme, antikoloniale praktijk en het debat over dekolonialisering’. Zij merken daarbij op:
“Als we de ontwikkeling en wereldwijde verspreiding van het anarchisme sinds zijn begin beschouwen, zien we het diep internationalistische en rondtrekkende karakter van libertaire organisaties en strijd. Ook is een complex web van vele stromingen van het anarchistische ideaal te ontwaren. Daarin speelt het Mondiale Zuiden een belangrijke, zo niet soms zelfs doorslaggevende, rol in de opkomst van het zogenaamde ‘klassieke’ anarchisme.[5] Enerzijds heeft de unieke alliantie tussen anarchisten, inheemse volkeren, zwarte mensen en de algemene bevolking zich verzet tegen hun gemeenschappelijke vijanden: de staat en het kapitaal, die sterk kolonialistisch, racistisch en patriarchaal zijn. Anderzijds heeft het alternatieve vormen van gemeenschap nieuw leven ingeblazen, die overeenkwamen met een gedeelde, niet-heteronome [6] horizon.”.
Het volgende mag opvallen: het ‘klassieke’ anarchisme, dat vaak als ‘verouderd’ weggezet wordt, is hier nog springlevend. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat allerlei doorontwikkelde inzichten geen ‘vernieuwing’ hebben aangedragen. Wat dit ook zij, het artikel van de beide auteurs levert een beschrijving van dekoloniserende strijd en anarchisme op, waarvan ik het eerste hoofdstuk, inclusief de ‘afsluitende opmerkingen’, vertaalde. De cijfers tussen haken verwijzen naar de noten in hun artikel in espero (aldaar integraal te vinden Online). [ThH]
Anarcho-Indianisme
Er bestaat een lange en rijke traditie van verzet en strijd van de zogenaamde inheemse volkeren tegen koloniale onderdrukking, eerst door Europese mogendheden en later door nieuwe creoolse republieken.Deze volkeren vonden hun bondgenoot in het anarchisme en drukten hun stempel op de anarchistische beweging, door de principes ervan te ‘indianiseren’ en ze tot een referentiepunt en inspiratiebron te maken. In deze ervaringen, die talrijk waren in de eerste helft van de 20e eeuw, versmolten antikoloniale kritiek en inspanningen voor de autonomie van inheemse gemeenschappen met de principes van het anarchistisch communisme, individuele en collectieve vrijheid en sociale emancipatie.[7]
Vandaag de dag zet deze traditie van toenadering tussen anarchisme en inheemse volkeren zich voort in verschillende dimensies, van begeleiding en bondgenootschap in een strijd die als gezamenlijk beschouwd wordt. Dit loopt door tot de ontwikkeling van theoretische benaderingen zoals de libertaire antropologie,[8] en oproepen tot de ‘dekolonisatie’ of ‘indianisering’ van (Latijns-) Amerikaans anarchisme. Deze tendens heeft verschillende namen: ‘communaal anarchisme’of ‘anarcho-communalisme’. Dat verwijst naar de traditie van het anarchistisch communisme en de ‘traditionele’gemeenschap als bron van inspiratie en actie. Ook komen we tegen ‘Raizal-anarchisme’ (de Raizal, Zwarte Colombiaanse inheemse groep)[9]. Dat verwijst naar de noodzaak van een diepe verankering in de Latijns-Amerikaanse realiteit en haar volkeren; en ‘anarcho-indianisme’ [10].
In deze context moet ook verwezen worden naar de werken van Francis Dupuis-Déri en Benjamin Pillet [11], evenals van Jacqueline Lasky [12] uit Noord-Amerika, en naar het boek over anarchisme in Latijns-Amerika, geredigeerd door Javier Ruiz [13]. Zij moedigen allemaal een heroverweging van het anarchisme aan in het licht van de huidige inheemse strijd – zoals geïnspireerd door de strijd van de Zapatisten in Chiapas, Mexico, door het verzet van de Mapuche in Chili en Argentinië, door de opstanden van inheemse volkeren in Bolivia en Ecuador, of door de strijd voor land en autonomie in Brazilië en Colombia. [Over dat laatste worden zelfs cursussen georganiseerd, zoals door het ‘Institute for Social Ecology’ – stichter Murray Bookchin – in het kader van de strijd voor de volkslandbouwhervorming, onder verwijzing naar de libertaire pedagoog Paulo Freire (1921-1997); zie Online; thh.]
Het voorgaande zit vooral in de agrarisch sfeer, maar wat de verzetsacties aangaat mag niet vergeten worden dat die zich eveneens richten op anti-extractivisme, autonomie, gemeenschap, vergadering en ecosociale alternatieven. Het zijn allemaal slechts voorbeelden van het omvangrijke aantal thema’s dat hen interesseert.
Zoals Dupuis-Déri en Pillet zeggen: “Anarcho-indigenisme is minder een beweging of een politieke stroming dan een project van ontmoeting, een visie op solidariteit en verbondenheid tussen anarchisten en inheemse volkeren in de strijd voor dekolonisatie.” [15] Daarom, zoals Kehuaulani Kauanui, een lid van de inheemse diaspora op Hawaï, uitlegt, gaat het om een ”toewijding aan de zelfbeschikking van inheemse volkeren met een anarchistische ‘tint’, dat wil zeggen, om actief verzet tegen de koloniale overheersing en een politiek die het nationalisme van de staat bekritiseert, tegen onderdrukking.” [16]
Sergio Reynaga, die verbonden is met de inheemse beweging van Cauca in Colombia en een van de auteurs is van de anthologie Repensar el anarquismo en América Latina [17], beschrijft als een centraal element van het ‘communaal anarchisme’ de parallel tussen de ‘libertaire autonomieën,’ die zich in wederzijdse steun ontwikkelen en door het anarchisme worden opgevat als een tegenmodel voor de macht van de staat en het kapitaal, en de ‘organisatorische vormen van inheemse volkeren’ zoals de Tequio en de Minga. ‘Die vervullen soortgelijke functies door de gemeenschap op te roepen om te komen tot samenwerking en het cultiveren van sociale relaties’[18].
‘Wij zonder de staat’
Met betrekking tot de antikoloniale strijd van volkeren in de context van het interne kolonialisme van Latijns-Amerikaanse republieken, achten we het belangrijk om de bijdragen van de linguïst en intellectueel Yásnaya Aguilar uit Oaxaca, Mexico, opnieuw te bekijken. Zonder zichzelf als anarchist te identificeren, benadert zij het concept van anarcho-indianisme omdat zij ons een anti-staats- en anti-autoritair perspectief biedt dat door het anarchisme wordt gewaardeerd en voortkomt uit haar ervaring als lid van het Ayuujk ja’ay (Mixe) volk. Zij legt uit dat de moderne staat, als een specifieke vorm van politieke organisatie, een koloniale oplegging is van de eigen sociaal-politieke structuren van de inheemse volkeren. Aguilar brengt ons dichter bij het concept van de natie in zijn niet-statelijke betekenis door te stellen dat “Mexico geen enkele natie is, maar een staat waarin vele onderdrukte naties bestaan.” [Enkele jaren geleden besprak ik haar boek Wij zonder staat; zie Online; thh.]
Haar idee van een ‘Wij zonder Mexico’ staat in schril contrast met het Zapatista-motto ‘Nooit meer een Mexico zonder ons’. Volgens Aguilar betekent haar eigen idee: “Een Wij zonder staat, zonder de Mexicaanse staat – maar evenzo, zonder nieuwe staten te creëren. In tegenstelling tot het Zapatistische integratieve model, probeert het ‘Wij zonder Mexico’-model niet inheemse volkeren en individuen in staatsmechanismen te integreren, maar deze mechanismen juist te bestrijden en ze zoveel mogelijk te verwerpen.” [23] De antikoloniale strijd van inheemse volkeren of naties bestaat volgens Aguilar uit het verwerpen van de regeringsvorm als zodanig en het voorstellen van een wereld zonder staten als een ontkenning van het natiestaatproject.
Als alternatief stelt ze voor om “een confederatie van autonome gemeenschappen te creëren die in staat zijn tot co-existentie zonder inmenging van staatsinstellingen.” [24] Dit zou vereisen dat “de zelfbesturende ruimtes van inheemse gemeenschappen worden versterkt” en “het bestaan van autonome inheemse gebieden wordt verkondigd” [25]. Het gaat om gebieden die beschikken over hun eigen systemen van zelfbestuur en onafhankelijke vormen van economische, educatieve, gezondheids- en juridische organisatie. Dit perspectief sluit opvallend goed aan bij anarchistische ideeën over een acratische, dat wil zeggen niet-hiërarchische, sociale organisatie.
Wat betreft de mogelijke vraag naar een eigen staat, benadrukt Yásnaya Aguilar dat inheemse volkeren, als ‘staatloze naties’ niet alleen de natiestaat die hen onderdrukt afwijzen, maar ook niet naar een eigen staat zouden moeten streven:
“De weg naar autonomie via de oprichting van een onafhankelijke staat brengt, afgezien van de praktische moeilijkheden, een aantal verontrustende tegenstrijdigheden met zich mee. Het model waartegen inheemse volkeren zich hebben verzet, is precies het model van de staat: waarom zouden we dat navolgen? Zou de oprichting van een onafhankelijke staat paradoxaal genoeg niet betekenen dat we zouden bezwijken voor de ideologie waartegen we ons juist verzetten? (…) We moeten ons andere vormen van politieke en sociale organisatie voorstellen, een wereld na de natiestaten, een wereld die niet in landen is verdeeld.” [26]
Voor Aguilar zou het loslaten van de fetisj van de staat een kans zijn voor een diepgaande dekolonisatie, een kiem voor een nieuwe, meer broederlijke wereld: “Misschien kunnen we op deze manier Mixes, Rarámuris of Purépechas zijn en niet langer Inheems. Naties van de wereld zonder staat, allemaal.” [27]
We erkennen dat de reflecties van de auteur aansluiten bij Bakoenins voorstel om de natie te beschouwen als ‘een federatie van autonome provincies in vrije associatie’, [28] waarin het recht op zelfbeschikking niet de oprichting van staten veronderstelt. [29] In die zin kan de strijd van de Koerden in Rojava of het verzet van de Mapuche in Chili en Argentinië ook worden begrepen: als een uiting van een concept van de niet-statelijke, ja zelfs anti-statelijke natie. Dat heeft namelijk geleid tot een vruchtbare dialoog met anarchistisch gedachtegoed. Deze ‘ondergeschikte projecten van de natie’ of ‘ondergeschikte naties’, zoals Cynthia Salazar ze noemt [30], zijn geïnspireerd door het Koerdische ontwerp van een ‘democratische natie’, evenals door de bijdragen van de Mixe en Zapatisten, en ze komen overeen met het libertaire begrip van zelfbeschikking en collectieve autonomie van volkeren als een sociaal alternatief voor de hegemonie van de staat en het kapitalisme.
Zo ontwikkelde Abdullah Öcalan, een van de belangrijkste theoretici van de Rojava-revolutie, geïnspireerd door de geschriften van de anarchist Murray Bookchin, [31] het ‘democratisch confederalisme’ [32]. Het is het alternatief voor de Koerdische nationale bevrijding, waarbij de ‘democratische natie’ (in tegenstelling tot een mogelijk Koerdisch nationaal chauvinisme) een multi-etnische confederatie is. Deze is dan weer gebaseerd op de autonome traditie van de volkeren, en, zoals Ana Paula Morel benadrukt, de staat vervangt als een fundamenteel koloniale politieke vorm:
“De Koerden geloven dat de oprichting van een nieuwe staat de onderdrukking alleen maar zou bestendigen, vooral gezien het grote aantal verschillende bevolkingsgroepen dat in de Koerdische regio woont. Daarom kan confederalisme niet worden opgevat als een monolithische, homogene entiteit, maar moet het juist openstaan voor andere groepen, flexibel, intercultureel, anti-monopolistisch en consensusgericht zijn. (…) Er bestaat geen enkele vorm die voor iedereen geschikt is. Cruciaal is veeleer de erkenning van de historische ervaringen van samenlevingen en hun collectieve erfgoed, een erfgoed gebaseerd op clans en stammen, in tegenstelling tot de centralistische structuren van de natiestaat.” [33]
Daarom maakt ‘anarcho-indianisme’ duidelijk dat de antikoloniale praktijk van inheemse volkeren – deze ondergeschikte naties – niet alleen gericht is tegen de specifieke natiestaat die hen domineert, maar ook tegen de staat als vorm van politieke en sociale organisatie. Die laatste vorm koloniseert andere gemeenschappelijke, federatieve vormen van democratie, enzovoort, net zoals het kapitalisme zich alternatieve vormen van materiële en ecosociale reproductie toe-eigent.
Zoals Andrey Cordeiro Ferreira benadrukt in zijn boek Anarquismo anticolonial (Antikoloniaal anarchisme), kunnen we de kritiek op het moderne kolonialisme niet loskoppelen van de kritiek op de staat en het kapitaal. Het kapitalisme is immers voortgekomen uit de vereniging van twee tendensen: “de expansionistische tendens van het étatisme, dat wil zeggen van de staat, die ernaar streeft zich met andere staten en gebieden uit te breiden en te onderwerpen [vergelijk heden de USA en de zucht naar inneming van Groenland; thh.], en de tendens van het kapitalisme om handelsverhoudingen te annexeren.” [34] Een dekoloniale politieke en sociale denkwijze zou daarom “de centrale component van de eurocentrische cultuur – het idee van historische ontwikkeling en de veronderstelde centraalstelling van de natiestaat – moeten denaturaliseren en verwerpen.” [35]
[Na deze ontleding, volgt een hoofdstuk getiteld ‘Radicale dekolonisatie en de verwerping van het essentiële principe’. Nuttig voor de discussie, maar ik stap door naar een aantal ‘afsluitende opmerkingen’ die direct op het anarchisme inspelen; thh.]
Anarchisme en zijn antikoloniale dimensie
Het anarchisme onthult zijn antikoloniale dimensie door te erkennen dat kolonialisme een van de meest brute vormen van hiërarchie en machtsconcentratie is, die zich uitstrekt tot het ontologische niveau wanneer het criterium ‘ras’ wordt meegenomen. Bovendien streeft het kolonialisme naar extreme overheersing en ontmenselijking. Tegelijkertijd vormt kolonialisme een fundament van het kapitalisme, zowel in de primitieve accumulatie als in de wereldwijde expansie van kapitaal. Vanuit dit perspectief bezien, zijn kolonialisme en imperialisme onlosmakelijk verbonden met de staat en het kapitalisme en moeten ze met alle beschikbare middelen worden bestreden.
De internationalistische en anti-essentialistische traditie van het anarchisme erkent weliswaar de diverse vormen van onderdrukking en de vele strijdfronten, maar streeft er tegelijkertijd naar deze te verenigen in een gemeenschappelijke emancipatoire strijd.
De diversiteit aan identiteitssegmentaties hoeft dan niet te leiden tot onoverkomelijke verdeeldheid en conflicten tussen onderscheiden groepen. Het erkent de verschillen en bijzonderheden van elke individuele vorm van onderdrukking, die vaak overlappen of in elkaar overlopen. Tevens benadrukt het de noodzaak van een niet-hiërarchische verbinding tussen strijd en de diverse groepen. Dit is vergelijkbaar met hoe autonome eenheden zich verenigen om een confederale entiteit te vormen. Het doel niet is om de betekenis van etno-‘raciale’ identiteit voor het verzet van gekoloniseerde groepen te negeren, uit te wissen of te ontkennen. Het gaat er eerder om de essentialisering en separatistische fetisjering ervan te voorkomen – of, zoals Ramnath het formuleert:
“In de koloniale context is de verdediging van de etnische identiteit en de culturele afwijking van de dominante cultuur de centrale component van het verzet. (…) Het is echter even belangrijk om te kijken wie de ‘juiste’ uiting van etniciteit en cultuur bepaalt.” [70] [..]
De anarchistische reflectie leert ons dat het probleem van etnisch-‘raciale’ diversiteit schuilt in de hiërarchisering van verschillen, in stand gehouden door het huidige kapitalistische staatsbestel. De strategische mobilisatie van deze verschillen, zonder ze te essentialiseren, kan een bijzonder krachtige antikoloniale politieke betekenis krijgen. Daarvoor moet uitgegaan worden van een internationalisme van de onderdrukten – dat het lokale met het mondiale verbindt van onderaf, zoals in het Zapatiisme of het Koerdische confederalisme.
Het doel van de anarchistische eis is een pluralistische, niet-hiërarchische mensheid waarin verschillen niet leiden tot ongelijkheid en onderdrukking, zonder te vergeten dat we dit nog niet zijn en dat onze lichamen en ‘oorsprong’ verschillende vormen van onderdrukking met zich meebrengen; tegenover deze onderdrukking zijn pluralistische antwoorden nodig die tegelijkertijd gebaseerd zijn op solidariteit en internationalistische broederschap.
Makaran Gaya en Cassio Brancaleone (Vertaling Thom Holterman ; het oorspronkelijke artikel is integraal te vinden op espero, zie Online).
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.