Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant22 februari 2026

Middeleeuwse vertellingen op een voormalig eiland

Author: Egel | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: peterstormt.nl

zondag 22 februari 2026

Een bespreking van Dan Jones, Powers and Thrones – a New History of the Middle Ages (Londen, 2021)

Vakantie – kort, niet ver weg, beetje betaalbaar en een beetje te behappen – betekent voor mij twee dingen. Overdag verrekijker, vogels en frisse (doorgaans zee-)lucht. In de avonden – vaak vrij lang want ik ga ver buiten het zogenaamde hoogseizoen – boeken. Bij voorkeur dikke boeken waar ik me lekker in kan onderdompelen. Bovendien nemen twee dikke boeken minder ruimte in dan vijf dunne die dezelfde leestijd helpen vullen. En dan nog maar beweren dat ik niet efficiënt kan zijn, of althans doen alsof ik dat ben.

Begin februari was het weer eens zover. Een handvol dagen Wieringen, met overdag vele duizenden brandganzen, honderden rotganzen, smienten, wilde eenden en kuifeendjes, tientallen wulpen, grauwe ganzen en kolganzen, kieviten, wat scholeksters en slobeendjes en zowaar een ijsvogel in het riet. Die was een beetje zielig en vloog niet eens weg toen ik langs liep. Te zwak? Ik ben bang dat het dier honger had, vanwege al het bevroren water zal visjes vangen niet meegevallen zijn. Ja, het was koud op Wieringen, vooral de eerste paar dagen. O ja, en tussen de kuifeendjes zag ik een brilduiker op het Amstelmeer. Bergeenden langs de Waddenkust, een steenlopertje…

Heel vermakelijk was het volledig lege recreatiegebiedje aan het Amstelmeer, Lutjestrand. Nou ja, niet eens volledig leeg. Er hingen doodleuk twee bergeenden rond. Toen ik er een paar dat gen later weer een kijkje nam, zaten ze er weer! Of nog steeds, ik ben er van overtuigd dat het dezelfde waren, een stelletje op leeftijd, zo stel ik me voor. Ik denk dat ze het terrein in het winterseizoen hadden afgehuurd of zo. Maar de meeste indruk maakten toch wel die brandganzen. Vooral toen ze opeens uit de weilanden opstegen en vlak boven mijn hoofd overvlogen, bu ij duizenden. Een geraas van al die vleugels! Alsof er een trein door de lucht vloog.

Een koude wind buiten dus. Maar binnen was het gelukkig warm, en kon het onbeheerste lezen om zich heen grijpen. Dat werden twee boeken, waarvan ik er hier eentje uitlicht: Power and Thrones, van Dan Jones. Ondertitel: A New History of the Middle Ages. Het is er inmiddels ook in Nederlandse vertaling, maar dan is het veel duurder, dus die heb ik laten staan en de Engelse aangeschaft voor beneden te twintig euro. Weer een puntje voor mijn efficiëntie, al zeg ik het zelf.

Dan Jones vertelt in dit boek het verhaal van de Middeleeuwen in voornamelijk Europa en de aangrenzende delen van Azië en Afrika, vooral wat tegenwoordig het Midden-Oosten wordt genoemd. Dat is de regio waar het concept ‘Middeleeuwen’ ergens op slaat. In andere continenten vertoonde de geschiedenis heel andere ontwikkelingen en patronen, waardoor de indeling ‘Oudheid’- ‘Middeleeuwen’- ‘Nieuwe Tijd’ daar veel minder of zelfs helemaal niet zinnig is.

De auteur schetst eerst waar de Middeleeuwen uit voortkwamen. Dat komt neer op een schets van het Romeinse Rijk, haar ontwikkeling, haar gestaag voortslepende, nu en dan door revival onderbroken neergang – totdat het Rijk in twee delen was uiteengevallen, waarna het Westerse rijk onder de voet gelopen werd door andere volkeren, en het Oosterse rijk nadat het Christendom dominant was geworden, gaandeweg haar Romeinse karakter vervangt door een Griekssprekende en orthodox-christelijke cultuur. Tussendoor komt er ook nog een gigantische pestepidemie de boel ontwrichten. Intussen rukken vanuit hert Arabische schiereiland onder de vlag van de Islam nieuwe rijken op, door Noord-Afrika, naar het Iberische schiereiland. Jones schetst het allemaal levendig. Vertellen kan de man, en ik denk dat je, ook als oude en middeleeuwse geschiedenis totaal nieuw voor je is, je zijn vertellingen goed kan volgen en er ook echt wel wijzer van wordt. Zelf weet ik iets van deze geschiedenis, maar expert ben ik bepaald niet. En nu weet ik iets meer.

Gaandeweg – zo vertelt Jones verder – verliest het Romeinse rijk de greep. In de plaats komen een reeks rijken en staten, waarin we na pakweg het jaar duizend zowaar de contouren van moderne Europese landen Frankrijk, Duitsland en Engeland beginnen te ontwaren. Voor het zover is komen de Vikingen nog een flink aantal decennia de Europese boel op stelten zetten. Gaandeweg ontstaat de wereld waar mensen aan denken als ze het woord ‘Middeleeuwen’ zien of horen. Het is een wereld waarin de Katholieke kerk en bijbehorende godsdienst een hoofdrol speelt. Het is ook een wereld van koningen en dynastieën, van oorlogen, kastelen en ridders, van monniken in kloosters die een aanzienlijke macht ontwikkelen. We krijgen het in geuren en kleuren voorgeschoteld, vaak met biografische schetsen van hoofdrolspelers in de verhalen verwerkt.

Wat we ook krijgen is een heldere schets van de Kruistochten, de reeks nogal bloedige expedities vanuit Christelijk Europa, tegen de moslim-rijken in het Midden-Oosten, maar ook tegen dissidente geloofsgemeenschappen (‘ketters’, in dit geval de Katharen) in wat tegenwoordig Zuid-Frankrijk is. ‘Genocide’ was toen nog geen woord, maar uitgeroeid zijn deze gemeenschappen wel. Die kruistochten waren naast fanatieke geloofsdwang ook expansionistisch machtsmisbruik en een verdienmodel. Bijbehorend gedachtegoed zie je bij extreem-rechts terug, tot op de dag van vandaag. ‘Kruisvaarderij – een bastaardkruising van godsdienst en geweld, aangenomen als voertuig voor pauselijke ambitie maar uiteindelijk in de gelegenheid gesteld om te gaan zoals het wilde, waar het maar wilde en tegen wie het maar wilde – was één van de meest succesvolle en aanhoudend giftige ideeën’, schrijft Jones.(1) Een het gif houdt aan tot op de dag van vandaag, zo maakt hij duidelijk. Het is een van die momenten waarin de auteur laat zien hoe de Middeleeuwen doorwerken tot in het heden.

Zoals aan vrijwel alles, kwam ook aan de Middeleeuwen een eind. Crisis in de veertiende eeuw, met klimaattegenslag, honger en vervolgens de Zwarte Dood, de pest-epedemie vanaf 1347. De eeuw erop staan de Mongolen van Dzjengiz Khan en zijn opvolgers aan de poort; Jones schetst de destructieve furie die hun kortstondige expansie van China tot in het Midden-Oosten teweegbrengt. Gaandeweg slagen Christelijke rijken het Iberisch schiereiland te heroveren, en daar een rijke Islamitische beschaving te verpletteren. Bijkomstigheid, maar van grote intellectuele betekenis: bij die herovering vielen een heleboel in vergetelheid geraakte teksten uit de klassieke Griekse en Romeinse oudheid in handen van de overwinnaars, waarna die hun weg vonden in geleerde kringen en bijdroegen aan het opwaarderen van het individu – nou ja, vooral het rijke en bevoorrechte individu, maar toch. Humanisme als idee was een product van deze intellectuele ontdekkingstocht, de Renaissance is de naam die deze episode in de cultuurgeschiedenis kreeg.

De Middeleeuwen vinden in het verhaal van Jones hun einde in twee beslissende ontwikkelingen. De ontsluiting van steeds grotere delen van de wereld voor exploratie en verovering door Europese avonturiers en veroveraars maakte de horizon weids en veranderde de wereld fundamenteel – ten koste van een enorm hoge menselijke prijs. Dat het kolonialisme een bloedige, wrede en akelige toestand was, daarover laat Jones gelukkig geen misverstand bestaan. De andere ontwikkeling die aan de Middeleeuwen een eind maakte was de protestantse Reformatie, na de steeds diepgaander kritiek die Maarten Luther op de corruptie van de laat-Middeleeuwse katholieke kerk begon te formuleren. Aan de dominantie en de vanzelfsprekendheid van de Katholieke kerk maakte deze ontwikkeling een einde.

Waarom juist dat zo wezenlijk is dat daarmee de Middeleeuwen ten grave gedragen werden, maakt Jones dan weer niet zo duidelijk. Ik vermoed zelf dat voor heel veel arme mensen op het platteland van het toenmalige Europa het leven in de vijftiende eeuw – de laatste Middel-eeuw, zogezegd – niet zo fundamenteel anders beleefd werd dan in de zeventiende eeuw. Mensen ploeterden nog altijd moeizaam op het land, en hadden de rijken en machtigen te gehoorzamen. Alleen waren sommige van die machtigen nu protestantse dominees en geen katholieke priesters meer. In de steden, en in de cultuur van de elite, waren de verschillen wel groter. Maar het beargumenteerd aanbrengen van de scheidslijn tussen Middeleeuwen en Nieuwe Tijd had van mij best wat diepgaander en scherper gemogen. Die extra pagina’s die dat gekost had, ach, met de 704 pagina’s die het boek nu telt zou dat er ook nog wel bij gekund hebben. Nu houdt het boek vrij abrupt op, in wat voor mij toch voelde als middenin een nog lopend verhaal.

Dan Jones bedrijft betrekkelijk traditionele vormen van geschiedschrijving. Het zijn verhalen aan de hand van wat personen doen en meemaken die volgens Jones belangrijk en typerend zijn voor bepaalde ontwikkelingen en verschijnselen. We krijgen Karel de Grote, we krijgen de beroemde ridder El Cid, we krijgen in de Renaissance, flink wat later, Leonardo da Vinci. Arme Michelangelo moet het met een enkel zinnetje stellen, Erasmus komt er nog wat bekaaider af. Maarten Luther krijgt weer het volle pond. Het is hier geschiedschrijving als biografie, ingebed in de grotere verhalen. En ja, het zijn vrijwel allemaal mannen die scherp in beeld komen. Ook schetst hij de ontwikkeling en rol van specifieke instituties, met name de kloosters en later de universiteiten. Voordeel van deze vertellende aanpak: de leesbaarheid! Nadeel is: het levert een vrij beperkt systematisch inzicht in wat er nu eigenlijk gebeurt, en vooral waarom.

Bij dat nadeel voegt zich nog een keus die de auteur heeft gemaakt in zijn aanpak. Het verhaal wordt van bovenaf verteld. Het is een verhaal van rijke en machtige figuren, verwikkeld in eindeloze conflicten. De titel ‘Powers and Thrones’ wijst al in die richting. Wat er nogal bekaaid afkomt is: de rol van de arme mensen van wiens arbeid al die kastelen, paleizen en kloosters worden gebouwd, wiens rol het is te ploeteren en vaak te sterven voor de vorsten en magnaten wiens dienaren ze zijn. Een heel frappant gemis is het feit dat Jones nergens uitwerkt hoe horigheid en lijfeigenschap werkt, oftewel hoe de arbeid van arme mensen op het platteland zodanig georganiseerd werd dat de rijken er van profiteerden en er hun feodale orde op konden bouwen. Hij schetst bij zijn verhaal over het Romeinse rijk wel de rol van de slavernij, en dat doet hij redelijk uitvoerig en scherp. Dat lijfeigenschap en horigheid – de arbeidsverhoudingen in Middeleeuws Europa – minstens soortgelijke aandacht verdienen in een boek over de Middeleeuwen, is de man helaas ontgaan. Terwijl juist in die arbeidsverhoudingen wel eens een sleutel kan liggen in wat er zo Middeleeuws is aan die eeuwen. Juist het gaandeweg vervangen van deze arbeidsverhoudingen door loonarbeid zou wel eens een veel wezenlijker breuk richting de moderne tijd kunnen zijn dan het doorbreken van de katholieke hegemonie op zichzelf.

Dit wil allemaal ook weer niet zeggen dat elke aandacht voor de problemen van arme mensen ontbreekt. Dat kan ook moeilijk want nu en dan breken die arme mensen hardhandig in op dat toneel van machthebbers en rijken. Zo krijgen we een best aardige schets van de Jacquerie, halverwege de veertiende eeuw, een grote boerenopstand in het noorden van Frankrijk, en ook van de Peasant Revolt in dezelfde eeuw, in 1381 om precies te zijn, in Engeland. Daar heeft hij trouwens een afzonderlijk boek over geschreven dat ik ook nog ga lezen.

Jones bespreekt ook kort enkele revoltes aan waar ik amper of helemaal niet van had gehoord, en brengt me daarmee op het spoor van rebellen waar ik meer van wil weten. In Byzantium waren er in 532 bijvoorbeeld de zogeheten ‘Nika-rellen’: een opstand die wortelde in een soort fanclubs bij paardenrennen, maar waar vervolgens allerlei sociale onvrede tot ontlading kwam. Intrigerend verhaal. Veel later, in Florence, was er de Ciompi-revolte, een opstand van ambachtslieden die uit het gilde-stelsel waren geweerd. Ze namen een tijd de gemeenteraad over. Een Commune van Florence, als het ware! We schrijven dan het jaar 1378. En in Zuid-Frankrijk deed de Tuchin-beweging van zich spreken: landarbeiders die zich hardhandig tegen belastingen keerden en daartoe behoorlijk effectieve strijdgroepen – ‘bendes’, uiteraard – vormden. Tweede helft van de veertiende eeuw was dat. En er komt wel meer subversiefs langs in het boek, leuke dingen om eens verder uit te zoeken. De repressie waarmee deze bewegingen verpletterd werden, was doorgaans vreselijk. Dat wordt uit Jones’ vertellingen wel duidelijk. Maar de confrontaties tussen arm en rijk blijven in zijn verhaal incidenten, inbreuken op Jones’ echte verhaallijnen: wat er bij de Machten en rond de Tronen gebeurt.

Over de Peasant Revolt vertelt Jones best uitgebreid. Maar de schets heeft wel bezwaarlijke kanten. Hij snapt de boosheid van de opstandige boeren, maar gruwt overduidelijk wel van het geweld waarmee ze tekeer gaan. Waar opstandige boeren in Londen succes boeken, schrijft hij zorgelijk: ‘Gevangenissen werden geopend. Legale documenten werden in beslag genomen en verbrand. Het Savoy Paleis,de mooie residentie die toebehoorde aan John of Gaunt, de oom van de koning, werd bestormd en tot aan de grond toe afgebrand. All hell was let loose’ (dat laatste zinnetje is te mooi om te vertalen).(2) Ik kan me zo indenken dat deelnemers aan de opstand dit alles eerder beleefden als de komst van de hemel op aarde dan als een losgebroken hel. De hel, dat waren eerder de omstandigheden waartegen de opstand zich probeerde te richten.

Jones kiest hier nadrukkelijk het perspectief van de orde, een perspectief van bovenaf. Dat weerhoudt hem er gelukkig niet van om duidelijk te maken dat de wraak van die orde na de nederlaag van de opstand verschrikkelijk was, en onrechtvaardig ook. Jones is geen reactionair. Maar Jones is wel een historicus die denkt binnen de kaders van de gevestigde orde. Wel hoofdstukken met de titels ‘Monks’, ‘Knigths’, ‘Crusaders’, ‘Scholars’, en ‘Explorers’. Geen Hoofdstukken met titels als ‘Peasants’, ‘Heretics’ en bijvoorbeeld ook ‘Guilds’ – het gilde-verschijnsel wordt aangestipt maar veel aandacht ervoor heeft hij niet. Net zo min als voor die ‘Heretics’ oftwewel ketters, het volle pond van aandacht krijgen. Al die dissidente en vaak zeer subversieve gelovigen, de rechtmatige voorlopers van radicalen en revolutionairen van latere eeuwen. Jones noemt de priester John Ball en de hervormer John Wycliffe, in het kader van de Peasant Revolt. Hij stipt de katharen aan, als doelwit van een van de Kruistochten. Maar waar zijn bijvoorbeeld de Broeders van de Vrije Geest? Waar zijn de Taborieten, een religieus-communistische stroming in wat tegenwoordig Tsjechië heet?

Waar zijn trouwens andere vormen van dissidentie, bijvoorbeeld alternatieve geneeskrachtige praktijken van vrouwen maar ook mannen die, veroordeeld als hekserij, vanaf de late Middeleeuwen heftige onderdrukking moesten verduren. Nu we het er toch over hebben, waar zijn – afgezien van enkele prominente persoonlijkheden – de vrouwen in het hele verhaal? Weinig tot niets lezen we over familieverhoudingen, het grootbrengen van kinderen en dergelijke – behalve waar het deel uitmaakt van de Grote Persoonlijkheden die echt een beetje te centraal staan in dit verder best leerzame en goed geschreven boek.

Goed, ik rond af. Het was een vakantieboek voor me, en als zodanig plezierige kost. Maar dat ene bevredigende boek over de Middeleeuwen, fundamenteel kritisch ten aanzien van alle maatschappelijke verhoudingen, met de noodzakelijke veelomvattende blik van onderop? Nee, dat dus niet. Je kunt zelfs in 706 pagina’s kennelijk toch niet alles hebben.

Noten:

(1) Dan Jones, ‘Powers and Thrones’(Londen, 2021), pag 339

(2) Dan Jones, ‘Powers and Thrones’ (Londen, 2021), pag 523

Peter Storm

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.