Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant29 maart 2026

Thomas Mann Tegen Oorlogskoorts

Author: Tijdschriftdeas | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: libertaireorde.wordpress.com

Van 1943 tot aan het overlijden van Thomas Mann in 1955 vindt er een vriendschappelijke briefwisseling plaats tussen Thomas Mann (1875-1955) en de Duitse filosoof Theodor W. Adorno (1903-1969). Die was voortgevloeid uit de samenwerking aan Manns roman ‘Doctor Faustus’, waarin muzikale en literaire thema’s besproken werden. Maar die thema’s sneden tegelijk maatschappelijke en politieke kwesties aan, samenhangend met het begin van de Koude Oorlog en de daarmee gepaard gaande oorlogsretoriek. Beiden verzetten zij zich tegen de om zich heen slaande oorlogskoorts. Thomas Mann: ‘Aan oorlogsgevaar geloof ik niet’. Johny Lenaerts haalt daarvoor enkele overwegingen aan uit hun briefwisseling. [ThH]

Oorlogsgevaar?

Thomas Mann en Adorno ontmoetten elkaar voor het eerst in 1943 in de VS, waar ze allebei een vluchthaven voor het nazisme gevonden hadden. Thomas Mann, die in 1938 in de VS aangekomen was, verbleef in Pacific Palissades, Californië, terwijl Adorno na het einde van de oorlog naar Duitsland teruggekeerd was, om aan de universiteit van Frankfurt zijn leeropdracht, dat door de komst van Hitler onderbroken was, voort te zetten. 

In een brief uit 1950 vanuit de VS bekent Thomas Mann dat het hem aan de inwendige rust ontbreekt om zijn literaire werk te kunnen voortzetten. ‘De politiek vergroot nog mijn nerveuze verstrooidheid,’ zo vertrouwt hij de Duitse filosoof toe. ‘Naar Duitsland krijgen mij geen tien paarden,’  vervolgt hij. ‘De geest van het land stuit me tegen de borst, de mengeling van miserabiliteit en brutaliteit stoot me af. Men is in feite het lievelingskind van de wereld. Daarachter staat Amerika, het Schumannplan is niets anders dan het bekonkelde ontwerp van een Duits Europa onder Amerikaanse protectie en betutteling, die evenwel de Amerikanen zal ontglippen. Van daar dreigt de oorlog, niet van Korea, dat een  futiliteit is. Rusland is weinig geëngageerd, maar omdat wij dat veel méér zijn, is het een kwestie van kosten of Rusland een tweede nederlaag, na die van Berlijn, zal moeten slikken. Wij zijn zeker dat het geen oorlog wil, niet echter het omgekeerde, wat een groot voordeel voor ons is. […] Aan oorlogsgevaar geloof ik niet, omdat de Russen precies weten hoe ver ze kunnen gaan, bv. niet naar Perzië, niet naar West-Duitsland, etc.’

‘Met u ben ik van mening dat er geen oorlogsgevaar dreigt,’ antwoordt Adorno hem vanuit Duitsland. ‘Vanuit Rusland helemaal niet, en vanuit Amerika niet omdat een preventieoorlog een vorm van totale mobilisering veronderstelt, waar de Trumanregering, ondanks al het geschreeuw, niet toe bereid is.’ 

De geschiedenis zou Thomas Mann en Adorno gelijkgeven: tijdens heel haar bestaan heeft de Sovjetunie geen oorlog in Europa ontketend. 

Scheppende kracht

Adorno vertrouwt Thomas Mann toe dat er überhaupt de kans bestaat dat tijdens hun leven de uiterste catastrofe vermeden wordt. ‘Aan de eigenlijke oorlog geloof ook ik niet,’ geeft Thomas Mann toe. ‘Europa wil hem niet, Rusland wil hem helemaal niet, en helemaal alleen kunnen ‘wij’ hem toch ook niet willen zonder ons moreel totaal onmogelijk te maken. Maar ik voel ook woede, want door het feit dat de oorlog ‘unpeasable’ is, zal het hier steeds onbehaaglijker worden, en de lucht steeds moeilijker om in te ademen. De ontwikkelingslijn is duidelijk. […] De haat, de vervolgingswoede, de meningsterreur, het monddoodmaken, de onvoorstelbare huichelarij, leugenachtigheid en eigengerechtigheid, de hopeloze zwakte en intimiderende toon van de betweters, het feit alleen al dat iemand als McCarthy niet aan de kant kan geschoven worden, dat er geld naar hem toevloeit, dat zijn smerige techniek een systeem geworden is – dat alles roept vluchtgedachten op. Vluchten waar naartoe, zult u zeggen. U hebt gelijk, men ontkomt er nergens aan. Europa is een armzalige kolonie.’

Als Adorno hem zijn Wagner-essay bezorgt, vindt Thomas Mann daar veel van zichzelf in terug – en van zijn eigen tijd. ‘Laatburgerlijke terreur en die van de nieuwe tijd [die van het communisme, JL] staan zwaar bewapend tegenover elkaar, en door een onvoorspelbaar voorval kan elk ogenblik het geheel in de lucht vliegen. Wat ik zie komen, wat ik onweerstaanbaar zie opduiken en zich uitbreiden, is simpelweg de barbarij. […] Ons aantal krimpt snel, en reeds zijn we omgeven door mensen die überhaupt niets meer kunnen realiseren. Laat de hemel ons wat geven van die scheppende kracht die elk vervalsmoment kan omzetten in creativiteit!’

Thomas Mann wilde het verval niet aanvaarden. Voor hem wortelde het verzet in de kracht van de creatie. Laat dat voor ons een aansporing zijn bij dit begin van een nieuwe Koude Oorlog.

Johny Lenaerts

* Theodor W. Adorno, Thomas Mann, ‘Briefwechsel 1943-1955’, Fischer Tachenbuch Verlag, 2024.

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.