Winst boven mensen: hoe de wereld de oorlog in Soedan aanwakkert
Sinds april 2023 wordt Soedan overspoeld door een bruut gewapend conflict dat begon in Khartoem tussen de Soedanese strijdkrachten (SAF) en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Het conflict werd veroorzaakt door meningsverschillen over hervormingen van de veiligheidssector tijdens een vastgelopen overgang naar democratie; de gevechten verspreidden zich snel over het hele land, verwoestten burgergebieden, trokken andere gewapende groepen aan en verpletterden de fragiele hoop die was ontstaan na de omverwerping van dictator Omar al-Bashir in 2019.
De oorlog vindt zijn oorsprong in Soedans postkoloniale geschiedenis van gemilitariseerd bestuur, verwaarlozing van de perifere gebieden en uitbestede repressie. Sinds de onafhankelijkheid hebben opeenvolgende regimes geregeerd door middel van geweld, en langdurige oorlogen gevoerd tegen gemarginaliseerde regio’s. De afscheiding van Zuid-Soedan in 2011 beëindigde een conflict, maar verstevigde een veiligheidsstaat die leunde op gewapende groeperingen in plaats van civiele instellingen.
Onder al-Bashir werd dit systeem geformaliseerd. Milities die Darfoer terroriseerden —waaronder de van genocide beschuldigde Janjaweed — werden niet ontmanteld maar geïnstitutionaliseerd als de RSF, waarmee raciaal geweld en straffeloosheid werden ingebed in de staat.
De SAF en RSF waren geen historische vijanden maar voormalige bondgenoten: pijlers van het bewind van al-Bashir die zijn val overleefden met behoud van wapens, rijkdom en buitenlandse steun. De revolutie van 2018–2019 liet kort een andere mogelijkheid zien toen miljoenen Soedanezen samenwerkten om een dictator omver te werpen die heel stevig in het zadel zat. Maar terwijl de demonstranten al-Bashir afzetten, erfden ze een staat die uitgehold was door decennia van militarisering. Burgerlijke troepen kwamen in een overgangsproces zonder controle over het veiligheidsapparaat, terwijl de SAF en RSF hun macht en internationale steun behielden.
De transitie mislukte niet door apathie van het volk, maar omdat de gewapende elites hun macht behielden. Toen hervormingen van de veiligheidssector deze parallelle machtsbases bedreigden, keerden oude bondgenoten zich tegen elkaar. Dat resulteerde in de oorlog.
De menselijke tol was catastrofaal. Tienduizenden burgers zijn gedood of gewond geraakt door luchtaanvallen, artillerie en grondaanvallen in dichtbevolkte gebieden, terwijl hele wijken, dorpen en vluchtelingenkampen zijn verwoest. Seksueel en gender gerelateerd geweld, waaronder verkrachting en groepsverkrachting, is systematisch gebruikt om gemeenschappen te terroriseren, vaak voor de ogen van de families van de slachtoffers. Wijdverbreide plundering en de vernietiging van essentiële civiele infrastructuur—medische centra, markten, voedsel- en watersystemen en kampen—hebben de economische, sociale en culturele rechten verder geschonden.
Veel van deze handelingen komen neer op oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder uitroeiing en vervolging. Soedan is het toneel geworden van ’s werelds grootste vluchtelingencrisis. Meer dan 11 miljoen mensen zijn intern ontheemd, miljoenen meer zijn naar het buitenland gevlucht, terwijl hongersnood en massale ondervoeding miljoenen bedreigen, vooral kinderen. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat genocide en de ergste hongercrisis ter wereld mogelijk tegelijkertijd gaan optreden.
Cruciaal is dat dit geweld niet alleen intern wordt veroorzaakt. Het wordt geproduceerd en in stand gehouden door buitenlandse staten en bedrijfsactoren die beide zijden wapens, financiering en politieke steun bieden. Via wapenleveranties, grondstoffenwinning, handelsrelaties en migratie-controle zijn externe machten betrokken bij de oorlogseconomie van Soedan en creëren ze prikkels om het geweld te behouden in plaats van het op te lossen.
Soedan past daarmee in een terugkerend wereldwijd patroon: geweld is gelokaliseerd, verantwoordelijkheid verspreid en winsten geïnternationaliseerd, een structuur die wordt gerepliceerd van Congo tot Gaza en West-Papoea.
Wapens
De oorlog in Soedan wordt in stand gehouden door een uitgebreid internationaal wapen netwerk, wat resulteert in een bijna onbelemmerde stroom van wapens. Buurlanden dienen als belangrijke transitroutes, terwijl de SAF en de RSF wapens blijven ontvangen ondanks een langlopend VN-embargo op Darfoer. Dit onderstreept de medeplichtigheid van de internationale gemeenschap, waarbij legaliteit en handhaving ondergeschikt zijn aan strategische belangen.
De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) staan centraal in het bewapenen van de RSF. Veel onderzoeken documenteren aanhoudende en zelfs intensievere leveringen sinds 2023, inclusief Chinese drones, in Israël gemaakte wapens en andere apparatuur. Westerse staten en wereldwijde wapenfabrikanten zijn ook betrokken: onderdelen uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Bulgarije en de Verenigde Staten zijn teruggevonden in RSF-voorraden, vaak via legale exporten uit de VAE.
Wapenstromen zijn niet beperkt tot de RSF. Beide partijen hebben wapens ontvangen uit China, Rusland, Turkije, Servië, Jemen en Iran. Tsjaad, Zuid-Soedan, Libië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Eritrea en Ethiopië zijn allemaal geïdentificeerd als aanvoerroutes voor wapens, brandstof en strijders. Wapens doden in het heden omdat ze onmiddellijke vernietiging mogelijk maken, maar op de lange termijn houden ze ook het conflict in stand. Alles bij elkaar toont dit bewijs aan dat de oorlog in Soedan niet alleen wordt getolereerd, maar actief wordt ondersteund door internationale actoren. Ondanks overweldigend bewijs van misdaden, worden wapenembargo’s zwak gehandhaafd en veelvuldig geschonden. Dit roept één centrale vraag op: waarom blijven staten, te midden van massaal lijden van burgers, ontheemding en honger, wapenleveranties toestaan die voorspelbaar verder geweld mogelijk maken? Voor de burgers van Soedan lijkt het sombere antwoord telkens: mondiale winst en geopolitieke invloed blijven belangrijker dan de waarde van Soedanese levens. De logica is duidelijk: oorlog wordt een markt, en Soedanese levens zijn een bijkomstigheid in de wereldwijde toeleveringsketens van geweld.
Grondstoffenwinning
De terughoudendheid van staten om op zinvolle wijze de wreedheden in Soedan aan te pakken, kan niet los worden gezien van het mondiale kapitalisme, dat blijft steunen op het onder geweldsomstandigheden winnen van grondstoffen in het mondiale zuiden. De oorlogseconomie van Soedan reikt veel verder dan kogels. Ze wordt gefinancierd via een netwerk van natuurlijke rijkdommen, vee en producten zoals Arabische Gom, waardoor lokaal geweld wordt verbonden met wereldwijde consumptie. Soedan beschikt over aanzienlijke olievoorraden en uitgestrekte goudlagen. Zijn rijkdom aan goud en olie, heeft lange tijd buitenlandse machten en gewapende actoren aangetrokken. De recente inbeslagname van het grootste Soedanese olieveld door de RSF illustreert hoe controle over grondstoffen zich rechtstreeks vertaalt in militaire macht, terwijl goudopbrengsten zowel de SAF- als de RSF-operaties ondersteunen. Goud is vooral belangrijk voor de RSF omdat het gemakkelijk te vervoeren is en snel is om te zetten in contant geld, waardoor het ideaal is voor het financieren van milities, het betalen van strijders en het aanschaffen van wapens.
Buitenlandse actoren zijn zeer actief in Soedan. Rusland exploiteert goudmijnen via entiteiten die verbonden zijn aan het Africa Corps (voorheen Wagnergroep). Daarbij zijn naar schatting 10% van de inkomsten afkomstig uit Soedan, die vaak direct ingewisseld worden voor wapens die Ruslands oorlog in Oekraïne ondersteunen. De VAE en Saoedi-Arabië zijn centrale spelers in een bredere invloedstrijd in de Hoorn van Afrika en importeren Soedanese goud, olie en vee. Dubai is uitgegroeid tot een belangrijk raffinage- en handelscentrum, waar bijna alle officieel geregistreerde goudexporten uit door het leger gecontroleerde gebieden in 2024 worden verwerkt, met uitzondering van illegale stromen die naar algemeen wordt aangenomen de legale exporten ruimschoots overstijgen.
Vee en voedselexport versterken dit patroon. De grote kuddes van Soedan leveren aan de markten van de Golf, met name aan Saudi-Arabië, waar de binnenlandse productie de vraag tijdens religieuze feestdagen zoals de Hadj niet kan bijbenen. Bewapende actoren langs transportroutes heffen informele belastingen, confisqueren dieren en zetten de handel om in oorlogsfinanciering. De wereldwijde vraag transformeert deze civiele economieën in gemilitariseerde leveringsketens: winst circuleert internationaal terwijl geweld lokaal blijft.
Minder zichtbare grondstoffen zijn ook belangrijk. Arabische Gom, geoogst van acaciabomen en gebruikt in frisdranken, snoepwaren, geneesmiddelen en cosmetica, voedt nu de oorlogseconomie. Ongeveer 80% van het wereldwijde aanbod komt uit Soedan, waar zowel de SAF als de RSF op gewelddadige wijze strijden om controle over oogstgebieden en informele routes via Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan die worden gebruikt om de multinationale toeleveringsketens te bereiken.
Ongeveer de helft wordt gekocht door Europese bedrijven, waardoor alledaagse producten—van Coca-Cola tot cosmetica—op de schappen komen die zijn geproduceerd door dwang en gewapende controle, waardoor ver van Soedan wonende consumenten daar bij betrokken raken.
De economische structuur van Soedan weerspiegelt klassieke koloniale extractie: grondstoffen stromen naar buiten, geweld wordt alleen lokaal toegepast, en waardevermeerdering vindt elders plaats. Veel grondstoffenwinning gebeurt informeel of illegaal, waarbij mineralen, olie, vee en gom via ondoorzichtige netwerken gaan die verantwoording verhinderen. Hoewel Europa weinig direct uit Soedan lijkt te importeren, is dit beeld erg misleidend. Er is een omvangrijke handel met de VAE, Saoedi-Arabië en China, landen die de grondstoffenstromen van Soedan domineren. Hoewel het formele koloniale bewind is geëindigd, functioneert Soedan als een neokoloniale extractiezone: zijn grondstoffen naar buiten, zijn geweld wordt geïnternaliseerd, en zijn bevolking is uitgesloten van de waarde die het genereert.
De gevolgen zijn duidelijk: Soedanees goud, olie, vee en Arabische Gom financieren gewapende actoren, onderhouden een gemondialiseerde oorlogseconomie en betrekken verre consumenten bij het geweld. Alledaagse consumptie— goud, frisdrank, geïmporteerd vlees—is verbonden met sterfgevallen veraf, dat illustreert de morele kosten van een gemondialiseerde toeleveringsketen.
Geografische locatie
Soedan is ook belangrijk vanwege zijn strategische geografische ligging langs de Rode Zee, die toegang biedt tot het Suezkanaal en dient als een toegangspoort van het Midden-Oosten naar Afrika. Controle over Soedanese havens, met name Port Sudan, biedt enorme geopolitieke en economische invloed, inclusief invloed op de zeevaart in de Rode Zee en toegang tot regionale markten.
Golfstaten hebben miljarden geïnvesteerd om voet aan de grond te krijgen: Saoedi-Arabië steunt de SAF en de VAE steunen de RSF met financiële hulp, wapens en diplomatieke steun. Deze investeringen maken militaire operaties en de controle over handelsroutes, havens en grondstoffenstromen mogelijk. Door belangrijke haven-infrastructuur en overland corridors te controleren, kunnen gewapende actoren het vervoer van kritieke goederen zoals goud, olie, Arabische Gom en vee monitoren en belasten, waardoor de strategische geografie van Soedan verandert in een vitaal knooppunt in de oorlogseconomie. De havens en corridors van Soedan reproduceren imperiale logica: controleer de routes, onttrek de waarde, lokaliseer het geweld.
Migratie
Europese betrokkenheid bestaat uit migratiebeheer, wat laat zien hoe veiligheidsprioriteiten de mensenrechten overschaduwen. In 2016–2017 betaalde de EU €160 miljoen aan de regering van al-Bashir om migratie naar Europa te beperken. Hoewel directe samenwerking werd opgeschort na de RSF-bloedbaden in Khartoem in 2019, blijven de migratieovereenkomsten met de EU (die bekend staat als het Khartoum Process) bestaan. Deze overeenkomsten hebben bijgedragen aan de opkomst en versterking van de RSF door samenwerking met een aangeklaagde dictator en zijn veiligheidsapparaat te legitimeren, hoewel arrestatiebevelen voor al-Bashir wegens oorlogsmisdaden en genocide op dat moment al waren uitgevaardigd door het Internationaal Strafhof.
Hoewel de directe impact van migratiefinanciering mogelijk minder zichtbaar is dan bijvoorbeeld wapenleveranties, waarschuwen onderzoekers voor de langetermijneffecten: gewapende groepen hebben geleerd dat het manipuleren van migratiestromen Europese aandacht, financiering en politieke legitimiteit kan bewerkstelligen. Europese grensbeveiliging en grondstoffenwinning externaliseren geweld: comfort, stabiliteit en consumptie in Europa worden behouden ten koste van Sudanese levens.
De oorlog in Soedan is geen abnormaliteit, maar een geconcentreerde uiting van een wereldwijd systeem dat afhankelijk is van ongelijke ruil, gewelddadige uitbuiting en morele distantie. Gewapend geweld, massale ontheemding, hongersnood en systematische uitbuiting worden niet alleen in stand gehouden door binnenlandse actoren, maar ook door regionale en internationale machten die profiteren van instabiliteit. Van goud en olie tot Arabische Gom, vee en migratiecontrole, Soedanese levens worden als wegwerpartikelen behandeld binnen toeleveringsketens die het mondiale verbruik en de geopolitieke macht in stand houden. Een conflict dat begon met milities die werden gecreëerd om de periferie te besturen, voedt nu een wereldeconomie die regeert via afstand, ontkenning en consumptie.
Neutraliteit is een mythe. Wereldwijde winst en strategische positionering blijven zwaarder wegen dan de waarde van mensenlevens. De oorlog eindigt niet aan de grenzen van Soedan; ze eindigt op de schappen van de supermarkt, in raffinaderijen en in havens waar geweld is omgezet in normaal verbruik. Wat begon als een frisdrank, een goudstaaf of geïmporteerd vlees, is verbonden met verre dood en met ons verbruik, en keert terug als een vraag van verantwoordelijkheid. Totdat handels- en financiële levenslijnen worden verstoord door sancties, handelsreguleringen en politieke breuken, zullen oproepen tot vrede oppervlakkig blijven. Rechtvaardigheid vereist dat niet alleen wordt beoordeeld wie doodt, maar ook wie profiteert, wie consumeert, en wie wegkijkt.
Laura Wittebroek is een schrijfster en lid van Clamour.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.