Forum voor Anarchisme
ArtikelenDe AnarchokrantDossiersEventsWiki // Hulp bronnenContact // InzendingForum
|
anarchokrant20 oktober 2026

Franse scholieren: Zelforganisatie of geleide organisatie?

Author: Globalinfo.nl | GEPLAATST DOOR: De Anarchokrant | Bron: globalinfo.nl

Door Alessandro Stella verschenen in lundimatin#537, op 15 oktober 2026, vertaling globalinfo.nl

De heropleving van een revolutionaire jeugd

Ze deden dit door hun onwaardige en discriminerende studieomstandigheden aan de kaak te stellen, door uiting te geven aan hun materiële en psychische leed, en door concrete en relevante eisen te formuleren. Door met elkaar te praten en te discussiëren, zich binnen de school te organiseren, een duidelijke boodschap op spandoeken en borden te verwoorden en vervolgens tot actie over te gaan.

De actievorm die deze opstandige middelbare scholieren kozen, was het blokkeren van de ingangen van hun school. Ze bouwden barricades van vuilnisbakken, houten pallets, straatmeubilair – alles wat ze maar te pakken konden krijgen. In feite een stakings- en mobilisatiepiket dat mensen dwong om te kijken wat er op hun borden stond en erover te discussiëren. Een vorm van actie die binnen enkele dagen in heel Frankrijk werd overgenomen en die het nieuws domineerde. Met zeer beperkte middelen, via mond-tot-mondreclame, van groep tot groep, via kringen van gelijkgestemden en vervolgens via sociale media. Zelforganisatie van de moderne tijd, en het werkte.

Geconfronteerd met deze opstand van de jeugd, die niemand had zien aankomen – zelfs Laurent Nuñez (minister/prefect/hoofd van de RG) niet – besloot de staat onmiddellijk, „als verantwoordelijke volwassene die zijn kinderen moet beschermen”, niet te luisteren naar de stem van de strijdende middelbare scholieren, maar hen weer tot orde en discipline te dwingen. „We vroegen of we het eindexamen mochten afleggen en zij stuurden ons de BAC“ (arrestateams, zelfde afkorting als eindexamen, vert.), reageerden de middelbare scholieren. Met een onvoorstelbare brutaliteit, vooral tegenover tieners, die leidde tot levenslange invaliditeit, verwondingen en trauma’s: in elkaar geslagen, geboeid, met geweld in een politiebusje geduwd en vervolgens in een smerige cel op het politiebureau gestopt. In voorlopige hechtenis, op 15-jarige leeftijd …

De opstandige jongeren slaagden erin weerstand te bieden, zich niet te onderwerpen, maar juist fysiek en moreel terug te vechten, dag in dag uit. Dag na dag, zonder op te geven, gedreven door het besef van het onrecht dat hen was aangedaan, de woede tegen degenen die hun lot in handen hadden, en het verlangen naar een aantrekkelijk toekomst. Fuk no future! Ideeën die overal door jonge tieners werden gedeeld, zowel in de stad als op het platteland, en die de drijvende kracht vormden achter de collectieve beweging. Ze verspreidden zich snel, omdat deze ideeën op vruchtbare grond vielen. Met weinig middelen, zonder grote tractoren, zonder geld, zonder een centrale en gestructureerde organisatie. Zonder leiders, alleen met lokale ageerders, collectieve ervaringen, zelforganisatie en coördinatie.

De opstand van de middelbare scholieren in het najaar van 2026 heeft, ondanks de prijs die zij met hun eigen lichaam hebben betaald, al verschillende overwinningen behaald. Om te beginnen hebben zij, zonder dat zij daar bewust over hadden nagedacht, alle politiek-electorale agenda’s op hun kop gezet en alle machthebbers gedwongen om naar hen te kijken en naar hen te luisteren, vooral toen zij schreeuwden om, eindelijk, gehoord te worden.

De visuele, ruimtelijke en auditieve manifestatie van deze opstand van middelbare scholieren maakt duidelijk dat de speerpunt van de opstandelingen bestaat uit jongeren die voortkomen uit de Franse koloniale geschiedenis, die wonen in achtergestelde volkswijken aan de rand van de steden en die al generaties lang dagelijks te maken hebben met vernederingen, minachting en uitsluiting. Ongetwijfeld een primeur in de geschiedenis van de studentenopstanden, van 1968 tot nu.

Het andere opvallende kenmerk van deze beweging van middelbare scholieren is deze roep om opstand, om afwijzing van „infantilisme“, dat wil zeggen het als minderwaardig bestempelen van een persoon op grond van zijn of haar leeftijd. Een vorm van discriminatie die tot de structurele vormen van onderdrukking en achterstelling in onze samenlevingen zou moeten worden gerekend, net als klassisme, machismo, racisme en elke andere vorm van supremacisme, gebaseerd op de minachting van degene die van bovenaf op een ander neerkijkt.

Want deze jongeren komen in opstand tegen alle schizofrene machtsstructuren die hen onderdrukken. Juridisch gezien zijn ze minderjarig, onderworpen aan het ouderlijk gezag, zonder stemrecht, maar oud genoeg om in elkaar geslagen te worden, gewond te raken, in voorlopige hechtenis te belanden of zelfs in de gevangenis.

Door hun strijd hebben ze laten zien en bewezen dat ze volop goede redenen hebben om in opstand te komen, dat ze in staat zijn hun lot in eigen handen te nemen en zichzelf te organiseren, autonoom als volwassenen, zonder dat ze iemand achter zich nodig hebben.

Achter de schermen?

Om te ontkennen dat jongeren van 14 tot 17 jaar in staat zijn om het heft in eigen handen te nemen, onderling, en zo’n sociale en politieke explosie te ontketenen, hebben de staat en zijn regering onmiddellijk „LFI en zijn vertegenwoordigers van extreemlinks“ ervan beschuldigd achter de in opstand gekomen middelbare scholieren te zitten. Een onzinbeschuldiging, een kwaadaardige poging om zowel de studentenbeweging als LFI en consorten in diskrediet te brengen. Ongetwijfeld putten de opstandige middelbare scholieren hun inspiratie uit strijd en ervaringen uit het verleden, zowel van lang geleden als recent, door zich deze eigen te maken en te vernieuwen. Maar geen enkele sociale beweging is ooit een exacte kopie van een eerdere ervaring.

Natuurlijk zetten activisten van georganiseerde groeperingen zich op hun werk of op hun studieplek in om discussies op gang te brengen, kritiek op het systeem te uiten en acties op te zetten. Maar meestal blijven deze initiatieven beperkt; de invloed verspreidt zich niet, omdat er te veel andere invloeden in omloop zijn. Tot op een dag, wanneer er plotseling rebellengroepen ontstaan, zich vermenigvuldigen en hun acties coördineren om de politieke ruimte te veroveren.

Op de voorgrond?

De foto van Louis Boyard, parlementslid van LFI, met zijn driekleurige sjerp, zittend voor honderden studenten die een protestactie houden in de Rue d’Assas, is een ramp. Voor hem en de partij die hij vertegenwoordigt, maar vooral en in de eerste plaats voor de ontluikende studentenbeweging. Dat is lekker slim. Als het de bedoeling was om de machiavellistische insinuatie van de regering te versterken en met dit beeld aan te tonen dat LFI misschien niet achter de opstand stond, maar er juist voorop liep, dan is dat gelukt. Alleen is de werkelijkheid anders. Het waren inderdaad de studenten van de universiteiten in het Quartier Latin die blokkades en straatdemonstraties hadden georganiseerd, en Luis Boyard had zich met zijn jeugdige uiterlijk prima tussen de anderen kunnen mengen, zonder opvallende kenmerken. Maar het LFI-parlementslid wilde de pose van Daniel Cohn-Bendit aannemen tegenover een gendarme, waarmee hij duidelijk maakte dat de ordestrijdkrachten eerst over zijn lijk zouden moeten gaan om de jonge demonstranten aan te pakken die hij was komen beschermen. In deze scène zag iedereen duidelijk de intentie van LFI om de protestbeweging voor haar eigen partijpolitieke en electorale doeleinden te misbruiken.

Bij het spinnen van het web om de wilde prooi te vangen en te temmen, maakt de staat al heel lang gebruik van het wapen dat bestaat uit het creëren van leiders van de strijd, daarbij gesteund door medeplichtige media. Meestal wordt er geput uit de gelederen van de studentenvakbonden, die niet per se de drijvende krachten achter de strijd zijn – verre van dat – en worden ze door de mediamachine op het toneel gezet. Eenmaal bestempeld als leiders, krijgen ze de legitimiteit om namens alle opstandigen op tv en radio te spreken, waarna alleen zij bevoegd zijn om de beweging te vertegenwoordigen bij onderhandelingen op het ministerie. Om echter door de selectie te komen en kans te maken om tot leider te worden benoemd, moet men uiteraard aan het vereiste profiel voldoen: opstandig en redelijk zijn, boos en gematigd, onverzettelijk en toch openstaan voor onderhandelingen. Bovendien moeten ze, heel serieus, een lijst met precieze en begrote eisen voorleggen.

En voilà. Sinds ’68 hebben we verschillende generaties voormalige „studentenleiders“ gezien, die vervolgens al snel parlementslid, senator, hulpje van de burgemeester van Parijs en dergelijke werden. Zijn ze teruggekeerd, of zijn ze afgedwaald? In ieder geval zijn ze niet echt afgeweken van hun sociale achtergrond. Je zou bijna denken dat de UNEF, de middelbare-schoolvakbonden, verenigingen als SOS Racisme, ‘Ni putes ni soumises’ en dergelijke slechts als springplank dienen voor jonge carrièrejagers om een comfortabele plek te veroveren in de door sociaaldemocraten geleide instellingen. Profiteurs en verraders van de goede doelen.

Het zoeken naar, opbouwen en promoten van leiders maakt volledig deel uit van de strijd die de staat voert om de sociale verzetsbewegingen te vernietigen, die aanvankelijk en noodzakelijkerwijs gebaseerd waren op collectief functioneren en niet op persoonlijkheden. En we moeten zeggen dat ook de groeperingen en partijen die zich revolutionair noemen, het fenomeen van het creëren en promoten van leiders en aanvoerders in stand houden, of ze nu Jean-Luc of Anasse heten. De personalisering van de strijd schaadt de strijd ernstig.

Samen met?

Het beeld van Bally Bagayoko, burgemeester van Saint-Denis, die vanaf het begin openlijk zijn steun betuigde aan de middelbare scholieren van zijn gemeente, had een andere betekenis. Dit stond symbool voor de steun van de instelling die het dichtst bij hen stond en gaf extra legitimiteit aan de strijd van de scholieren uit de voorsteden, die gediscrimineerd en op basis van hun ras bejegend werden, maar trots waren op hun opstand. En hun burgemeester was er om hen te steunen, net als andere burgemeesters van volkswijken.

Na de golf van politiegeweld hebben vakbondsfederaties, ouderverenigingen en mensenrechtenorganisaties opgeroepen om de middelbare scholieren, „onze kinderen”, te beschermen tegen het politiegeweld en dat van de „relschoppers”. Om zich als leiders van de beweging te profileren, moeten de vakbondsfederaties wel de informatie van de politie voor waar aannemen dat „de relschoppers personen zijn die geen banden hebben met de middelbare scholen en die alleen maar onrust willen stoken en de confrontatie met de politie zoeken“. Gezien het profiel van de duizenden gearresteerde jongeren – waarvan negen op de tien minderjarigen en middelbare scholieren zijn – zouden de leiders van de vakbonden hun analyse en hun standpunt moeten bijstellen.

Alle deelnemers aan een revolutionaire sociale beweging, die onvermijdelijk worden onderdrukt, hebben behoefte aan solidariteit en steun van verenigingen, vakbonden en partijen die hun zaak begrijpen en delen. Net zoals daklozen dekens nodig hebben, zieken zorg en verdachten advocaten. Een rol van bescherming en verdediging die hun institutionele positie kan bieden. En dat is maar goed ook.

Er bij?

Om erbij te horen, om echt van binnenuit deel te nemen, moet je jezelf op hetzelfde niveau plaatsen, op gelijke voet met de anderen, zonder onderscheid. De Gele Hesjes hadden dit goed begrepen en uitgedragen: in een geel hesje is iedereen gelijk, op gelijke voet, ongeacht het beroep, de leeftijd of de kleding die men draagt. Of je nu een geel vest draagt, een zwarte regenjas of andere anonieme kleding, het fundamentele principe is dat de strijd collectief is, dat iedereen gelijk is, zonder enig onderscheid of hiërarchie. Iedereen neemt deel aan de beweging naar eigen vermogen en mogelijkheden. Geen leiders, geen mensen die leider willen worden, maar een horizontale, lokale, diffuse zelforganisatie.

Zonder terug te gaan naar de oerdagen van de revolutionaire beweging, maar ons beperkend tot de sociale bewegingen die Frankrijk de afgelopen jaren op zijn kop hebben gezet, kunnen we alleen maar hopen dat de opstanden van middelbare scholieren, studenten, arbeiders en mensen in onzekere dienstverbanden van allerlei aard en beroep erin slagen te ontsnappen aan de greep van de groeperingen, vakbonden en politieke partijen die hen willen controleren en sturen.

„Linkse“ partijen en vakbondsfederaties hebben immers een doorslaggevende rol gespeeld bij het smoren van de volksopstanden van de afgelopen jaren. Door het belang en de legitimiteit van de Gele Hesjes-beweging te ontkennen en in te spelen op de concurrentie tussen de demonstraties – waarbij de vakbonden, zoals gebruikelijk, weigerden zich aan te sluiten bij de wekelijkse demonstratie op zaterdag, de dag waarop de Gele Hesjes traditioneel demonstreren – en hebben ze met afzonderlijke manifestaties op donderdag de beweging ondermijnd.

De macht van de vakbondsconfederaties om hun strijdagenda op te leggen, vormde een onoverkomelijk obstakel voor massale en vastberaden sociale bewegingen, zoals bij de strijd tegen de pensioenhervorming van Macron. Door op te roepen tot incidentele stakingsdagen, door op te roepen tot demonstraties met tussenpozen, door in te spelen op het tijdschema van de onderhandelingen en door andere uitvluchten te gebruiken, zijn de vakbonden erin geslaagd om breed gedragen sociale bewegingen door uitputting tot stilstand te brengen. Al deze massale opstanden ontsnapten namelijk aan de controle van de vakbonden. Ze gingen veel verder dan de gebruikelijke, gemakzuchtige eisen die de vakbond, haar leiders en vaste medewerkers in staat stellen de rol van bemiddelaars bij onderhandelingen en compromissen te spelen – kortom, de financiering van hun organisatie veilig te stellen en hun baan als vakbondsmedewerker te behouden.

Als de middelbare scholieren, net als de studenten en de werkende mensen die in opstand komen, zich er terdege van bewust zijn dat je je moet organiseren en jezelf de middelen moet verschaffen om een strijd tot een goed einde te brengen, waarom zou er dan een gecentraliseerde organisatie nodig zijn? Waarom zouden de opstandelingen tegen het kapitalistische systeem een piramide moeten opbouwen, waarmee ze juist de hiërarchische structuur reproduceren die ze verwerpen, in plaats van horizontale banden, onderlinge verbindingen en de coördinatie tussen zelfgeorganiseerde groepen te versterken?

En waarom zou het dan nodig zijn om alle strijdende sectorale bewegingen te kanaliseren en te laten samenkomen in één enkel programma dat alle conflicten en hoop zou samenvatten? Of in nationale demonstraties op een vaste datum, in plaats van de territoriale verspreiding van de strijd de vrije loop te laten, in alle mogelijke, denkbare en verrassende vormen?

Van de beweging tegen de arbeidswet (Loi Travail) in 2016 tot de Gele Hesjes, via de ‘Soulèvements de la terre’ en tot aan de opstand van de middelbare scholieren: al deze ervaringen tonen aan dat het juist de toename van het aantal actiegebieden is – verankerd in bekende gebieden en gebaseerd op lokale solidariteit en onderlinge verbondenheid – die de machthebbers doet beven.

De in opstand gekomen middelbare scholieren hebben luid en duidelijk verkondigd dat ze actoren wilden zijn, subjecten en geen objecten van hun eigen lot. Dat ze niet langer onderworpen wilden zijn aan de beslissingen van het Ministerie van Onderwijs, noch aan die van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, en al helemaal niet aan een „algoritme”. Waarom zouden ze zich in het gareel moeten voegen en zich moeten onderwerpen aan politieke partijen – zelfs als die zich ‘Insoumis’ noemen – of aan vakbonden die zich het recht toe-eigenen om hen te vertegenwoordigen en hun eisen bij de overheid in te dienen?

Laten we hopen dat deze nieuwe generatie revolutionairen, die zich hebben bevrijd uit de kooien van structurele autoriteiten en subject en geen object van hun eigen lot willen zijn, niet bezwijkt voor de verleidingen van een beschermend onderkomen – een andere kooi – waarin men zich netjes moet gedragen en naar de baas moet luisteren.

Reacties (0)

Voeg nieuwe reactie toe

Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.