‘Digger’ graaft diep
De nieuwe film van Alejandro G. Iñárritu, Digger, wordt overal afgekraakt in recensies in reguliere media. Ze verkneukelen zich over het feit dat de kaartverkoop niet loopt en het verlies daarom groot zal zijn. Maar vergis je niet; de film is een tamelijk unieke kijkervaring die de vinger nogal op de zere plek legt van de moderne westerse wanorde. Gaat dat zien voordat het al niet meer kan…
21 oktober, 2026 4 min leestijd
De Mexicaanse regisseur Iñárritu maakte eerder films die een merkwaardige combinatie maakten van grote sterren en Hollywood-trekken, en toch enorm schuren. Zijn eerste film Amores Perros, had nog helemaal niets ‘amerikaans’, daarna begon het met Biutiful, en vooral Babel en 21 Grams. Dat waren films die je niet snel vergeet, anders dan het doorsnee Hollywood-spektakel.
Met Digger lijkt Iñárritu met die verwachting bij publiek en recensenten te spelen. Het heeft alles van een peperdure comische crowdpleaser, maar weigert dat eigenlijk voortdurend te worden. De spanning die dat oplevert is niet die van de gebruikelijke spanningsboog waarin het uiteindelijk wel weer goedkomt. Dat is bewust gedaan, want het gaat over de kapitalistische nachtmerrie waar de hoofdrolspelers voor verantwoordelijk zijn, en die komt niet meer goed. In ieder geval niet zolang zij aan de macht zijn.
Een reden om misschien niet naar de film te gaan, voor mij althans, was de prominente rol van uberhollywooder Tom Cruise. Een hele film die kerel in beeld is immers geen pretje. Maar eigenlijk is hij juist daarom precies goed gecast. De vraag is of hij het daar mee eens is, maar hij speelt het anders wel fervent mee. Het is een geweldige karikatuur van een Musk-achtige creep. Zijn weerzinwekkende gezeul met een kunstmatig in leven gehouden huisdier is ook direct geënt op de werkelijk regerende Javier Millei en zijn gekloonde honden.
Het verhaal is bekend en doet er eigenlijk niet zo toe. De miljardair heeft ergens een fossiel project dat voor een ramp zorgt. Hij wordt ervoor gewaarschuwd, maar dat het duizenden mensenlevens kan gaan kosten, interesseert hem niets. De deuk in het image van zijn concern, daar gaat het om. Dus overwegen ze niet om de ramp te verhinderen, maar de berichtgeving erover.
Treffend is dat de macht bij de miljardair ligt, en de militairen, en dan pas bij de president van de VS die de ondernemer naar believen belt en die gruwelijk goed gespeeld wordt door John Goodman. Goodman is meer Ronald Reagan dan Donald Trump, maar met Reagan begon ook de ellende, met name omdat dat ook zo’n combinatie was van Media en Macht. Reagan WAS immers Hollywood en wist hoe je de boel voor de bühne kon krijgen.
De hele film is ondergedompeld in een merkwaardig deprimerend grijsblauwe laag. Zelfs de gezichten van de hoofdrolspelers zijn bleek en onaantrekkelijk. Het lijkt erop dat Iñárritu op geen enkele manier heeft willen zorgen dat die wereld er fris en fruitig uit zou kunnen zien. En dat is ook de reden dat het geen komedie is; de humor is spaarzaam en sarcastisch, want hun praktijk is te weerzinwekkend voor grapjes, lijkt de film te willen zeggen.
Een belangrijke onderlaag in de film is ook precies die: hoe macht door vermaak aan het roer zit, of hoe er in ieder geval tegenwoordig een voortdurende wisselwerking is tussen politiek en theater. Je vraagt je immers voortdurend af of wat je ziet – en zelfs wat je meemaakt – nu echt is of een parodie. Dat gegeven verwerkt de film vakkundig, om tenslotte (spoiler alert) de slachtoffers van al die macht in beeld te brengen terwijl ze aan het ‘genieten’ zijn van het theater.
Befaamd is ook de lange scene waarin de miljardair ogenschijnlijk ter verantwoording wordt geroepen (door een soort VN of Europees parlement) maar hen inpepert dat ze ook niks gedaan hebben om zijn praktijken te verhinderen omdat al die goedkope troep ze goed uitkwam.
Zo heeft de film een groot aantal mooie verwijzingen naar actuele misstanden die zo ongelofelijk zijn dat je er alleen nog maar om lijkt te kunnen lachen. Totdat je beseft dat ze je al lachend naar de afgrond hebben gebracht.
De film is misschien nog het meest te vergelijken met Brazil van Terry Gilliam, die ook die merkwaardige combinatie had van spektakel, comedie en ernst. Maar Digger is zo mogelijk nog grimmiger. Brazil ging over en is uit 1984. Ondertussen zijn we veertig jaar verder…
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.