Bevrijdingsdag verdient geen borstklopperij
Door Bo Salomons
Op 5 mei gaan antifascisten uit het hele land de straat op in Utrecht om te strijden tegen het hedendaagse fascisme. Bo Salomons, antifascistisch activist, legt uit waarom Bevrijdingsdag geen nationalistisch feest kan zijn, maar ons juist moet aanzetten om voor de vrijheid te blijven vechten.
Op 5 mei 1945 om kwart over acht ’s avonds zond Radio Oranje (de dag daarvoor nog een illegale radiozender in bezet gebied) een bevrijdingsprogramma uit. Onderdeel van het programma was een toespraak van minister-president Pieter Sjoerds Gerbrandy, die de leiding had gegeven aan de ministerraad in ballingschap in Londen. Het was dezelfde Pieter Sjoerds Gerbrandy die in 1947 samen met Erik Hazelhoff Roelfzema een staatsgreep beraamde om de onafhankelijkheid van Indonesië te voorkomen en de bloedige koloniale bezettingsoorlog daar voort te zetten. Om dat te bewerkstelligen moest PvdA-voorzitter Koos Vorrink, oprichter van verzetskrant Het Parool, overlevende van het concentratiekamp Sachsenhausen en voorstander van Indonesische onafhankelijkheid, geliquideerd worden. Zo zouden Gerbrandy en Roelfzema hebben afgemaakt wat de Duitse bezetter nooit is gelukt.
Ik word elk jaar onpasselijk van het nationalisme dat samenvalt met de viering van de Bevrijdingsdag. Op 5 mei 1945 gebeurden er twee dingen: het bezettende leger dat onder bevel stond van de nazistaat vertrok en nam hun geheime politie mee. Daarmee kwam er een einde aan een moorddadige, genocidale dictatuur in Nederland. Niet langer hoefde men in Nederland te vrezen dat ze door de staat opgepakt en vermoord zouden worden (behalve Anton Mussert, die het er zelf naar gemaakt had). In plaats daarvan konden veel Nederlanders zich weer beroepen op de fundamentele vrijheid van meningsuiting en vereniging. De blijdschap die 5 mei 1945 heeft gebracht is niet in woorden te vatten, en het is noodzakelijk dat deze datum elk jaar weer gevierd word.
Tegelijkertijd keerde ook de regering van ballingschap uit Londen terug, die al snel verviel in haar vooroorlogse rol. Er werd al in de zomer van 1945 hardhandig opgetreden tegen de Rotterdamse havenstakers. Kritiek op de Spaanse fascistische dictator Franco werd door de politie verboden. In Indonesië pleegde het Nederlandse leger oorlogsmisdrijven bij een lange en bloedige poging het racistische, ondemocratische, koloniale regime te handhaven. Joden die terugkeerden van de concentratiekampen zagen hun geconfisqueerde bezit niet terug, en in 1951 werden pantservoertuigen gebruikt om een herdenking uiteen te jagen van de communistische verzetsheld Jannetje “Hannie” Schaft, die enkele weken vóór de bevrijding in 1945 door de bezetter was vermoord. Dit was slechts één voorbeeld van hoe communisten (voor zover zij de oorlog hadden overleefd) werden vervolgd door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Diezelfde BVD stond tot 1961 onder leiding van Louis Einthoven, de collaborateur die tijdens de Duitse bezetting leiding gaf aan de Rotterdamse politie.
Nooit in de geschiedenis hebben Nederlanders zich eensgezind verzet tegen onderdrukking en autocratie. Ook tijdens de Duitse bezetting was de groep actieve verzetsstrijders getalsmatig ongeveer even groot als de groep Nederlanders die om ideologische of opportunistische redenen de kant van de Nazi’s kozen. Tegenover de tienduizenden Februaristakers staan tienduizenden Nederlandse vrijwilligers in de SS. Naast de vele verzetskranten bestonden collaborerende kranten als De Telegraaf. Sommigen hielpen mensen onderduiken, anderen gingen actief op Jodenjacht om kopgeld op te strijken. Er waren helden die bevolkingsregisters vernietigden, die voor hun sabotage gezocht werden door Nederlandse politieagenten. Ook na de oorlog waren er mensen die dienst in het Nederlandse bezettingsleger in Indonesië weigerden, en moordenaars die onder Raymond Westerling oorlogsmisdrijven pleegden op Sulawesi.
Vandaag de dag zien we het ook: fascisme is wereldwijd én in Nederland nooit echt verslagen. Vluchtelingen worden in zowel Nederland als Europa tot zondebok gemaakt van alle problemen die het kapitalisme heeft veroorzaakt. De wreedheid die hen wordt aangedaan is de klinkende munt waarmee zowel centristische als extreemrechtse politici hun electoraal succes willen kopen. Nederland blijft een bondgenoot van het genocidale Israël, dat samen met de imperialistische Verenigde Staten Gaza eerst met de grond gelijk heeft gemaakt alvorens het als wingewest te koloniseren. Door vermarkting van wonen, zorg, nutsvoorzieningen en onderwijs, samen met de door voorwaardelijkheid gewurgde sociale voorzieningen, zien de rijken hun macht over de samenleving steeds meer groeien. Die macht in de samenleving vertaalt naar macht over media, waarmee deze rijke klasse haar verdere verrijking en machtsuitbreiding kan rechtvaardigen. Ondertussen bouwt de politieke klasse aan een politiestaat waarin demonstranten en andere dissidenten als verdacht worden gesurveilleerd, en waar demonstraties met grof geweld van de straat geveegd kunnen worden. In Nederland zijn genoeg vijanden te vinden van vrijheid en democratie.
Toch wordt Bevrijdingsdag elk jaar weer gevierd met het wapperende rood-wit-blauw en het oranje, alsof vrijheid de gezamenlijke verdienste is van het gehele ‘volk en vaderland’, dat eensgezind staat in de strijd tegen dictatuur. Dat is een aantrekkelijke fantasie voor wie de Nederlandse staat gelijk wil stellen aan vrijheid en democratie, en voor wie onvrijheid puur ziet als iets dat buiten de Nederlandse grenzen afspeelt. Deze mensen, vooral politici, stellen de strijd voor vrijheid gelijk aan de strijd tussen Nederland en haar ‘vrije’ bondgenoten en ‘onvrije’ geopolitieke tegenstanders. Dit frame komt mooi uit voor politici die wapenproductie en militarisme, van oudsher vijanden van democratische bewegingen, willen verkopen als een noodzaak in een vrije samenleving. Even gevaarlijk zijn de mensen die elke ongehoorzaamheid, elk verzet tegen de staat, wegzetten als een aanval op rechtsstaat en democratie.
In dit gedachtegoed, dat pretendeert vrijheid lief te hebben, zien we juist de wortel van het fascisme. Het bevat de angst voor de ander, een verachting van ongehoorzaamheid, een verering van autoriteit, en een viering van geweld en vuurkracht. Het is een ideologie waarin de mens zich moet onderwerpen aan haar economische meerderen en haar politieke verlossers, wiens vrijheid betekent dat zij geen enkele verantwoording verschuldigd zijn. Het is dan ook geen wonder dat deze politici graag om tafel gaan met de hedendaagse fascisten als dat betekent dat zij hun eigen macht uit kunnen breiden.
Op 5 mei gaan antifascisten in Utrecht de straat op met een duidelijke boodschap. Fascisme is niet verslagen op 5 mei 1945. De lat van vrijheid moet hoger liggen dan alleen het verslaan van een fascistische dictatuur. Er is een vrije wereld te winnen, net zoals er een vrije wereld te verliezen is aan de krachten van het moderne fascisme. Dat wisten ook de helden van de Duitse bezetting. Het waren de mensen die zich in vooroorlogs Nederland verzetten tegen maatschappelijk geaccepteerd onrecht die na de Duitse inval hun verzet voortzetten, en het waren de helden van het verzet die na de oorlog de strijd tegen onrecht voortzetten. ‘Dit nooit meer’ was geen hol verzoek, maar een actieve plicht die zij tot hun graf zouden dragen en die wij moeten voortzetten.
Nu niet, toen niet, nooit meer fascisme.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.