Chomsky’s Manufacturing Consent werd eindelijk vertaald
Is een boek, hoe briljant ook, dat ooit werd geschreven in 1988, 37 jaar geleden, nog relevant om de wereld vandaag te begrijpen?
Meestal niet, al was het maar omdat de informatie, de referenties, de bronnen verouderd zijn, omdat de vernoemde personen onbekend zijn voor jonge lezers. Niet zo met Manufacturing Consent – De Politieke Economie van de Massamedia.
Een boek voor alle tijden
Dit boek is voor alle tijden. Critici mogen dan wel beweren dat de technologie van de media te fel is veranderd sinds 1988 om nog relevant te zijn. Dit boek gaat echter niet over technologie, maar over inhoud.
De verspreidingssnelheid van media is inderdaad veranderd, maar de inhoud wordt nog steeds door dezelfde grenzen bepaald. Je kan zelfs stellen dat de principes die in dit boek voor het eerst werden uitgewerkt nu nog meer van toepassing zijn dan 37 jaar geleden.
Wat Noam Chomsky en Edward Herman presteerden met dit boek is nog altijd uniek. Geen enkel ander analytisch model is er ooit beter in geslaagd om de werking van de massamedia – de échte werking, niet de door de massamedia zelf gepropageerde – te verklaren.
Voor Chomsky in eigen persoon in een video-interview hieronder uitleg geeft bij het ontstaan en de betekenis van de titel Manufacturing Consent en het propagandamodel dat zijn collega Edward Herman ontwikkelde, even wat aandacht voor wat voorafging aan dit historische boek.
Wat voorafging
Manufacturing Consent was niet hun eerste samenwerking. Edward Herman (1925-2017) was hoogleraar economie aan de University of Pennsylvania, gespecialiseerd in de economie van de media.
Hij had reeds meerdere academische werken gepubliceerd waarin hij zijn analyse uitwerkte dat massamedia volgens bepaalde filters werkten. Zijn onderzoek was tot dan onopgemerkt gebleven buiten academische kringen.
Volgens zijn onderzoek waren massamedia helemaal niet onafhankelijk, objectief of neutraal, maar volgden zij de redactionele lijnen van hun eigenaars (voor privé-media) en van de overheid (voor openbare media). Zij vertolkten daarbij nooit de belangen van de gewone burger.
Dankzij zijn samenwerking met Chomsky kreeg het baanbrekend werk van Edward Herman brede bekendheid. Foto: therealnews. com
Noam Chomsky was een gevierde taalwetenschapper die aanvankelijk in het openbaar geen politieke standpunten innam.
Dat veranderde met zijn essay The Responsibility of Intellectuals (1967) in de New York Review of Books, waarmee hij zich definitief op de kaart zette als meest briljante en gevreesde criticus van de media en het buitenlandse beleid van zijn eigen land (zie 23 februari 1967, 50 jaar sinds Chomsky’s eerste politieke artikel, nu 58 jaar geleden).
Chomsky wilde het academisch onderzoekswerk van zijn collega Edward Herman meer bekendheid geven. Ze beslisten als eerste gezamenlijk project een boek te schrijven dat de mythe weerlegde van hun land als unieke en goedbedoelende verspreider van vrijheid en democratie over de wereld, meer bepaald in Vietnam.
Hoe de massamedia erin slaagden de massamoord in Vietnam, Laos en Cambodja te verkopen als een edel streven voor vrijheid en democratie
Ze analyseerden daarom hoe de massamedia erin slaagden de massamoord in Vietnam, Laos en Cambodja te verkopen als een edel streven voor vrijheid en democratie voor een onderdrukt volk.
Hun eerste gemeenschappelijk boek Counterrevolutionary Violence: Bloodbaths in Fact and Propaganda verscheen in 1973. 20.000 exemplaren lagen klaar voor verspreiding. Uitgever was Warner Modular Publications, een kleine imprint van het mediabedrijf Warner Brothers.
Een advertentie was reeds verschenen in de New York Review of Books (toen nog een bijlage bij de krant The New York Times, nu een afzonderlijk maandblad).
William Sarnoff, directielid van Warner Brothers, liet de distributie onmiddellijk stopzetten. Het verspreiden van het idee dat de VS moedwillige bloedbaden beging was onaanvaardbaar.
Op enkele exemplaren na werden alle 20.000 boeken volledig versnipperd, een flagrant geval van directe censuur, niet eens door de overheid, maar door een privé-bedrijf. Het boek is nog vindbaar als pdf.
Het verscheen wel in Franse en andere vertalingen bij kleine linkse uitgevers in Europa.
Chomsky en Herman besloten daarop hun onderzoek verder uit te breiden en vonden de kleine uitgevers South End Press in New York en Black Rose Books in Montréal, Canada, bereid om het te publiceren.
Hun onderzoek was zo uitgebreid dat ze het in twee delen splitsten, die nog steeds te vinden zijn bij nieuwe uitgevers (onder meer in een mooie pocketversie door Pluto Press in 2015): The Washington Connection and Third World Fascism – The Political Economy of Human Rights Volume I en After the Cataclysm – Postwar Indochina & The Reconstruction of Imperial Ideology – The Political Economy of Human Rights Volume II.
Beide boeken werden geboycot door de media en kregen nergens een recensie. Toch geraakten ze goed verkocht via kleinschalige circuits (tot in de alternatieve boekenwinkel Kritak in Leuven – niet de latere uitgeverij), zo goed dat de beide kleine uitgevers er genoeg aan verdienden om nog veel meer boeken te gaan publiceren.
Manufacturing Consent?
Op dat succes wilden Chomsky en Herman doorgaan. Zo ontstond het idee voor Manufacturing Consent, een boek over de massamedia in de VS. De titel is niet van hen, maar vonden ze in het werk van de conservatieve filosoof Walter Lippmann (1899-1974).
Chomsky legt de betekenis van de titel uit in dit interview (8’13” minuten, met Nederlandstalige ondertitels) dat ik nog kon afnemen in januari 2023, enkele maanden voor hij een verlammende hartaanval kreeg en sindsdien niet langer kan spreken. De volledige tekst van het interview staat onder de video.
(intro geeft de eerst geplande publicatiedatum, die werd verplaatst naar februari 2025)
https://youtube.com/watch?v=1Ouy8jCfncY%3Ffeature%3Doembed%26wmode%3Dopaque
Noam Chomsky: “Manufacturing Consent is van 1988. De titel is niet origineel. Ik heb het geschreven samen met Edward S. Herman, die recent overleden is (2017), een goede vriend en co-auteur.”
“In feite is het basiskader, vooral dan het eerste deel, van hem, de reden waarom ik heb aangedrongen, tegen zijn bezwaar in, dat zijn naam eerst zou komen, in plaats van de gewoonlijke praktijk van alfabetische volgorde.”
“De titel is niet van ons. Wij namen hem over van Walter Lippmann (1889-1974), leidinggevende Amerikaanse publieke intellectueel van de 20ste eeuw, die net als de presidenten Wilson (1913-1921), Roosevelt (1933-1945) en Kennedy (1961-1963) een ‘liberal’ was, een toen beroemd commentator over wereldzaken, over publieke opinie, over publieke attitudes.”
“De titel komt uit zijn geschriften van kort na de Eerste Wereldoorlog. Hij was lid van (president) Woodrow Wilsons propaganda-agentschap, dat natuurlijk het Committee on Public Information werd genoemd, wat dus ‘desinformatie’ betekende.”
“Lippmann zat daar samen met Edward Bernays (1891-1995), een van de oprichters van de moderne public relations (PR). De zin die Bernays gebruikte was engineering consent, hetzelfde idee.”
“Zowel Lippmann als Bernays waren zeer onder de indruk van het feit dat het enorme propaganda-programma van de regering-Wilson, waar dat Committee een deel van was, in staat was gebleken een pacifistische bevolking om te turnen tot razende anti-Duitse oorlogsstokers in een zeer korte tijdspanne.”
“Wilson was in 1916 herverkozen met een pacifistisch programma Peace without Victory (vrede zonder overwinning), maar hij wilde echter wél in de oorlog betrokken worden. Hij moest dus de publieke opinie veranderen. Dat was zeer succesvol.”
(Een van de verhalen die toen werden gelanceerd ging over ‘Belgian babies’ die door de Duitsers werden opgegeten, de hongersnood in België tijdens de Eerste Wereldoorlog was echt, het verhaal van de kindjes was compleet verzonnen, nvdr.)
In 1928 was propaganda een deftige boektitel
“Lippmann en Bernays waren daar zeer van onder de indruk. Ze schreven dat ze hadden geleerd hoe kneedbaar de publieke opinie is en hoe ze kan vormgegeven worden met goed doordachte propaganda.”
“Zoals ik al zei werd Bernays de goeroe van de industrie van public relations, wat ten gronde dus de propaganda-industrie is.”
“Zijn voornaamste boek over dit onderwerp noemde hij gewoon Propaganda. Lippmann zag wat hij manufacture of consent noemde als een nieuwe kunst in de praktijk van de democratie.”
“’Democratie’, voor zowel Lippmann als Bernays en de ‘liberale’ intellectuelen, betekende grotendeels een systeem waarbij elementen van de elite, die zichzelf ‘de verantwoordelijke mannen’ noemden, capabel zijn om het beleid te bepalen, vrij van – ik citeer Lippmann – “het gebrul en getrappel van de verwilderde kudde die de algemene bevolking daar is, vermits die stom en onnozel zijn en geen benul hebben van wat best is voor hen”.
“We moeten dus manieren vinden om hen te marginaliseren, te atomiseren en weg te houden van elke invloed op het beleid, zodat wij ‘de verstandige gasten’ onder ons de zaken kunnen beheren.”
“Dat is in feite een zeer leninistische visie, te vergelijken met Lenins commentaren over het idee van een voorhoedepartij en de noodzaak (van zo’n partij) voor de liberale intellectuelen. Dat is zeer gelijklopend op vele vlakken.”
“Dat is het concept Manufacturing Consent. Het boek bekijkt daarbij hoofdzakelijk de media. Zelf heb ik andere boeken geschreven die vooral over de algemene intellectuele gemeenschap gaan.”
“Een van die boeken kwam uit kort na dit boek, genaamd Necessary Illusions (noodzakelijke illusies) een zin geleend van Reinhold Niebuhr (1892-1971), een vereerde (protestantse) theoloog van het establishment, die werd aanzien als een groot moreel leider.”
“Hij was de man die de zin uitsprak die ik eerder citeerde: ‘De mensen zijn te stupide en te onwetend om – zijn woorden – betrokken te worden bij openbare zaken, we moeten hen dus noodzakelijke illusies voederen, emotioneel krachtige vereenvoudigingen om hen bezig te houden. Wij zullen dan uiteraard de dingen beheren.”
“Deze twee boeken zijn, zo denk ik er toch over, aan elkaar gekoppeld, de ene over de media is Manufacturing Consent, de andere over de intellectuele gemeenschap Necessary Illusions, heel gelijkaardig op vele vlakken.”
“Voor de media spelen ook institutionele factoren, die impact hebben op de vormgeving, de keuzes, het uitfilteren van hoe informatie het publiek bereikt. Edward Hermann was een specialist terzake. Hij was econoom aan de Wharton School1, specialist in financiën.”
“Zijn voornaamste boek is Corporate Power, Corporate Control. Hij was voornamelijk geïnteresseerd in de rol van bedrijfsstructuren. De media zijn grote bedrijven, die een product verkopen aan andere bedrijven, hun klanten zijn de adverteerders, andere grote bedrijven. Het product dat zij verkopen, dat ben jij en ik, die ze proberen te verkopen aan de bedrijven.”
“Ze zijn innig verbonden met de regering. Herman zette al deze factoren samen en kreeg zo een redelijke voorspelling van wat de output van de media is, wat die waarschijnlijk zal zijn. Die (output) zal waarschijnlijk beïnvloed worden door kopers en verkopers, de verbindingen met de andere systemen van de macht.”
“De rest van het boek is gedetailleerde analyse van het mediaproduct, wat deze fenomenen illustreert. Wat we poogden te doen was de hardste casussen nemen waar de media sterke beweringen over deden, niet alleen marginale. Dat is Manufacturing Consent.”
Vijf filters
Hoe werkt dat propagandamodel? Vijf mediafilters bepalen welke informatie geschikt is voor publicatie, hoe ze wordt gekaderd, wat er wordt benadrukt, wat wordt verzwegen, wat een hoofdartikel of een titel wordt, waarom iets een klein artikel op een achterpagina wordt, waarom de vraag zo wordt gesteld, enzovoort. Wie die vijf filters wil kennen, die vind je in dit boek.
De analyse in dit boek gaat over gebeurtenissen en feiten die voor jonge lezers verre geschiedenis zijn. Ik stel daarom voor dat ze tijdens het lezen van dit boek vergelijken met hoe onze media berichten over de sociale strijd nu, de klimaatstrijd, over de oorlog in Oekraïne, dat ze doorhebben waarom de genocide in Gaza een ‘Oorlog Israël-Hamas’ wordt genoemd, waarom Palestijnen ‘gevangenen’ zijn en Israëli’s ‘gijzelaars’.
Opgepast, dit is ontluisterende literatuur. Je kijkt-leest-luistert na dit boek niet langer op dezelfde manier als voorheen. Dit boek zou dé basiscursus moeten zijn in elke opleiding journalistiek. Waarom dat niet zo is lees je in het boek.
Noam Chomsky & Edward Herman. Manufacturing Consent – De Politieke Economie van de Massamedia. EPO, Antwerpen, 2025, 576 pp. (en 95 pp. Voetnoten). ISBN 978 9462 6748 20
Note:
1 Een faculteit van de University of Pennsylvania.
Reacties (0)
Voeg nieuwe reactie toe
Wij tolereren geen: racisme, seksisme, transfobie, antisemitisme, ableisme enz.